<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2025:5073</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-07T10:07:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-07-31</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">BRE 24/1995</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:5073">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:5073</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-07T10:07:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:5073 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 31-07-2025 / BRE 24/1995</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2025:5073:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>WOZ niet-woning, compromis ter zitting.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2025:5073:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Belastingrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: BRE 24/1995</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 juli 2025 in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
      <para>
        <?linebreak?>
        [belanghebbende] BV, gevestigd te [plaats] , belanghebbende,</para>
      <para>(gemachtigde: [gemachtigde] ),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de heffingsambtenaar van de gemeente Geertruidenberg, </emphasis>de heffingsambtenaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Inleiding</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>In deze uitspraak behandelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 21 december 2023.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <parablock>
        <para>De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende met dagtekening 25 februari 2023 een biljet toegezonden met daarop twee waardebeschikkingen. </para>
        <para>Het betreft allereerst de waarde van de onroerende zaak ter plaatse bekend als [adres 1] (hierna: het object) op 1 januari 2022 (de waardepeildatum) vastgesteld op € 2.650.000 (hierna: beschikking 1). Tegelijk met deze waardevaststelling is aan belanghebbende ook de aanslag in de onroerendezaakbelastingen-eigenarenheffing van de gemeente Geertruidenberg voor het jaar 2023 opgelegd (aanslag 1).</para>
        <para>Tevens is de waarde van de onroerende zaak ter plaatse bekend als [adres 2] (hierna: het kinderdagverblijf) op 1 januari 2022 (de waardepeildatum) vastgesteld op € 198.000 (hierna: beschikking 2). Tegelijk met deze waardevaststelling is aan belanghebbende ook de aanslag in de onroerendezaakbelastingen-eigenarenheffing van de gemeente Geertruidenberg voor het jaar 2023 opgelegd (aanslag 2).</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende deels gegrond verklaard, de waarde van object 1 verlaagd naar € 2.296.000 en aanslag 1 dienovereenkomstig verlaagd. De waarde en de aanslag van het kinderdagverblijf zijn niet gewijzigd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 30 januari 2025 op zitting behandeld, gelijktijdig maar niet gevoegd, met de zaak met nummer 24/1994. Aan het slot van deze zitting is de behandeling aangehouden en hebben partijen een bewijsopdracht gekregen. Partijen hebben daaraan gevolg gegeven. </para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6.</nr>
      <para>De rechtbank heeft de behandeling van het beroep ter zitting van 30 juli 2025 hervat. Hieraan hebben deelgenomen als gemachtigde van belanghebbende [gemachtigde] , directeur en namens de heffingsambtenaar [persoon] . </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Beoordeling door de rechtbank </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Belanghebbende was op de waardepeildatum eigenaar van beide objecten. De betreden beschikkingen zijn zogeheten eigenaren-beschikkingen. Tegelijk met deze zaak is het beroep van de gebruiker van object 1 behandeld.<footnote-ref linkend="_8f4cf4c5-6fea-41e9-9c8a-dfa6f39240be" /> In die zaak is heden ook uitspraak gedaan. De gebruikers-beschikking en aanslag van object 2 maken geen onderdeel uit van dit geschil.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Partijen hebben ter zitting bij wijze van compromis overeenstemming bereikt. Afgesproken is dat de waarde van object 1 voor het jaar 2023 wordt vastgesteld op € 1.800.000. Deze waarde heeft betrekking op het afgebakende deel van de </para>
        <para>voormalige school, exclusief het gedeelte waarin het kinderdagverblijf was gevestigd.<footnote-ref linkend="_1d713a22-fe09-409b-ad45-889d561cde22" /> Zoals ter zitting besproken wordt in deze uitspraak het ter zitting bereikte compromis bevestigd. Aanslag 1 zal de WOZ-waarde van object 1 volgen en dus ook worden verlaagd. De waardebeschikking van object 2 alsmede aanslag 2 wijzigt niet. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Conclusie en gevolgen </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Het beroep is (deels) gegrond. Dit betekent dat beschikking 1 wordt verlaagd. Aanslag 1 volgt de beschikking en moet dus ook worden verlaagd. De rechtbank vernietigt in zoverre de uitspraak op bezwaar.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Omdat het beroep (deels) gegrond is moet de heffingsambtenaar het griffierecht aan belanghebbende vergoeden. Belanghebbende heeft geen proceskosten gesteld.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep gegrond;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vernietigt de uitspraak op bezwaar voor zover deze betrekking heeft op beschikking 1 en aanslag 1 en bevestigt de uitspraak voor het overige;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vermindert beschikking (waarmee de WOZ-waarde van object 1 is bepaald) tot een bedrag van € 1.800.000;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vermindert aanslag 1 dienovereenkomstig;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>handhaaft beschikking 2 (waarmee de WOZ-waarde van object 2 is bepaald) en aanslag 2;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 371 aan belanghebbende moet vergoeden.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Dondorp-Loopstra, rechter, in aanwezigheid van M.M.I. van Dijk-Saris, griffier, op 31 juli 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Informatie over hoger beroep</emphasis>
      </para>
      <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_8f4cf4c5-6fea-41e9-9c8a-dfa6f39240be" label="1">
    <para> Zaaknummer 24/1994</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1d713a22-fe09-409b-ad45-889d561cde22" label="2">
    <para> Tussen partijen is niet langer in geschil dat op basis van het gebruik het object in delen is opgesplitst (de zogeheten object-afbakening).</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>