<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2025:3673</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-19T08:40:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-06-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">24/4173</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:3673">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:3673</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-16T13:18:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:3673 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 12-06-2025 / 24/4173</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2025:3673:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Dividendbelasting internationaal</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2025:3673:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Belastingrecht</para>
    <para>
      <?linebreak?>zaaknummer: BRE 24/4173 </para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 juni 2025 in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [belanghebbende] , uit [plaats] ( [land] ), belanghebbende</title>
    <para>(gemachtigde: mr. dr. T.C. Gerverdinck),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de inspecteur van de belastingdienst (de inspecteur).</title>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Belanghebbende heeft een beroepschrift ingediend tegen de uitspraak van de inspecteur van 13 februari 2024 op het bezwaar van belanghebbende tegen de afwijzing van het verzoek om teruggaaf van dividendbelasting over het jaar 2020. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Een zitting is met toepassing van artikel 8:57 van de Awb achterwege gebleven. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank heeft de inspecteur terecht geen teruggaaf van dividendbelasting verleend. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Heeft belanghebbende recht op teruggaaf van dividendbelasting?</emphasis>
      </para>
      <para>Belanghebbende stelt – kort gezegd – met een beroep op het Unierecht dat recht op teruggaaf van dividendbelasting bestaat omdat belanghebbende vergelijkbaar is met een fiscale beleggingsinstelling (hierna: fbi).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gezien het overgangsrecht van artikel XXVI, leden 8 en 9, van de wet Overige fiscale maatregelen 2008<footnote-ref linkend="_5ed32213-5060-452e-8c4f-4809c66dd494" />, is – kort gezegd – voor teruggaafverzoeken met betrekking tot de boekjaren vanaf het boekjaar dat aanvangt op of na 1 januari 2008 het regime van de afdrachtvermindering<footnote-ref linkend="_35b5cabd-4db4-4070-b306-dcd641cd205a" /> van belang.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat het teruggaafverzoek terecht is afgewezen, reeds gelet op het volgende. De Hoge Raad heeft beslist dat het vrije verkeer van kapitaal niet wordt belemmerd door de omstandigheid dat buiten Nederland gevestigde beleggingsinstellingen, in verband met het gegeven dat zij in Nederland niet inhoudingsplichtig zijn voor de dividendbelasting, niet in aanmerking komen voor een tegemoetkoming op grond van de regeling van de afdrachtvermindering.<footnote-ref linkend="_306d8281-6a8f-4e31-b20f-f7cd41059730" /> In wat belanghebbende heeft aangevoerd tegen de beslissing van de Hoge Raad, ziet de rechtbank geen aanleiding om wel teruggaaf te verlenen of prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie te stellen.<footnote-ref linkend="_17f616f4-921d-49b3-b189-7c6c2be3a480" /> Voor zover belanghebbende aanvoert dat – mede gelet op het doel – de afdrachtvermindering niet in relevante zin (voor de toepassing van de belemmeringsvraag) afwijkt van de oude teruggaafregeling, kan dat belanghebbende evenmin baten. De rechtbank is in enige eerdere uitspraken, voorafgaand aan de HR-beslissing,<footnote-ref linkend="_603a58b8-6aeb-496f-803e-6273f770492f" /> in de kern uitgegaan van een vergelijkbare opvatting, maar de Hoge Raad heeft anders beslist.<footnote-ref linkend="_98ce5eb6-c25f-4210-816c-1bae6ca0a47b" /></para>
      <para>Ten overvloede merkt de rechtbank op dat zelfs als wel sprake zou zijn van een ongerechtvaardigde belemmering van het vrije verkeer van kapitaal, dit belanghebbende niet zou kunnen baten. In dat geval zou – indien belanghebbende ook overigens vergelijkbaar is met een fbi – het namelijk naar het oordeel van de rechtbank voor de hand liggen dat rechtsherstel plaatsvindt op overeenkomstige wijze zoals de Hoge Raad in zijn beslissing van 23 oktober 2020 heeft uiteengezet voor – kort gezegd – de teruggaafregeling, dus met inachtneming van een zogenoemde vervangende betaling.<footnote-ref linkend="_7148a456-591b-4e1e-9e95-dc7376f20ee2" /> Dit overeenkomstige rechtsherstel zou niet tot een teruggaaf kunnen leiden. Voor een fbi is de tegemoetkoming in de vorm van de afdrachtvermindering immers nimmer hoger dan het door haar af te dragen bedrag aan dividendbelasting dat zij heeft ingehouden op de door haar uitgedeelde winst. Gelet daarop zou voor een buitenlands fonds een vergelijkbare tegemoetkoming maar dan in de vorm van een teruggaaf niet hoger kunnen zijn dan de vervangende betaling die op die teruggaaf in mindering zou komen, ook niet indien de grondslag voor de vervangende betaling zou zijn beperkt tot – kort gezegd – de Nederlandse winst. Opmerking verdient daarbij dat – afgezien van de kwestie van de grondslag van de vervangende betaling – de rechtbank onvoldoende aanknopingspunten aanwezig acht voor het oordeel dat sprake is van redelijke twijfel dat de door de Hoge Raad voorgeschreven wijze van rechtsherstel bij de teruggaafregeling, verenigbaar is met het Unierecht.<footnote-ref linkend="_250c653e-3f70-43c1-bde9-3980f25b70a8" /></para>
