<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2025:5945</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-12T11:26:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-04-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/02/392118 / HA ZA 21-687 (H)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBZWB:2025:5944" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/Inachtneminghersteluitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Herstelde uitspraak: ECLI:NL:RBZWB:2025:5944</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:5945">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:5945</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-12T11:26:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:5945 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 02-04-2025 / C/02/392118 / HA ZA 21-687 (H)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2025:5945:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Herstelvonnis benoeming deskundige. Opnemen van de door de deskundige te beantwoorden vragen in de beslissing.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2025:5945:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK Zeeland-West-Brabant</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/02/392118 / HA ZA 21-687</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">(herstel)vonnis van 2 april 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres] BV</emphasis>, </para>
      <para>te [plaats],</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [eiseres],</para>
      <para>advocaat: mr. S.J. Heijtlager,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">SPIE INFRATECHNIEK BV</emphasis>, </para>
      <para>te Breda,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: Spie,</para>
      <para>advocaat: mr. J. Kruijswijk Jansen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van het geding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De procesgang blijkt uit de volgende stukken:</para>
    </parablock>
    <para>a. het vonnis van de rechtbank van 12 maart 2025, met de daarin genoemde stukken;</para>
    <para>b. het bericht van 20 maart 2025 van de advocaat van Spie;</para>
    <para>c. het bericht van de griffier van 20 maart 2025;</para>
    <para>d. het bericht van de advocaat van [eiseres] van 25 maart 2025.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Het geschil en de beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1 (</nr>
      <para>De advocaat van) Spie heeft bij bericht van 20 maart 2025 verzocht om herstel van voormeld vonnis op grond van artikel 31 Rv. Daartoe is aangevoerd dat in de overwegingen van het vonnis melding wordt gemaakt van de “<emphasis role="italic">in de beslissing vermelde vragen</emphasis>”, terwijl in de beslissing geen vragen zijn opgenomen. Daarom verzoekt Spie om de beslissing aan te vullen met de vragen aan de deskundige. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>
        [eiseres] is bij bericht van de griffier in de gelegenheid gesteld zich over het verzoek uit te laten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>
        [eiseres] heeft aangevoerd dat de deskundige volgens haar de vragen uit het tussenvonnis van 21 augustus 2024 dient te beantwoorden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat er sprake is van een kennelijke fout, die zich leent voor eenvoudig herstel zoals bedoeld in artikel 31 Rv. Immers, in de beslissing staan geen vragen aan de deskundige vermeld, terwijl de rechtbank onder 2.4. van het betreffende vonnis het volgende overweegt: “<emphasis role="italic">Hiermee rekening houdend en met de suggesties in de akte van Spie is de rechtbank tot de in de beslissing vermelde vragen gekomen.</emphasis>”</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>De vragen die de rechtbank aan de deskundige wenst voor te leggen komen niet exact overeen met de vragen uit het eerdere tussenvonnis van 21 augustus 2024. Dat kan ook worden afgeleid uit de hiervoor geciteerde zin uit rechtsoverweging 2.4. van het vonnis van 12 maart 2025. De vragen die de rechtbank aan de deskundige zal voorleggen luiden als volgt:</para>
      <orderedlist numeration="arabic">
        <listitem>
          <para>Welke werkzaamheden en voorzorgsmaatregelen waren in deze kwestie volgens u nodig om de mast op een veilige wijze uit de grond te kunnen verwijderen?</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Heeft Spie – gelet op met name de (aard van de) werkzaamheden, de eventueel voorzienbare risico’s, de hoedanigheid van partijen, de geldende (arbo-)regels en de overige specifieke omstandigheden van het geval – naar uw oordeel:</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <parablock>
        <para>- de juiste werkzaamheden verricht;</para>
        <para>- bij de uitvoering van de werkzaamheden de nodige voorzorgsmaatregelen getroffen;</para>
        <para>- de gebruikelijke en/of van haar te vergen zorgvuldigheid in acht genomen?   </para>
      </parablock>
      <para>3. Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis moet nemen bij de verdere beoordeling? </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande wordt als volgt beslist. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>volhardt bij de inhoud van het tussen partijen op 12 maart 2025 gewezen vonnis met bovenvermeld zaaknummer, met dien verstande dat de in de beslissing opgenomen tekst als volgt dient te luiden:</para>
      <para>“1.1.	benoemt tot deskundige:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De heer ir. [deskundige]</emphasis>,</para>
      <para>correspondentie- en bezoekadres: [adres],</para>
      <para>telefoon: [telefoonnummers],</para>
      <para>e-mailadres: [e-mailadres],</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>voor de beantwoording van de volgende vragen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Welke werkzaamheden en voorzorgsmaatregelen waren in deze kwestie volgens u nodig om de mast op een veilige wijze uit de grond te kunnen verwijderen?</para>
      <para>2. Heeft Spie – gelet op met name de (aard van de) werkzaamheden, de eventueel voorzienbare risico’s, de hoedanigheid van partijen, de geldende (arbo-)regels en de overige specifieke omstandigheden van het geval – naar uw oordeel:</para>
      <para>- de juiste werkzaamheden verricht;</para>
      <para>- bij de uitvoering van de werkzaamheden de nodige voorzorgsmaatregelen getroffen;</para>
      <para>- de gebruikelijke en/of van haar te vergen zorgvuldigheid in acht genomen?   </para>
      <para>3. Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis moet nemen bij de verdere beoordeling?</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">het voorschot</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op € 9.183,90 (inclusief btw), </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>bepaalt dat Spie het voorschot moet overmaken <emphasis role="underline">binnen twee weken</emphasis> na de datum van de nog te ontvangen nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">het schriftelijk rapport</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>draagt de deskundige op om uiterlijk zes maanden na het schriftelijk bericht van de griffier over de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend rapport in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, met een gespecificeerde declaratie,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">overige bepalingen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6.</nr>
      <para>bepaalt dat de zaak op de parkeerrol zal komen van <emphasis role="bold">woensdag 1 oktober 2025</emphasis>,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.7.</nr>
      <parablock>
        <para>draagt de griffier op om de zaak op een eerdere rol te plaatsen:</para>
        <para>- als het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen van beide partijen op een termijn van twee weken of</para>
        <para>- na ontvangst ter griffie van het rapport: voor conclusie na deskundigenbericht van Spie op een termijn van vier weken,</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.8.</nr>
      <para>verwijst voor het overige naar de beslissingen in het tussenvonnis in deze zaak van 21 augustus 2024,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.9.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.” </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>bepaalt dat deze verbetering onder de vermelding van de datum 2 april 2025 wordt vermeld op de minuut van het vonnis van 12 maart 2025;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>bepaalt dat de griffier dit vonnis hecht aan de minuut van het vonnis van 12 maart 2025 en van deze vonnissen als één geheel afschrift verstrekt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Zander en in het openbaar uitgesproken op 2 april 2025.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>