<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2024:9379</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-02-03T09:17:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-01-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-06-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/02/421759 / KG ZA 24-190</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:9379">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:9379</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-01-30T13:11:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-02-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:9379 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 05-06-2024 / C/02/421759 / KG ZA 24-190</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2024:9379:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Kort geding</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2024:9379:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Familie- en jeugdrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/02/421759 / KG ZA 24-190</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 5 juni 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de vrouw]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [plaats 1] , doch feitelijk elders verblijvende,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>advocaat mr. W.J. Jurgers te Bergen op Zoom,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de man]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [plaats 2] ,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>niet verschenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna de vrouw en de man genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 17 mei 2024 met producties;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de brief van mr. Jurgers d.d. 16 mei 2024 met producties;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de mondelinge behandeling van 22 mei 2024. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De vrouw is sinds 1 maart 2022 huurster van de woning aan [adres] te [plaats 1] (hierna te noemen: de woning).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Partijen hebben in onderling overleg afgesproken dat de man per eind maart/begin april 2022 zijn intrek zou nemen in de woning.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Op 4 maart 2024 heeft de vrouw de man te kennen gegeven de affectieve relatie te willen beëindigen en de man gevraagd de woning te verlaten. De man heeft hieraan geen gehoor gegeven.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De vrouw heeft de man op 26 maart 2024 wederom verzocht de woning binnen één week te verlaten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>De advocaat van de vrouw heeft de man op 4 april 2023 aangeschreven en, samengevat, gesommeerd de woning uiterlijk 7 april 2024 te verlaten met achterlating van de sleutels, zich per die datum uit te schrijven bij de gemeentelijke basisregistratie, de vrouw met rust te laten en zich te onthouden van iedere contact en zich niet meer te begeven in het gebied in een straal van 200 meter van de woning en de werkplek van de vrouw.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Op 5 april 2024 heeft de vrouw vastgesteld dat de man de woning had verlaten en op 21 april 2024 heeft de vrouw geconstateerd dat de man zich had uitgeschreven op het adres van de woning. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>De man heeft bij zijn vertrek uit de woning diverse zaken van de vrouw meegenomen, waaronder haar adoptie-DVD. De man heeft tot op heden niet alle sleutels van de woning afgegeven.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De vrouw vordert bij vonnis in kort geding – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad – de man te veroordelen:</para>
      <orderedlist numeration="arabic">
        <listitem>
          <para>binnen 24 uur na betekening van het ten deze te wijzen vonnis de in zijn bezit zijnde sleutels van het [adres] te [plaats 1] (voordeur en toegangshal appartementencomplex), alsmede haar adoptie-DVD, tegen behoorlijk bewijs van ontvangst aan de vrouw te laten bezorgen, met bepaling dat de man een dwangsom van € 500,00 verbeurt per dag dat de man in gebreke blijft aan deze veroordeling te voldoen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>aan de vrouw tegen behoorlijk bewijs van kwijting te voldoen een bedrag van €1.075,00 + € 205,00 = € 1.280,00 als gebruiksvergoeding en/of schadevergoeding, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen voorschot daarop, zulks terzake de periode dat de man de huurwoning van de vrouw zonder recht of titel in gebruik heeft gehad en terzake de door de vrouw door toedoen van de man gemaakte schoonmaakkosten;</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para>alsmede:</para>
      <para>3. de man te gebieden zich te onthouden van ieder fysiek of digitaal contact met de vrouw en zich niet meer te begeven in het gebied binnen een straal van 500 meter rondom de woning van de vrouw aan [adres] te [plaats 1] en rondom haar werkplek bij [hotel restaurant] te [plaats 1] , onder verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag per keer dat de man dit gebod overtreedt;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>een en ander veroordeling van de man in de kosten van dit geding, mede omvattende de door de vrouw aan haar advocaat verschuldigde eigen bijdrage van € 595,= en het door haar verschuldigde griffierecht.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <bridgehead role="underline italic">Verstek</bridgehead>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Bij de dagvaarding zijn de bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht genomen, zodat het gevraagde verstek zal worden verleend.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Spoedeisend belang </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Op grond van de gedingstukken en de toelichting door de vrouw staat het spoedeisend belang van de vrouw bij haar vorderingen vast.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Inhoudelijke beoordeling</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Afgifte adoptie-DVD en sleutels </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Onweersproken is gebleven dat de vrouw huurder van de woning gelegen aan [adres] en eigenaar van de adoptie-DVD is. Uit het ter gelegenheid van de mondelinge behandeling namens de vrouw voorgelezen e-mailbericht van de man aan de vrouw van 5 april 2024 blijkt dat de man de adoptie-DVD, alsmede de sleutel van de algemene toegangsdeur van het complex waar de woning van de vrouw zich in bevindt alsook de sleutel van de voordeur van de woning van de vrouw, heeft meegenomen toen hij de woning verliet. Niet weersproken is dat de man deze thans nog in zijn bezit heeft. Hoewel hij in voormelde e-mail heeft toegezegd deze terug te geven dan wel terug te sturen aan de vrouw, is dit tot op heden niet gedaan. Om deze reden ligt de vordering van de vrouw voor toewijzing gereed. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Kosten huur en vlooienbestrijding</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Ten aanzien van de vordering van de vrouw tot een gebruiks- en/of schadevergoeding oordeelt de voorzieningenrechter als volgt. In beginsel dient de vrouw de man, nu hij twee jaar rechtmatig in de huurwoning is verbleven, de gelegenheid te geven om andere vervangende woonruimte te zoeken. Als onweersproken door de vrouw gesteld kon door het gewelddadige gedrag van de man niet van haar verlangd worden dat zij langer met de man in één huis zou verblijven. De vrouw heeft duidelijk gemaakt dat de man de woning diende te verlaten, hetgeen hij heeft nagelaten. Gelet op zijn dreigende gedrag heeft man zijn recht aldaar te kunnen blijven in afwachting van het vinden van andere woonruimte verspeeld en mocht de vrouw van hem verlangen dat hij onmiddellijk de woning zou verlaten. Vanaf dat moment heeft de man dan ook zonder recht of titel in de woning verbleven. De man heeft verhinderd dat de vrouw van haar eigen woning gebruik heeft kunnen maken en hij heeft door (het veroorzaken van) de vlooienplaag de woning na het verlaten hiervan onbewoonbaar gemaakt, hetgeen de vrouw noodzaakte schoonmaakkosten te maken. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Niet gebleken is dat de vordering van de vrouw tot gebruiks- en/of schadevergoeding van de man van één maand huur alsook de kosten van vlooienbestrijding, ongegrond of onrechtmatig is. Reden waarom de voorzieningenrechter de vordering van de vrouw, als niet weersproken, toe zal wijzen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Contact- en/of straatverbod</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Een straatverbod, zoals de vrouw vordert, vormt een inbreuk op het aan een ieder toekomend recht om zich vrijelijk te verplaatsen. Voor het toewijzen van een zo ingrijpende maatregel moet sprake zijn van in hoge mate aannemelijke feiten en omstandigheden die zo’n inbreuk rechtvaardigen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter stelt vast dat de man, met name via sociale media, contact blijft zoeken met de vrouw, onder meer onder verschillende accountnamen. Ook heeft de man een bedreiging geuit dat hij de vrouw wat aan zal gaan doen. Aldus is naar het oordeel van de voorzieningenrechter in voldoende mate aannemelijk geworden dat de vrouw door de man op hinderlijke en zelfs bedreigende wijze wordt lastiggevallen, waardoor zij in haar persoonlijke levenssfeer wordt aangetast. De tussen partijen gerezen spanningen zijn terug te voeren op de beëindiging van hun samenlevingsrelatie. Een (verdere) escalatie daarvan is te vrezen, zodat een voorziening als gevorderd gerechtvaardigd is. De voorzieningsrechter zal derhalve de vordering van de vrouw tot een contactverbod als na te melden toewijzen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>Gelet op de angst bij de vrouw van de door de man geuite bedreigingen en de aantasting hierdoor in haar persoonlijke levenssfeer vindt de voorzieningenrechter het ook gerechtvaardigd een straatverbod op te leggen. Gelet op de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit zal het gebied waarvoor het verbod voor de man om zich daarin te bevinden dan wel op te houden zal gelden worden beperkt tot een gebied in de woonomgeving van de vrouw, te weten het gedeelte van de straat van haar woning, meer specifiek het stuk van [adres] tussen de [straat 1] en de [straat 2]. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>In verband met de eisen van proportionaliteit zullen de verboden voor de hierna te noemen duur worden opgelegd.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Dwangsommen </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10.</nr>
      <para>De gevorderde dwangsommen zullen worden toegewezen. Deze zullen echter worden gematigd en gemaximeerd als na te melden.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.11.</nr>
      <para>Gelet op de aard van de procedure zullen de proceskosten tussen partijen - zoals gebruikelijk in familierechtelijke procedures - worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. De rechtbank ziet geen aanleiding om in deze zaak hiervan af te wijken en wijst daarom het verzoek van de vrouw tot veroordeling van de man in de proceskosten af.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>
      <?linebreak?>5.	De beslissing</title>
    <para>De voorzieningenrechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>verleent verstek tegen de niet verschenen gedaagde;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt de man tot het tegen behoorlijk bewijs van ontvangst aan de vrouw te laten bezorgen van de adoptie-DVD van de vrouw en de twee sleutels van het [adres] te [plaats 1] (voordeur en toegangshal appartementencomplex) binnen 24 uur na betekening van dit vonnis;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>bepaalt dat de man een dwangsom van € 100,= per dag verbeurt voor iedere dag dat hij na betekening van dit vonnis  in gebreke blijft aan de veroordeling onder 5.2. te voldoen, tot een maximum van  € 2.000,= is bereikt;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>veroordeelt de man om aan de vrouw te betalen een bedrag van € 1.280,00 aan huurkosten van één maand en de schoonmaakkosten;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>verbiedt de man, voor de duur van twaalf maanden na heden, hetzij direct of indirect contact met de vrouw te hebben, op welke wijze dan ook;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>verbiedt de man, voor de duur van twaalf maanden na heden, zich te begeven in het stuk van de [adres] te [plaats 1] dat wordt ontsloten door de straten: [straat 1] en [straat 2];</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.7.</nr>
      <para>bepaalt dat de man een dwangsom van € 250,= per dag verbeurt voor iedere dag dat hij na betekening van dit vonnis het onder 5.5. en 5.6. opgelegde contact- en gebiedsverbod overtreedt, tot een maximum € 3.000,= is bereikt;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.8.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.9.</nr>
      <para>compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.10.</nr>
      <para>wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Van Noort en in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2024 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>