<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2024:8821</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-25T10:06:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-12-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11143721 CV EXPL 24-2024 (E)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Notamail 2025/10</rdf:li>
          <rdf:li>NJF 2025/79</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:8821">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:8821</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-01-07T15:54:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-01-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:8821 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 11-12-2024 / 11143721 CV EXPL 24-2024 (E)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2024:8821:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Geschil tussen partijen of er een rechtsgeldige koopovereenkomst is gesloten voor een chalet. Het chalet is een onroerende zaak. Er is geen schriftelijk getekende koopovereenkomst en daarmee niet voldaan aan het schriftelijkheidsvereiste van artikel 7:2 lid 1 BW. Er is daarom geen rechtsgeldige koopovereenkomst gesloten. Vordering van koper tot terugbetaling van het aanbetaalde bedrag wordt toegewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2024:8821:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 11143721 \ CV EXPL  24-2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 11 december 2024 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [eiser] , <?linebreak?>2. [eiseres] ,</title>
    <parablock>
      <para>beiden wonende te [plaats 1] ,</para>
      <para>eisende partijen,</para>
      <para>hierna samen te noemen (in mannelijk enkelvoud) [eisers] en afzonderlijk [eiser] en [eiseres] ,</para>
      <para>gemachtigde: ARAG Rechtsbijstand,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [gedaagde 1] , <?linebreak?>2. [gedaagde 2] , </title>
    <parablock>
      <para>beiden wonende te [plaats 2] ,</para>
      <para>gedaagde partijen,</para>
      <para>hierna samen te noemen (in mannelijk enkelvoud) [gedaagden] en afzonderlijk [gedaagde 1] en [gedaagde 2] ,</para>
      <para>gemachtigde: mr. A.H.H.M. Roelofs.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
        <para>- de dagvaarding van 3 juni 2024 met producties 1 tot en met 9;<?linebreak?>- de conclusie van antwoord met producties 1 en 2;<?linebreak?>- de conclusie van repliek;<?linebreak?>- de conclusie van dupliek.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Begin 2024 heeft [gedaagden] zijn chalet op [camping] aan de [adres] ( [locatie] ) te koop aangeboden via facebook en marktplaats voor een vraagprijs van € 69.000,00.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [eisers] heeft het chalet twee keer bezichtigd en met [gedaagden] overeenstemming bereikt over een koopprijs. Overeengekomen is dat er door [eisers] een bedrag van € 5.000,00 wordt aanbetaald en erna door [gedaagden] een schriftelijke koopovereenkomst wordt opgesteld om te tekenen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Op 10 maart 2024 heeft [eisers] een bedrag van € 5.000,00 overgemaakt op de bankrekening van [gedaagden]</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Op 14 maart 2024 heeft [eisers] per Whatsapp aan [gedaagden] medegedeeld dat de koop voor het chalet niet doorgaat wegens gezondheidsproblemen van [eiser] . Als reactie daarop heeft [gedaagden] aan [eisers] medegedeeld dat er een koopovereenkomst is en [eisers] daaraan wordt gehouden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De gemachtigde van [eisers] heeft [gedaagden] bij brief van 16 april 2024 gesommeerd tot terugbetaling van het aanbetaalde bedrag van € 5.000,00. De gemachtigde van [eisers] heeft in de brief uitgelegd dat er door het ontbreken van een getekend schriftelijk stuk geen rechtsgeldige koopovereenkomst is gesloten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>
        [gedaagden] betwist gehouden te zijn tot terugbetaling. [gedaagden] heeft in correspondentie medegedeeld dat partijen een koopovereenkomst hebben gesloten en [eisers] na verkoop van het chalet aan een derde aansprakelijk wordt gehouden voor het verschil in koopprijs. 	 </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eisers] vordert dat [gedaagden] hoofdelijk wordt veroordeeld tot betaling van:</para>
      <orderedlist numeration="loweralpha">
