<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2025:3516</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-05T13:54:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-06-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02-386393-24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:3516">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:3516</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-05T11:30:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:3516 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 05-06-2025 / 02-386393-24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2025:3516:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verdachte heeft ruim 5 kilogram cocaïne voorhanden gehad. Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Aan het voorwaardelijk deel van de straf verbindt de rechtbank een proeftijd van twee jaar en de bijzondere voorwaarden zoals de reclassering heeft geadviseerd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2025:3516:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer: 02-386393-24  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer van 5 juni 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1991 te [geboorteplaats] ( [land] ),</para>
      <para>gedetineerd in Detentiecentrum [plaats 1] ,</para>
      <para>raadsman mr. M. van Stratum, advocaat te ’s-Gravenhage.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 22 mei 2025, waarbij de officier van justitie mr. L. van Hemert en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. </para>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte 5.710 gram cocaïne aanwezig heeft gehad op 2 december 2024.  </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig. </para>
      <para>De rechtbank is bevoegd. </para>
      <para>De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. </para>
      <para>Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft gepleegd.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen, omdat niet voldaan is aan het opzetvereiste. Verdachte had geen wetenschap van het feit dat hij cocaïne bij zich had. De verdediging bepleit daarom vrijspraak.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>4.3.1</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">De bewijsmiddelen</emphasis>
          </para>
          <para>De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.2</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Vaststelling van de feiten en omstandigheden</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen vast dat verdachte op 2 december 2024 in de [straat 1] in [plaats 2] door de politie staande werd gehouden, nadat de politie een melding van een vechtpartij aan [adres] had ontvangen. Verdachte had op dat moment een gele plastic tas van supermarkt Jumbo bij zich. De inhoud van de tas is onderzocht. In de tas zaten vijf blokken. Deze blokken wogen gezamenlijk, inclusief hun verpakking, 5.710 gram. De blokken zijn eerst indicatief getest. Vervolgens heeft gevalideerd identificerend NFiDENT-onderzoek plaatsgevonden. Uit beide onderzoeken is gebleken dat de vijf blokken cocaïne bevatten. De verpakking van de blokken cocaïne is gewogen en gebleken is dat de verpakking 140 gram per blok woog. Dit betekent dat het nettogewicht van de aangetroffen cocaïne 5.010 gram bedraagt.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij de bij hem aangetroffen cocaïne opzettelijk aanwezig had. Uit vaste rechtspraak van de Hoge Raad volgt dat voor bewezenverklaring daarvan vereist is, dat verdachte wetenschap van en beschikkingsmacht over de cocaïne had. Omdat de cocaïne onder verdachte werd aangetroffen en daarop geen verweer is gevoerd, staat niet ter discussie dat verdachte beschikkingsmacht over de cocaïne had. De verdediging heeft wel verweer gevoerd over de wetenschap. De rechtbank dient de vraag te beantwoorden of verdachte wist dat hij cocaïne bij zich had.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Had verdachte wetenschap van de cocaïne?</emphasis>
          </para>
          <para>Verdachte rende, nadat hij de politie zag, vanuit de [straat 2] en de [straat 3] naar de [straat 1] . Toen de politie verdachte daar aanriep, bleef hij staan, liet hij de plastic tas die hij bij zich had vallen en deed hij zijn handen omhoog. Toen de politie hem staande hield en hem vroeg of hij wapens bij zich had, zei verdachte uit eigen beweging dat hij geen wapens bij zich had en dat de politie voor de cocaïne in de woning aan de [adres] moest zijn. Op dat moment had de politie nog niets over verdovende middelen tegen verdachte gezegd of aan hem gevraagd. Verdachte wees de politie naar de woning waarin hij een kamer huurde samen met zijn vrouw en dochtertje en waarvandaan hij net daarvoor was weggegaan. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij een huurachterstand had en dat hij, om (een gedeelte van) die schuld af te betalen, door iemand werd gevraagd om een pakketje te vervoeren in ruil voor € 1.400,-. Tijdens de fouillering vond de politie een contant geldbedrag van € 1.450,- bij verdachte in coupures van € 100 en € 50. De tas die verdachte bij zich droeg betrof een normale plastic tas zonder rits of andere sluiting. Uit het dossier is niet gebleken dat deze tas dichtgemaakt was, zodat verdachte niet heeft kunnen zien wat de inhoud was. Dit alles in samenhang bezien maakt naar het oordeel van de rechtbank dat verdachte wetenschap had van het feit dat hij cocaïne bij zich had.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
          </para>
