<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2024:8443</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-11T14:12:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-12-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02-254841-20</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:8443">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:8443</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-11T09:07:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:8443 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 11-12-2024 / 02-254841-20</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2024:8443:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan aan drie strafbare feiten. Zij is samen met de medeverdachte en drie anderen naar de woning van de aangevers gegaan om de confrontatie te zoeken. Verdachte heeft zich daarbij schuldig gemaakt aan mishandeling, belediging van een politieambtenaar en is niet weggegaan toen haar dat door een politieambtenaar werd bevolen of gevorderd. Sprake van forse overschrijding redelijke termijn. De verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 dagen met aftrek van voorarrest. Gedeeltelijke toewijzing vordering benadeelde partij.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2024:8443:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer: 02-254841-20  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer van 11 december 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>, </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1989 te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>wonende te [adres] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>raadsman mr. J.G. Hage, advocaat te Terneuzen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 27 november 2024, waarbij de officier van justitie, mr. M. van Leeuwen, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para>De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering. De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte op </para>
      <para>9 oktober 2020 in [plaats]</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 1 primair: </emphasis>openlijk geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] ;</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">          subsidiair: </emphasis>
        [slachtoffer 1] heeft mishandeld;</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 2:</emphasis> verbalisant [verbalisant 1] heeft beledigd; <?linebreak?><emphasis role="italic">Feit 3:</emphasis> niet is weggegaan toen haar dat door een politieambtenaar werd bevolen of gevorderd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig. </para>
      <para>De rechtbank is bevoegd. </para>
      <para>De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. </para>
      <para>Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewijswaardering feit 1: openlijke geweldpleging/mishandeling [slachtoffer 1]</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>4.1.1</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
          </para>
          <para>De officier van justitie heeft verzocht om verdachte van de onder 1 primair ten laste gelegde openlijke geweldpleging vrij te spreken, omdat onvoldoende vaststaat dat verdachte geweld heeft gebruikt tegen [slachtoffer 2] en uit de bewijsmiddelen ook onvoldoende blijkt dat verdachte in vereniging het geweld tegen [slachtoffer 1] heeft gepleegd.  </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De officier van justitie acht wel wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 1 subsidiair ten laste gelegde mishandeling van [slachtoffer 1] .</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.1.2</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
          </para>
          <para>Aangevoerd is dat verdachte vrijgesproken dient te worden van het onder 1 primair ten laste gelegde feit, omdat op basis van het dossier onvoldoende blijkt wie wat precies heeft gedaan.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Ook ten aanzien van de onder 1 subsidiair ten laste gelegde mishandeling heeft de raadsman vrijspraak bepleit, omdat de overtuiging ontbreekt.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.1.3</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende bewijsmiddelen voorhanden zijn om te komen tot een bewezenverklaring van de onder 1 primair ten laste gelegde openlijke geweldpleging tegen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . Verdachte wordt daarvan vrijgesproken. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank acht de onder 1 subsidiair ten laste gelegde mishandeling van [slachtoffer 1] wettig en overtuigend bewezen. [slachtoffer 1] heeft in haar aangifte verklaard dat ze met verdachte heeft gevochten. Uit de medische informatie van GGD-arts [persoon] volgt dat het bij [slachtoffer 1] geconstateerde letsel past bij het verhaal dat zij is mishandeld door verdachte. Daarnaast vindt de aangifte steun in de verklaring van getuige [getuige 1] , die verklaart te hebben gezien dat verdachte aangeefster [slachtoffer 1] sloeg, en in de verklaring van getuige [getuige 2] , die verklaart te hebben gezien dat verdachte met aangeefster [slachtoffer 1] heeft gevochten. </para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewijswaardering feit 2: belediging verbalisant [verbalisant 1] </emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>4.2.1</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
