<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2025:4000</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-02T09:37:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-06-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/02/430284 / HA ZA 24-724 (E)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:4000">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:4000</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-02T09:36:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:4000 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 25-06-2025 / C/02/430284 / HA ZA 24-724 (E)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2025:4000:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Overeenkomst van aanneming van werk. Afwijzing vervangende schadevergoeding (6:87 BW) voor gestelde gebreken ventilatie en verwarming. Geen verzuim t.a.v. gebreken aan ventilatie. Gebreken aan verwarming onvoldoende onderbouwd. Ook verklaring voor recht afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2025:4000:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK Zeeland-West-Brabant</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/02/430284 / HA ZA 24-724</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 25 juni 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [eiser] , </title>
    <parablock>
      <para>te [plaats 1] ,<?linebreak?>2. <emphasis role="bold">[eiseres]</emphasis>, </para>
      <para>te [plaats 1] ,</para>
      <para>eisende partijen,</para>
      <para>hierna samen te noemen: [eisers] .,</para>
      <para>advocaat: mr. P.R.W. Richter,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [gedaagde 1] V.O.F., </title>
    <parablock>
      <para>te [plaats 2] ,<?linebreak?>2. <emphasis role="bold">[gedaagde 2]</emphasis>, </para>
      <para>te [plaats 2] ,<?linebreak?>3. <emphasis role="bold">[gedaagde 3]</emphasis>, </para>
      <para>te [plaats 2] ,</para>
      <para>gedaagde partijen,</para>
      <para>hierna samen te noemen: [gedaagden] ,</para>
      <para>advocaat: mr. F. Sanders.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De zaak in het kort</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [eisers] . hebben hun woning laten renoveren. In opdracht van [eisers] . heeft [gedaagde 1] onder meer een ventilatiesysteem en een verwarmingsinstallatie in de woning geïnstalleerd. [eisers] . stellen dat zowel het ventilatiesysteem als de verwarmingsinstallatie gebreken vertoont. Zij vorderen in deze zaak onder meer een (vervangende) schadevergoeding van [gedaagden] . De rechtbank wijst deze vordering af. Voor de gestelde gebreken aan het ventilatiesysteem is [gedaagden] niet in gebreke gesteld en dus niet in verzuim, terwijl dat wel vereist is om vervangende schadevergoeding te kunnen vorderen. De gestelde gebreken aan de verwarmingsinstallatie hebben [eisers] . onvoldoende onderbouwd. Ook de overige vorderingen van [eisers] . wijst de rechtbank af. Deze beslissing legt de rechtbank uit onder het kopje ‘De beoordeling’. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het tussenvonnis van 12 maart 2025 en de daarin genoemde stukken</para>
      <para>- de akte overlegging producties van [eisers] ., op 7 april 2025 ter griffie ontvangen<?linebreak?>- de mondelinge behandeling van 17 april 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt</para>
      <para>- de door de advocaten van beide partijen tijdens de mondelinge behandeling voorgedragen spreekaantekeningen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Tijdens de mondelinge behandeling bleek dat mr. Richter namens [eisers] . nieuwe stukken aan zijn spreekaantekeningen had gehecht. [gedaagden] heeft bezwaar gemaakt tegen de overlegging van deze nieuwe stukken. Gelet op dit bezwaar en de tiendagentermijn voor het in het geding brengen van stukken als bedoeld in artikel 87 lid 6 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), heeft de rechtbank de overlegging van deze nieuwe stukken niet toegelaten. Mr. Richter heeft deze stukken vervolgens van zijn spreekaantekeningen afgehaald. Deze stukken maken dus geen onderdeel uit van het procesdossier.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Vervolgens heeft de rechtbank besloten in deze zaak uitspraak te doen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eisers] . zijn eigenaar van de woning gelegen aan het [adres] (hierna: de woning).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [gedaagden] is een installatiebedrijf. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Op 4 november 2019 gaven [eisers] . architect [architect] (hierna: [architect] ) de opdracht om een renovatie van de woning voor te bereiden en te begeleiden. [architect] zou onder meer zorgdragen voor de coördinatie en aansturing van de bij de renovatie betrokken contractspartijen, het voorzitten van bouwvergaderingen en het bewaken van de voortgang en de kwaliteitscontrole. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>De (ver)bouw werd (verder) begeleid door de heer [naam 1] van [bedrijf 1] B.V. (hierna: [bedrijf 1] ). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>In opdracht van [bedrijf 1] stelde [bedrijf 2] (hierna: [bedrijf 2] ) op 3 juni 2021 een notitie met bijlagen op met een uitwerking van het voor de woning beoogde klimaatconcept.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>Mede onder verwijzing naar deze notitie van [bedrijf 2] stelde [architect] een werkomschrijving op voor het aanbrengen en optimaliseren van de werktuigbouwkundige installaties in de woning.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>Nadat [architect] deze werkomschrijving aan [gedaagden] toezond, bracht [gedaagden] op 2 november 2021 een offerte uit voor onder meer de installatie van de ventilatie van de woning via een warmte-terugwin-systeem (WTW-systeem) en de verwarmingsinstallatie in de woning. [eisers] . hebben deze offerte geaccepteerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <para>Op 8 december 2021 bracht [gedaagden] een tweede (meerwerk)offerte aan [eisers] . uit onder meer voor het installeren van een hybride warmtepomp van het merk Nefit. Ook deze offerte hebben [eisers] . geaccepteerd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9.</nr>
      <para>
        [eisers] . gaven [bedrijf 3] (hierna: [bedrijf 3] ) de opdracht om een domoticasysteem in de woning te installeren, waarmee (onder meer) de verwarmingsinstallatie zou worden aangestuurd en geregeld. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.10.</nr>
      <para>Aanvankelijk spraken [eisers] . geen opleverdatum met [gedaagden] af. Wel stelde [architect] voor de gehele renovatie een conceptplanning op met daarin 1 september 2022 als beoogde opleverdatum. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.11.</nr>
      <para>Deze datum bleek voor meerdere contractspartijen niet haalbaar. In een bouwvergadering van 10 mei 2022 is vervolgens besproken dat [eisers] . uiterlijk op 30 september 2022 oplevering wensten van de verschillende werkzaamheden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.12.</nr>
