<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2025:5477</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-21T09:41:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-04-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/02/416786 FA RK 23-5757</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#rekestprocedure">Rekestprocedure</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:5477">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:5477</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-15T13:15:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:5477 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 01-04-2025 / C/02/416786 FA RK 23-5757</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2025:5477:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>C/02/416786 FA RK 23-5757 (echtscheiding) en C/02/433390 FA RK 25-1510 (boedel) . scheiding van tafel en bed.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2025:5477:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Team Familie- en Jeugdrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Middelburg</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Zaaknummers: C/02/416786 FA RK 23-5757 (echtscheiding) en C/02/433390 FA RK 25-1510 (boedel) </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">beschikking betreffende scheiding van tafel en bed d.d. 1 april 2025</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>in de zaak van</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [de vrouw]
      </emphasis>,								</para>
    <para>wonende te [woonplaats],</para>
    <para>hierna te noemen de vrouw,</para>
    <para>advocaat mr. V.C. Serrarens, gevestigd te Middelburg,</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>en</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [de man]
      </emphasis>,									</para>
    <para>wonende te [woonplaats],</para>
    <para>hierna te noemen de man,</para>
    <para>advocaat mr. R. Wouters, gevestigd te Middelburg.</para>
  </parablock>
  <para>
    <emphasis role="bold">1.	Het procesverloop</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>1.1.	Dit blijkt uit de volgende stukken:</para>
  </parablock>
  <para>- het op 7 december 2023 ontvangen verzoekschrift met bijlagen;</para>
  <para>- het op 6 maart 2024 ontvangen verweerschrift tevens houdende zelfstandig verzoek;</para>
  <para>- het F9-formulier d.d. 2 april 2024 van mr. Serrarens, bevattende een aanvullend </para>
  <para>verzoekschrift tot scheiding van tafel en bed, met bijlage; </para>
  <para>- het op 1 mei 2024 ontvangen verweerschrift op het aanvullend verzoek met bijlagen;</para>
  <para>- het F9-formulier d.d. 15 augustus 2024 van mr. Serrarens, met bijlagen;</para>
  <para>- het F9-formulier d.d. 24 september 2024 van mr. Serrarens;</para>
  <para>- het F9-formulier d.d. 3 oktober 2024 van mr. Serrarens, met bijlagen;</para>
  <para>- het F9-formulier d.d. 10 oktober 2024 van mr. Serrarens, met bijlage;</para>
  <para>- het F9-formulier d.d. 21 oktober 2024 van mr. Serrarens, met bijlagen;</para>
  <para>- het F9-formulier d.d. 23 oktober 2024 van mr. Wouters;</para>
  <para>- het F9-formulier d.d. 21 november 2024 van mr. Serrarens, met bijlagen;</para>
  <para>- het F9-formulier d.d. 12 december 2024 van mr. Serrarens, bevattende een tweede aanvullend verzoekschrift tot scheiding van tafel en bed, met bijlage;</para>
  <para>- het F9-formulier d.d. 6 februari 2025 van mr. Serrarens, met bijlage;</para>
  <para>- het F9-formulier d.d. 13 februari 2025 van mr. Wouters, met bijlagen;</para>
  <para>- het F9-formulier d.d. 18 februari 2025 van mr. Serrarens, met bijlage.</para>
  <parablock>
    <para>1.2.	De zaak is behandeld op de mondelinge behandeling van 27 februari 2025. Bij die gelegenheid zijn verschenen de man, bijgestaan door zijn advocaat en de advocaat van de vrouw. De vrouw is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Partijen zijn op [datum] 1985 in de gemeente Capelle aan den IJssel met elkaar gehuwd in algehele gemeenschap van goederen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De verzoeken</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De vrouw verzoekt, na aanvulling en voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
      <orderedlist numeration="arabic">
        <listitem>
          <para>de scheiding van tafel en bed uit te spreken tussen partijen die op [datum] 1985 in gemeenschap van goederen in de gemeente Capelle aan den IJssel zijn gehuwd.</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>te bepalen dat het nog na te zenden door partijen ondertekende convenant deel zal uitmaken van de beschikking en deze aan de beschikking te hechten.</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de verdeling van de gemeenschap van goederen bij helfte te gelasten en de man daartoe eerst te bevelen inzicht te verschaffen in alle bezittingen en schulden voor een datum die u in goede justitie vermeent te behoren eventueel op verbeurte van een dwangsom van € 500,- per dag dat de man in gebreke blijft.</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>te bepalen dat de man een partneralimentatie van € 2.500,= bruto per maand dient te voldoen aan de vrouw, te betalen voor de eerste dag van iedere maand met ingang van datum inschrijving scheiding van tafel en bed in het huwelijksgoederenregister, danwel een bedrag en datum die u in goede justitie vermeent te behoren.</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>vast te stellen de saldi van de gemeenschap van goederen en tot verdeling over te gaan bij helfte zoals verwoord onder punt 4 van het tweede aanvullend verzoekschrift.</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de wet verevening pensioenrechten van toepassing te verklaren ten aanzien van het ouderdomspensioen van partijen.</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De man voert verweer en verzoekt alle verzoeken van de vrouw af te wijzen dan wel niet-ontvankelijk te verklaren en verzoekt na aanvulling, bij wijze van zelfstandig voorwaardelijk verzoek, in het geval de scheiding van tafel en bed door de rechtbank wordt uitgesproken om bij beschikking, voor zover de wet dit toelaat, uitvoerbaar bij voorraad:</para>