          </para>
          <para>De officier van justitie acht op grond van de bekennende verklaring van verdachte  en de inhoud van het procesdossier feit 2 wettig en overtuigend bewezen.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.2.2</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
          </para>
          <para>Gelet op de bekennende verklaring van verdachte is door de verdediging geen bewijsverweer gevoerd.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.2.3</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
          </para>
          <para>Aangezien verdachte een bekennende verklaring heeft afgelegd en er geen vrijspraak is bepleit, wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank acht feit 2 wettig en overtuigend bewezen, gelet op:</para>
        </parablock>
        <itemizedlist mark="-">
          <listitem>
            <para>de aangifte van [verbalisant 1] van 10 oktober 2020,  pagina 77 tot en met 79 van het eindproces-verbaal met dossiernummer PL2000 -2020296567 van de politie Eenheid Zeeland-West-Brabant;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>de bekennende verklaring van verdachte ter zitting van 27 november 2024. </para>
          </listitem>
        </itemizedlist>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewijswaardering feit 3: niet voldoen aan vordering/bevel</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>4.3.1</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
          </para>
          <para>De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 3 ten laste gelegde feit. </para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.2</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
          </para>
          <para>Aangevoerd is dat verdachte vrijgesproken dient te worden van het onder 3 ten laste gelegde feit, omdat verdachte zich wel wílde verwijderen, maar haar dat bij ambtelijk bevel werd verboden. Het feit is daarmee niet strafbaar. </para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.3</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank acht het onder 3 ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen. </para>
          <para>Verbalisanten [verbalisant 2] , [verbalisant 1] en [verbalisant 3] hebben in hun op ambtseed/belofte opgemaakte processen-verbaal van bevindingen beschreven dat verdachte zich hinderlijk gedroeg, dat verbalisant [verbalisant 1] om die reden verdachte vorderde om zich van de plaats van het incident te verwijderen en dat verdachte dit vervolgens niet deed. De rechtbank heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">De bewijsmiddelen</emphasis>
        </para>
        <para>Indien hoger beroep wordt ingesteld zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan het vonnis zal worden gehecht. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">De bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>1 </para>
        <para>subsidiair:</para>
        <para>op 9 oktober 2020 te [plaats] (gemeente Terneuzen), [slachtoffer 1] heeft mishandeld, bestaande die mishandeling uit meermalen slaan tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] ;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>2</para>
        <para>op 9 oktober 2020 te [plaats] , gemeente Terneuzen, opzettelijk een ambtenaar, te weten [verbalisant 1] , inspecteur van politie Eenheid Zeeland - West-Brabant, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in zijn tegenwoordigheid mondeling heeft beledigd, door hem de woorden toe te voegen: “dikzak, papzak, gestoorde man”;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>3</para>
        <para>op 9 oktober 2020 te [plaats] , gemeente Terneuzen, opzettelijk niet heeft voldaan een bevel of een vordering, krachtens enig wettelijk voorschrift, te weten artikel 124 Wetboek van Strafvordering gedaan door een ambtenaar, te weten [verbalisant 1] , belast met en het opsporen en onderzoeken van strafbare feiten, door, nadat deze ambtenaar haar had bevolen of van haar had gevorderd zich te verwijderen, hieraan geen gevolg te geven.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid</title>
    <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die haar strafbaarheid uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafoplegging</title>
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 33 dagen waarvan 30 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren met aftrek van voorarrest en een taakstraf voor de duur van 100 uren.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>Indien de rechtbank tot een bewezenverklaring van de feiten komt, verzoekt de verdediging  om rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en de overschrijding van de redelijke termijn. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ernst van de feiten</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan drie strafbare feiten. Zij is samen met medeverdachte [medeverdachte] en drie anderen naar de woning van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] gegaan om de confrontatie op te zoeken. Verdachte heeft zich daarbij schuldig gemaakt aan de mishandeling van [slachtoffer 1] . Dit is een ernstig feit, omdat geweld tegen personen inbreuk maakt op hun lichamelijke integriteit. Het gepleegde geweld heeft plaatsgevonden in een woonwijk en buurtgenoten zijn daar getuige van geweest. Dergelijke geweldplegingen zijn bedreigend voor degenen tegen wie het is gericht en roepen ook bij degenen die er ongewild getuige van zijn en in het algemeen in de samenleving gevoelens van onveiligheid op. </para>