      <para>Bij factuur van 25 september 2022 bracht [gedaagden] de voorlaatste termijn van de aanneemsom aan [eisers] . in rekening. Onderaan deze factuur staat:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“<emphasis role="italic">Laatste termijn 10% na oplevering</emphasis>”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.13.</nr>
      <para>
        [eisers] . hebben deze factuur betaald. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.14.</nr>
      <para>Omdat de werkzaamheden op 30 september 2022 nog niet gereed waren, spraken [eisers] . met de contractspartijen af dat het laatste kwartaal van 2022 zou worden gebruikt om alle nog openstaande werkzaamheden af te ronden en/of te herstellen volgens een door [architect] op te stellen afbouwplanning.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.15.</nr>
      <para>Op 2 december 2022 factureerde [gedaagden] de laatste termijn van de afgesproken aanneemsom aan [eisers] . Ook deze factuur hebben [eisers] . betaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.16.</nr>
      <para>In een e-mail van 2 januari 2023 (onder meer) gericht aan [architect] , [gedaagden] (in cc) en [bedrijf 3] (in cc) beklaagden [eisers] . zich – voor zover van belang – als volgt over het functioneren van het verwarmingssysteem van de woning: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“<emphasis role="italic">(…) Ons huis wordt, als het kouder wordt, niet goed warm. [gedaagde 2] is hier minimaal 10 keer geweest om handmatig wijzigingen te doen waarmee het dan weer veel te heet werd. Daarnaast hebben wij het vermoeden dat het systeem onnodig staat te pompen en te verwarmen. In de afgelopen warme decembermaand verbruikten wij 5000 euro aan stroom en gas. Dit terwijl we nu een warmtepomp hebben en alle licht is vervangen door Led. Het gehele systeem is nagelnieuw en alles zou perfect moeten werken. Wij vermoeden dat er fouten zitten in de aansturing. De ruimtes die koel moeten blijven worden warm en andere delen komen weer niet op temperatuur. Wij ontvangen alle partijen graag zo snel mogelijk hier om met elkaar te zoeken naar de juiste oplossing. (…)</emphasis>” </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.17.</nr>
      <para>Op 24 januari 2023 vond een gesprek plaats tussen [architect] en de contractspartijen, waaronder [gedaagden] . Deze vergadering resulteerde in een actielijst waarop, voor zover van belang, het volgende staat:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“<emphasis role="italic">(…) </emphasis></para>
      </parablock>
      <para> <emphasis role="italic">Afstemming tussen domotica systeem en verwarmingsinstallatie</emphasis></para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Actie [gedaagden] :</emphasis>
        </para>
        <para>- <emphasis role="italic">Kleppen andere fabrikant toepassen om te voorkomen dat kleppen kapot gaan</emphasis></para>
        <para>- <emphasis role="italic">Nagaan op welke manier de warmtepomp gestuurd kan worden zodat deze enkel gebruikt wordt wanneer hij toegevoegde waarde heeft in het systeem (i.v.m. verhouding kosten elektra/gas)</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Actie [bedrijf 3] :</emphasis>
          <emphasis role="italic"> Pompen per groep sturen en enkel bij warmtevraag.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.18.</nr>
      <para>In reactie op deze actielijst berichtte [gedaagden] het volgende aan [architect] :</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Gisteren met Nefit lang onderhoud gehad, maar Warmtepomp is niet te koppelen aan domotica, Ik heb het probleem voorgelegd waar we mee zaten en uiteindelijk heb ik het advies gekregen om de installatie Hydraulisch verder in te regelen, waarna hun zeggen dat het probleem opgelost moet worden”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.19.</nr>
      <para>
        [gedaagden] verrichtte op 27 januari 2023 werkzaamheden aan de verwarmingsinstallatie. In een e-mail van 31 januari 2023 schreven [eisers] . echter aan [gedaagden] , [bedrijf 3] en [architect] dat de problemen met de verwarmingsinstallatie zich nog voordeden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.20.</nr>
      <para>Als reactie hierop berichtte [bedrijf 3] bij e-mail van 1 februari 2023 kortweg aan [eisers] dat de problemen niet haar verantwoordelijkheid zijn.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.21.</nr>
      <para>In februari en maart 2023 verrichtte [gedaagden] opnieuw werkzaamheden aan de verwarmingsinstallatie, waaronder het vervangen van kleppen en het aanpassen van de stooklijn. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.22.</nr>
      <para>Bij brief van 21 maart 2023 schreef de advocaat van [eisers] . kortweg aan [gedaagden] dat het te verrichten werk nog niet gereed was. Daarbij verzocht/sommeerde hij [gedaagden] om de te verrichten (herstel)werkzaamheden uiterlijk op 31 maart 2023 af te ronden. Voor de te verrichten (herstel)werkzaamheden wees de advocaat van [eisers] . op een bijgevoegd overzicht waarop – voor zover van belang – staat: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“<emphasis role="italic">(…)</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [bedrijf 3] / [gedaagden]		Klimaat</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.23.</nr>
      <para>Nadat [gedaagden] opnieuw (herstel)werkzaamheden in de woning had verricht, berichtte de advocaat van [eisers] . bij e-mail van 12 april 2023 onder meer aan [architect] en [gedaagden] dat [eisers] . nog altijd problemen ondervonden met de verwarmingsinstallatie. Deze e-mail luidt – voor zover van belang – verder:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“<emphasis role="italic">(…) Derhalve verzoeken cliënten kantoor [architect] dan ook om – uiteraard via [gedaagden] – een specifiek plan van aanpak met betrekking tot het herstellen c.q. werkend krijgen van de klimaatbeheersing. Indien dit plan niet uiterlijk volgende week volgt en het systeem niet uiterlijk per 1 mei 2023 werkend is, dan zullen cliënten zelf een deskundige inschakelen en het herstel door een derde laten uitvoeren. De daarmee gemoeide kosten zullen op [gedaagden] worden verhaald. (…)</emphasis>” </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.24.</nr>
      <para>Hierop reageerde [gedaagden] op 12 april 2023 en 9 mei 2023. In deze e-mails gaf [gedaagden] kortweg aan nog enkele instellingen te willen wijzigen, maar daarvoor geen contact te kunnen krijgen met [architect] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.25.</nr>
      <para>Op 30 augustus 2023 vond een overleg plaats tussen [architect] en verschillende contractspartijen, waaronder [gedaagden] . Hiervan stelde [architect] een gespreksverslag op dat, voor zover van belang, als volgt luidt:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“<emphasis role="italic">(…)</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">4)	[gedaagden]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">BJH is langs geweest met Nefit alles werkt volgens hen correct.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagden] gaat akkoord met onderzoek onafhankelijke derde. Graag kostenopgave vooraf.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.26.</nr>