          <para>Omdat verdachte beschikkingsmacht over en wetenschap van de cocaïne had, is voldaan aan het opzetvereiste. Dit betekent dat naar het oordeel van de rechtbank wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte de cocaïne opzettelijk aanwezig had. </para>
        </parablock>
        <para />
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>op 2 december 2024 te [plaats 2] opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 5.010 gram van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid</title>
    <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafoplegging</title>
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van </para>
        <para>18 maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar met aftrek van het voorarrest. Aan de voorwaardelijke straf dienen de voorwaarden zoals deze zijn geformuleerd door de reclassering te worden gekoppeld. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging is van mening dat verdachte zijn les heeft geleerd en dat bij een bewezenverklaring een straf gelijk aan de tijd die hij in voorarrest heeft doorgebracht passend is, met daarbij een voorwaardelijke straf waaraan de geadviseerde bijzondere voorwaarden kunnen worden verbonden.   </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte is op 2 december 2024 kort na een melding van een vechtpartij bij zijn woning door de politie in de buurt van die woning aangetroffen met ongeveer vijf kilogram cocaïne bij zich. Het is algemeen bekend dat drugs, mede vanwege de zeer verslavende werking ervan, schadelijk zijn voor de volksgezondheid. Om die reden wordt het aanwezig hebben van een grote hoeveelheid drugs gezien als een ernstig feit. Daarnaast gaat de handel in drugs veelal gepaard met verschillende vormen van criminaliteit, geweldsdelicten en illegale geldstromen, waarbij de drugshandel een belangrijke schakel vormt in de keten van criminele ondermijnende activiteiten die de samenleving ontwrichten. Met zijn handelen heeft verdachte hieraan een bijdrage geleverd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank slaat acht op de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Het oriëntatiepunt voor het aanwezig hebben van tussen de 4 en 5 kilo harddrugs is voor een first offender een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 15 maanden en als het gaat om 5 tot 6 kilo een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 18 maanden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op de ernst van het feit is de rechtbank van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur passend en geboden is. De rechtbank houdt ook rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Verdachte heeft ter zitting geen volledige openheid van zaken willen geven. In zijn antwoorden op vragen is verdachte vaag gebleven en heeft wisselende antwoorden gegeven. Uitgaande van de verklaring van verdachte, heeft hij ermee ingestemd om een tas met cocaïne te vervoeren in ruil voor </para>
        <para>€ 1.400,- om een gedeelte van zijn huurachterstand te betalen. Dit betekent dat verdachte vanwege een financiële reden ervoor heeft gekozen een ernstig strafbaar feit te plegen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit het advies van de reclassering van 15 mei 2025 volgt dat de kans op herhaling als laag tot gemiddeld wordt ingeschat. Om verdachte van een soortgelijke keuze te weerhouden in de toekomst, adviseert de reclassering een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met daaraan verbonden een aantal bijzondere voorwaarden. Verdachte heeft verklaard bereid te zijn hieraan mee te werken. Omdat bij de rechtbank de vraag rijst wat verdachte in de toekomst zal weerhouden opnieuw een dergelijke keuze te maken, is zij van oordeel dat naast een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur ook een voorwaardelijke gevangenisstraf geboden is. Omdat de aangetroffen hoeveelheid cocaïne ongeveer 5 kilo is, sluit de rechtbank aan bij het oriëntatiepunt voor(4 tot 5 kilo in plaats van 5 tot 6 kilo, voor wat betreft de duur die het onvoorwaardelijke gedeelte van de gevangenisstraf moet hebben. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Alles afwegend legt de rechtbank aan verdachte op een gevangenisstraf voor de duur van </para>
        <para>18 maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Aan het voorwaardelijk deel van de straf verbindt de rechtbank een proeftijd van twee jaar en de bijzondere voorwaarden zoals de reclassering heeft geadviseerd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Het beslag</title>
    <paragroup>
      <nr>7.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De onttrekking aan het verkeer</emphasis>
        </para>
        <para>De hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen zijn vatbaar voor onttrekking aan het verkeer.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gebleken is dat het feit is begaan met betrekking tot een aantal van deze voorwerpen. Verder zijn alle voorwerpen van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en/of het algemeen belang.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De verbeurdverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>Het hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerp is vatbaar voor verbeurdverklaring. Het voorwerp (een geldbedrag) behoort toe aan verdachte. Daarnaast is het in beslag genomen bedrag op € 50,- na het bedrag dat verdachte zou krijgen voor het vervoeren van de cocaïne en bestond het bedrag uit in het crimineel milieu gebruikelijke coupures van € 100 en € 50. Bovendien heeft verdachte verklaard dat hij in geldnood verkeerde. Verdachte heeft ter zitting eerst verklaard dat hij het geldbedrag had gekregen en kwam daar later op terug. Toen verklaarde hij dat het geldbedrag de opbrengst was van het werk van zijn vrouw en dat hij het van haar had gekregen. Die verklaring is naar het oordeel van de rechtbank ongeloofwaardig.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De wettelijke voorschriften</title>