        <para>Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan de belediging van een politieambtenaar en is zij niet weggegaan toen verbalisant [verbalisant 1] haar dit vorderde. Het gedrag van verdachte getuigt van een gebrek aan respect voor de politie.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank heeft gekeken naar het strafblad van verdachte van 7 oktober 2024, waaruit blijkt dat zij eerder met politie en justitie in aanraking is geweest, maar niet voor soortgelijke feiten. Daarnaast blijkt uit het strafblad van verdachte dat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Redelijke termijn</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank betrekt in haar strafmaat de overschrijding van de redelijke termijn. In artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) is het recht van iedere verdachte gewaarborgd om binnen een redelijke termijn te worden berecht. Als uitgangspunt heeft hierbij te gelden dat de behandeling van een zaak ter terechtzitting moet zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaren nadat de op zijn redelijkheid te beoordelen termijn is aangevangen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden, zoals de ingewikkeldheid van de zaak, de invloed van verdachte op het procesverloop en de wijze waarop de zaak door de bevoegde autoriteiten is behandeld.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte is op 10 oktober 2020 in verzekering gesteld. De rechtbank doet uitspraak op </para>
        <para>11 december 2024. Dat betekent dat sprake is van een forse overschrijding van de redelijke termijn met ruim twee jaar. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Straf </emphasis>
        </para>
        <para>Alles afwegend zal de rechtbank een gevangenisstraf van drie dagen opleggen met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft verbleven. Dat betekent dat verdachte haar gevangenisstraf al heeft uitgezeten. Gelet op het tijdsverloop ziet de rechtbank geen aanleiding daarnaast nog een voorwaardelijk strafdeel op te leggen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De benadeelde partij</title>
    <para>
      [verbalisant 1] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd ter zake van het onder 2 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 183,00 aan immateriële schade.</para>
    <paragroup>
      <nr>7.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Standpunt officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft geconcludeerd tot integrale toewijzing van de vordering, te</para>
        <para>vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Standpunt verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging verzoekt om de vordering te matigen tot een bedrag van € 100,00. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank heeft hiervoor bewezen verklaard dat verdachte het ten laste gelegde feit 2 heeft gepleegd. Dat betekent dat verdachte onrechtmatig heeft gehandeld tegenover [verbalisant 1] en dat zij verplicht is de schade van [verbalisant 1] te vergoeden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Naar het oordeel van de rechtbank komt aan [verbalisant 1] op grond van artikel 6:106 lid 1 aanhef en onder b van het Burgerlijk Wetboek een vergoeding wegens geleden immateriële schade toe. [verbalisant 1] heeft voldoende onderbouwd wat de gevolgen van het handelen van verdachte voor hem zijn geweest. Gelet op alle omstandigheden en de bedragen die in vergelijkbare gevallen zijn toegekend, acht de rechtbank een bedrag van € 100,00 billijk. Dat bedrag van € 100,00 is ook niet door de verdediging betwist, zodat de vordering tot dit</para>
        <para>bedrag zal worden toegewezen. Deze schade staat ook in een voldoende verband met het bewezenverklaarde handelen van verdachte, zodat ook sprake is van schade die een rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde feit. De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard. Dit resterende deel van de vordering kan derhalve slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag wordt vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop het feit is gepleegd en de schade is ontstaan, zijnde 9 oktober 2020.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank zal tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen tot betaling van het</para>
        <para>toegekende schadebedrag. Dit betekent dat het CJIB de inning zal verzorgen en dat bij niet</para>
        <para>betaling gijzeling kan worden toegepast als dwangmiddel.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Nu een bedrag aan immateriële schade zal worden toegewezen, zal verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De wettelijke voorschriften</title>
