<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2025:3030</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-05-27T09:33:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-05-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-05-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11320535 \ CV EXPL  24-4840 (E)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Tilburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:3030">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:3030</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-05-27T09:33:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-05-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:3030 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 07-05-2025 / 11320535 \ CV EXPL  24-4840 (E)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2025:3030:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vordering materiële en immateriële schadevergoeding, Met een van gedaagden is een onderlinge regeling getroffen. De andere gedaagde is in de procedure verschenen, maar heeft geen verweer gevoerd. Verminderde vordering toegewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2025:3030:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Tilburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 11320535 \ CV EXPL  24-4840</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 7 mei 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [plaats 1] ,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [eiseres] ,</para>
      <para>gemachtigde: mr. C.H.A. van de Wiel,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [gedaagde 1] , </title>
    <parablock>
      <para>te [plaats 1] ,</para>
      <para>gedaagde sub 1,</para>
      <para>gemachtigde: Stichting Rechtsbijstand ZLM,<?linebreak?>hierna te noemen: [gedaagde 1] ,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">2. [gedaagde 2] B.V., </emphasis>
      </para>
      <para>te [plaats 2] ,</para>
      <para>gedaagde sub 2,</para>
      <para>procederend in persoon,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde 2] B.V.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De zaak in het kort</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan het dak van [eiseres] is schade ontstaan die [gedaagde 2] heeft veroorzaakt. [eiseres] vordert materiële en immateriële schadevergoeding van zowel [gedaagde 1] als [gedaagde 2] . [eiseres] en [gedaagde 1] hebben in onderling overleg een regeling getroffen, zodat de kantonrechter over de vordering tegen [gedaagde 1] niet meer hoeft te beslissen. Ten aanzien van de vordering tegen [gedaagde 2] zal de kantonrechter de (verminderde) vordering toewijzen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding met producties;</para>
      <para>- de brief van 23 oktober 2024 van de griffier van de rechtbank aan [gedaagde 2] ;</para>
      <para>- het tussenvonnis van 4 december 2024 in de procedure tegen [gedaagde 1] ;</para>
      <para>- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling, inhoudende een tussen [eiseres] en [gedaagde 1] ondertekende vaststellingsovereenkomst.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Daarna is vonnis bepaald in de zaak tegen [gedaagde 2] .</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eiseres] en [gedaagde 1] zijn buren. Op enig moment heeft [gedaagde 1] [gedaagde 2] ingeschakeld voor het verrichten van (ver)bouwwerkzaamheden aan zijn woning. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Op 1 maart 2024 heeft [gedaagde 2] schade veroorzaakt aan het dak van [eiseres] . Bij de werkzaamheden heeft [gedaagde 2] zonder toestemming een deel van het dak van [eiseres] weggezaagd/geslepen en heeft hij stenen in de aanbouw van [eiseres] gemetseld.</para>
        <para>Op 2 maart 2024 heeft [eiseres] de schade geconstateerd.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Bij brief van 4 maart 2024 heeft [eiseres] [gedaagde 2] aansprakelijk gesteld voor de schade aan haar woning en de eventuele gevolgschade. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Bij brief van 5 maart 2024 heeft de gemachtigde van [eiseres] [gedaagde 1] als opdrachtgever aansprakelijk gesteld voor de schade die [gedaagde 2] heeft aangericht. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>De schade aan het dak is in juli 2024 hersteld.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De vordering</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        [eiseres] vordert - samengevat - na vermindering van eis, [gedaagde 2] hoofdelijk te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 5.100,01 aan schadevergoeding ter zake gemaakte kosten voor rechtsbijstand en een bedrag van € 2.500,00 aan immateriële schadevergoeding, met veroordeling in de proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>
        [eiseres] legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] aansprakelijk zijn voor de geleden schade; [gedaagde 1] als opdrachtgever en [gedaagde 2] als veroorzaker op grond van een onrechtmatige daad. [eiseres] stelt dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] gehouden zijn de schade te vergoeden die zij als gevolg van het onrechtmatig handelen heeft geleden, zijnde de kosten voor noodzakelijke rechtshulp. Daarnaast stelt [eiseres] immateriële schade te hebben geleden.   </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>Nadat [gedaagde 2] in rechte is verschenen, is aan hem desgevraagd uitstel verleend om op de dagvaarding te antwoorden, maar dat heeft [gedaagde 2] op de daartoe bepaalde zitting van 23 oktober 2024 niet gedaan. Bij brief van 23 oktober 2024 heeft de griffier van de rechtbank bericht dat de kantonrechter de zaak tussen [eiseres] en [gedaagde 1] verder zal behandelen en dat het vonnis aan [gedaagde 2] zal worden toegezonden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [gedaagde 1] heeft wel verweer gevoerd, om reden door de kantonrechter bij vonnis van </para>
        <para>4 december 2024 een mondelinge behandeling is bepaald. Tijdens de mondelinge behandeling op 25 maart 2025 zijn [eiseres] en [gedaagde 1] erin geslaagd om een onderlinge regeling te treffen, tegen finale kwijting. Vanwege deze regeling heeft [eiseres] de vordering tegen [gedaagde 2] met € 500,00 verminderd.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>De vordering van [eiseres] is door [gedaagde 2] niet weersproken. Nu de verminderde vordering de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, zal deze worden toegewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>
        [gedaagde 2] B.V. is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- kosten van de dagvaarding</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>276,13</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- griffierecht</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>248,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris gemachtigde</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>339,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(1 punt × € 339,00)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- nakosten</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>119,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>982,13</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>Omdat [eiseres] en [gedaagde 1] afspraken hebben gemaakt, zal de gevorderde hoofdelijke veroordeling (zowel ten aanzien van de hoofdvordering als ten aanzien van de proceskosten) worden afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <parablock>
        <para>veroordeelt [gedaagde 2] B.V. tot betaling aan [eiseres] van een bedrag van </para>
        <para>€ 5.100,01 aan schadevergoeding ter zake gemaakte kosten voor rechtsbijstand en een bedrag van € 2.500,00 aan immateriële schadevergoeding,</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde 2] B.V. in de proceskosten van € 982,13, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde 2] B.V. niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.4.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Ebben en in het openbaar uitgesproken op 7 mei 2025.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>