      <para>In de periode van september 2023 tot en met december 2023 hebben partijen verder gecorrespondeerd over de verwarmingsinstallatie in de woning en verrichte [gedaagden] nog werkzaamheden in de woning. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.27.</nr>
      <para>In opdracht van [eisers] . heeft de heer [naam 2] van [bedrijf 4] (hierna: [bedrijf 4] ) op 6 februari 2024 en 23 april 2024 onderzoek verricht naar de problemen met de klimaatinstallatie in de woning. Hiervan bracht [bedrijf 4] op 30 september 2024 rapport uit (hierna: het [bedrijf 4] -rapport). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.28.</nr>
      <para>In het [bedrijf 4] -rapport concludeert [bedrijf 4] samengevat dat de door [gedaagden] geleverde installatie niet voldoet aan de door [eisers] . gevraagde specificaties, niet voldoet aan de wettelijke eisen en niet de gevraagde functionaliteiten en het verlangde comfort levert. Over de aard en het doel van het onderzoek vermeldt het [bedrijf 4] -rapport:  </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“<emphasis role="italic">(…)</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Doel van de Rapportage</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…) Het doel van de rapportage is het verkrijgen van inzicht in de bron van de klachten, deze kunnen liggen in</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">de uitgangspunten van het ontwerp,</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">het ontwerp,</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">of in de uitvoering van de klimaatinstallaties </emphasis>
          </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Dit onderzoek is uitgevoerd door middel van een visuele inspectie. Uitsluitend zichtbare gebreken of tekortkomingen worden gesignaleerd en gerapporteerd. Verborgen gebreken worden tijdens deze rapportage niet geconstateerd. Een vermoeden hiervan zal worden aangegeven. Het doel evenals de aard en wijze van de visuele inspectie brengt met zich mee dat er geen onderdelen worden gedemonteerd.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.29.</nr>
      <para>Bij brief van 2 oktober 2024 heeft de advocaat van [eisers] . [gedaagden] onder verwijzing naar het [bedrijf 4] -rapport aansprakelijk gesteld voor schade die [eisers] . zou leiden als gevolg van gebreken aan de klimaatinstallatie in de woning. Deze schade zou bestaan uit de kosten van herstelwerkzaamheden die [eisers] . door een derde partij zouden laten uitvoeren. [gedaagden] werd kortweg gesommeerd haar aansprakelijkheid te erkennen en te bevestigen dat zij de gestelde schade zal vergoeden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.30.</nr>
      <para>In reactie hierop heeft de advocaat van [gedaagden] bij brief van 5 november 2024 de aansprakelijkheid van [gedaagden] betwist. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        [eisers] . vorderen, samengevat, om:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>te verklaren voor recht dat gedaagden tegenover hen tekort zijn geschoten in de nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomst van aanneming van werk;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>gedaagden (uitvoerbaar bij voorraad) hoofdelijk te veroordelen om aan [eisers] . een bedrag van € 75.000,- te voldoen, te vermeerderen met rente;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>gedaagden hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>
        [gedaagden] voert verweer. [gedaagden] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eisers] ., dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eisers] ., met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eisers] . in de kosten van deze procedure.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Hierna zal de rechtbank de vorderingen beoordelen. Daarbij zal de rechtbank waar nodig nader ingaan op de stellingen van partijen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Overeenkomst van aanneming van werk</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Vaststaat dat tussen partijen op grond van de offertes van [gedaagden] van 2 november 2021 en 8 december 2021 een overeenkomst van aanneming van werk tot stand is gekomen (hierna: de overeenkomst). Tussen partijen staat verder vast dat [gedaagden] op grond van de overeenkomst installatiewerkzaamheden heeft uitgevoerd in de woning van [eisers] ., waaronder de installatie van (i) een WTW-systeem (ventilatie) en (ii) een verwarmingsinstallatie kortweg bestaande uit cv-ketels (merk Nefit), een hybride warmtepomp (merk Nefit) en vloerverwarming. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Gestelde gebreken</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>
        [eisers] . baseren hun vorderingen in de kern op de stelling dat het werk van [gedaagden] in de woning gebreken vertoont. De rechtbank gaat ervan uit dat de vorderingen van [eisers] . zien op de volgende gestelde gebreken (zie dagvaarding, randnummer 2.35.):</para>
      <para />
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>Het warmte-terugwin-systeem (WTW-systeem) functioneert niet of nauwelijks door onjuist aanbrengen van de inblaasventielen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Als gevolg van het niet of nauwelijks functioneren van het WTW-systeem vloeit warmte niet terug in de woning waardoor condensvorming in de leidingen optreedt wat lekkages tot gevolg heeft;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>De uit het Bouwbesluit voortvloeiende ventilatie per ruimte wordt niet behaald;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [gedaagden] heeft geen warmteverliesberekening opgesteld als gevolg waarvan er geen rekening is gehouden met warmteverlies, waardoor de benodigde warmtecapaciteit in de woning niet gehaald kan worden;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>De verwarmingsinstallatie functioneert niet zoals beoogd (als hybride installatie) waardoor de gevraagde temperaturen niet kunnen worden behaald;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>De vloerverwarming functioneert niet naar behoren als gevolg van het niet werken van het distributiesysteem.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>De rechtbank stelt daarmee vast dat de vorderingen van [eisers] . enerzijds zien op gebreken aan het door [gedaagden] geïnstalleerde ventilatiesysteem (WTW-systeem) en anderzijds op gebreken aan de door [gedaagden] geïnstalleerde verwarmingsinstallatie.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Geen buitengerechtelijke erkenning</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>In haar beoordeling van de vorderingen gaat de rechtbank voorbij aan de suggestie van [eisers] . dat [gedaagden] (de aansprakelijkheid voor) deze (specifieke) gestelde gebreken buiten rechte zou hebben erkend. [gedaagden] heeft dit namelijk uitvoerig weerlegd (zie conclusie van antwoord, paragraaf 6.1) en uit de overgelegde stukken valt de gesuggereerde erkenning naar het oordeel van de rechtbank niet op te maken. Duidelijk is bovendien dat [gedaagden] bij brief van haar advocaat van 5 november 2024 de aansprakelijkheid voor de gestelde gebreken juist expliciet heeft betwist. