<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2025:4847</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-01T10:19:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-06-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/02/434752 / JE RK 25-779</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#rekestprocedure">Rekestprocedure</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:4847">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:4847</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-01T10:15:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:4847 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 18-06-2025 / C/02/434752 / JE RK 25-779</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2025:4847:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verlenging ondertoezichtstelling voor de duur van drie maanden – overige drie maanden aangehouden tot nadere mondelinge behandeling – betrokkenheid van de GI nog nodig om concrete contactregeling op te stellen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2025:4847:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Familie- en Jeugdrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/02/434752 / JE RK 25-779</para>
      <para>Datum uitspraak: 18 juni 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd te 's-Hertogenbosch,</para>
      <para>hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (GI), </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>over</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [minderjarige 1]
        </emphasis>, </para>
      <para>geboren op [geboortedag 1] 2014 in [geboorteplaats] , </para>
      <para>hierna te noemen: [minderjarige 1] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [minderjarige 2]
        </emphasis>, </para>
      <para>geboren op [geboortedag 2] 2017 in [geboorteplaats] ,</para>
      <para>hierna te noemen: [minderjarige 2] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de moeder]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende in [woonplaats] ,</para>
      <para>hierna te noemen: de moeder,</para>
      <para>advocaat: mr. W.C.G.M. van Hoof te Tilburg,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de vader]
        </emphasis>,</para>
      <para>hierna te noemen: de vader,</para>
      <para>wonende in [woonplaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het verzoek met bijlagen van de GI van 27 april 2025, ingekomen bij de griffie op 28 april 2025;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het bericht van mr. Van Hoof van 22 mei 2025.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 18 juni 2025. Daarbij waren aanwezig en zijn gehoord:</para>
      <para>- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;</para>
      <para>- een vertegenwoordiger van de GI.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Hoewel daartoe correct opgeroepen, is de vader niet bij de mondelinge behandeling verschenen. De GI heeft aangevoerd dat de vader op de hoogte is van de mondelinge behandeling en aan de GI heeft aangegeven niet te zullen verschijnen. De kinderrechter heeft daarop besloten de mondelinge behandeling voort te zetten in afwezigheid van de vader. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>De kinderrechter heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] uitgenodigd om hun mening te geven in een gesprek met de kinderrechter of op een andere manier. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij hun moeder.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Bij beschikking van 20 maart 2025 heeft de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengd met ingang van 29 maart 2025 tot 29 juni 2025.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het verzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De kinderrechter begrijpt uit de toelichting van de GI tijdens de mondelinge behandeling dat de GI het verzoek wijzigt in die zin dat wordt verzocht de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van zes maanden waarbij drie maanden direct worden toegewezen en de overige drie maanden worden aangehouden.   </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het standpunt van de GI</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Ter onderbouwing van het verzoek heeft de GI, samengevat, het volgende</para>
        <para>aangevoerd. De samenwerking tussen de ouders en de GI verloopt nog steeds wisselend, maar de GI merkt dat de moeder een positieve ontwikkeling laat zien. Zij werkt steeds beter mee en lijkt open te staan voor adviezen. Het is voor de GI nog wel moeilijk om in contact te komen met de moeder omdat zij haar telefoonnummer niet wil verstrekken. Daarbij is het positief dat het contact tussen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en de vader goed verloopt en de moeder [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ook steeds meer de ruimte geeft om het contact met hun vader aan te gaan. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben sinds de mondelinge behandeling van 20 maart 2025 ook meerdere contactmomenten gehad met de vader én hebben bij hem overnacht. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Ondanks deze positieve ontwikkeling zijn de doelen van de ondertoezichtstelling nog niet volledig behaald. Bij beschikking van 20 maart 2025 heeft de kinderrechter de ondertoezichtstelling verlengd, omdat de ouders niet in staat waren om constructief samen te werken en afspraken te maken om het contact tussen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en de vader duurzaam te borgen. Deze situatie is de afgelopen periode helaas niet veranderd. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben pas bij de vader overnacht nadat de vader gedreigd had met het zetten van juridische stappen via een kort geding. Ook lukt het de ouders niet om verdere afspraken te maken dan tot de zomervakantie omdat zij beiden een andere verwachting hebben van deze afspraken. Daarbij hebben er de afgelopen periode nog steeds discussies plaatsgevonden over de contactregeling en frustraties van de ene ouder naar de andere ouder over hun opvoedsituatie. Dit gebeurt voornamelijk omdat er nog steeds geen communicatie is tussen de ouders en al het contact loopt via de meerderjarige dochter van de moeder. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Om discussies en frustraties te voorkomen, adviseert de GI om een vaste contactregeling op te stellen met daarin alle facetten van het contact beschreven, zoals de vakanties, de tijden van het contact en het handelen bij spoedgevallen of ziekte. Op die manier wordt het contact tussen de vader en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] geborgd, weten [minderjarige 1] en [minderjarige 2] waar zij aan toe zijn en hoeven de ouders geen afspraken in onderling overleg meer te maken. Het is in dat kader ook van belang dat de ouders zich focussen op hun eigen opvoedsituatie. De ouder bij wie [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verblijven heeft de regie over de invulling van die dagen. Ook dienen er in de regeling afspraken te worden vastgelegd over de communicatie tussen de ouders. Gisteren heeft de GI een concept contactregeling naar de ouders gestuurd, maar de moeder heeft daar afwijzend op gereageerd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande acht de GI een verlenging van de ondertoezichtstelling  noodzakelijk om een contactregeling op te stellen die voldoet aan voornoemde voorwaarden. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de GI haar verzoek gewijzigd en aangegeven dat een periode van drie maanden voldoende zou moeten zijn om dit te bewerkstelligen. De GI begrijpt dat de ouders een afronding van de ondertoezichtstelling wensen, maar benadrukt dat het opstellen van structurele afspraken hiervoor nog noodzakelijk is. De ouders dragen daarvoor zelf de verantwoordelijk. Zij zullen concessies moeten doen ten aanzien van hun individuele wensen en kijken wat in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] is. Als een duidelijke contactregeling is opgesteld, zal de GI een verzoek indienen om deze vast te laten stellen. Als dat is gebeurd, is de GI van mening dat het hoogst haalbare binnen de ondertoezichtstelling is bereikt. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De standpunten van belanghebbenden</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Door en namens de moeder is, samengevat, aangevoerd dat zij zich verzet tegen het verzoek van de GI. De moeder erkent dat er bij haar weerstand bestond om [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar de vader te laten gaan maar dat is nu niet meer aan de orde. De contactmomenten tussen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en de vader verlopen goed en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben het naar hun zin bij de vader. De moeder ziet daarom geen reden meer om het contact tussen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en hun vader te belemmeren en wil de voortdurende strijd niet meer voeren. De ernstige ontwikkelingsbedreiging bij [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zag op het feit dat het contact tussen hen en de vader niet geborgd zou zijn maar daarvan is nu geen sprake meer. Daarbij hebben [minderjarige 1] en [minderjarige 2] duidelijkheid nu de contactregeling wordt nagekomen. Ook geeft de moeder aan dat zij de opvoedsituatie bij de vader reeds heeft losgelaten omdat zij daar te veel spanningen van ervaarde. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>Daarnaast ziet de moeder de meerwaarde van een duidelijke contactregeling niet in, omdat zij vindt dat de ouders in onderling overleg afspraken moeten kunnen maken. Daarbij verloopt de communicatie tussen de ouders al jaren via de oudste dochter van de moeder en zal de ondertoezichtstelling daar geen verandering meer in brengen. Dit hoeft ook niet vastgelegd te worden, aangezien dit al jaren goed verloopt. Ook ziet de moeder de meerwaarde van schriftelijke afspraken niet in omdat zij betwijfelt of de vader zich daaraan zal houden. De moeder vindt het bezwaarlijk dat de vader niets wordt kwalijk genomen, terwijl hij niet eens zijn verantwoordelijkheid heeft genomen door op de mondelinge behandeling te verschijnen. Gelet op al het voorgaande ziet de moeder geen wettelijke grondslag, maar voornamelijk geen toegevoegde waarde, in een verlenging van de ondertoezichtstelling. Indien het verzoek toch wordt toegewezen, verzoekt de moeder de verlenging in ieder geval in duur te beperken. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>6</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Wettelijk kader</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>Op grond van artikel 1:260 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kan de kinderrechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:255 lid 1 BW is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>Ingevolge het bepaalde in artikel 1:255 lid 1 BW kan de kinderrechter een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en:</para>
      <para>a. 	de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en;</para>
