<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2025:3259</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-05-30T11:50:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-05-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-05-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11307397 CV EXPL  24-3065</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Bergen op Zoom</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:3259">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:3259</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-05-30T11:50:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-05-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:3259 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 21-05-2025 / 11307397 CV EXPL  24-3065</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2025:3259:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Consumentenkoopovereenkomst. Eiser heeft de overeenkomst binnen de termijn van 14 dagen ontbonden. Gedaagde moet de aankoopsom terugbetalen. Het verweer van gedaagde dat er op zijn naam bedrijven zijn geopend, waar hij niks vanaf wist, maakt het niet anders.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2025:3259:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Bergen op Zoom</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 11307397 \ CV EXPL  24-3065</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 21 mei 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [plaats 1] ,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [eiser] ,</para>
      <para>gemachtigde: Stichting Rechtsbijstand ZLM,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de bewindvoerder] IN DE HOEDANIGHEID VAN BEWINDVOERDER OVER DE GOEDEREN EN TOEKOMSTIGE GOEDEREN VAN [belanghebbende] , VOORHEEN H.O.D.N. [bedrijf 1] TEVENS VOORHEEN H.O.D.N. [bedrijf 2] , </emphasis>
      </para>
      <para>te [plaats 2] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: de bewindvoerder,</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het tussenvonnis van 27 november 2024 en de daarin genoemde stukken,</para>
      <para>- de mondelinge behandeling van 17 april 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft op 20 februari 2024 een omvormer voor € 679,00 en op 21 februari 2024 acht optimizers voor € 856,00 op de [website] besteld. [eiser] heeft de desbetreffende bedragen direct betaald, waarna hij een bestelbevestiging heeft gekregen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft op 26 februari 2024 de bestelling geannuleerd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Op 28 februari 2024 heeft [eiser] per brief laten weten dat hij de overeenkomst ontbindt en gesommeerd het aankoopbedrag terug te betalen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De goederen van [belanghebbende] zijn op 16 oktober 2024 onder bewind gesteld. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eiser] vordert - samengevat - bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad de bewindvoerder te veroordelen tot betaling van:</para>
      <orderedlist numeration="arabic">
        <listitem>
          <para>een bedrag van € 1.535,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 maart 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een bedrag van € 230,25 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van de dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente.</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [eiser] legt aan zijn vordering ten grondslag dat hij als consument een overeenkomst met [belanghebbende] heeft gesloten. Nadat de optimizers en omvormers niet werden geleverd, heeft hij deze overeenkomst binnen veertien dagen rechtsgeldig ontbonden. De bewindvoerder is gehouden de aankoopprijs aan hem terug te betalen, maar is in verzuim met deze betalingsverplichting. Hij is daardoor eveneens de wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De bewindvoerder heeft gereageerd op de vordering. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Op de standpunten van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De bewindvoerder die in rechte verschijnt in een procedure waarin de rechthebbende zelf is gedagvaard, heeft als formele procespartij te gelden (HR 7 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:525). Aangezien de bewindvoerder in de procedure is verschenen door het indienen van de conclusie van antwoord, wordt zij in haar hoedanigheid van bewindvoerder als formele procespartij aangemerkt. In het tussenvonnis van 27 november 2024 is de bewindvoerder per abuis niet als formele procespartij vermeld. Nu de bewindvoerder heeft bevestigd dat hij op de hoogte is van de mondelinge behandeling. Omdat de bewindvoerder op de hoogte is van de zitting, kan de zaak inhoudelijk worden beoordeeld.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">de hoofdsom</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>
        [eiser] had als consument het recht de overeenkomst binnen veertien dagen na sluiting zonder opgave van redenen te ontbinden (artikel 6:230o BW). Van dit recht heeft hij gebruikgemaakt, waarmee de overeenkomst rechtsgeldig is ontbonden. Hierdoor moet het aankoopbedrag worden terugbetaald. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De bewindvoerder stelt dat hij de situatie snapt, maar eigenlijk een ander het bedrag zou moeten terugbetalen, omdat die ander het bedrag ook heeft ontvangen en misbruik heeft gemaakt van de gegevens van [belanghebbende] . De ex-schoonvader van [belanghebbende] heeft op naam van [belanghebbende] bedrijven opgericht, waaronder [bedrijf 2] . Deze ex-schoonvader zou met die bedrijven meerdere mensen hebben opgelicht, waardoor voor [belanghebbende] aanzienlijke schulden zijn ontstaan. Hoe vervelend deze situatie voor [belanghebbende] ook is, overweegt de kantonrechter dat dit niets afdoet aan de aansprakelijkheid van de bewindvoerder jegens [eiser] . [bedrijf 2] stond ten tijde van het sluiten van de koopovereenkomst bij de Kamer van Koophandel (hierna: KvK) geregistreerd op naam van [belanghebbende] . [eiser] mocht uitgaan van de juistheid van deze registratie en erop vertrouwen dat hij zaken deed met [belanghebbende] . Het was bovendien [belanghebbende] zelf die zijn persoonsgegevens aan zijn ex-schoonvader heeft gegeven. Een eventueel geschil tussen [belanghebbende] /de bewindvoerder en zijn ex-schoonvader staat verder los van de rechtsverhouding tussen [eiser] en [belanghebbende] . De bewindvoerder zal dan ook worden veroordeeld om € 1.535,00 aan [eiser] te betalen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">de nevenvorderingen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>De wettelijke rente wordt, nu deze niet is weersproken, toegewezen. De bewindvoerder zal worden veroordeeld tot betaling van de wettelijke rente over een bedrag van € 1.535,00 vanaf 6 maart 2024 tot de dag dat de vordering is voldaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>De vordering tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen. De bewindvoerder heeft betwist dat hij of [belanghebbende] een veertiendagenbrief heeft ontvangen. Op grond van artikel 3:37 lid 2 BW moet [eiser] aantonen dat de brief [belanghebbende] (op het moment van verzending van de brief stond [belanghebbende] nog niet onder bewind) daadwerkelijk heeft bereikt. [eiser] stelt dat hij de brief heeft verzonden naar het bij de Kamer van Koophandel geregistreerde adres van [belanghebbende] . Dit is echter onvoldoende, nu daarmee niet is aangetoond dat de brief ook daadwerkelijk door [belanghebbende] is ontvangen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">de proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>De bewindvoerder is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- kosten van de dagvaarding</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>113,54</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- griffierecht</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>248,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris gemachtigde</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>408,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(2 punten × € 204,00)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- nakosten</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>102,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>871,54</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt de bewindvoerder om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 1.535,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 maart 2024 tot de dag van volledige betaling,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt de bewindvoerder in de proceskosten van € 871,54, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als de bewindvoerder niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Van Dam en in het openbaar uitgesproken op 21 mei 2025.</para>
        <para />
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>