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Verdere opbouw van dit vonnis</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>Hierna beoordeelt de rechtbank eerst of [gedaagden] gehouden is tot het betalen van een schadevergoeding aan [eisers] . in verband met de gestelde gebreken. Daarbij gaat de rechtbank eerst in op de grondslag van deze schadevergoedingsvordering. Vervolgens beoordeelt de rechtbank achtereenvolgens de gevorderde schadevergoeding voor de gestelde gebreken aan het WTW-systeem en voor de gestelde gebreken aan de verwarmingsinstallatie. Daarna beoordeelt de rechtbank de gevorderde verklaring voor recht en gaat zij in op de proceskosten. Tot slot komt de rechtbank tot haar beslissing. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Grondslag: vervangende schadevergoeding </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>Hoewel [eisers] . in hun dagvaarding voor hun schadevordering geen specifieke juridische grondslag hebben genoemd, stelt de rechtbank vast dat [eisers] . vervangende schadevergoeding vorderen als bedoeld in artikel 6:87 BW in combinatie met artikel 6:74 BW. [eisers] . willen namelijk niet meer dat [gedaagden] zelf (herstel)werkzaamheden verricht in de woning, maar dat [gedaagden] de kosten voldoet van de door een derde uit te voeren (herstel)werkzaamheden in de woning. Dit heeft de advocaat van [eisers] . bij brief van 2 oktober 2024 expliciet schriftelijk aan [gedaagden] medegedeeld. [eisers] . hebben [gedaagden] daarmee dus schriftelijk medegedeeld dat zij van [gedaagden] schadevergoeding in plaats van nakoming van eventuele herstelverplichtingen vorderen. Dit geldt als een omzettingsverklaring als bedoeld in artikel 6:87 lid 1 BW, waarmee [eisers] . een eventuele nakomingsverplichting van [gedaagden] hebben omgezet in een verbintenis tot vervangende schadevergoeding (hierna: de omzettingsverklaring).</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Schadevergoeding: WTW-systeem</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.7.</nr>
      <para>
        [eisers] . vorderen ten aanzien van het WTW-systeem vervangende schadevergoeding voor de volgende gestelde gebreken:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het WTW-systeem functioneert niet of nauwelijks door het onjuist aanbrengen van de inblaasventielen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>als gevolg van het niet of nauwelijks functioneren van het WTW-systeem vloeit warmte niet terug in de woning waardoor condensvorming in de leidingen optreedt wat lekkages tot gevolg heeft;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de uit het Bouwbesluit voortvloeiende ventilatie per ruimte wordt niet behaald.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.8.</nr>
      <para>De rechtbank zal dit deel van de vordering afwijzen omdat het verzuim van [gedaagden] op deze punten niet is ingetreden. De rechtbank licht dit toe.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Wettelijke uitgangspunten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.9.</nr>
      <para>Volgens artikel 6:87 BW kan een verplichting tot nakoming van een verbintenis worden omgezet in een verplichting tot vervangende schadevergoeding indien:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>nakoming niet blijvend onmogelijk is;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de schuldenaar in verzuim is; en </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de schuldeiser hem schriftelijk mededeelt dat hij schadevergoeding in plaats van nakoming vordert.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.10.</nr>
      <para>Om vervangende schadevergoeding te kunnen vorderen is dus vereist dat [gedaagden] ten tijde van de omzettingsverklaring in verzuim was. [gedaagden] betwist dit gemotiveerd. Omdat [eisers] . zich beroepen op de rechtsgevolgen van de omzettingsverklaring, is het aan hen om voldoende te stellen en te onderbouwen dat en op welke grond het verzuim van [gedaagden] is ingetreden. Dit volgt uit artikel 150 Rv.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Standpunten van partijen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.11.</nr>
      <para>In hun dagvaarding hebben [eisers] . hierover aangevoerd dat [gedaagden] blijkens de brief van haar advocaat van 5 november 2024 (zie overweging 3.30.) niet (meer) bereid is om aan haar verplichtingen te voldoen, dat [gedaagden] niet aan de sommatie(s) vanuit [eisers] . heeft voldaan en dat [gedaagden] daarom in verzuim is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.12.</nr>
      <para>
        [gedaagden] heeft ter betwisting van het verzuim het volgende aangevoerd. De gestelde gebreken zijn volgens [gedaagden] voor het eerst geformuleerd in het rapport van [bedrijf 4] en voor het eerst met [gedaagden] gedeeld in de brief van 2 oktober 2024. Daarbij is [gedaagden] geen termijn gegeven om de gestelde gebreken zelf te herstellen, maar direct gesommeerd om de aansprakelijkheid te erkennen en te bevestigen dat zij schadevergoeding zou betalen. Door het ontbreken van een (voorafgaande) ingebrekestelling is er volgens [gedaagden] geen sprake van verzuim en is de omzettingsverklaring ondeugdelijk en mist deze doel.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.13.</nr>
      <para>Tijdens de mondelinge behandeling heeft de advocaat [eisers] . hierop gereageerd door te verwijzen naar de communicatie tussen partijen van vóór 2 oktober 2024 en specifiek naar zijn brief van 21 maart 2023. Volgens [eisers] . vloeit daaruit genoegzaam voort dat [gedaagden] in gebreke is gesteld voor het niet functioneren van de installatie als geheel. [eisers] . ziet dit als een totaalplaatje waarmee ook het WTW-systeem was bedoeld.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Overwegingen van de rechtbank</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.14.</nr>
      <para>De rechtbank overweegt als volgt. De rechtbank gaat ervan uit dat voor het intreden van het verzuim van [gedaagden] een (voorafgaande) ingebrekestelling vereist was (artikel 6:82 lid 1 BW). Dat het verzuim op het moment van de omzettingsverklaring van 2 oktober 2024 al zonder ingebrekestelling was ingetreden (als bedoeld in artikel 6:83 BW), hebben [eisers] . namelijk niet (voldoende) gesteld of onderbouwd. Weliswaar stellen [eisers] . dat [gedaagden] niet meer bereid zou zijn om aan haar verplichtingen te voldoen, maar dit leiden zij kennelijk slechts af uit de brief van de advocaat van [gedaagden] van 5 november 2024. Deze brief dateert echter van ná de omzettingsverklaring en zegt dus niets over de vraag of ten tijde van de omzetting sprake was van verzuim. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.15.</nr>
