<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2025:3845</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-20T14:31:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-02-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11160810 CV EXPL 24-3095 (T)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Tilburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:3845">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:3845</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-20T14:30:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:3845 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 19-02-2025 / 11160810 CV EXPL 24-3095 (T)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2025:3845:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Geschil over erfgrens. De echtgenote (mede-eigenaar) is niet in het proces betrokken. De kantonrechter stelt eiser in de gelegenheid om zijn echtgenote in het geding op te roepen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2025:3845:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Tilburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 11160810 \ CV EXPL  24-3095</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 19 februari 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [persoon 1]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [plaats] ,</para>
      <para>eisende partij in conventie,</para>
      <para>verwerende partij in reconventie,</para>
      <para>hierna te noemen: [persoon 1] ,</para>
      <para>procederend in persoon,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [persoon 2]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [plaats] ,</para>
      <para>gedaagde partij in conventie,</para>
      <para>eisende partij in reconventie,</para>
      <para>hierna te noemen: [persoon 2] ,</para>
      <para>gemachtigde: mr. F.J. Boomaars,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>als belanghebbende wordt in deze zaak aangemerkt:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [belanghebbende] ,</emphasis>
      </para>
      <para>te [plaats] ,</para>
      <para>gemachtigde: mr. F.J. Boomaars.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het tussenvonnis van 7 augustus 2024</para>
      <para>- conclusie van antwoord in reconventie</para>
      <para>- de op 23 oktober 2024 ingekomen brief met bijlagen van [persoon 1]</para>
      <para>- de akte houdende wijziging van eis in reconventie, tevens aanvullende producties van [persoon 2]</para>
      <para>- de mondelinge behandeling van 4 februari 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;</para>
      <para>- het e-mailbericht van 6 februari 2025 van [persoon 2] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Waar gaat de zaak over?</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">in conventie en in reconventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [persoon 1] woont aan [adres 1] . [persoon 2] woont aan [adres 2] . Partijen zijn buren van elkaar. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [persoon 1] stelt – kort gezegd – dat [persoon 2] weigert om het perceel met [nummer] op eigen kosten als zijn eigendom te registreren. Daarnaast wenst hij een ondertekende verklaring terug te ontvangen en een vergoeding te ontvangen van kosten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [persoon 2] vordert in reconventie – samengevat – dat [persoon 1] verf, voorwerpen en alle (andere) begroeiingen van struiken en beplanting van de privémuur verwijdert, met een dwangsom, oplegging van een contactverbod met een dwangsom en verwijdering van de leilinde die in de verboden zone staat. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">in conventie en in reconventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Een vordering tot vaststelling van een erfgrens is een rechtsverhouding waarbij het rechtens noodzakelijk is dat een beslissing daarover in dezelfde zin luidt voor alle bij de rechtsverhouding betrokken personen. Dat betekent dat de rechter de beslissing over de vaststelling van de erfgrens alleen kan geven in een geding waarin alle personen die bij de rechtsverhouding betrokken zijn, partij zijn, zodat de rechterlijke beslissing hen allen bindt. Wanneer een partij een dergelijke beslissing wil uitlokken, moeten ook alle bij de rechtsverhouding betrokken personen in het geding worden opgeroepen, zodat de rechterlijke beslissing hen allen bindt (HR 10 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:411). </para>
        <para>Dat is in dit geval niet gebeurd. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Dat partijen niet zelf hebben aangevoerd dat oproeping van de echtgenotes vereist is, leidt niet tot een ander oordeel. De kantonrechter moet ambtshalve toetsen of alle bij de rechtsverhouding betrokken partijen in het geding zijn. Dit onderwerp is ook als zodanig tijdens de mondelinge behandeling met partijen besproken. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <parablock>
        <para>De echtgenote van [persoon 1] ( [echtgenote] ) en de echtgenote van </para>
        <para>
          [persoon 2] ( [belanghebbende] ) zijn mede-eigenaar van de percelen waarop het geschil betrekking heeft, maar zij ontbreken in het proces, terwijl het onderhavige geschil ook hun rechten als mede-eigenaar raakt. Mevrouw [belanghebbende] is ter zitting verschenen en zij heeft verklaard zich achter het verweer van [persoon 2] te scharen en reeds bekend te zijn met de inhoud van het dossier. Zij wordt beschouwt als belanghebbende te zijn opgeroepen en verschenen in deze procedure, zoals ook in de kop van dit vonnis is opgenomen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Mevrouw [echtgenote] is niet ter zitting verschenen. Ingevolge voornoemd arrest van de Hoge Raad dient de rechter in een dergelijke situatie, de gelegenheid te geven om de ontbrekende partij alsnog op de voet van artikel 118 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) in het geding op te roepen binnen een daartoe door de rechter te stellen termijn. De kantonrechter zal [persoon 1] in de gelegenheid stellen om zijn echtgenote [echtgenote] in dit geding op te roepen, op de rol van 19 maart 2025.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in conventie en in reconventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>stelt [persoon 1] in de gelegenheid om mevrouw [echtgenote] (op de voet van artikel 118 Rv) als partij in het geding op te roepen op de rol van <emphasis role="bold">5 maart 2025</emphasis>,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>stelt mevrouw [echtgenote] in de gelegenheid om op de rol van </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">19 maart 2025 </emphasis>een reactie te nemen naar aanleiding van de vorderingen,</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Tilman-Knoester en in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2025.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>