<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2024:9326</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-01-23T13:59:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-01-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-08-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/02/420202 FA RK 24-1238</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#rekestprocedure">Rekestprocedure</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:9326">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:9326</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-01-23T10:19:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-01-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:9326 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 27-08-2024 / C/02/420202 FA RK 24-1238</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2024:9326:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Combizaak</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2024:9326:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Team Familie- en Jeugdrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Middelburg</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Zaaknummer: C/02/420202 FA RK 24-1238</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Beschikking d.d. 27 augustus 2024</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>in de zaak van</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [de vrouw]
      </emphasis>,</para>
    <para>wonende te [woonplaats 1] ,</para>
    <para>hierna te noemen de vrouw,</para>
    <para>advocaat mr. J.A. Scanlan, gevestigd te Roosendaal,</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>en</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [de man]
      </emphasis>,</para>
    <para>wonende te [woonplaats 2] ,</para>
    <para>hierna te noemen de man,</para>
    <para>verweerder. </para>
  </parablock>
  <para>
    <emphasis role="bold">1.	Het procesverloop</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>1.1.	Dit blijkt uit de volgende stukken:</para>
  </parablock>
  <para>- het op 14 maart 2024 ontvangen verzoekschrift met bijlagen;</para>
  <para>- het F9-formulier van mr. Scanlan d.d. 31 maart 2024, met bijlage;</para>
  <para>- het F9-formulier van mr. Scanlan d.d. 19 juli 2024, met bijlagen. </para>
  <parablock>
    <para>1.2.	De zaak is behandeld op de mondelinge behandeling van 25 juli 2024. Bij die gelegenheid is verschenen de man en de vrouw, bijgestaan door haar advocaat. Tevens was aanwezig een vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming, Regio Zuidwest Nederland, locatie Middelburg, hierna te noemen de Raad.</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Partijen hebben een relatie met elkaar gehad.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Uit hun relatie is het volgende, nu nog minderjarige kind geboren: [minderjarige] geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2018 (hierna: de minderjarige).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De minderjarige is door de man erkend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Partijen zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over de minderjarige.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>In het door partijen op 30 december 2020 ondertekende ouderschapsplan zijn partijen een zorgregeling overeengekomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Ingevolge voormeld ouderschapsplan dient de man € 250,= per maand te betalen voor de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De verzoeken</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De vrouw verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Primair</emphasis>
        </para>
        <para>I. te bepalen dat de man met ingang van 1 maart 2024 € 279,74 per maand aan de vrouw dient te betalen als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige] ;</para>
        <para>II. de overeengekomen verdeling van de zorg- en opvoedtaken te wijzigen en te bepalen dat de man en [minderjarige] gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar eenmaal per twee weken vrijdag na school waarbij de man [minderjarige] op school ophaalt tot zondag 18.30 uur waarbij de vrouw [minderjarige] bij de man thuis ophaalt;</para>
        <para>III. partijen te verwijzen naar het zorgloket van de gemeente om aldaar deel te nemen aan het</para>
        <para>Uniform Hulpaanbod traject.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Subsidiair</emphasis>
        </para>
        <para>IV. te bepalen dat de man met ingang van 1 maart 2024 € 279,74 per maand aan de vrouw dient te betalen als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige] ;</para>
        <para>V. de overeengekomen zorg- en opvoedtaken te wijzigen en te bepalen dat de man en [minderjarige]</para>
        <para>gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar:</para>
        <para>
          <emphasis role="underline">Regulier:</emphasis>
        </para>
        <para>eenmaal per twee weken vrijdag na school waarbij de man [minderjarige] op school ophaalt tot</para>
        <para>zondag 18.30 uur waarbij de vrouw [minderjarige] bij de man thuis ophaalt, met uitzondering van het weekend van Moederdag, waarbij [minderjarige] dan bij de vrouw verblijft;</para>
        <para>
          <emphasis role="underline">Vakanties en feestdagen:</emphasis>
        </para>
        <para>In de even jaren gedurende de voorjaarsvakantie, de eerste week van de mei vakantie, twee weken achtereen in de zomervakantie, Vaderdag, 24 december 18.30 uur tot 25 december 18.30 uur, in de oneven jaren gedurende de herfstvakantie, de tweede week van de mei vakantie, twee weken achtereen in de zomervakantie, Vaderdag, 25 december 18.30 uur tot 26 december 18.30 uur, 31 december 18.30 uur tot 1 januari 18.30 uur, waarbij de man [minderjarige] op school ophaalt of bij de vrouw thuis ophaalt als zij geen school heeft en de vrouw [minderjarige] bij de man thuis ophaalt; alle overige vakanties en feestdagen is [minderjarige] bij de vrouw.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Meer subsidiair</emphasis>
        </para>
        <para>VI. te bepalen dat de man met ingang van 1 maart 2024 € 279,74 per maand aan de vrouw dient te betalen als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige] ;</para>