      <para>De vraag is dus of [eisers] . met hun correspondentie van vóór 2 oktober 2024 [gedaagden] in gebreke hebben gesteld voor de gestelde gebreken aan het WTW-systeem. Daarvoor is vereist dat zij [gedaagden] bij schriftelijke aanmaning een redelijke termijn voor de nakoming hebben gesteld (artikel 6:82 lid 1 BW). In die aanmaning moeten [eisers] . duidelijk te kennen hebben gegeven wat zij van [gedaagden] vorderden als het gaat om het WTW-systeem en op welke grond en op welk tijdstip zij voldoening verlangden.<footnote-ref linkend="_5e262193-8c55-450f-977c-5540fe8b2ca3" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.16.</nr>
      <para>Uit de overgelegde correspondentie maakt de rechtbank op dat de discussie tussen partijen zich in de periode vanaf januari 2023 tot en met december 2023 heeft toegespitst op de klachten die [eisers] . hadden over het functioneren van de verwarmingsinstallatie (zie overwegingen 3.16.-3.26.). Over de gestelde problemen met het WTW-systeem hebben [eisers] . en hun advocaat in hun correspondentie van vóór 2 oktober 2024 niets concreets vermeld. Zo staat op het overzicht van openstaande punten bij de ingebrekestelling van 21 maart 2023 naast [bedrijf 3] / [gedaagden] slechts het woord “<emphasis role="italic">Klimaat</emphasis>” zonder nadere toelichting. Ook in de e-mail van de advocaat van [eisers] . van 12 april 2023 komen de gestelde gebreken aan het WTW-systeem niet ter sprake. Dit geldt net zo voor de e-mail van [eisers] . van 11 december 2023, waarin [eisers] . (voor zover relevant) alleen aangeven over de verwarming niet tevreden te zijn en [gedaagden] een termijn stellen om ervoor te zorgen dat de verwarmingsinstallatie er perfect uitziet en draait. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.17.</nr>
      <para>Pas nadat [bedrijf 4] op 6 februari 2024 een inspectie verrichte in de woning, heeft de advocaat van [eisers] . op 28 februari 2024 aan [gedaagden] geschreven dat volgens [bedrijf 4] “<emphasis role="italic">het ventilatiesysteem (WTW) ondeskundig is aangebracht en niet goed functioneert</emphasis>”. Daargelaten dat deze brief verder niet concreet vermeldt wat er precies mis zou zijn met het WTW-systeem, werd [gedaagden] in deze brief alleen gesommeerd om tekenwerk te verstrekken. Gelegenheid om het WTW-systeem zelf binnen een redelijke termijn te herstellen, werd [gedaagden] niet geboden. Vervolgens bracht [bedrijf 4] op 30 september 2024 haar rapport uit. Daarin geeft [bedrijf 4] kortweg aan dat het WTW-systeem niet of nauwelijks zou functioneren door het onjuist aanbrengen van de inblaasventielen. Deze conclusie heeft de advocaat van [eisers] . in de omzettingsverklaring van 2 oktober 2024 gedeeld met [gedaagden] . Daarbij is [gedaagden] direct medegedeeld dat [eisers] . voor het herstel een derde partij zal inschakelen en dat [gedaagden] aansprakelijk wordt gehouden voor de schade van [eisers] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.18.</nr>
      <para>Uit het voorgaande maakt de rechtbank op dat de gestelde (concrete) gebreken aan het WTW-systeem in de woning na de inspectie van [bedrijf 4] aan het licht zijn gekomen en op 2 oktober 2024 met [gedaagden] zijn gedeeld. Dit geven [eisers] . in hun dagvaarding ook met zoveel woorden toe. Zo stellen zij zelf dat partijen nooit specifiek hebben besproken dat de ventilatie per ruimte niet zou voldoen en dat de gegevens over de ventilatieproblematiek pas na de inspectie van [bedrijf 4] boven water zijn gekomen (zie dagvaarding, randnummers 4.2 en 4.9). Dat de ingebrekestellingen van vóór die tijd ook zouden hebben gezien op de specifieke (gestelde) gebreken aan het WTW-systeem, kan de rechtbank daar niet mee rijmen. In ieder geval volgt uit die ingebrekestellingen niet of onvoldoende duidelijk wat [eisers] . op dat moment ten aanzien van het WTW-systeem van [gedaagden] verlangden. Nadat de conclusies van [bedrijf 4] over het WTW-systeem bij [eisers] . bekend waren, mocht van hen dus redelijkerwijs verwacht worden dat zij [gedaagden] nog de gelegenheid zouden bieden eventuele gebreken aan het WTW-systeem binnen een redelijke termijn zelf te herstellen. Dat hebben zij echter niet gedaan. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Schadevergoeding WTW-systeem – conclusie </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.19.</nr>
      <para>
        [eisers] . hebben, kortom, nagelaten om [gedaagden] voor de gestelde gebreken aan het WTW-systeem in gebreke te stellen voordat zij overgingen tot omzetting van een (eventuele) nakomingsvordering in een (gestelde) vordering tot vervangende schadevergoeding. Het gevolg hiervan is dat [gedaagden] op dit punt niet in verzuim is geraakt. Dat betekent dat aan de vereisten voor vervangende schadevergoeding als bedoeld in artikel 6:87 BW niet is voldaan. Voor zover de schadevordering van [eisers] . ziet op de gestelde gebreken aan het WTW-systeem, zal de rechtbank die vordering om deze reden afwijzen.	Daarbij kan in het midden blijven of er inderdaad sprake is van gebreken aan het WTW-systeem die aan [gedaagden] zouden kunnen worden toegerekend (wat [gedaagden] gemotiveerd heeft betwist). </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Schadevergoeding verwarmingsinstallatie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.20.</nr>
      <para>
        [eisers] . vorderen ook vervangende schadevergoeding voor de volgende gestelde gebreken:</para>
      <para> [gedaagden] heeft geen warmteverliesberekening opgesteld als gevolg waarvan er geen rekening is gehouden met warmteverlies, waardoor de benodigde warmtecapaciteit in de woning niet gehaald kan worden;</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>De verwarmingsinstallatie functioneert niet zoals beoogd (als hybride installatie) waardoor de gevraagde temperaturen niet kunnen worden behaald;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>De vloerverwarming functioneert niet naar behoren als gevolg van het niet werken van het distributiesysteem.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.21.</nr>
      <para>Ook dit deel van de schadevordering zal de rechtbank afwijzen. De rechtbank licht dit als volgt toe. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Verzuim </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.22.</nr>
      <para>De rechtbank stelt in deze beoordeling voorop dat het verzuimverweer van [gedaagden] op het punt van de verwarming niet opgaat. Voorafgaand aan de omzettingsverklaring van 2 oktober 2024 hebben [eisers] . namelijk meermaals hun concrete klachten geuit over het functioneren van de verwarmingsinstallatie. [gedaagden] heeft in die periode ook meerdere keren (herstel)werkzaamheden verricht aan de verwarmingsinstallatie. Voor [gedaagden] was daarmee voldoende duidelijk welke problemen [eisers] . met de verwarming ervaarden. Vervolgens hebben [eisers] . [gedaagden] zowel op 21 maart 2023 als op 12 april 2023 een redelijke termijn gesteld om hun klachten over de verwarmingsinstallatie te verhelpen. Die laatste termijn verliep op 1 mei 2023. Naar het oordeel van de rechtbank hebben [eisers] . [gedaagden] daarmee bij schriftelijke aanmaning in gebreke gesteld en is het verzuim van [gedaagden] op dit punt vóór de omzettingsverklaring ingetreden (artikel 6:82 lid 1 BW).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.23.</nr>
