<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2024:923</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-28T09:56:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-02-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10716587 CV EXPL 23-3157 (E)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:923">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:923</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-28T09:56:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:923 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 14-02-2024 / 10716587 CV EXPL 23-3157 (E)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2024:923:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Geneeskundige behandeling. Gedaagde erkent de behandeling te hebben ondergaan en de hoofdsom, BIK en rente te moeten voldoen. Zij betwist de proceskosten, omdat die onnodig zijn gemaakt door eiseres. Het handelen van de gemachtigde van eiseres heeft verwarring bij gedaagde veroorzaakt en zij heeft de brieven van de gemachtigde van eiseres niet allemaal ontvangen. De kantonrechter acht een deel van de kosten ten onrechte gemaakt. De overige kosten zijn terecht gemaakt, nu eiseres al geruime tijd een vordering had op gedaagde en het begrijpelijk was dat zij een procedure is gestart.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2024:923:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para>Cluster I Civiele kantonzaken</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaak/rolnr.: 10716587 CV EXPL 23-3157</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis d.d. 14 februari 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de besloten vennootschap Infomedics B.V.</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd en kantoorhoudende te Almere,</para>
      <para>eiseres, </para>
      <para>gemachtigde: Bosveld Incasso en Gerechtsdeurwaarders te Amersfoort,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonadres] ,</para>
      <para>gedaagde, </para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna “Infomedics” en “ [gedaagde] ” genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van het geding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De procesgang blijkt uit de volgende stukken:</para>
    </parablock>
    <para>a. de dagvaarding van 11 september 2023 met producties;</para>
    <para>b. de conclusie van antwoord van 13 oktober 2023 met producties;</para>
    <para>c. de akte van 22 november 2023 met producties;</para>
    <para>d. de antwoordakte van 6 december 2023 met producties;</para>
    <para>e. de akte uitlaten producties van 17 januari 2024.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Het geschil en de beoordeling </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Infomedics vordert betaling van een bedrag van € 120,40, te vermeerderen met rente en kosten. Zij stelt dat [gedaagde] een behandeling bij een bij haar aangesloten medisch zorgverleners heeft ondergaan en de factuur onbetaald heeft gelaten. Op het verweer van [gedaagde] voert Infomedics aan dat zij medewerking heeft verleend aan de schuldhulpverlening van [gedaagde] , maar dat zij het bericht had ontvangen dat geen schuldregeling tot stand is gekomen. Infomedics is daarop [gedaagde] weer rechtstreeks aan gaan schrijven tot betaling van de vordering, maar dit heeft niet geleid tot betaling van de vordering. De vordering kan niet worden meegenomen in het gelegde beslag op de uitkering van [gedaagde] , nu Infomedics nog geen toewijzend vonnis heeft verkregen voor deze vordering. De brief van de gemachtigde van Infomedics, waarin is vermeld dat de ontvangsten uit het beslag naar rato in mindering zullen worden gebracht op de openstaande vorderingen, is dus onjuist en heeft voor verwarring gezorgd bij [gedaagde] , maar dit is in een telefoongesprek met [gedaagde] uitgelegd. Uit coulance is op dat moment aangeboden dat [gedaagde] enkel de hoofdsom en de buitengerechtelijke kosten hoefde te voldoen, maar hier is [gedaagde] ook niet toe overgegaan. Infomedics is dan ook van mening dat zij terecht is overgegaan tot dagvaarden en terecht kosten heeft gemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>
        [gedaagde] erkent de behandeling te hebben ondergaan en betwist de hoogte en de verschuldigdheid van de hoofdsom niet. Zij maakt bezwaar tegen de gemaakte kosten. De brief van 22 juni 2023, waarin [gedaagde] weer wordt aangeschreven nadat het treffen van een schuldenregeling via schuldhulpverlening niet was gelukt, heeft [gedaagde] niet ontvangen. Als zij deze wel had ontvangen had zij direct contact opgenomen met de gemachtigde van Infomedics. Zij heeft op enig moment uit zichzelf contact opgenomen met de gemachtigde van Infomedics om een overzicht van haar schulden op te vragen. Hierop heeft zij een overzicht ontvangen en werd haar medegedeeld dat de schulden via het gelegde beslag op haar uitkering naar rato zouden worden voldaan. Hier is zij vanuit gegaan, zodat de dagvaarding voor haar als een verrassing kwam. Met het daarna door Infomedics gedane betalingsvoorstel kon [gedaagde] niet instemmen, nu al voor het maximaal toegestane bedrag beslag was gelegd op haar uitkering. Zij vraagt enkel het oorspronkelijke bedrag (de hoofdsom en buitengerechtelijke kosten) toe te voegen aan het beslag of dat voor dat bedrag een betalingsregeling wordt afgesproken. De gemachtigde van Infomedics heeft immers zelf ook fouten gemaakt (niet ontvangen brief, de onjuiste mededeling en nog onduidelijkheid over een dossiernummer), waardoor verwarring is ontstaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>De kantonrechter overweegt dat [gedaagde] erkent de behandeling te hebben ondergaan. Zij betwist de hoogte en de verschuldigdheid van de hoofdsom niet. Een bedrag van € 78,53 aan hoofdsom is dan ook toewijsbaar. De wettelijke rente over dit bedrag is eveneens toewijsbaar, omdat in artikel 6:119 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is opgenomen dat deze van rechtswege verschuldigd is als het verzuim is ingetreden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>
        [gedaagde] betwist evenmin de gevorderde buitengerechtelijke kosten van een bedrag van € 40,00. Uit de door Infomedics overgelegde zogenoemde veertiendagenbrief blijkt dat deze aan [gedaagde] is toegezonden, voordat de verwarring tussen partijen is ontstaan. Daarbij is met die brief voldaan aan het vereiste van artikel 6:96 lid 6 BW (het verzenden van een veertiendagenbrief). Het gevorderde bedrag komt overeen met het geldende forfaitaire tarief, zodat dit bedrag zal worden toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>
        [gedaagde] maakt bezwaar tegen de proceskosten. Hoewel de kantonrechter begrijpt dat de werkwijze van de gemachtigde van Infomedics heeft geleid tot verwarring bij [gedaagde] , neemt dit niet weg dat Infomedics al geruime tijd een vordering had op [gedaagde] die, ondanks sommatie daartoe, niet wordt voldaan. Infomedics mocht dan ook overgaan tot het dagvaarden van [gedaagde] , zodat de kosten terecht zijn gemaakt. [gedaagde] zal dan ook worden veroordeeld in de proceskosten. De kantonrechter ziet aanleiding om voor de aktes aan de zijde van Infomedics geen salaris toe te kennen, nu deze met name gaan over de tussen partijen ontstane verwarring, die is veroorzaakt door de werkwijze van de gemachtigde van Infomedics. De kantonrechter acht die kosten nodeloos gemaakt. De kosten aan de kant van Infomedics worden dan ook begroot op:</para>
      <para>- dagvaardingskosten	€ 107,32</para>
      <para>- griffierecht		€ 128,00</para>
      <para>- salaris gemachtigde	€   40,00 </para>
      <para>- nakosten		<emphasis role="underline">€   20,00</emphasis> (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)</para>
      <para>Totaal			€ 295,32</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">3. De beslissing</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De kantonrechter:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Infomedics te betalen een bedrag van € 120,40, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 78,53 vanaf 22 augustus 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening; </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten van € 295,32, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [gedaagde] niet op tijd aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [gedaagde] ook de kosten van betekening betalen;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Zander en in het openbaar uitgesproken op 14 februari 2024.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>