<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2025:5689</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-22T10:53:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-07-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11183305 MB VERZ 24-493</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Bergen op Zoom</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:5689">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:5689</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-22T10:52:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:5689 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 03-07-2025 / 11183305 MB VERZ 24-493</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2025:5689:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Gedeeltelijk gegrond: beroep tegen verkeersboete, gedraging staat vast, reden om boete te matigen, gedeeltelijk gegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2025:5689:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</title>
    <para>Team strafrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Bergen op Zoom</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer.: 	 11183305 \ MB VERZ  24-493</para>
      <para>CJIB-nummer: 	 6062 5422 5063 8122</para>
      <para>uitspraakdatum: 3 juli 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
      <para>naam		: <emphasis role="bold">[betrokkene]</emphasis></para>
      <para>adres		: [adres]</para>
      <para>woonplaats	: [woonplaats] </para>
      <para>hierna: betrokkene</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Verloop van de procedure</title>
    <para>Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is behandeld op de zitting van 3 juli 2025. Namens de officier van justitie is verschenen mr. I.M.E. van der Meijden  (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Standpunten</title>
    <para>De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: een voorrangsvoertuig (van bijvoorbeeld ambulance, brandweer of politie) niet voor laten gaan op de Rooseveltlaan te Bergen op Zoom op 1 juli 2022 om 23:20 uur.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene was ten tijde van de gedraging beginnend bestuurder. Betrokkene reed ter hoogte van de vermeende pleeglocatie toen er twee politie busjes, met zwaailichten aan, achter betrokkene reden. De sirene stond op dit moment uit. Betrokkene raakte in paniek en verminderde vaart om een plek langs de weg te zoeken. Echter, is het trottoir aan de Rooseveltlaan verhoogd en had parkeren schade aan de auto kunnen veroorzaken. Vervolgens hebben de twee politie busjes hun sirene aangezet en heeft betrokkene de eerste afslag naar rechts genomen. Het was niet de bedoeling van betrokkene om de politieambtenaren te vertragen.<?linebreak?></para>
      <para>De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. De trottoirranden op de pleeglocatie waren niet zodanig hoog dat er voor betrokkene geen mogelijkheid was om te stoppen. Betrokkene is bij de officier van justitie niet gewezen op het recht om gehoord te worden. Vanwege deze schending van de hoorplicht verzoekt de zittingsvertegenwoordiger de boete te matigen met 25%. Voorts is er sprake van overschrijding van de redelijke termijn, waardoor de zittingsvertegenwoordiger verzoekt de boete nogmaals te matigen met 25%.  </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Inhoudelijk</emphasis>
        <?linebreak?>De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. </para>
      <para>In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven om te twijfelen aan de juistheid van die verklaring of indien dergelijke feiten en omstandigheden uit het dossier blijken.</para>
      <para>De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. </para>
      <para>De boete is dus terecht opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Overschrijding redelijke termijn </emphasis>
      </para>
      <para>Een ieder heeft recht op behandeling van zijn rechtszaak binnen een redelijke termijn (artikel 6, lid 1 van het EVRM). Volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:GHARL:2017:1777) is sprake van schending van die redelijke termijn van berechting wanneer de procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter tezamen langer dan twee jaar heeft geduurd. Deze termijn vangt aan bij het opleggen van de boete.</para>
      <para>In dit geval is de boete opgelegd op 13 juli 2022 en is de redelijke termijn dus met ruim 11 maanden overschreden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Omdat sprake is van een overschrijding zal de kantonrechter de boete matigen met 25% (zie ECLI:NL:GHARL:2023:6369). Het beroep is dus gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Schending hoorplicht</emphasis>
      </para>
      <para>Betrokkene heeft, zonder tussenkomst van een gemachtigde, beroep aangetekend bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft betrokkene niet in de gelegenheid gesteld om te worden gehoord. Dit is in strijd met de wet, omdat niet is voldaan aan de wettelijke voorwaarden om van horen af te zien. Volgens vaste rechtspraak dient dit te leiden tot vernietiging van de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep. </para>
      <para>Het beroep tegen die beslissing is om die reden gegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter ziet verder reden de boete nogmaals te matigen met 25%, omdat sprake is van een structurele schending van de hoorplicht (zie het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, ECLI:NL:GHARL:2022:9934). </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;</para>
      <para>‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 140,62, plus € 9,- administratiekosten;</para>
      <para>‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 109,38, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier mr. J.T. Jonker, en in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2025. De griffier is niet in de gelegenheid deze uitspraak mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Als u het niet eens bent met deze beslissing , dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:</para>
    </parablock>
    <orderedlist numeration="loweralpha">
      <listitem>
        <para>de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <parablock>
      <para>Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 67, 4330 AB Middelburg. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">U dient daarbij het zaaknummer te vermelden</emphasis>.</para>
      <para>De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum verzending: </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>