<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2025:3144</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-05-27T10:38:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-05-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-05-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11348454 CV EXPL 24-3502</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:3144">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:3144</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-05-26T14:51:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-05-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:3144 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 07-05-2025 / 11348454 CV EXPL 24-3502</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2025:3144:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Huur. Huurachterstand. Gedaagde heeft een stacaravan gehuurd van eisers voor een huurprijs van € 500,00 per maand. Gedaagde heeft ten onrechte vier maanden de huur onbetaald gelaten. Deze termijnen moet gedaagde aan eisers betalen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2025:3144:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 11348454 \ CV EXPL  24-3502</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 7 mei 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>
      [verhuurder 1], </title>
    <parablock>
      <para>te [plaats 1],<?linebreak?>2. <emphasis role="bold">[verhuurder 2]</emphasis>, </para>
      <para>te [plaats 1],</para>
      <para>eisende partijen,</para>
      <para>hierna samen te noemen: [verhuurders],</para>
      <para>gemachtigde: mr. A.B. Robijn,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [huurder]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [plaats 2],</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [huurder],</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De zaak in het kort</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [huurder] heeft een stacaravan gehuurd van [verhuurders] voor een huurprijs van € 500,00 per maand. In deze zaak beoordeelt de kantonrechter of [huurder] ten onrechte vier maanden de huur onbetaald heeft gelaten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    </parablock>
    <para>- het tussenvonnis van 27 november 2024</para>
    <para>- de mondelinge behandeling van 8 april 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. Tijdens de mondelinge behandeling waren [verhuurder 1] en mr. A.B. Robijn aanwezig. [huurder] was niet aanwezig. </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [verhuurders] vordert dat [huurder] wordt veroordeeld tot betaling van € 2.386,22 (€ 2.000,00 aan hoofdsom, € 86,22 aan wettelijke rente tot en met 11 september 2024 en € 300,00 aan buitengerechtelijke incassokosten), te vermeerderen met de wettelijke rente over € 2.000,00 vanaf 12 september 2024 tot aan de dag van voldoening. [verhuurders] vordert ook dat [huurder] in de proceskosten wordt veroordeeld. [verhuurders] wil de mogelijkheid krijgen om het vonnis meteen uit te voeren, ook als er hoger beroep wordt ingesteld. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [verhuurders] baseert zijn vordering op de huurovereenkomst tussen partijen. Op grond van deze huurovereenkomst is [huurder] verplicht om maandelijks de huurprijs te voldoen. [huurder] heeft ten onrechte vier maanden onbetaald gelaten. [verhuurders] vordert dan ook nakoming van deze betalingsverplichting. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [huurder] betwist dat er een huurachterstand bestaat van vier maanden. Daartoe voert zij aan dat er één maand huur is betaald door een vriend, die het contant in de brievenbus van [verhuurders] heeft gedaan omdat zij afwezig waren. Verder voert [huurder] aan dat partijen eind november/begin december mondeling hebben afgesproken dat eerst gewerkt zou worden aan de staat van de caravan voordat zij huur zou moeten betalen. Daar komt volgens [huurder] ook nog bij dat de caravan drie en een halve maand bewoond is geweest en dat daarom geen huurachterstand van vier maanden kan bestaan. Volgens [huurder] is de huurovereenkomst ingegaan op 19 oktober 2023 en is zij vertrokken op 9 februari 2024. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De huurachterstand en wettelijke rente</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De kantonrechter neemt als uitgangspunt dat de huurovereenkomst is ingegaan op 15 oktober 2023 en dat [huurder] tussen 24 februari 2024 en 27 februari 2024 is vertrokken. Als begindatum wordt 15 oktober 2023 vastgesteld, omdat uit de WhatsApp-correspondentie blijkt dat telkens om betaling van de huur werd verzocht vanaf de 15e van de ene maand tot de 15e van de andere maand. [huurder] heeft hier niet tegen geprotesteerd. Als vertrekdatum wordt aangenomen dat dit tussen 24 februari en 27 februari 2024 is, omdat uit WhatsApp-correspondentie blijkt dat [huurder] op 24 februari 2024 in elk geval nog in de caravan verbleef. Verder heeft [verhuurders] tijdens de zitting onweersproken verklaard dat zij 27 februari 2024 bij de caravan zijn gaan kijken en [huurder] op dat moment vertrokken was zonder iets te melden. Gelet op deze vertrekdatum is [huurder] – redelijkerwijs – verplicht om de huur te betalen tot 15 maart 2024. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De gevorderde huurtermijnen zien op de termijnen van 15 november 2023 – 15 december 2023, 15 december 2023 – 15 januari 2024, 15 januari 2024 – 15 februari 2024 en 15 februari 2024 – 15 maart 2024. [huurder] stelt dat zij eenmalig € 500,00 contant huur heeft betaald en zij voor de rest geen huur was verschuldigd op basis van mondelinge nadere afspraken. De kantonrechter gaat aan dit verweer voorbij, omdat deze stellingen door [verhuurders] gemotiveerd zijn betwist en door [huurder] niet zijn onderbouwd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De kantonrechter is daarom van oordeel dat sprake is van een huurachterstand van vier maanden. [huurder] is daarom de gevorderde hoofdsom en wettelijke rente verschuldigd. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De buitengerechtelijke incassokosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>
        [verhuurders] komt in aanmerking voor vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten komt overeen met het wettelijke tarief. Daarom wordt € 300,00 toegewezen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>
        [huurder] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [verhuurders] worden begroot op:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- kosten van de dagvaarding</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>136,72</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- griffierecht</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>248,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris gemachtigde</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>408,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(2 punten × € 204,00)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- nakosten</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>102,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>894,72</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt [huurder] om aan [verhuurders] te betalen een bedrag van € 2.386,22, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 2.000,00 vanaf 12 september 2024 tot aan de dag van voldoening,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [huurder] in de proceskosten van € 894,72, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [huurder] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>veroordeelt [huurder] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. </para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Swaanen en in het openbaar uitgesproken op 7 mei 2025.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>