<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2025:4197</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-08T08:19:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-02-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/02/431411 / HA RK 25-14</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:4197">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:4197</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-04T10:21:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:4197 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 25-02-2025 / C/02/431411 / HA RK 25-14</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2025:4197:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wrakingsverzoek afgewezen</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2025:4197:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wrakingskamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer C/02/431411 / HA RK 25-14</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beslissing van 25 februari 2025 inzake het wrakingsverzoek op grond van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">mr. [verzoeker] , </emphasis>verzoeker.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt onder meer uit:</para>
      <para>- de processtukken zoals opgenomen in het procesdossier van de hoofdzaak met zaaknummer C/02/428660 / HA ZA 24-632;</para>
      <para>- het door verzoeker 4 februari 2025 gedane wrakingsverzoek;</para>
      <para>- het bericht van de gewraakte rechter van 10 februari 2025 waaruit blijkt dat zij niet in de wraking berust;</para>
      <para>- het verweerschrift van de gewraakte rechter van 12 februari 2025.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De zaak is behandeld op de zitting van de wrakingskamer van 20 februari 2025. De gewraakte rechter heeft aangegeven dat zij niet zou verschijnen. Hoewel behoorlijk opgeroepen is verzoeker niet verschenen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het verzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Het verzoek strekt tot wraking van, zo begrijpt de rechtbank, mr. Eijssen-Vruwink (hierna te noemen: de rechter) in haar hoedanigheid van rol-/regierechter in handelszaken. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De rechter berust niet in het wrakingsverzoek.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de hoofdzaak gaat het – kort gezegd – om een vordering tot ontbinding van een overeenkomst, terugbetaling van reeds door verzoeker betaalde bedragen en een schadevergoeding.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De gronden van het wrakingsverzoek</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker voert, kort weergegeven, aan dat sprake is van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Verzoeker stelt dat hem de toegang tot een tijdige en eerlijke rechtsgang is ontzegd door de behandeling van de zaak uit te stellen zonder de specifieke omstandigheden van de nieuwe zaak in overweging te nemen. Daarop heeft verzoeker een onderbouwing gegeven om welke reden de zaak volgens hem alsnog moet worden behandeld, maar dit is zonder nadere motivering afgewezen. Tot slot voert hij aan dat de rechter in een eerdere fase van de procedure al een incident heeft afgewezen. Dit versterkt de indruk dat de rechter de belangen van verzoeker niet serieus heeft gewogen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Het standpunt van de rechter</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Volgens de rechter moet het wrakingsverzoek worden afgewezen, omdat de beslissing om de zaak naar de parkeerrol te verwijzen een procedurele beslissing is zonder inhoudelijke beoordeling van de zaak. Deze beslissing is overigens op 29 januari 2025 gemotiveerd aan verzoeker medegedeeld en houdt geenszins in dat de zaak inhoudelijk niet zal worden behandeld. Van vooringenomenheid of partijdigheid is dan ook geen sprake. Over de derde wrakingsgrond geeft de rechter aan dat de vordering in incident bij vonnis is afgewezen door een andere rechter. Het enkele feit dat verzoeker het oneens is met de inhoud van dat vonnis is geen gegronde reden voor een wraking. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>6</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beoordelingskader</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>Op grond van artikel 36 Rv kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>De wrakingskamer stelt het volgende voorop. Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van een rechter geldt het uitgangspunt, dat een rechter op grond van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn. Een uitzonderlijke omstandigheid kan een zwaarwegende aanwijzing opleveren dat een rechter ten aanzien van een procespartij een vooringenomenheid koestert, of dat een bij een partij bestaande vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. De wrakingskamer moet daarom onderzoeken of de door verzoeker aangevoerde specifieke feiten en omstandigheden een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat de rechter jegens hem een vooringenomenheid koestert of dat de door verzoeker geuite vrees daarvoor – objectief – gerechtvaardigd is.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Beoordeling van de wrakingsgronden</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>De beslissing van de rechter om de zaak naar de parkeerrol te verwijzen is een procesbeslissing. Deze beslissing heeft de griffie bij e-mailbericht van 25 januari 2025 gemotiveerd aan verzoeker kenbaar gemaakt. Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2018:1413) komt de wrakingskamer geen oordeel toe over de juistheid van een procesbeslissing. Ook over de motivering van een procesbeslissing mag de wrakingskamer geen oordeel geven, zelfs niet als het gaat om een door verzoeker onjuist, onbegrijpelijk, gebrekkig of te summier geachte motivering of het ontbreken van een motivering. De reden hiervoor is dat er tegen een uitspraak van de rechtbank doorgaans een rechtsmiddel (zoals hoger beroep) kan worden ingesteld waarbij dit aan de orde kan komen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.4.</nr>
      <para>Alleen als de procesbeslissing in het licht van de omstandigheden van het geval en naar objectieve maatstaven gemeten niet anders kan worden verstaan dan als blijk van vooringenomenheid, kan dat tot een ander oordeel leiden. Dat daarvan in deze zaak sprake zou zijn, is niet onderbouwd en hiervan is naar het oordeel van de wrakingskamer ook niet gebleken. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.5.</nr>
      <para>Over het in een eerdere fase van de procedure afwijzen van een incident overweegt de wrakingskamer als volgt. Deze beslissing is genomen door een andere rechter. Om die reden kan deze wrakingsgrond niet slagen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.6.</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande kan niet worden geconcludeerd dat de rechter ten aanzien van verzoeker vooringenomen is of dat zijn vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarom is de wrakingskamer van oordeel dat het wrakingsverzoek ongegrond moet worden verklaard.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:	</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het verzoek tot wraking ongegrond;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat de behandeling van de zaak met zaaknummer C/02/428660 / HA 24-632 wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing wegens indiening van het verzoek.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven op 25 februari 2025 door mr. Peters, rechter en voorzitter, en mr. Hertsig en mr. Ebben, rechters, in aanwezigheid van mr. Hurkmans, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier,							De voorzitter,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>