      <para>Hierna zal de rechtbank eerst de onderbouwing door [eisers] . van de gestelde gebreken aan de verwarmingsinstallatie inhoudelijk beoordelen in het licht van de betwisting daarvan door [gedaagden] . Voor zover nodig gaat de rechtbank daarna nog in op de (overige) verweren van [gedaagden] .  </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Warmteverliesberekening</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.24.</nr>
      <para>
        [eisers] . verwijten [gedaagden] ten eerste geen warmteverliesberekening te hebben opgesteld. Als gevolg daarvan zou er volgens [eisers] . geen rekening zijn gehouden met warmteverlies en kan de benodigde warmtecapaciteit in de woning niet behaald worden. [eisers] . onderbouwen dit met het [bedrijf 4] -rapport. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.25.</nr>
      <para>
        [gedaagden] betwist deze stelling van [eisers] . Volgens [gedaagden] volgt dit niet uit het [bedrijf 4] -rapport en is haar ook niet opgedragen om een warmteverliesberekening te maken. [gedaagden] is ervan overtuigd dat de warmtecapaciteit behaald kan worden en voert aan dat het aan [eisers] . is om te onderbouwen dat dit niet het geval is. De enkele stelling dat de benodigde capaciteit niet behaald kan worden doordat een warmteverliesberekening zou ontbreken, toont dit volgens [gedaagden] niet aan. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.26.</nr>
      <para>De rechtbank overweegt hierover het volgende.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.27.</nr>
      <para>De rechtbank stelt vast dat [eisers] . hun stelling op dit punt uitsluitend baseren op het [bedrijf 4] -rapport, waarin over de warmteverliesberekening staat:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“<emphasis role="italic">(…)</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Er zijn geen ventilatie- of warmteverliesberekeningen bekend.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het is onduidelijk of voor het ontwerp van de verwarming een warmteverlies berekening is gemaakt.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.28.</nr>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank volgt hieruit alleen dat [bedrijf 4] ten tijde van het opmaken van haar rapport niet bekend was met een warmteverliesberekening. Zoals [gedaagden] terecht heeft aangevoerd, verbindt [bedrijf 4] hier in haar rapport echter verder geen (duidelijke) conclusies aan. [bedrijf 4] licht in haar rapport niet toe wat de gevolgen zouden kunnen zijn van het ontbreken van een warmteverliesberekening en of die gevolgen zich in dit geval voordoen. Het rapport geeft ook niet aan welke warmtecapaciteit behaald zou moeten worden en bevat geen metingen van de feitelijk behaalde warmtecapaciteit. Het [bedrijf 4] -rapport biedt naar het oordeel van de rechtbank dus onvoldoende onderbouwing voor de stelling van [eisers] . dat als gevolg van het ontbreken van een warmteverliesberekening de benodigde warmtecapaciteit in de woning niet kan worden behaald. Gelet op de gemotiveerde betwisting hiervan door [gedaagden] , lag het wel op de weg van [eisers] . om die stelling voldoende te onderbouwen (artikel 150 Rv). Anders dan te verwijzen naar het [bedrijf 4] -rapport, hebben [eiseres] echter geen feiten of omstandigheden aangevoerd of stukken overgelegd die de juistheid van hun stelling (kunnen) ondersteunen.	</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.29.</nr>
      <para>De rechtbank is dan ook van oordeel dat [eisers] . onvoldoende hebben onderbouwd dat als gevolg van het ontbreken van een warmteverliesberekening de benodigde warmtecapaciteit in de woning niet behaald kan worden. Om die reden zal de rechtbank de gevorderde schadevergoeding op dit punt afwijzen. Daarbij kan in het midden blijven of het al dan niet de verantwoordelijkheid was van [gedaagden] om een warmteverliesberekening op te stellen, wat [gedaagden] gemotiveerd heeft betwist. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Verwarmingsinstallatie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.30.</nr>
      <para>
        [eisers] . baseren hun schadevordering verder op de stelling dat de verwarmingsinstallatie niet naar behoren zou functioneren. Concreet stellen [eisers] . dat de verwarmingsinstallatie de volgende gebreken vertoont:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de installatie functioneert niet als hybride installatie waardoor de gevraagde temperaturen niet kunnen worden behaald;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de vloerverwarming functioneert niet naar behoren als gevolg van het niet werken van het distributiesysteem.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.31.</nr>
      <para>Ook deze stellingen van [eisers] . steunen overwegend op het [bedrijf 4] -rapport, waarin [bedrijf 4] – voor zover van belang – over de verwarming schrijft:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“<emphasis role="bold italic">VERWARMING</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Bevindingen</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De installatie lijkt niet als een hybride installatie te functioneren. Als de warmtevraag (thermostaat op 35°) de capaciteit van de warmtepomp overstijgt, schakelt de cv-ketel niet bij. De CV-ketel lijkt alleen voor warm water te zorgen. Bij een hogere warmtevraag dan de warmtepomp aan kan, worden dan de gevraagde temperaturen in de woning niet behaald. Het bedoelde comfortniveau wordt niet bereikt. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het distributiesysteem voor de vloerverwarming functioneert niet goed. Er zijn duidelijke temperatuurverschillen waarneembaar in het vloeroppervlak.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De pompen van het vloerverwarmingssysteem (voor meerdere kleine zondes) worden aangestuurd door een domotica regeling. Waarneming met warmtebeeldcamera (bijlage 3) toont aan dat meerdere pompen defect zijn.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Maar ook als er nieuwe pompen zijn geplaatst, is er geen gelijkmatige temperatuur verdeling in de vloer. De regelmatig uitvallende zonepompen zijn niet (de enige) oorzaak van het probleem. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Deze twee ontwerp/uitvoeringsfouten versterken elkaar in het niet behalen van het gevraagde comfortniveau.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Conclusie</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Beide onderdelen van de installatie (warmteopwekking en distributie) werken niet naar behoren. Oorzaak hier van kan het ontwerp, de uitvoering zijn of de regeltechniek zijn, maar ook een combinatie van deze drie. </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.32.</nr>