        <para>VII. de overeengekomen zorg- en opvoedtaken zodanig te wijzigen als uw rechtbank in goede justitie vermeent te behoren.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Op de standpunten van partijen wordt hierna, voor zover relevant, ingegaan.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zorgregeling </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen, gedeeltelijk, overeenstemming bereikt ten aanzien van de zorgregeling. Partijen hebben afgesproken dat de minderjarige één weekend in de vier weken van vrijdag na school tot maandag naar school bij de man verblijft, waarbij de vrouw de minderjarige op vrijdag na school naar de man brengt en de man de minderjarige op maandagochtend naar school brengt. In het geval de man in verband met verplichtingen vanuit werk een omgangsweekend onverhoopt niet thuis is, zal de minderjarige bij oma vaderszijde verblijven. De vrouw brengt in dat geval de minderjarige op vrijdag bij oma vaderszijde en haalt haar hier op zondagavond op. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Voorts zijn partijen, met uitzondering van kerst en oud en nieuw, het eens over de vakantieregeling, te weten dat de vakantieregeling zal gelden zoals verzocht door de vrouw, met dien verstande dat wederom geldt dat wanneer de man niet thuis is vanwege werkverplichtingen, de minderjarige bij oma vaderszijde wordt gebracht en aldaar zal verblijven en daar ook weer zal worden opgehaald. Dit betekent dat de minderjarige in de even jaren gedurende de voorjaarsvakantie, de eerste week van de meivakantie, twee weken achtereen in de zomervakantie en Vaderdag bij de man verblijft en in de oneven jaren gedurende de herfstvakantie, de tweede week van de mei vakantie, twee weken achtereen in de zomervakantie en Vaderdag, waarbij de man [minderjarige] op school ophaalt of bij de vrouw thuis als zij geen school heeft en de vrouw [minderjarige] bij de man thuis ophaalt. Alle overige vakanties en feestdagen, met uitzondering van kerst en oud en nieuw, is [minderjarige] bij de vrouw.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Partijen zijn het niet eens kunnen worden de verdeling van de zorg- en opvoedtaken gedurende kerst en oud en nieuw. De vrouw wil graag een regeling waarbij de minderjarige afwisselend kerst en oud en nieuw bij de vrouw is. Zij vindt dat dit niet afhankelijk moet zijn van het werk van de man, omdat het in dat geval zou kunnen voorkomen dat de vrouw meerdere jaren achter elkaar geen kerst dan wel oud en nieuw met de minderjarige kan vieren. De man daarentegen is van mening dat deze feestdagen per jaar moeten worden verdeeld aan de hand van het werk van de man. De man wil als hij thuis is graag kerst of oud en nieuw met de minderjarige vieren. De man heeft geen invloed op wanneer hij moet werken. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>De rechtbank neemt bij haar beoordeling als uitgangspunt dat iedere ouder elk jaar een of twee kerstdagen met de minderjarige doorbrengt, waarbij ook de niet officiële derde kerstdag als kerstdag mag gelden. Ook geldt als uitgangspunt dat ouders om het jaar kerst dan wel oud en nieuw met de minderjarige doorbrengen. Dit betekent dat de navolgende regeling zal gelden voor de kerstdagen en oud en nieuw. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Voor de verdeling van voornoemde feestdagen zal dit jaar (2024) aangesloten worden bij het werkrooster van de man. Werkt de man bijvoorbeeld met kerst, dan zal de minderjarige derde kerstdag en oud en nieuw dit jaar bij hem doorbrengen. Volgend jaar (2025) zal de minderjarige derde kerstdag en oud en nieuw bij de vrouw vieren. Dit wisselt zich de jaren daarna telkens af en is niet ieder jaar opnieuw afhankelijk van het werk van de man. De rechtbank gaat ervanuit dat ook voor de verdeling van de kerstdagen en oud en nieuw geldt dat als de man niet thuis is vanwege werkverplichtingen, de minderjarige bij oma vaderszijde wordt gebracht en aldaar zal verblijven.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Kinderbijdrage</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Tussen partijen is niet in geschil dat de man met ingang van 1 maart 2024 € 279,74 per maand aan de vrouw dient te betalen als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige] . Partijen zijn deze bijdrage eerder reeds overeengekomen in het door hen opgestelde ouderschapsplan, maar de vrouw wenst deze graag bij beschikking vastgelegd te zien worden. De man voert hier geen verweer tegen, reden waarom de rechtbank het verzoek van de vrouw ten aanzien van dit punt zal toewijzen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Communicatie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>De rechtbank is voorts gebleken dat partijen beiden de voorkeur hebben aan een onafhankelijke derde die hen ondersteunt in de samenwerking en communicatie aangaande de minderjarige. Hiertoe is het nodig dat partijen zich onafhankelijk van elkaar melden bij de gemeente. Partijen hebben toegezegd dit te doen. De rechtbank hoop dat partijen dat ook daadwerkelijk zullen doen, omdat het in het belang van de minderjarige is dat partijen als ouders kunnen samenwerken. Zoals door de Raad is toegelicht is de minderjarige op dit moment in haar leven zich juist bewust van de gezinsstructuur. Voor haar is het fijn als ouders blijvend positief met elkaar kunnen communiceren. Hierbij zullen partijen pijnpunten uit het verleden definitief achter zich moeten laten zodat ze zich kunnen concentreren op de toekomst van de minderjarige en het gezamenlijk ouderschap. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>bepaalt dat de man en de [minderjarige] geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2018 in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar eenmaal per 4 weken van vrijdag na school tot maandag naar school en gedurende een deel van de vakanties en feestdagen conform hetgeen in rechtsoverwegingen 4.1. tot en met 4.5. is overwogen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>bepaalt dat de man met ingang van 1 maart 2024 ten behoeve van de verzorging en opvoeding van voornoemde minderjarige aan de vrouw voor de toekomst bij vooruitbetaling moet voldoen een bedrag van  € 279,74 per maand;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>wijst het meer of anders verzochte af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mr. Voorn, en, in tegenwoordigheid van mr. Oude Weernink, griffier, in het openbaar uitgesproken op 27 augustus 2024</para>
      </parablock>
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Mededeling van de griffier:</emphasis>
        </para>
        <para>Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:</para>
        <para>Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>