<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2024:9679</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-02T15:38:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-10-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">RK 24-003404</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#raadkamer">Raadkamer</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:9679">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:9679</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-02T15:38:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:9679 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 08-10-2024 / RK 24-003404</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2024:9679:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>verzoekschrift 530 sv, vergoeding toewijzgen</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2024:9679:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht </para>
      <para>Locatie Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer:  02/302682-23</para>
      <para>rk-nummer: 	 24-003404</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">Beslissing op het verzoek ex artikel 530 Sv van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [datum] 1972 te [plaats]</para>
      <para>woonplaats kiezende ten kantore van mr. S. van Minderhout, Postbus 4650, 4803 ER Breda</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:</para>
    </parablock>
    <para> het op 7 februari 2024 bij de griffie ingediende verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding <emphasis role="bold">ex artikel 530 Sv</emphasis> ten laste van de Staat voor een bedrag van:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>€ 2.235,60, voor vergoeding van kosten rechtsbijstand; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>€ 60,80, voor vergoeding van reiskosten; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>€ 340,00 als forfaitaire vergoeding voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>de kennisgeving sepot van 16 november 2023;</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de schriftelijke reactie van de officier van justitie;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de overige stukken in het raadkamerdossier.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens verzoeker is verzocht een vergoeding van bovengenoemde schade toe te wijzen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft zich in de schriftelijke reactie op het standpunt gesteld dat de werkzaamheden na sepot voor 30 minuten toewijsbaar zijn, waardoor het bedrag aan kosten rechtsbijstand gematigd dient te worden tot € 2.016,30. De reiskosten kunnen geheel worden toegewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft voorafgaand aan de behandeling vastgesteld dat er een relatief gering verschil bestaat tussen het standpunt van verzoeker in het verzoekschrift en de reactie van de officier van justitie. Hierover is contact opgenomen met de advocaat en de officier van justitie. Zij hebben op voorhand schriftelijk hun standpunten kenbaar gemaakt. Verzoeker en officier van justitie hebben ingestemd met een pro-formabehandeling van het verzoekschrift, waarbij verzoeker en de advocaat niet in raadkamer hoeven te verschijnen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 24 september 2024 heeft het onderzoek door de openbare raadkamer plaatsgevonden. Hierbij was de officier van justitie mr. J.J. Peerboom aanwezig. Verzoeker en de advocaat zijn hierbij niet verschenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling<?linebreak?>De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen omdat de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank is vervolgd.</para>
      <para>Op grond van artikel 530 Sv wordt aan een gewezen verdachte een vergoeding toegekend  van de reis- en verblijfskosten die voor het onderzoek en de behandeling van de zaak zijn gemaakt. Er kan ook een vergoeding worden toegekend voor de schade die hij ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling van de zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden. Tot slot kan ook een vergoeding voor de kosten van een raadsman worden toegekend, tenzij de raadsman was toegevoegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 534 lid 1 Sv bepaalt dat de toekenning van een schadevergoeding steeds plaatsheeft, als en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter gronden van billijkheid aanwezig zijn. Bij deze beoordeling worden alle omstandigheden in aanmerking genomen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De strafzaak jegens verzoeker is geëindigd middels een sepot op 16 november 2023. Uit de urenspecificatie is de rechtbank gebleken dat er 1,30 uur aan werkzaamheden na sepot is gedeclareerd. De rechtbank acht in navolging van jurisprudentie 0,50 uur aan werkzaamheden na sepot toewijsbaar en zal de kosten rechtsbijstand toewijzen tot een bedrag van <emphasis role="bold">€ 2.016,30. </emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker heeft een bedrag ter grootte van € 60,80 verzocht voor reiskosten in verband met het politieverhoor op 3 november 2023. De reiskosten in verband met een verhoor op het politiebureau komen niet in aanmerking voor vergoeding volgens van artikel 530 Sv. De rechtbank zal dat deel van het verzoek dan ook afwijzen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor de kosten verbonden aan de indiening van het verzoekschrift wordt het forfaitaire bedrag van <?linebreak?><emphasis role="bold">€ 340,00</emphasis> toegekend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv toe tot een bedrag van</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">€ 2.356,3‬0</emphasis>, bestaande uit: </para>
    </parablock>
    <para>- € 2.016,30 aan kosten van rechtsbijstand;</para>
    <para>- € 340,00 de kosten verbonden aan de indiening van het verzoekschrift in raadkamer;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek voor het overige af;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat een bedrag van <emphasis role="bold">€ 2.356,3‬0</emphasis> zal worden overgemaakt op [rekeningnummer] ten name van Stichting Beheer Derdengelden TDNL, onder vermelding van “[verzoeker] 24-003404”</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is op 8 oktober 2024 gegeven door mr. R.J.H, de Brouwer, rechter, in tegenwoordigheid van J.H. Cornelissen, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 8 oktober 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>INFORMATIE RECHTSMIDDEL</para>
      <para>Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van de beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van de beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>