      <para>b. 	de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247 lid 2 BW, in staat zijn te dragen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Inhoudelijke beoordeling</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>Uit de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling is besproken blijkt naar het oordeel van de kinderrechter dat de doelen van de ondertoezichtstelling nog niet volledig zijn behaald. Er is bij [minderjarige 1] en [minderjarige 2] nog steeds sprake van een ernstige ontwikkelingsbedreiging die de ouders in het vrijwillig kader niet weg kunnen nemen. Hoewel de kinderrechter onderschrijft dat er sprake is van regelmatig contact tussen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en hun vader is dit contact nog onvoldoende duurzaam geborgd. Het doet de kinderrechter deugd om te horen dat de moeder tot inzicht is gekomen en het contact tussen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en de vader niet meer belemmerd. De moeder heeft deze omslag echter pas zeer recent gemaakt naar aanleiding van een dreiging van de vader met een kort geding. De afgelopen jaren is een duidelijk patroon zichtbaar waarin het een periode goed gaat maar daarna toch weer discussies tussen de ouders ontstaan die leiden tot een afname van het contact tussen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en de vader. De kinderrechter vindt het daarom te vroeg om te spreken van duurzaam geborgd contact. Daarbij is de ernstige ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ook gelegen in de voortdurende ouderstrijd. Het lukt de ouders nog altijd niet om met elkaar te communiceren en afspraken te maken in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Ook blijkt dat er nog steeds discussies en frustraties tussen de ouders zijn omdat zij een andere visie op de opvoeding en de uitvoering van de huidige contactregeling hebben. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.4.</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat een verlenging van de ondertoezichtstelling noodzakelijk is. Met de GI is de kinderrechter van oordeel dat de ouders en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] gebaat zijn bij een contactregeling waarin alle mogelijke afspraken opgenomen worden, waaronder afspraken over de communicatie en de regie over de eigen opvoedsituatie. De kinderrechter betreurt het dan ook ten zeerste dat dit de ouders, zelfs met behulp van hun advocaten, nog steeds niet is gelukt. Hoewel de kinderrechter de wens van de moeder om onderling afspraken te maken begrijpt, benadrukt hij dat dit de afgelopen periode niet mogelijk is gebleken. Door een concrete contactregeling op te stellen hoeft er geen overleg plaats te vinden tussen de ouders en wordt de ruimte voor discussies beperkt. De kinderrechter is van oordeel dat de betrokkenheid van de GI nog nodig is om deze contactregeling op te stellen nu is gebleken dat de ouders hier onder eigen verantwoordelijkheid niet toe in staat zijn.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.5.</nr>
      <para>De kinderrechter zal dan ook het gewijzigde verzoek van de GI toewijzen, inhoudende dat drie maanden van het verzoek worden toegewezen en de overige drie maanden worden aangehouden. De kinderrechter acht het van belang om een tussentijds toetsmoment in te lassen. De ondertoezichtstelling is al meerdere keren verlengd met de opdracht om een duidelijke contactregeling op te stellen. Nu dit nog steeds niet is gerealiseerd, acht de kinderechter het van belang om een vinger aan de pols te houden. De kinderrechter begrijpt dat de ouders geen verlenging meer wensen, maar benadrukt dat de ouders nog één laatste stap moeten zetten om tot een afronding te komen. Indien er een vaste contactregeling ligt waarin alle afspraken zijn opgenomen, vermoedt de kinderrechter dat de ondertoezichtstelling spoedig kan worden afgesloten. De kinderrechter hoopt dat de ouders dit ook inzien en daarom bereid zijn mee te werken en concessies te maken. Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat de GI zeer betrokken is bij het gezin. De kinderrechter vertrouwt er dan ook op dat de GI de stappen zal nemen die nodig zijn om voornoemd doel te behalen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.6.</nr>
      <parablock>
        <para>De beoordeling van het resterende deel van het verzoek zal worden aangehouden</para>
        <para>tot de nadere mondelinge behandeling van <emphasis role="bold underline">[datum] te [uur]</emphasis>. Vanuit praktisch oogpunt zal de kinderrechter betrokkenen middels deze beschikking alvast oproepen voor deze nieuwe mondelinge behandeling. De datum voor deze nieuwe mondelinge behandeling is tot stand gekomen in overleg met de advocaat van de moeder en de GI. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.7.</nr>
      <para>De kinderrechter verzoekt de GI om hem (onder gelijktijdige verzending aan de ouders en de advocaat van de moeder) <emphasis role="bold underline">uiterlijk op 10 september 2025 </emphasis>schriftelijk te informeren over:</para>
      <para>- de actuele stand van zaken;</para>
      <para>- de ontwikkelingen rondom de contactregeling;</para>
      <para>- het standpunt over het resterende verzoek en het gewenste verdere procesverloop. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Uitvoerbaar bij voorraad</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.8.</nr>
      <para>De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.9.</nr>
      <para>Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <para>verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] met ingang van 29 juni 2025 tot 29 september 2025;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2.</nr>
      <para>verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3.</nr>
      <para>houdt de behandeling van het resterende deel van het verzoek aan tot de nadere mondelinge behandeling van <emphasis role="bold underline">[datum] 2025 te [uur]</emphasis>  , bij mr. Toekoen, kinderrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, in het gerechtsgebouw aan de Stationslaan 10, 4815 GW;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.4.</nr>
      <para>bepaalt dat een afschrift van deze beschikking <emphasis role="bold underline">geldt als oproeping</emphasis> voor die mondelinge behandeling voor de GI, de moeder en haar advocaat en de vader;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.5.</nr>
      <para>behoudt zich iedere verdere beslissing voor. </para>
      <para />
      <para>Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2025 door mr. Van Gessel, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Van der Linde als griffier, en op schrift gesteld op 2 juli 2025.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>