<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2025:5833</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-12T11:36:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-08-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11490656 CV EXPL  25-283 (E)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Tilburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:5833">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:5833</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-11T09:10:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:5833 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 27-08-2025 / 11490656 CV EXPL  25-283 (E)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2025:5833:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Gevorderde factuurkosten toewijsbaar, beroep op verrekening slaagt niet.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2025:5833:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Tilburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 11490656 \ CV EXPL  25-283</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 27 augustus 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser] N.V. H.O.D.N [bedrijf 1]</emphasis>, </para>
      <para>te [plaats 1] ,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [eiser] ,</para>
      <para>gemachtigde: mr. H.L.J.M. van Grinsven, advocaat te Tilburg, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] B.V.</emphasis>, </para>
      <para>statutair gevestigd [plaats 1] en kantoorhoudende te [plaats 2] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde] ,</para>
      <para>gemachtigde: [gemachtigde]</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De zaak in het kort</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>In deze zaak gaat het om de vraag of [gedaagde] nog een bedrag aan [eiser] verschuldigd is in verband met door haar geleverde diensten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De kantonrechter oordeelt dat dit het geval is. Hieronder legt de kantonrechter dit oordeel uit. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
        <para>- de dagvaarding met producties; <?linebreak?>- de conclusie van antwoord met producties; <?linebreak?>- de conclusie van repliek met producties;<?linebreak?>- de conclusie van dupliek.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft aan [eiser] opdracht gegeven tot het samenstellen van de jaarrekeningen over 2019 en 2020 en het doen van belastingaangiften. [eiser] heeft de schriftelijke overeenkomst en de algemene voorwaarden op 10 september 2019 aan [gedaagde] verzonden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft de volgende facturen aan [gedaagde] in rekening gebracht:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>factuur van 14 februari 2023 	€ 1.899,70</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>factuur van 23 mei 2023 	€ 1.597,20</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>factuur van 28 juni 2023 	€    508,20</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>factuur van 18 juli 2023 	€    961,95</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>factuur van 23 augustus 2023 	<emphasis role="underline">€    653,40    +</emphasis></para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>€ 5.620,45</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [naam] , director of Finance bij [bedrijf 2] (hierna te noemen: [naam] ), heeft per e-mail van 9 november 2023 -voor zover van belang- het volgende aan [eiser] bericht: “<emphasis role="italic">As you know, we received services that such as bookkeeping from your company for the years 2019-2020. The total amount of the invoices dated 2023 is 5,625 Euros. As a company heavily affected by the earthquake disaster that occurred in our country on 06.02.2023 we would be pleased that applied a discount on this amount if possible</emphasis>.”</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        [eiser] vordert -samengevat- veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 6.335,09, vermeerderd met rente en kosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>
        [eiser] legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [eiser] heeft in opdracht en voor rekening van [gedaagde] diensten verricht. [gedaagde] heeft, ondanks betalingsherinneringen en sommaties, nagelaten de aan haar gefactureerde kosten te voldoen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert primair tot afwijzing van de vordering van [eiser] . Subsidiair verzoekt zij de vordering van [gedaagde] met haar eigen schadevordering te verrekenen. Zowel primair als subsidiair verzoekt [gedaagde] [eiser] in de kosten van deze procedure te veroordelen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>
        [gedaagde] voert het volgende aan. [gedaagde] stelt dat de door [eiser] gefactureerde kosten betrekking hebben op diensten die reeds in de jaarlijkse vergoeding zijn begrepen en [gedaagde] deze kosten al aan [eiser] heeft voldaan. Voor zover [eiser] zich beroept op de door haar overgelegde en in rechtsonderdeel 3.3 genoemde e-mail stelt [gedaagde] dat [naam] niet bevoegd was om namens haar betalingstoezeggingen te doen. [gedaagde] stelt ook dat [eiser] juist haar contractuele verplichtingen niet is nagekomen, waardoor zij schade heeft geleden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Verschuldigdheid van de gevorderde facturen </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>De kantonrechter overweegt dat [gedaagde] niet heeft weersproken dat [eiser] de werkzaamheden, zoals genoemd in de gevorderde facturen heeft verricht. Evenmin heeft [eiser] de hoogte van de gevorderde kosten weersproken. Dit betekent dat de gevorderde facturen in beginsel toewijsbaar zijn. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor zover [gedaagde] stelt dat de gefactureerde kosten betrekking hebben op werkzaamheden die in de overeengekomen jaarlijkse vergoeding aan [eiser] zijn begrepen en zij deze kosten reeds aan [eiser] heeft voldaan overweegt de kantonrechter dat [gedaagde] deze stelling op geen enkele wijze heeft onderbouwd. [gedaagde] heeft alleen bij conclusie van antwoord door haar gemachtigde ingediende vennootschapsbelastingaangiften over de jaren 2019 tot en met 2022 overgelegd. Het lag op de weg van [gedaagde] om deugdelijk te stellen welke bedragen aan jaarlijkse vergoeding zij al aan [eiser] had voldaan en op welke werkzaamheden deze betalingen zien. Nu [gedaagde] dit heeft nagelaten zijn de gevorderde factuurbedragen in zoverre toewijsbaar. De vraag of [gedaagde] de verschuldigdheid van de totale factuursom eerder buitengerechtelijk heeft erkend behoeft gelet op het vorenstaande geen beantwoording.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Verrekeningsverweer</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] stelt in haar verweer ook dat [eiser] tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen, waardoor zij schade heeft geleden. [gedaagde] wenst deze schade op [eiser] te verhalen, dan wel deze schade te verrekenen met het bedrag dat zij nog aan [eiser] verschuldigd is. [eiser] betwist de door [gedaagde] gestelde tekortkoming en schade. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [gedaagde] onvoldoende onderbouwd gesteld dat [eiser] tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen. Evenmin is gesteld of gebleken dat [gedaagde] [eiser] (tijdig) in gebreke heeft gesteld ten aanzien van de vermeende tekortkoming, zodat [eiser] niet in verzuim is komen te verkeren, hetgeen voor een beroep op verrekening wel is vereist.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>Overigens merkt de kantonrechter nog op dat indien al zou moeten worden aangenomen dat er sprake is van een toerekenbare tekortkoming aan de zijde van [eiser] als gevolg waarvan [gedaagde] schade heeft geleden en er sprake zou zijn van verzuim, [gedaagde] haar schade onvoldoende heeft onderbouwd, zodat ook om die reden het beroep op verrekening niet opgaat. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Buitengerechtelijke incassokosten </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>
        [eiser] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 Burgerlijk Wetboek (BW) en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). [eiser] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. [eiser] heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Daarom zal een bedrag van € 656,02 worden toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten is eveneens toewijsbaar. </para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>
        [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De proceskosten van [eiser] worden begroot op:</para>
      </parablock>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- kosten van de dagvaarding</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>   115,22</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- griffierecht</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>   543,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris gemachtigde</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>   678,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(2 punten × € 339,00)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- nakosten</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>   135,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal                                                    </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>1.471,22</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 5.620,45, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het toegewezen bedrag, vanaf de respectieve vervaldata van de onderliggende facturen, tot de dag van volledige betaling,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 656,02 aan buitengerechtelijke kosten,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.471,22, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.4.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de buitengerechtelijke kosten en proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.5.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Ebben en in het openbaar uitgesproken op 27 augustus 2025.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>