        <listitem>
          <para>het bedrag van € 5.000,00 aan hoofdsom;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de buitengerechtelijke kosten van € 625,00;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de wettelijke rente over het onder a gevorderde bedrag vanaf 1 mei 2024 tot de dag van volledige betaling;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>e kosten van de procedure;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de nakosten, te begroten op een maximum salaris van € 132,00, vermeerderd met de wettelijke rente.</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [eisers] legt aan zijn vordering – samengevat – ten grondslag dat er geen rechtsgeldige koopovereenkomst is gesloten omdat niet voldaan is aan het in de wet opgenomen schriftelijkheidsvereiste waardoor de overeenkomst nietig is. [eisers] stelt daarnaast dat er een koopsom is besproken van € 45.000,00 en geen € 65.000,00. Omdat de overeenkomst nietig is, is het bedrag van € 5.000,00 zonder rechtsgrond betaald en dient dat bedrag volgens [eisers] primair op grond van onverschuldigde betaling en subsidiair wegens ongerechtvaardigde verrijking te worden terugbetaald. [eisers] stelt dat de wettelijke rente over het bedrag van € 5.000,00 vanaf 1 mei 2024 verschuldigd is en aan buitengerechtelijke incassokosten een bedrag van € 625,00.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [gedaagden] voert verweer. [gedaagden] concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring van [eisers] in zijn vorderingen, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eisers] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eisers] in de kosten van deze procedure.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>
        [gedaagden] voert als verweer – samengevat – aan dat de betaling met een rechtsgrond is gedaan omdat er een koopovereenkomst is gesloten. [gedaagden] voert aan dat het niet relevant is dat er geen schriftelijke koopovereenkomst is gesloten omdat de koopovereenkomst is erkend. [gedaagden] voert aan dat de koopovereenkomst is gesloten voor een bedrag van € 65.000,00. [gedaagden] betwist te zijn verrijkt en voert aan te zijn verarmd door eenzijdige ontbinding van de koopovereenkomst. [gedaagden] voert aan door de eenzijdige ontbinding van [eisers] en verkoop voor een lagere koopprijs schade te hebben geleden. [gedaagden] beroept zich op verrekening van het bedrag van € 5.000,00 met schade. [gedaagden] betwist rente en buitengerechtelijke kosten verschuldigd te zijn. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Kern van het geschil is of tussen partijen een rechtsgeldige koopovereenkomst is gesloten voor het chalet. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Op grond van de wet dient de koop van een tot bewoning bestemde onroerende zaak of bestanddeel schriftelijk te worden aangegaan als de koper een natuurlijk persoon is die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf.<footnote-ref linkend="_e1889852-c3df-45da-b028-3f0834c462ef" /> Zolang het vormvereiste van een schriftelijke overeenkomst niet is vervuld, is de overeenkomst niet rechtsgeldig tot stand gekomen.<footnote-ref linkend="_48d54e92-53f1-4325-b478-58a1152b5d24" /> Het schriftelijkheidsvereiste is vanwege de rechtszekerheid in de wet opgenomen ten aanzien van de vraag of, zo ja en op welk moment er wilsovereenstemming tussen partijen is bereikt en ten aanzien van hetgeen werd overeengekomen.<footnote-ref linkend="_3ae2c4c1-454b-4295-92d7-d20a5e11747c" /> De sanctie op het niet voldoen aan het schriftelijkheidsvereiste is nietigheid.<footnote-ref linkend="_96c6366e-c74e-4f40-a015-59530bbe04f9" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>
        [eisers] heeft onweersproken gesteld dat hij is te beschouwen als een consumentkoper en dat de naar buiten toe kenbare bedoeling van het chalet is, om duurzaam ter plaatse te blijven. Daarnaast heeft [eisers] onweersproken gesteld dat het chalet een keuken, woonkamer, badkamer en rondom een tuin en schuurtje heeft en dat het chalet is aangesloten op de riolering en op gas, water en elektriciteit. Uit deze uiterlijke verschijning van het chalet – die ook blijkt uit de overgelegde foto’s van chalet – leidt de kantonrechter af dat het chalet naar aard en inrichting is bestemd om duurzaam ter plaatse te blijven. Het chalet wordt daarom als onroerend in de zin van de wet aangemerkt.