    <para>De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 36b, en 36c van het Wetboek en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;</para>
    <para>- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:</para>
    <parablock>
      <para>         Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven </para>
      <para>         verbod;</para>
    </parablock>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafoplegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot <emphasis role="bold">een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar</emphasis>;</para>
    <para>- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;</para>
    <para />
    <para>- stelt als <emphasis role="bold">algemene voorwaarde</emphasis> dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;</para>
    <para />
    <para>- stelt als <emphasis role="bold">bijzondere voorwaarden</emphasis>: </para>
    <para>1. dat verdachte zich zal melden bij de reclassering (Marconistraat 2, 3029 AK Rotterdam ) en zich daarna gedurende een door de reclassering te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) zal blijven melden, zo lang en zo frequent als de reclassering noodzakelijk acht. De reclassering zal contact met verdachte opnemen voor de eerste afspraak;</para>
    <para>2. dat verdachte zich, indien de reclassering het nodig acht, laat begeleiden door SMO [plaats 2] of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling start na aanmelding door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of</para>
    <para>zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling;</para>
    <para>3. dat verdachte de reclassering inzicht geeft in zijn financiën en eventuele schulden;</para>
    <para />
    <para>4. dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking verleent aan het nemen van vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage biedt;</para>
    <para>5. dat verdachte medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;</para>
    <para />
    <para>- geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarde(n) en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beslag</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart <emphasis role="bold">onttrokken aan het verkeer</emphasis> de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten:</para>
    <parablock>
      <para>* 2 STK Stempel (Omschrijving: PL2000-2024309274-G2800677);</para>
      <para>* 3 STK Stempel (Omschrijving: PL2000-2024309274-G2800676);</para>
      <para>* 1.120 GR Cocaïne (Omschrijving: PL2000-2024309274-G2800556);</para>
      <para>* 1.140 GR Cocaïne (Omschrijving: PL2000-2024309274-G2800565, Wit);</para>
      <para>* 1.140 GR Cocaïne (Omschrijving: PL2000-2024309274-G2800708, Wit);</para>
      <para>* 1.150 GR Cocaïne (Omschrijving: PL2000-2024309274-G2800709, Wit);</para>
      <para>* 1 KG Cocaïne (Omschrijving: PL2000-2024309274-G2800553 1,14 kg, Wit);</para>
      <para>* 1 KG Cocaïne (Omschrijving: PL2000-2024309274-G2800554, Wit);</para>
      <para>* 235 GR Verdovende Middelen (Omschrijving: PL2000-2024309274-G2800646, Beige);</para>
      <para>* 3 STK Pil (Omschrijving: PL2000-2024309274-G2800645, Espididol);</para>
      <para>* 1.765 GR Verdovende Middelen (Omschrijving: PL2000-2024309274-G2800651 procaine, Wit);</para>
      <para>* 1.000 GR Verdovende Middelen (Omschrijving: PL2000-2024309274-G2800764</para>
      <para>onbekende poeder, Wit);</para>
      <para>* 970 GR Verdovende Middelen (Omschrijving: PL2000-2024309274-G2800767</para>
      <para>onbekende poeder, Wit);</para>
      <para>* 1.140 GR Verdovende Middelen (Omschrijving: PL2000-2024309274-G2800768</para>
      <para>onbekende poeder, Wit);</para>
      <para>* 970 GR Verdovende Middelen (Omschrijving: PL2000-2024309274-G2800769</para>
      <para>onbekende poeder, Wit);</para>
      <para>* 290 GR Verdovende Middelen (Omschrijving: PL2000-2024309274-G2800770</para>
      <para>onbekende poeder, Wit);</para>
      <para>* 1 STK Hashish (Omschrijving: PL2000-2024309274-G2800637 niet gewogen, Bruin).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- verklaart <emphasis role="bold">verbeurd</emphasis> het inbeslaggenomen voorwerp, te weten </para>
    <para>* 1.450 EUR Geld Euro (Omschrijving: IBN 02-12-2024).</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.M.J.C. Paijmans, voorzitter, mr. M.E.I. Beudeker en </para>
      <para>mr. C.H.M. Pastoors, rechters, in tegenwoordigheid van K. de Klerk-Van Rijs, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 5 juni 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bijlage I: De tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 2 december 2024 te [plaats 2] ,</para>
      <para>opzettelijk aanwezig heeft gehad</para>
      <para>ongeveer 5.710 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende</para>
      <para>cocaïne, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel</para>
      <para>aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;</para>
      <para>( art 10 lid 3 Opiumwet, art 2 ahf/ond C Opiumwet )</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>