      <para>	Ook wat belanghebbende in dit verband aanvoert onder verwijzing naar het arrest  L-Fund<footnote-ref linkend="_55a410c0-d721-4b9f-81f7-1033193dadd7" /> is geen aanleiding voor een ander oordeel.<footnote-ref linkend="_2f838c9d-d11f-4d22-b246-e48b1e619e51" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In hetgeen Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft overwogen in zijn uitspraken van 26 oktober 2022<footnote-ref linkend="_1118618a-c5b6-4be1-981f-0f6096635fed" /> en 18 januari 2023<footnote-ref linkend="_3b8dec4e-6c48-4a6b-9ab0-823f4910bc32" /> en 22 februari 2023<footnote-ref linkend="_b3befe81-32d2-4a04-adf9-d1132e4ec9a9" />, ziet de rechtbank geen aanleiding om anders te oordelen. Dit onder verwijzing naar de uitspraak van de Hoge Raad van 13 september 2024.<footnote-ref linkend="_542a061e-e12e-439b-89c7-2a9cedffd7da" /> Deze laatste uitspraak is tevens een bevestiging van al hetgeen hiervoor is overwogen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet hierop wordt niet toegekomen aan de behandeling van de overige verweren van de inspecteur. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aangezien geen recht bestaat op teruggaaf van dividendbelasting, heeft belanghebbende evenmin recht op vergoeding van rente over de ingehouden dividendbelasting.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vergoeding van immateriële schade</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Belanghebbende heeft verzocht om vergoeding van immateriële schade indien de redelijke behandeltermijn wordt overschreden. Gelet op de datum van indiening van het bezwaar, is de redelijke behandeltermijn in eerste aanleg niet overschreden. De rechtbank wijst het verzoek dan ook af. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beroep is ongegrond. Belanghebbende krijgt daarom het griffierecht niet terug. Belanghebbende krijgt ook geen vergoeding van proceskosten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het beroep ongegrond;</para>
    <para>- wijst het verzoek om vergoeding van immateriële schade af.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van mr. I. van Wijk, griffier, op 12 juni 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen op “www.rechtspraak.nl”. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_5ed32213-5060-452e-8c4f-4809c66dd494" label="1">
    <para> Stb. 2007, 563.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_35b5cabd-4db4-4070-b306-dcd641cd205a" label="2">
    <para> Artikel 11a van de Wet op de dividendbelasting 1965.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_306d8281-6a8f-4e31-b20f-f7cd41059730" label="3">
    <para> ECLI:NL:HR:2021:506.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_17f616f4-921d-49b3-b189-7c6c2be3a480" label="4">
    <para> Zie ECLI:NL:HR:2024:1176.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_603a58b8-6aeb-496f-803e-6273f770492f" label="5">
    <para> Bijv. ECLI:NL:RBZWB:2019:5898, rov. 4.4.4 en 4.4.5.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_98ce5eb6-c25f-4210-816c-1bae6ca0a47b" label="6">
    <para> Vgl. in verband met het laatste uitgebreider ECLI:NL:RBZWB:2022:1258.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7148a456-591b-4e1e-9e95-dc7376f20ee2" label="7">
    <para> ECLI:NL:HR:2020:1674, onderdeel 5.4.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_250c653e-3f70-43c1-bde9-3980f25b70a8" label="8">
    <para> ECLI:NL:RBZWB:2021:264, rov. 4.2.7 tot en met 4.2.14.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_55a410c0-d721-4b9f-81f7-1033193dadd7" label="9">
    <para> HvJ EU 27 april 2023, C-537/20, ECLI:EU:C:2023:339.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2f838c9d-d11f-4d22-b246-e48b1e619e51" label="10">
    <para> Vgl. de conclusie van AG Ettema van 3 november 2023, ECLI:NL:PHR:2023:988.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1118618a-c5b6-4be1-981f-0f6096635fed" label="11">
    <para> ECLI:NL:GHSHE:2022:3770.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3b8dec4e-6c48-4a6b-9ab0-823f4910bc32" label="12">
    <para> ECLI:NL:GHSHE:2023:67.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b3befe81-32d2-4a04-adf9-d1132e4ec9a9" label="13">
    <para> ECLI:NL:GHSHE:2023:694.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_542a061e-e12e-439b-89c7-2a9cedffd7da" label="14">
    <para> ECLI:NL:HR:2014:1176.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>