      <para>Daarnaast hebben [eisers] . een aantal schermafbeeldingen overgelegd waarop temperaturen in verschillende ruimtes van de woning zijn te zien. Verder wijzen [eisers] . op de e-mail van [bedrijf 3] van 1 februari 2023 waarin [bedrijf 3] kortweg schrijft dat de vloerverwarmingskleppen defect raakten en dat de verantwoordelijkheid hiervan bij [gedaagden] ligt.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagden] betwist gebreken </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.33.</nr>
      <para>
        [gedaagden] uit meerdere bezwaren tegen het [bedrijf 4] -rapport en betwist de bevindingen van [bedrijf 4] en de stellingen van [eisers] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.34.</nr>
      <para>Over het functioneren van de hybride installatie voert [gedaagden] het volgende aan. [bedrijf 4] schrijft in haar rapport alleen dat de installatie niet als hybride installatie <emphasis role="italic">lijkt</emphasis> te functioneren, omdat de cv-ketel niet bijschakelt als de warmtevraag de capaciteit van de warmtepomp overstijgt. [gedaagden] betwist dat het al dan niet bijschakelen van de cv-ketel kan worden bepaald door het handmatig omhoog draaien van de thermosstaat, zoals [bedrijf 4] suggereert. Dit onderbouwt [gedaagden] met een e-mail van Bosch, de producent/leverancier van de installatie (de merkhouder van Nefit). Daarin legt Bosch uit dat voor een hybride installatie met alleen vloerverwarming een stooklijn wordt ingesteld afhankelijk van de buitentemperatuur. Of de cv-ketel bijschakelt, is volgens Bosch afhankelijk van de gewenste temperatuur volgens de stooklijn en daar heeft de instelling van de thermostaten geen invloed op. Ook voert [gedaagden] aan dat Bosch bij een controle op 6 april 2023 heeft geconstateerd dat de warmtepomp en de cv-ketels functioneerden (zelfstandig en hybride). Verder is het volgens [gedaagden] onduidelijk wat [bedrijf 4] bedoelt met “<emphasis role="italic">het bedoelde comfortniveau wordt niet bereikt</emphasis>”. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.35.</nr>
      <para>Met de klachten over de distributie van de vloerverwarming is [gedaagden] bekend. Deze kwestie heeft zich geuit ter plaatse van de kleppen die de doorstroom van water naar een bepaalde vloerverwarmingszone regelen, die [bedrijf 4] in haar rapport ‘<emphasis role="italic">pompen</emphasis>’ noemt. [gedaagden] betwist echter dat het hier gaat om gebreken aan de verwarmingsinstallatie. Er kunnen veel redenen zijn waarom de kleppen niet of niet goed openen, waaronder problemen met de aansturing vanuit het domoticasysteem. Daar duiden de klachten volgens [gedaagden] op. [gedaagden] is meermaals ter plaatse geweest en heeft onder meer de domotica losgekoppeld en het verwarmingssysteem handmatig aangestuurd. Toen werkte de verwarming goed. Daarmee staat volgens [gedaagden] vast dat de verwarmingsinstallatie werkt zoals ontworpen en bedoeld. Wel heeft [gedaagden] twee keer kleppen vervangen, waarna de zoneverwarming geheel en deugdelijk functioneerde. Het is echter nooit vastgesteld dat deze kleppen defect waren. [bedrijf 4] heeft ook geen inspecties gedaan vóór en ná het plaatsen van nieuwe kleppen, zodat zij niet heeft kunnen constateren dat er ook na het plaatsen van nieuwe kleppen geen gelijkmatige temperatuurverdeling in de vloer zou zijn. In haar e-mail van 1 februari 2023 schuift [bedrijf 3] haar verantwoordelijkheid af. Dit biedt volgens [gedaagden] echter geen bewijs dat sprake is van een gebrek aan de verwarmingsinstallatie dat aan [gedaagden] kan worden toegerekend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.36.</nr>
      <para>Tot slot wijst [gedaagden] erop dat [bedrijf 4] in haar rapport meerdere mogelijke oorzaken benoemt van het niet naar behoren werken van de installatie, namelijk het ontwerp, de uitvoering of de regeltechniek, maar ook een combinatie van deze drie. Twee van deze drie oorzaken (ontwerp/regeltechniek) vallen volgens [gedaagden] niet in haar risicosfeer.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Overwegingen van de rechtbank</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.37.</nr>
      <para>De rechtbank stelt voorop dat [eisers] . zich in deze procedure beroepen op de rechtsgevolgen van hun stelling dat de verwarmingsinstallatie gebreken vertoont, wat [gedaagden] gemotiveerd heeft betwist. Het is aan [eisers] . om ter onderbouwing van de gestelde bereken voldoende concrete feiten aan te voeren. Dit volgt uit artikel 150 Rv. De rechtbank acht de feitelijke onderbouwing van de gestelde gebreken echter onvoldoende. De rechtbank licht dit als volgt toe.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.38.</nr>
      <para>Als gezegd baseren [eisers] . hun stellingen over de verwarmingsinstallatie overwegend op het [bedrijf 4] -rapport. In het licht van de gemotiveerde betwisting van [gedaagden] , is de rechtbank echter van oordeel het [bedrijf 4] -rapport onvoldoende onderbouwing biedt voor die stellingen. In algemene zin laat het rapport te wensen over. Behalve dat het gaat om een visuele inspectie, valt uit het rapport namelijk niet duidelijk op te maken hoe [bedrijf 4] haar onderzoek precies heeft verricht en hoe [bedrijf 4] tot haar bevindingen is gekomen. [bedrijf 4] verwijst wel naar waarnemingen met de warmtebeeldcamera, maar deze ontbreken bij het overgelegde rapport. Zoals [gedaagden] onweersproken heeft aangevoerd, heeft [bedrijf 4] kennelijk geen metingen uitgevoerd en geen onderzoek gedaan naar de werking van de thermostaten en de domotica. Verder heeft [gedaagden] betwist dat de conceptconclusies van [bedrijf 4] met haar zijn gedeeld, zoals [eisers] . zonder onderbouwing stelt. Uit het rapport volgt ook niet dat er wederhoor is toegepast of dat [gedaagden] daartoe de gelegenheid heeft gekregen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.39.</nr>
      <para>Daarbij is [bedrijf 4] ook niet eenduidig in haar bevindingen. Zo concludeert [bedrijf 4] niet <emphasis role="italic">dat</emphasis> de installatie niet als hybride installatie werkt, maar schrijft zij alleen dat het daarop <emphasis role="italic">lijkt</emphasis>. Ook maakt [bedrijf 4] in haar rapport niet duidelijk van welke gevraagde temperaturen zij is uitgegaan en welke temperaturen in werkelijkheid worden behaald. [bedrijf 4] wijst verder op duidelijke temperatuurverschillen in het vloeroppervlak, maar de onderbouwing daarvan volgt niet uit het overgelegde rapport. Bovendien is [bedrijf 4] onduidelijk over de (technische) oorzaak hiervan. Enerzijds schrijft [bedrijf 4] dat waarneming met warmtebeeldcamera (die in de stukken ontbreekt) aantoont dat meerdere pompen defect zouden zijn, maar ook dat de uitvallende zonepompen niet (de enige) oorzaak zijn van het probleem. In haar conclusie schrijft [bedrijf 4] vervolgens dat zowel de warmteopwekking als de distributie van de installatie niet naar behoren werken en dat zowel het ontwerp, de uitvoering of de regeltechniek, maar ook een combinatie van deze drie, daarvan de oorzaak kan zijn. Terwijl onder meer de oorzaak van de klachten tussen partijen ter discussie staat en het verkrijgen van inzicht daarin ook het doel was van de rapportage (zie overweging 3.28.), geeft [bedrijf 4] hierover dus juist <emphasis role="underline">geen</emphasis> uitsluitsel. Tot slot geeft [bedrijf 4] onder het kopje ‘<emphasis role="bold italic">Noodzakelijke aanpassingen’</emphasis> aan dat de verwarmingsinstallatie moet worden aangepast “<emphasis role="italic">met de aanwezige apparatuur en nieuwe regeltechniek</emphasis>” en dat ook de “<emphasis role="italic">regeling vloerverwarming</emphasis>” moet worden aangepast. Zoals [gedaagden] terecht aanvoert, duiden deze voorgestelde oplossingen juist op een probleem met de regeltechniek. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.40.</nr>
