<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2025:4664</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-24T08:56:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-04-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11248980 CV EXPL 24-2614 (E)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Bergen op Zoom</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:4664">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:4664</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-22T08:03:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:4664 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 30-04-2025 / 11248980 CV EXPL 24-2614 (E)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2025:4664:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Geen aansprakelijkheid bewindvoerder, niet is komen vast te staan dat bewindvoerder in zijn zorg als goed bewindvoerder tekort is geschoten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2025:4664:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">mRECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Bergen op Zoom</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 11248980 \ CV EXPL  24-2614</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 30 april 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [plaats 1],</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [eiser],</para>
      <para>gemachtigde: mr. E.M.A. Leijser,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde], VOORHEEN H.O.D.N. [bedrijf 1], EERDER H.O.D.N. [bedrijf 2]</emphasis>, </para>
      <para>te [plaats 2],</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde],</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit het tussenvonnis van 2 oktober 2024 met de daarin genoemde processtukken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Op 18 maart 2025 is er een mondelinge behandeling gehouden, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. Aan het einde van de zitting heeft de kantonrechter bepaald dat er een vonnis zal worden uitgesproken. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De kern van de zaak</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiser] is per beschikking van 9 januari 2017 onder bewind gesteld met benoeming van [gedaagde] als bewindvoerder. Met ingang van 15 januari 2023 is het bewind opgeheven. [eiser] is deze procedure gestart omdat zij vindt dat [gedaagde] haar financiële belangen tijdens het bewind niet goed heeft beheerd en dat zij daardoor schade heeft geleden. [eiser] wil dat [gedaagde] een totaalbedrag van € 15.000,- aan schadevergoeding aan haar betaalt. Dit bedrag bestaat uit € 4.141,86 aan verschillende materiële schadeposten en € 10.858,14 aan immateriële schade. Daarnaast wil [eiser] dat [gedaagde] over de schadevergoeding wettelijke rente betaalt en wil zij vergoeding van de kosten die zij heeft moeten maken voor deze procedure.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] is het met de vordering niet eens, omdat hij vindt dat hij als bewindvoerder goed heeft gehandeld. In zijn schriftelijke reactie op de dagvaarding heeft hij aangegeven dat hij € 500,- aan schadevergoeding van [eiser] wil ontvangen voor de kosten die hij heeft gemaakt om te reageren in deze procedure. Tijdens de zitting heeft [gedaagde] aangegeven dat hij geen schadevergoeding wil ontvangen van [eiser], behalve een eventueel vastgesteld bedrag aan proceskostenvergoeding. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De kantonrechter zal de vorderingen van [eiser] afwijzen. Hierna wordt uitgelegd waarom.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>In artikel 1:444 BW is bepaald dat een bewindvoerder jegens de rechthebbende aansprakelijk is, indien hij in de zorg van een goed bewindvoerder te kort schiet, tenzij de tekortkoming hem niet kan worden toegerekend. De taak van een bewindvoerder is om zorg te besteden aan de goederen van de onder bewind gestelde en de financiën van de onder bewind gestelde op zorgvuldige wijze te beheren. Dat [gedaagde] als bewindvoerder hieraan niet heeft voldaan, is door [eiser] onvoldoende onderbouwd gesteld. Dit wordt hierna per gevorderde schadepost toegelicht.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Uitkeren van te weinig leefgeld</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <paragroup>
        <nr>3.1.1.</nr>
        <para>
          [eiser] geeft aan dat de bewindvoerder na de zomervakantie van 2022 minder leefgeld aan haar heeft uitgekeerd, zodat zij een bedrag van € 700,- van vrienden heeft moeten lenen. Allereerst heeft [eiser] niet onderbouwd waaruit blijkt dat er te weinig leefgeld is uitgekeerd en welk bedrag aan leefgeld dan uitgekeerd had moeten worden. Daarnaast is het niet zo dat het uitkeren van een lager bedrag aan leefgeld betekent dat [gedaagde] de financiën van [eiser] op onzorgvuldige wijze heeft beheerd. De hoogte van het leefgeld is namelijk afhankelijk van de financiële mogelijkheden en het budget dat [eiser] heeft. Zo kunnen kosten die [eiser] zelf maakt of veroorzaakt, gevolgen hebben voor de hoogte van het leefgeld dat zij uitgekeerd krijgt. </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Bijzondere bijstand</emphasis>
          </para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.1.2.</nr>