    <para>De beslissing berust op de artikelen 36f, 57, 63, 184, 266, 267 en 300 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vrijspraak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- <emphasis role="bold">spreekt verdachte vrij</emphasis> van het onder 1 primair ten laste gelegde feit;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.5 is omschreven;</para>
    <para>- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1 subsidiair: </emphasis>
        <emphasis role="bold">mishandeling</emphasis>;</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2: </emphasis>
        <emphasis role="bold">eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">   ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn </emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold"> 	   bediening</emphasis>;</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 3: </emphasis>
        <emphasis role="bold">opzettelijk niet voldoen aan een bevel of vordering, krachtens wettelijk </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">   voorschrift gedaan door een ambtenaar belast met het opsporen of </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">   onderzoeken van strafbare feiten</emphasis>; </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafoplegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot <emphasis role="bold">een gevangenisstraf van 3 dagen</emphasis>;</para>
    <para>- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Benadeelde partij</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij <emphasis role="bold">[verbalisant 1]</emphasis> van </para>
    <para>
      <emphasis role="bold">€ 100,00</emphasis> aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 9 oktober 2020 tot aan de dag der voldoening.</para>
    <para />
    <para>- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;</para>
    <para />
    <para>- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat de vordering voor dat gedeelte bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;</para>
    <para />
    <para>- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer </para>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [verbalisant 1]
      </emphasis> (feit 2), <emphasis role="bold">€ 100,00</emphasis> te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 9 oktober 2020 tot aan de dag der voldoening.</para>
    <para>- bepaalt dat bij niet betaling <emphasis role="bold">twee dagen gijzeling</emphasis> kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;</para>
    <para>- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. N. van der Ploeg-Hogervorst, voorzitter, mr. H. Skalonjic en mr. V. Hartman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S. Kroes, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 11 december 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. Hartman en mr. Kroes zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bijlage I</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1</para>
      <para>zij op of omstreeks 9 oktober 2020 te [plaats] openlijk, te weten op of aan de [straat], in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen één of meer personen, waaronder [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , welke geweld onder andere bestond uit het één of meermalen slaan en/of stompen tegen het lichaam en/of in het gezicht van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of één of meermalen schoppen en/of trappen naar en/of tegen het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 2] ; (art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:</para>
      <para>zij op of omstreeks 9 oktober 2020 te [plaats] (gemeente Terneuzen), [slachtoffer 1] heeft mishandeld, bestaande die mishandeling uit het één of meermalen slaan en/of stompen tegen het lichaam en/of in het gezicht van die [slachtoffer 1] ; (art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2</para>
      <para>zij op of omstreeks 9 oktober 2020 te [plaats] , gemeente Terneuzen, opzettelijk een ambtenaar, te weten [verbalisant 1] , inspecteur van politie Eenheid Zeeland - West-Brabant, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in zijn tegenwoordigheid mondeling heeft beledigd, door hem de woorden toe te voegen: “dikzak, papzak, gestoorde man” althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking; (art 266 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 267 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3</para>
      <para>zij op of omstreeks 9 oktober 2020 te [plaats] , gemeente Terneuzen, opzettelijk niet heeft voldaan een bevel of een vordering, krachtens enig wettelijk voorschrift, te weten artikel 124 Wetboek van Strafvordering gedaan door een ambtenaar, te weten [verbalisant 1] , belast met de uitoefening van enig toezicht en/of belast met en/of bevoegd verklaard tot het opsporen en/of onderzoeken van strafbare feiten, door, nadat deze ambtenaar haar had bevolen of van haar had gevorderd zich te verwijderen, hieraan geen gevolg te geven. (art 184 lid 1 Wetboek van Strafrecht)</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>