<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2024:944</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-28T10:30:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-02-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10751639 CV EXPL 23-2698</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#rekestprocedure">Rekestprocedure</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:944">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:944</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-28T10:29:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:944 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 14-02-2024 / 10751639 CV EXPL 23-2698</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2024:944:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Gedaagde voert aan dat sprake is van identiteitsfraude. Eiser heeft onvoldoende onderbouwd dat gedaagde degene is met wie hij de huurovereenkomst voor de container heeft gesloten. De vordering wordt afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2024:944:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 10751639 CV EXPL 23-2698</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 14 februari 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser] B.V.</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd te [plaats 1] ,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [eiser] ,</para>
      <para>gemachtigde: [gemachtigde] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] , H.O.D.N. [bedrijf gedaagde]</emphasis>, </para>
      <para>wonende te [plaats 2] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde] ,</para>
      <para>gemachtigde: mr. B.H. Vader.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Hoe is deze procedure verlopen?</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
        <para>- de dagvaarding van 10 oktober 2023 met producties; <?linebreak?>- het mondelinge antwoord met producties; <?linebreak?>- de conclusie van repliek met productie; <?linebreak?>- de conclusie van dupliek.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Wat zijn de feiten in deze zaak?</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft een opdrachtbevestiging opgesteld waarin zij [bedrijf gedaagde] aanmerkt als opdrachtgever voor de huur van een afvalcontainer in de periode van 19 tot en met 28 juli 2021, te leveren op het [adres] in [plaats 3] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De huurprijs voor de afvalcontainer is € 427,61. [eiser] heeft dit bedrag op 10 augustus 2021 gefactureerd. De factuur is verstuurd naar het toenmalige woonadres van [gedaagde] . [gedaagde] heeft deze factuur niet betaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>In de periode van 30 november 2021 tot en met 2 mei 2023 heeft de gemachtigde van [eiser] meerdere aanmaningen verstuurd. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Wat vordert [eiser] en wat vindt [gedaagde] daarvan?</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eiser] vordert – samengevat – betaling van € 573,65 (bestaande uit de hoofdsom van € 427,61, de incassokosten van € 61,14 en de wettelijke handelsrente tot 10 oktober 2023 van € 73,88), te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 10 oktober 2023 en de proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [eiser] stelt dat [gedaagde] op grond van de huurovereenkomst verplicht is om de huurprijs van de afvalcontainer te betalen. Dit heeft [gedaagde] niet gedaan. [eiser] wil dat [gedaagde] alsnog zijn betalingsverplichting nakomt. Omdat [gedaagde] de factuur niet op tijd heeft betaald en hij bovendien niet op de aanmaningen heeft gereageerd, is hij ook incassokosten en rente verschuldigd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] is het niet eens met de vorderingen van [eiser] . [gedaagde] voert aan dat misbruik is gemaakt van zijn identiteit en dat hij niet degene is die de huurovereenkomst met [eiser] heeft gesloten. De huurovereenkomst is aangegaan door de heer [naam] van [B.V.] (hierna: [naam] ). [gedaagde] hoeft daarom niet te betalen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Hoe beoordeelt de kantonrechter deze zaak?</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>In deze zaak draait het om de vraag of [gedaagde] degene is met wie [eiser] de huurovereenkomst voor de levering van een afvalcontainer heeft gesloten. Daarvan draagt [eiser] de stelplicht, en, zo nodig, de bewijslast, omdat zij zich beroept op nakoming van die overeenkomst. Anders dan [eiser] stelt, is het dus niet aan [gedaagde] om de juistheid van zijn stellingen aan te tonen. [gedaagde] hoeft de stellingen van [eiser] slechts voldoende gemotiveerd te weerspreken. Als dat lukt, dan ligt de bal weer bij [eiser] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Tegen het standpunt van [eiser] voert [gedaagde] aan dat een ander, [naam] , misbruik heeft gemaakt van zijn identiteit. Dit zou [naam] in het verleden al eerder hebben gedaan met een andere partij. [gedaagde] heeft WhatsApp-berichten overgelegd om dit standpunt te onderbouwen. [gedaagde] wijst er verder op dat de afvalcontainer is afgeleverd bij een loods die wordt gehuurd door de vennootschap waarvan [naam] bestuurder is. Hij heeft bovendien (onweersproken) verklaard dat [eiser] gecorrespondeerd heeft met het e-mailadres van die vennootschap, te weten [e-mailadres] . Tot slot heeft [gedaagde] in zijn mondelinge antwoord verklaard aangifte te zullen doen van identiteitsfraude. De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] hiermee voldoende heeft weersproken dat hij de huurovereenkomst met [eiser] heeft gesloten. Dat [gedaagde] geen proces-verbaal van zijn aangifte in het geding heeft gebracht, maakt dat niet anders. [gedaagde] draagt in deze zaak namelijk niet de bewijslast, zoals hiervoor onder 4.1 al is besproken. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Het is vervolgens aan [eiser] om haar stellingen, gezien het verweer van [gedaagde] , nader te onderbouwen. Daar is zij niet in geslaagd. Op de zogenoemde orderbevestiging die [eiser] heeft overgelegd, staat geen handtekening van [gedaagde] , zodat daaruit niet kan worden opgemaakt dat [gedaagde] inderdaad degene is die de huurovereenkomst met [eiser] heeft gesloten. Dit volgt ook niet uit de omstandigheid dat [gedaagde] geen bezwaar heeft gemaakt tegen de factuur die naar zijn woonadres is verstuurd. Daartegen heeft [gedaagde] namelijk onweersproken aangevoerd dat hij vrijwel nooit op dat woonadres verbleef, omdat hij voor projecten elders was. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>De kantonrechter concludeert op grond van het voorgaande dat niet vast is komen te staan dat [gedaagde] de contractspartij van [eiser] is. De vorderingen van [eiser] zullen daarom worden afgewezen.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>
        [eiser] is de partij die ongelijk krijgt en zij zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Tot aan dit vonnis worden de proceskosten aan de zijde van [gedaagde] vastgesteld op één punt aan salaris gemachtigde van € 132,00 voor dupliek en een half punt aan salaris gemachtigde van € 66,00 voor nakosten. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>Wat is de beslissing van de kantonrechter?</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>wijst de vorderingen van [eiser] af;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 198,00, te betalen binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis. Als [eiser] niet op tijd tot betaling overgaat en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [eiser] ook de kosten van betekening van het vonnis betalen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Roose en in het openbaar uitgesproken op 14 februari 2024.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>