        <para>Volgens [eiser] heeft zij recht op bijzondere bijstand over de jaren 2022 en 2023, maar heeft [gedaagde] dit onterecht niet aangevraagd waardoor zij is benadeeld voor een bedrag van € 1.350,-. Uit het dossier blijkt niet dat [eiser] recht heeft op bijzondere bijstand over de door haar genoemde jaren. Dat is door haar niet onderbouwd, zodat niet vaststaat dat [eiser] schade heeft geleden. Daarbij komt dat [gedaagde] heeft aangevoerd dat hij meerdere keren om informatie aan [eiser] heeft gevraagd over haar inkomstenbronnen en haar auto. Dit blijkt ook uit de door hem overgelegde e-mails. [gedaagde] heeft onweersproken toegelicht dat het afhangt van een eigen inkomen en het hebben van een auto of [eiser] aanspraak kan maken op bijzondere bijstand en zo ja, wat daarvan dan de hoogte is. [eiser] heeft daarover geen openheid gegeven, zodat [gedaagde] niet kon vaststellen of zij aanspraak kon maken op bijzondere bijstand en hij die ook (terecht) niet heeft aangevraagd om te voorkomen dat er een mogelijke nieuwe schuld zou ontstaan. Dat [eiser] wel de gevraagde informatie heeft verstrekt is door haar niet aangetoond. Gelet op de toelichting van [gedaagde] kan dan ook niet worden geoordeeld dat [gedaagde] zijn zorgplicht heeft geschonden door de bijzondere bijstand niet aan te vragen. </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Afgeschreven bedragen naar [gedaagde]</emphasis>
          </para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.1.3.</nr>
        <para>Daarnaast geeft [eiser] aan dat [gedaagde] van haar rekening in december 2022 € 500,- en € 82,- heeft afgeschreven en in januari 2023 € 509,86 heeft afgeschreven. Deze bedragen zijn volgens [eiser] overgemaakt naar de rekening van [gedaagde], terwijl er geen leefgeld is overgemaakt. [gedaagde] heeft aangegeven dat hij in december 2022 een bedrag heeft ingehouden voor het opmaken van de eindafrekening en een bedrag voor het verzoek tot opheffing van de bewindvoering, maar betwist dat hij in januari 2023 nog een bedrag heeft ingehouden. Dat ook in januari 2023 een bedrag is ingehouden door [gedaagde], is door [eiser] niet onderbouwd. Zo heeft [eiser] geen rekeningafschriften overgelegd. Dit deel van de vordering staat daarom niet vast. Voor de door [gedaagde] erkende bedragen in december 2022 geldt dat hij die mocht afschrijven. Zo volgt uit de beschikking van 28 december 2022 dat [gedaagde] recht heeft op een beloning voor het opmaken van de eindafrekening. Dat [gedaagde] voor wat betreft de afschrijving van de bedragen in december 2022 op grond van zijn zorgplicht als bewindvoerder een andere keuze had moeten maken door de bedragen niet (in één keer) af te schrijven is niet onderbouwd en dat blijkt ook niet. Daarnaast is ook niet komen vast te staan dat er geen leefgeld is uitgekeerd en dit is door [gedaagde] ook betwist.</para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Uitgekeerde bedragen</emphasis>
          </para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.1.4.</nr>
        <para>
          [eiser] heeft in 2021 € 1.300,- ontvangen van de gemeente Tilburg en daarnaast is nog twee keer een bedrag van € 190,- aan haar uitgekeerd. Dat voor [eiser] niet duidelijk is wat er met deze bedragen is gebeurd, betekent niet dat [gedaagde] deze bedragen aan haar moet betalen. Niet is onderbouwd en dat valt zonder onderbouwing ook niet in te zien, dat [gedaagde] voor deze door [eiser] ontvangen bedragen in zijn zorgplicht als bewindvoerder te kort is geschoten.</para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Immateriële schadevergoeding</emphasis>
          </para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.1.5.</nr>
        <para>De gevorderde immateriële schadevergoeding is gegrond op de aantasting van [eiser] in haar persoon zoals bepaald in artikel 6:106 sub b BW. Daarvoor is vereist dat [eiser] voldoende concrete gegevens aanvoert waaruit volgt dat door het handelen van [gedaagde] psychische schade bij haar is ontstaan. Het bestaan van geestelijk letsel moet naar objectieve maatstaven kunnen worden vastgesteld. Hieraan is niet voldaan. Zoals blijkt uit de overwegingen hierboven, is niet komen vast te staan dat [gedaagde] niet als een goed bewindvoerder heeft gehandeld en daarom is er geen grond voor vergoeding voor gestelde immateriële schade. Overigens heeft [eiser] ook niet met concrete gegevens onderbouwd dat zij psychisch heeft geleden door het volgens haar niet goed handelen van [gedaagde] als bewindvoerder. Omdat er geen beoordeling van een psycholoog of psychiater is overgelegd, kan ook het bestaan van geestelijk letsel bij [eiser] (door het handelen van [gedaagde]) niet worden vastgesteld. Tot slot heeft [eiser] het gevorderde bedrag aan immateriële schadevergoeding niet onderbouwd.</para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Zoals hiervoor is uitgelegd, kan de kantonrechter niet vaststellen dat [gedaagde] zijn zorgplicht als bewindvoerder heeft geschonden. Mede gelet op de uitleg van [gedaagde] had [eiser] haar vorderingen beter moeten onderbouwen en dat is niet gebeurd. De vorderingen van [eiser] worden daarom afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Omdat [eiser] in het ongelijk is gesteld, moet zij de proceskosten van [gedaagde] betalen. Hiervoor wordt een forfaitair bedrag van € 50,- aan reis-, verblijf- en verletkosten aan proceskosten vastgesteld vanwege het verschijnen van [gedaagde] op de zitting. Dit bedrag moet [eiser] aan [gedaagde] betalen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>wijst de vorderingen van [eiser] af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>veroordeelt [eiser] in de proceskosten, waarvan € 50,- te betalen aan [gedaagde], </para>
        <para>te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de proceskostenveroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Van Dam en in het openbaar uitgesproken op 30 april 2025.</para>
        <para />
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>