<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2024:9682</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-02T16:45:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:RBZWB:2025:6612</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-08-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">RK 24-011825</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#raadkamer">Raadkamer</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:9682">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:9682</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-02T16:34:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:9682 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 20-08-2024 / RK 24-011825</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2024:9682:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoekschrift schadevergoeding reis- en/of verblijfskosten 530 Sv n-o.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2024:9682:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht </para>
      <para>Locatie Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer: 	02/063737-24</para>
      <para>rk-nummer: 	24-011825</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">Beslissing op het verzoek ex artikel 530 Sv van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [datum] 1974 te [plaats] ([land])</para>
      <para>woonplaats kiezende op het kantoor van mr. Y.H.M. van Mierlo, postbus 1878 4801 BW Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:</para>
    </parablock>
    <para> het op 7 mei 2024 bij de griffie ingediende verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding <emphasis role="bold">ex artikel 530 van het Wetboek van strafvordering </emphasis>(Sv) ten laste van de Staat voor een bedrag van:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>€ 2.026,75, voor vergoeding van kosten rechtsbijstand; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>€ 340,00 als forfaitaire vergoeding voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de kennisgeving sepot van 23 februari 2024;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de schriftelijke reactie van de officier van justitie en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de overige stukken in het raadkamerdossier.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 6 augustus 2024 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. R. Jacobs en mr. Y.H.M. van Mierlo als gemachtigd advocaat van verzoeker gehoord.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker is behoorlijk opgeroepen maar niet bij de behandeling van het verzoek verschenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat van verzoeker heeft aangevoerd dat zij het verzoekschrift niet door verzoeker heeft kunnen laten ondertekenen nu het onbekend is waar verzoeker heen vertrokken is. Verzoeker is niet meer traceerbaar en heeft de kosten rechtsbijstand ook niet aan de advocaat betaald. Ten aanzien van de werkzaamheden na de sepotbeslissing voert de advocaat van verzoeker aan dat zij pas op </para>
      <para>24 april 2024 heeft kennisgenomen van de sepotbeslissing en dus na sepot 36 minuten aan werkzaamheden heeft gedeclareerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft zich primair op het standpunt gesteld dat verzoeker niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn verzoek nu het verzoekschrift niet door verzoeker zelf is ondertekend. Blijkens jurisprudentie heeft de wet niet voorzien in indiening van een verzoekschrift door een gemachtigde. Subsidiair refereert de officier van justitie zich aan de schriftelijke reactie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen omdat de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank is vervolgd.</para>
      <para>De rechtbank stelt vast dat het verzoekschrift niet door verzoeker is ondertekend. De rechtbank overweegt dat noch in artikel 533 Sv, noch elders in het Wetboek van Strafvordering uitdrukkelijk is voorzien in de indiening van een verzoekschrift door een gemachtigde. Hieruit volgt dat aangenomen moet worden dat de wetgever dit bewust niet mogelijk heeft gemaakt. De rechtbank zal verzoeker daarom niet-ontvankelijk verklaren in zijn verzoek.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is op 20 augustus 2024 genomen door mr. R.J.H. Goossens rechter, in tegenwoordigheid van J.H. Cornelissen, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van </para>
      <para>20 augustus 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier is niet in de gelegenheid deze beschikking mede te ondertekenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>INFORMATIE RECHTSMIDDEL</para>
      <para>Tegen de beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van de beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>