      <para>Alles overziend vindt de rechtbank dat het [bedrijf 4] -rapport, dat gebaseerd is op een visuele inspectie, onvoldoende gemotiveerd is en ook geen duidelijke oorzaak aanwijst van de klachten over de verwarmingsinstallatie in de woning. Dat maakt dit rapport als onderbouwing van de door [eisers] . gestelde gebreken aan de verwarmingsinstallatie onvoldoende concreet en onvoldoende overtuigend. Gezien de gemotiveerde betwisting van [gedaagden] mocht van [eisers] . verwacht worden dat zij de gestelde gebreken nader feitelijk zouden onderbouwen (artikel 150 Rv). Zo hadden [eisers] . [bedrijf 4] (of een andere deskundige) kunnen vragen om in te gaan op het standpunt van [gedaagden] of naar aanleiding daarvan nader onderzoek te doen naar de (technische) oorzaak van de problemen die [eisers] . ervaren. Specifiek hadden zij de vloerverwarmingskleppen en de domotica kunnen laten onderzoeken en kunnen laten toetsen hoe de vloerverwarming werkt na loskoppeling van de domotica. Het al dan niet goed functioneren van de domotica is namelijk één van de prangende punten in de correspondentie en discussie tussen partijen (zie onder meer overwegingen 3.17. en 3.18.) . Ook mocht van [eisers] . verwacht worden dat zij concreet zouden ingaan op de overgelegde e-mail van Bosch over de werking van de hybride installatie. In het licht van die e-mail hadden [eisers] ten minste nader mogen (laten) toelichten hoe [bedrijf 4] tot haar bevinding is gekomen dat de cv-ketel niet bijschakelt als de warmtevraag de capaciteit van de warmtepomp overstijgt. Ondanks dat het standpunt van [gedaagden] en de onderbouwing daarvan al langere tijd bij [eisers] bekend is, hebben zij dit alles echter nagelaten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.41.</nr>
      <para>Weliswaar hebben [eisers] . nog schermafbeeldingen overgelegd van (gemeten) temperaturen in verschillende ruimtes van de woning en een e-mail van [bedrijf 3] van 1 februari 2023, maar dat vindt de rechtbank niet genoeg. De overgelegde schermafbeeldingen betreffen momentopnames uit de periode 17 december 2022 tot en met 8 maart 2023 waarop [eisers] . verder geen concrete toelichting hebben gegeven. Daargelaten dat [gedaagden] nadien nog werkzaamheden heeft verricht aan de verwarmingsinstallatie (zie overwegingen 3.21.-3.23.), kan de rechtbank aan de hand van deze afbeeldingen niet vaststellen dat en waarom bepaalde temperaturen niet zouden kunnen worden behaald. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.42.</nr>
      <para>Aan de overgelegde e-mail van [bedrijf 3] , waarin [bedrijf 3] schrijft “<emphasis role="italic">dat de vloerverwarmingskleppen defect raakten</emphasis>”, gaat de rechtbank ook voorbij. [bedrijf 3] is ten eerste geen deskundige en heeft in de context van dit geschil ook geen onafhankelijke positie. [bedrijf 3] is namelijk de installateur en leverancier van de domotica die juist mede onderwerp is van de discussie tussen partijen over de verwarmingsinstallatie. Ten tweede geeft [bedrijf 3] in haar e-mail zelf aan dat zij niet heeft kunnen zien dat er op dat moment een klep defect was, wat [gedaagden] ook gemotiveerd heeft betwist. Tot slot geldt ook voor deze e-mail dat deze meer dan twee jaar oud is en dus geen actueel beeld geeft van de situatie.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.43.</nr>
      <para>De rechtbank concludeert dan ook dat de gestelde gebreken aan de door [gedaagden] geïnstalleerde verwarmingsinstallatie niet zijn komen vast te staan. De rechtbank zal de ter zake gevorderde schadevergoeding om deze reden afwijzen. Dit betekent dat de rechtbank de overige stellingen en/of verweren van partijen op dit punt niet hoeft te beoordelen. </para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Schadevergoeding – conclusie </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.44.</nr>
      <para>Het voorgaande brengt mee dat de rechtbank de schadevergoedingsvordering van [eisers] . zal afwijzen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Verklaring voor recht</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.45.</nr>
      <para>
        [eisers] . vorderen tot slot een verklaring voor recht dat [gedaagden] tegenover hen tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst en de daaruit voortvloeiende herstelverplichtingen. De rechtbank zal ook deze vordering afwijzen. Uit het voorgaande volgt dat de gestelde tekortkoming ten aanzien van de verwarmingsinstallatie niet vaststaat. Daarnaast is [gedaagden] niet in verzuim als het gaat om de nakoming van (eventuele) (herstel)verplichtingen ten aanzien van het WTW-systeem. Het gevolg hiervan is – als gezegd – dat de rechtbank de schadevergoedingsvordering [eisers] . zal afwijzen. Dat [eisers] . (alsnog) een (zelfstandig) belang zouden hebben bij de gevorderde verklaring voor recht, wat [gedaagden] gemotiveerd heeft betwist, hebben zij in het geheel niet gesteld of gemotiveerd. Dat lag wel op hun weg. Zonder belang kunnen [eisers] . immers geen verklaring voor recht vorderen (artikel 3:303 BW).</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.46.</nr>
      <para>
        [eisers] . zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten van [gedaagden] (inclusief nakosten) betalen. Deze proceskosten begroot de rechtbank op:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- griffierecht</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>2.889,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris advocaat</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>2.428,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(2 punten × € 1.214,00)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- nakosten</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>178,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>5.495,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>wijst de vorderingen van [eisers] . af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>veroordeelt [eisers] . in de proceskosten van € 5.495,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [eisers] . niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. De Vlieger en in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2025.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_5e262193-8c55-450f-977c-5540fe8b2ca3" label="1">
    <para> Vgl. Asser/Sieburg 6-1 2024/384. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>