<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2024:8849</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-01-14T10:08:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-12-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11250196 \ CV EXPL  24-2844 (T)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:8849">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:8849</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-01-13T14:25:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-01-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:8849 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 18-12-2024 / 11250196 \ CV EXPL  24-2844 (T)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2024:8849:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Overeenkomst tot het leveren van warmte, vordering tot betaling. De kantonrechter beveelt een mondelinge behandeling.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2024:8849:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 11250196 \ CV EXPL  24-2844</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 18 december 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">ENNATUURLIJK B.V.</emphasis>, </para>
      <para>te Eindhoven,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: Ennatuurlijk B.V.,</para>
      <para>gemachtigde: Janssen &amp; Janssen c.s. Gerechtsdeurwaarders,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [plaats],</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde],</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
        <para>- de dagvaarding<?linebreak?>- de conclusie van antwoord.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De inhoud van deze stukken geldt als hier ingelast.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Ennatuurlijk B.V. vordert </para>
      <para />
      <para>a. de tussen partijen bestaande overeenkomst tot levering van warmte en/of koude en/of</para>
      <para>warmtapwater aan het verbruiksperceel te [adres] per datum eindvonnis te ontbinden;</para>
      <para>b. gedaagde te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiser te voldoen:</para>
      <parablock>
        <para>1) Een bedrag van € 10.482,88, vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel</para>
        <para>6:119 BW over (het nog openstaande deel van) de hoofdsom, zijnde € 9.420,87 gerekend vanaf vandaag tot alles is betaald;</para>
        <para>2) voor iedere maand, te rekenen vanaf 12 maart 2024 betreffende april 2024 tot het</para>
        <para>tijdstip van de gevorderde ontbinding uit hoofde (van nakoming) van de overeenkomst, de overeengekomen voorschottermijn van € 461,24, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf de vervaldag;</para>
        <para>3) voor iedere maand, te rekenen vanaf het tijdstip van de gevorderde ontbinding tot het</para>
        <para>moment van onderbreking/afsluiting van de warmtelevering ten titel van schadevergoeding voor het in stand houden van de aansluiting en de afname van warmte, een vergoeding begroot op € 461,24, zijnde de voorschottermijn waarop eiser bij wederzijdse nakoming van de energieovereenkomst maandelijks aanspraak gemaakt zou kunnen hebben, althans zodanig bedrag als de Heer/Vrouwe Kantonrechter redelijk en billijk zal achten, telkenmale te rekenen vanaf de vervaldag van elke voorschottermijn, vermeerderd met de wettelijke rente daarover.</para>
      </parablock>
      <para>c. 1. gedaagde te veroordelen om binnen drie werkdagen na de betekening van het in deze te</para>
      <para>wijzen vonnis een afspraak te maken met eiser teneinde eiser, dan wel een persoon die van een door eisende partij uitgegeven legitimatiebewijs of machtiging is voorzien, op werkdagen tussen 08.00 en 20.00 uur toegang te verlenen tot het perceel staande en gelegen te [adres], en in de gelegenheid te stellen om aldaar de warmtelevering te onderbreken, dan wel door de aldaar aanwezige meetinrichting geheel of gedeeltelijk te verwijderen dan wel af te koppelen en/of zodanig te verzegelen dat verdere afname van warmte wordt verhinderd,</para>
      <para>2. voor het geval aan de veroordeling onder (1) niet binnen drie werkdagen na de betekening van het vonnis wordt voldaan, dan wel deze vordering niet-toewijsbaar wordt geacht, eisende partij toe te staan de onderbreking van de levering op voormeld perceel te bewerkstelligen door aldaar de aanwezige meter / meetinstallatie geheel of gedeeltelijk te verwijderen dan wel af te koppelen en/of zodanig te verzegelen dat verdere afname van warmte en/of koude en/of warmtapwater wordt verhinderd en gedaagde te veroordelen het perceel staande en gelegen te [adres] ex art. 558 Rv subsidiair ex art. 491 Rv te ontruimen aldus dat tot vorenbedoelde onderbreking van de levering kan worden gekomen alsmede het handelen van eisende partij te gedogen;</para>
      <para>3. voorts te bepalen dat alle kosten gemoeid met vorenbedoelde afsluiting, verwijdering,</para>
      <parablock>
        <para>afkoppeling en/of verzegeling van de aansluiting en warmtemeter alsmede ontruiming voor</para>
        <para>rekening van gedaagde komen.</para>
      </parablock>
      <para>d. met veroordeling van gedaagde in de kosten van deze procedure.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">subsidiair in het geval geoordeeld wordt dat geen overeenkomst bestaat tussen partijen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>a. Voor recht te verklaren dat eisende partij geen enkele verplichting heeft tot het leveren van warmte en/of koude en/of warm tapwater aan het verbruiksperceel te [adres] voor zolang er geen overeenkomst wordt gesloten tussen partijen.</para>
      <para>b. gedaagde te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiseres te voldoen:</para>
      <parablock>
        <para>4) in het kader van ongerechtvaardigde verrijking een bedrag van € 10.482,88, vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW over € 9.420,87 gerekend vanaf vandaag tot alles is betaald;</para>
