<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2025:3963</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-26T11:42:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-06-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11182725 CV EXPL 24-2313 (E)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:3963">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:3963</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-25T15:25:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:3963 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 04-06-2025 / 11182725 CV EXPL 24-2313 (E)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2025:3963:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eindvonnis na eisvermindering waarbij energieleverancier niet langer ontbinding van de overeenkomst tot levering van stadsverwarming en afsluiting stadsverwarming vordert. De gevorderde betalingsachterstand wordt toegewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2025:3963:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 11182725 \ CV EXPL  24-2313</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 4 juni 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de besloten vennootschap ENNATUURLIJK B.V.</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd te ‘s-Hertogenbosch,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: Ennatuurlijk,</para>
      <para>gemachtigde: Flanderijn &amp; van Eck,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>, </para>
      <para>wonende op een geheim adres in de [gemeente] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde] ,</para>
      <para>gemachtigde: mr. A.C.M. van den Kieboom.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het tussenvonnis van 31 december 2024 en de daarin genoemde processtukken;</para>
      <para>- de akte van Ennatuurlijk met producties van 15 januari 2025;</para>
      <para>- de antwoordakte van [gedaagde] van 7 mei 2025;</para>
      <para>- de akte van Ennatuurlijk tot vermindering van eis van 7 mei 2025.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling van het geschil </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Bij tussenvonnis van 31 december 2024 is Ennatuurlijk in de gelegenheid gesteld om aanmaningen te overleggen waaruit blijkt dat de volgens de Warmteregeling vereiste vermeldingen daarin zijn opgenomen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Ennatuurlijk heeft vervolgens bij akte aanmaningen overgelegd, waarop [gedaagde] bij antwoordakte heeft gereageerd. Gelijktijdig met de antwoordakte heeft Ennatuurlijk een akte vermindering van eis ingediend. Ennatuurlijk vordert bij akte van 7 mei 2025 dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van het bedrag van € 2.500,00 (als deel van de totale vordering, onder uitdrukkelijke reservering van haar rechten op het restant) vermeerderd met de wettelijke rente over € 4.498,55 vanaf 7 mei 2025 tot alles is betaald, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van de procedure. Door deze eisvermindering vordert Ennatuurlijk niet langer een verklaring voor recht dat zij de aansluiting mag onderbreken. Ook vordert zij niet langer ontbinding van de overeenkomst, ontruiming in verband met het onderbreken van de aansluiting en de maandelijkse voorschotbijdrage.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Gezien de eisvermindering kan de beoordeling of Ennatuurlijk aanmaningen heeft verstuurd aan [gedaagde] die voldoen aan de Warmteregeling verder achterwege blijven. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Ten aanzien van de wettelijke rente ex artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek (BW) wijst [gedaagde] bij antwoordakte op haar persoonlijke problemen en voert aan dat toewijzing niet in de rede ligt, danwel naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. De persoonlijke problemen van [gedaagde] , hoe vervelend ook, staan echter niet in de weg aan toewijzing van de rente omdat die problemen voor haar risico komen. Toewijzing van de rente is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De beperkte vordering van € 2.500,00 zal zoals in het tussenvonnis is overwogen, worden toegewezen. Ook de gevorderde wettelijke rente over € 4.498,55 vanaf 7 mei 2025 zal worden toegewezen. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Omdat [gedaagde] in het ongelijk is gesteld, zal zij op grond van artikel 237 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) in de proceskosten (inclusief nakosten) worden veroordeeld. Er zijn geen redenen aanwezig om op grond van beginselen van redelijkheid en billijkheid van de hoofdregel af te wijken. Wel ziet de kantonrechter aanleiding om voor de akte na tussenvonnis van 15 januari 2025 geen salaris toe te kennen omdat dit een nodeloze proceshandeling is geworden na de vervolgens ingediende eisvermindering. Voor die akte eisvermindering is er ook geen recht op loon. De proceskosten van Ennatuurlijk worden begroot op:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- kosten van de dagvaarding</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>112,37</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- griffierecht</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>372,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris gemachtigde</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>306,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(1,5 punt × € 204,00)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- nakosten</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>102,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>892,37</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan Ennatuurlijk te betalen een bedrag van € 2.500,00 te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over € 4.498,55 vanaf 7 mei 2025 tot de dag van volledige betaling,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 892,37, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Van 't Nedereind en in het openbaar uitgesproken op 4 juni 2025.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>