      <orderedlist numeration="arabic">
        <listitem>
          <para>Het door partijen nog te ondertekenen echtscheidingsconvenant aan de beschikking te hechten en te bepalen dat de bepalingen uit het echtscheidingsconvenant deel uitmaken van de te geven beschikking dan wel, voor het geval partijen niet tot een ondertekend echtscheidingsconvenant zijn gekomen, de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap tussen partijen vast te stellen conform een nader in te dienen formulier "Verdelen en Verrekenen".</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Voorwaardelijk, voor het geval een partneralimentatie wordt vastgesteld, te bepalen dat deze partneralimentatie tot 1 maart 2026 zal duren.</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Te bepalen dat na verkoop partijen gehouden zijn van de opbrengst van de woning de volgende schulden te voldoen:</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <parablock>
        <para>• De verkoopkosten van de makelaar;</para>
        <para>• de hypotheek van circa € 222.036 bij de ING;</para>
        <para>• de lening van partijen aan [B.V.] van (op 31 -12-2023) € 195.303 (in verband met aankoop woning [adres 1]); </para>
        <para>• De rekeningcourantschuld bij [B.V.] van (op 31-12-2023) € 127.936.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Inhoudelijke beoordeling in de zaak met zaaknummer C/02/416786 FA RK 23-5757</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Scheiding van tafel en bed</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De vrouw heeft verzocht de scheiding van tafel en bed uit te spreken, stellende dat het huwelijk van partijen duurzaam is ontwricht. De vrouw heeft de echtelijke woning reeds geruime tijd geleden verlaten, te weten op 28 november 2021. De man betwist dat het huwelijk van partijen duurzaam is ontwricht. Door de vrouw is niet alles geprobeerd om het huwelijk volledig in stand te houden, hetgeen wel van haar mag worden verwacht. De man voert derhalve formeel verweer tegen het verzoek van de vrouw, maar hij kent de rechtspraak op dit gebied.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 1:151 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW), de echtscheiding op verzoek van één der echtgenoten wordt uitgesproken, indien het huwelijk duurzaam is ontwricht. Op diezelfde grond kan, gezien het bepaalde in artikel 1:169 BW, de scheiding van tafel en bed worden uitgesproken. Blijkens de wetsgeschiedenis is een huwelijk duurzaam ontwricht indien de voortzetting van de samenleving ondraaglijk is geworden of, anders gezegd, indien de samenleving krachteloos is gemaakt. Het element duurzaamheid moet aldus worden verstaan dat er geen uitzicht bestaat op herstel van enigszins behoorlijke echtelijke verhoudingen.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is sprake van een duurzame ontwrichting van het huwelijk. Partijen wonen reeds geruime tijd niet meer samen, hebben zelfs geen contact met elkaar en de vrouw is bestendig in haar wens van de man te scheiden. Voldoende vast staat dan ook dat er geen uitzicht bestaat op herstel van de echtelijke verhoudingen. Het verzoek van de vrouw tot scheiding van tafel en bed wijst de rechtbank derhalve toe. Daarmee kunnen de nevenverzoeken (ook) behandeld worden.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Partneralimentatie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Partijen hebben - na een korte schorsing tijdens de mondelinge behandeling - (alsnog) overeenstemming bereikt omtrent de partneralimentatie. Zij zijn overeengekomen dat de man tot 1 maart 2026 aan de vrouw voor levensonderhoud voor de toekomst bij vooruitbetaling moet voldoen een bedrag van € 1.500,= bruto per maand. Met ingang van 1 maart 2026 vervalt de alimentatieverplichting van de man aan de vrouw. Op de man rust de verplichting mee te werken aan de mededeling van de scheiding van tafel en bed bij de pensioenuitvoerder. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Deze overeenstemming komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal op onderstaande wijze worden toegewezen. De rechtbank stelt vast dat partijen tijdens de schorsing van de mondelinge behandeling geen nadrukkelijke ingangsdatum overeen zijn gekomen. De rechtbank zal, conform het verzoek van de vrouw, als ingangsdatum bepalen de datum van inschrijving van de scheiding van tafel en bed in het huwelijksgoederen-register, nu de man tot op heden voornoemde bijdrage steeds heeft betaald en hij niet expliciet verweer heeft gevoerd tegen de door de vrouw verzochte ingangsdatum. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Inhoudelijke beoordeling in de zaak met zaaknummer C/02/433390 FA RK 23-5757 </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Partijen zijn tijdens een volgende schorsing van de mondelinge behandeling ter zake de verdeling van hun huwelijksgemeenschap het navolgende overeengekomen:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>De verkoopopbrengst van de aan een derde verkochte maar nog niet geleverde woning aan [adres 2] te [woonplaats] zal aan de man toekomen. De man zorgt ervoor dat de woning wordt ontruimd;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>De woning aan [adres 3] te [woonplaats] wordt toegedeeld aan de vrouw, zonder nadere verrekening. De voor de aankoop van de woning afgesloten lening bij Van [B.V.] BV zal de man, onder vrijwaring van de vrouw,  voor zijn rekening nemen en als eigen schuld voldoen. De man werkt mee aan de levering van de woning aan [adres 3] te [woonplaats] aan de vrouw;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>De bankrekeningen van partijen worden voortgezet door degene op wiens naam de betreffende rekening staat, zonder nadere verrekening van de saldi;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>De aandelen van [B.V.] worden toegedeeld aan de man, zonder nadere verrekening van waarde met de vrouw;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>De man zal alle gemeenschapsschulden, waaronder de lening van [B.V.], de ING hypotheek, de RC schuld aan [B.V.] en de ING creditcard, voor zijn rekening nemen en als eigen schulden voldoen, onder vrijwaring van de vrouw. De man zal de schulden voldoen uit de verkoopopbrengst van de woning aan  [adres 2] te [woonplaats];</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Alle kosten voortkomend uit de overeengekomen wijze van verdeling van de huwelijksgemeenschap, daaronder (onder andere) te verstaan de (notariële) kosten van levering van de woning aan [adres 3] te [woonplaats] aan de vrouw, het overzetten van de aandelen van de BV op naam van de man en het ontslag van de vrouw uit de BV, worden door de man voor eigen rekening voldaan, met uitzondering van onvoorziene kosten die nog voortvloeien uit de woning aan [adres 2] te [woonplaats], zoals een rot dak of wanneer de huidige kopers de woning niet afnemen. Laatstgenoemde kosten worden door partijen gezamenlijk gedragen, ieder voor de helft;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Partijen behouden beiden de bij hem of haar in gebruik zijnde auto, zonder nadere verrekening van waarde; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>De inboedel is inmiddels verdeeld. Ieder behoudt hetgeen hij/zij nu in zijn/haar bezit heeft, zonder nadere verrekening;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Het saldo van de ING Portefeuilledeel Beleggingsrekening met [nummer] wordt toegedeeld aan de man; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>De man draagt zorg voor de actieve uitvoering van de overeengekomen wijze van verdeling van de huwelijksgemeenschap;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>De man voldoet, bij levering van de woning aan [adres 2] te [woonplaats] aan kopers, aan de vrouw wegens overbedeling een bedrag van € 250.570,=. Dit bedrag is de resultante van het afgesproken bedrag van € 250.000,= vermeerderd met de helft van de ING Beleggingsrekening, gesteld op € 750,= en minus de helft van de creditcardschuld, gesteld op € 180,=.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>De advocaat van de vrouw heeft medegedeeld dat – vanwege de verkoop van de woning aan [adres 2] te [woonplaats] – alle andere verzoeken niet meer nodig zijn. De rechtbank begrijpt dat de vrouw alle overige verzoeken heeft ingetrokken. Omdat deze verzoeken niet meer voorliggen zal de rechtbank deze verzoeken afwijzen. De rechtbank zal dienovereenkomstig op onderstaande wijze beslissen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">In de zaak met zaaknummer C/02/416786 FA RK 23-5757</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>spreekt uit de scheiding van tafel en bed tussen partijen, op [datum] 1985 in de gemeente Capelle aan den IJssel met elkaar gehuwd;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt, uitvoerbaar bij voorraad, dat de man vanaf de dag dat de scheiding van tafel en bed wordt ingeschreven in het huwelijksgoederenregister aan de vrouw voor levensonderhoud bij vooruitbetaling en tot 1 maart 2026 moet voldoen een bedrag van € 1.500,= bruto per maand, waarbij op de man de verplichting rust mee te werken aan de mededeling van de scheiding van tafel en bed bij de pensioenuitvoerder;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">In de zaak met zaaknummer C/02/433390 FA RK 23-5757</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gelast, uitvoerbaar bij voorraad, de verdeling van de huwelijksgemeenschap van partijen op de wijze zoals vermeld in de rechtsoverwegingen 4.6;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt, uitvoerbaar bij voorraad, dat de man, bij levering van de woning aan [adres 2] te [woonplaats] aan kopers, aan de vrouw wegens overbedeling moet voldoen een bedrag van € 250.570,=;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het meer of anders verzochte af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	Deze beschikking is gegeven door mr. Van Noort, en, in tegenwoordigheid van mr. Oude Weernink, griffier, in het openbaar uitgesproken op 1 april 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Mededeling van de griffier</emphasis>:</para>
      <para>Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <parablock>
      <para>Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het </para>
      <para>gerechtshof ’s-Hertogenbosch.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>