        <para>5) voor iedere maand, te rekenen vanaf de datum van het in dezen te wijzen vonnis tot</para>
        <para>het moment van onderbreking/afsluiting van de warmtelevering ten titel van schadevergoeding voor het in stand houden van de aansluiting en de afname van warmte, een vergoeding begroot op € 461,24, zijnde de verbruiksvergoeding, althans zodanig bedrag als de Heer/Vrouwe Kantonrechter redelijk en billijk zal achten, telkenmale te rekenen vanaf de vervaldag van elke voorschottermijn, vermeerderd met de wettelijke rente daarover.</para>
      </parablock>
      <para>c. 1. gedaagde te veroordelen om binnen drie werkdagen na de betekening van het in deze te</para>
      <para>wijzen vonnis een afspraak te maken met eiser teneinde eiser, dan wel een persoon die van een door eiser uitgegeven legitimatiebewijs of machtiging is voorzien, op werkdagen tussen 08.00 en 20.00 uur toegang te verlenen tot het perceel staande en gelegen te [adres], en in de gelegenheid te stellen om aldaar de warmtelevering te onderbreken, dan wel door de aldaar aanwezige meetinrichting geheel of gedeeltelijk te verwijderen dan wel af te koppelen en/of zodanig te verzegelen dat verdere afname van warmte wordt verhinderd,</para>
      <para>2. voor het geval aan de veroordeling onder (1) niet binnen drie werkdagen na de betekening</para>
      <para>van het vonnis wordt voldaan, dan wel deze vordering niet-toewijsbaar wordt geacht, eisende partij toe te staan de onderbreking van de levering op voormeld perceel te bewerkstelligen door aldaar de aanwezige meter! meetinstallatie geheel of gedeeltelijk te verwijderen dan wel af te koppelen en/of zodanig te verzegelen dat verdere afname van warmte en/of koude en/of warmtapwater wordt verhinderd en gedaagde te veroordelen het perceel staande en gelegen te [adres] ex art. 558 Rv subsidiair ex art. 491 Rv te ontruimen aldus dat tot vorenbedoelde onderbreking van de levering kan worden gekomen alsmede het handelen van eisende partij te gedogen;</para>
      <para>3. voorts te bepalen dat alle kosten gemoeid met vorenbedoelde afsluiting, verwijdering,</para>
      <parablock>
        <para>afkoppeling en/of verzegeling van de aansluiting en warmtemeter alsmede ontruiming voor</para>
        <para>rekening van gedaagde komen.</para>
      </parablock>
      <para>d. met veroordeling van gedaagde in de kosten van deze procedure.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Ennatuurlijk B.V. Zij wil wel betalen, maar alleen een fatsoenlijk bedrag. Ook wil zij een oplossing voor de problemen met de verwarming.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De kantonrechter zal een mondelinge behandeling bevelen om inlichtingen over de zaak te vragen, partijen gelegenheid te geven hun stellingen nader te onderbouwen en om te onderzoeken of partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Partijen kunnen zich tijdens de mondelinge behandeling laten bijstaan door een eigen adviseur of gemachtigde.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De kantonrechter wijst erop dat zij uit een niet verschijnen van een partij op de mondelinge behandeling de gevolgtrekkingen - ook in het nadeel van die partij - kan maken die zij geraden zal achten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Indien een partij wenst dat de kantonrechter bij de beoordeling van het geschil rekening houdt met bijvoorbeeld brieven of andere schriftelijke stukken, dient zij deze uiterlijk veertien (14) dagen voordat de zitting plaatsvindt aan de kantonrechter en (de gemachtigde van) haar wederpartij toe te zenden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Op de mondelinge behandeling wordt aan de gemachtigden van partijen de gelegenheid geboden de juridische standpunten van partijen nader toe te lichten. Daarbij mag gebruik worden gemaakt van beknopte spreekaantekeningen. Uitgebreide mondelinge en schriftelijke uiteenzettingen zijn niet toegestaan. De kantonrechter bepaalt op welk moment tijdens de mondelinge behandeling deze aan de orde kunnen worden gesteld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>Tijdens of na de mondelinge behandeling kan de kantonrechter direct mondeling uitspraak doen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>beveelt een mondelinge behandeling en verschijning van partijen, bijgestaan door hun gemachtigden, voor het geven van inlichtingen, het nader onderbouwen van hun stellingen en het beproeven van een minnelijke regeling, door mr. Zander, in het gerechtsgebouw te Breda, Stationslaan 10, op een door de kantonrechter vast te stellen datum en tijd,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>bepaalt dat [gedaagde] dan in persoon aanwezig moet zijn en dat Ennatuurlijk B.V. dan vertegenwoordigd moet zijn door iemand die van de zaak op de hoogte is en hetzij rechtens hetzij op grond van een bijzondere schriftelijke volmacht bevoegd is haar te vertegenwoordigen,<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van <emphasis role="bold">woensdag 8 januari 2025</emphasis> voor het opgeven van de verhinderdagen van de partijen en hun gemachtigden in de maanden <emphasis role="bold">februari</emphasis> tot en met <emphasis role="bold">mei</emphasis>, waarna dag en uur van de mondelinge behandeling zullen worden bepaald,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>bepaalt dat bij gebreke van de gevraagde opgave(n) de kantonrechter het tijdstip van de mondelinge behandeling zelfstandig zal bepalen,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>bepaalt dat na de vaststelling van het tijdstip van de mondelinge behandeling dit in beginsel niet zal worden gewijzigd,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>wijst partijen erop, dat voor de mondelinge behandeling <emphasis role="bold">90 minuten</emphasis> zal worden uitgetrokken,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Zander en in het openbaar uitgesproken op 18 december 2024.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>