<footnote-ref linkend="_e2330642-9228-4b12-b3dc-0111b6f0711e" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Vast staat dat er geen schriftelijke koopovereenkomst is tussen partijen. Dat betekent dat niet is voldaan aan het schriftelijkheidsvereiste, zodat tussen partijen geen rechtsgeldige koopovereenkomst tot stand is gekomen en het aanbetaalde bedrag van € 5.000,00 door [eisers] onverschuldigd aan [gedaagden] is betaald. Van een onterechte ontbinding door [eisers] is dus geen sprake, zodat [gedaagden] geen recht op verrekening van de aanbetaling met schadevergoeding toekomt. [gedaagden] zal daarom hoofdelijk worden veroordeeld tot terugbetaling van het bedrag van € 5.000,00. Hoofdelijk houdt in dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] ieder voor betaling van het volledige bedrag verantwoordelijk zijn richting [eisers]</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para> vordert dat [gedaagden] hoofdelijk wordt veroordeeld tot betaling van rente over het bedrag van € 5.000,00 vanaf 1 mei 2024. Omdat geen sprake is van een handelsovereenkomst in de zin van artikel 6:119a BW is de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW toewijsbaar. Deze rente zal vanaf de verzuimdatum 1 mei 2024 worden toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>
        [eisers] maakt aanspraak op vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De onderhavige vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. De vordering is namelijk gebaseerd op onverschuldigde betaling. De kantonrechter zal de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen voor dergelijke vorderingen zoals deze zijn geformuleerd in het Rapport BGK-integraal. [eisers] heeft voldoende onderbouwd dat er meer werkzaamheden zijn verricht dan een (standaard) aanmaningsbrief. De gevorderde vergoeding van € 625,00 aan buitengerechtelijke kosten, is conform het tarief als vermeld in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke kosten en zal hoofdelijk worden toegewezen.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>
        [gedaagden] is in het ongelijk gesteld en zal daarom hoofdelijk worden veroordeeld in de proceskosten (inclusief nakosten). De proceskosten van [eisers] worden begroot op:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- kosten van de dagvaarding</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>144,81</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- griffierecht</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>248,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris gemachtigde</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>678,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(2 punten × € 339,00)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- nakosten</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>132,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>1.202,81</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>De gevorderde wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over de proceskosten wordt toegewezen zoals in de beslissing is vermeld. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk om aan [eisers] te betalen een bedrag van € 5.625,00 te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het bedrag van € 5.000,00 vanaf 1 mei 2024 tot de dag van volledige betaling,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk in de proceskosten van € 1.202,81, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagden] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Dijkman en in het openbaar uitgesproken op 11 december 2024. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_e1889852-c3df-45da-b028-3f0834c462ef" label="1">
    <para> Artikel 7:2 lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW)</para>
  </footnote>
  <footnote id="_48d54e92-53f1-4325-b478-58a1152b5d24" label="2">
    <para> Kamerstukken nr. 23 095, Memorie van Antwoord, pag. 13</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3ae2c4c1-454b-4295-92d7-d20a5e11747c" label="3">
    <para> Memorie van Toelichting, pag. 4; Memorie van Antwoord, pag. 4, 13 en 14</para>
  </footnote>
  <footnote id="_96c6366e-c74e-4f40-a015-59530bbe04f9" label="4">
    <para> Artikel 3:39 BW</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e2330642-9228-4b12-b3dc-0111b6f0711e" label="5">
    <para> Artikel 3:3 lid 1 BW. Vergelijk Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, ECLI:NL:GHSHE:2019:400</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>