<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2024:7963</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-09T09:45:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-11-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">BRE 24/6948</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursprocesrecht">Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:7963">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:7963</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-09T09:37:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:7963 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 21-11-2024 / BRE 24/6948</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2024:7963:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>ntb kinderopvangtoeslag</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2024:7963:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: BRE 24/6948 </para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 november 2024 in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [eiseres], uit [plaats], eiseres</title>
    <para>(gemachtigde: mr. B.G.M. de Ruijter),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Dienst Toeslagen, verweerder.</title>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiseres heeft ingesteld na de uitspraak van de rechtbank van 13 februari 2024.<footnote-ref linkend="_ca2280c7-d5e3-4bf8-8a5b-523cf1ca2798" /> In die uitspraak staat dat verweerder binnen tien weken na de dag van verzending van de uitspraak een vooraankondiging moet versturen aan eiseres en uiterlijk binnen twee weken na een ingediende zienswijze of zes weken nadat de termijn voor het indienen van een zienswijze is verstreken een besluit bekend te maken op de aanvraag van eiseres. Eiseres stelt nu beroep in omdat verweerder dat volgens haar niet heeft gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Omdat het beroep kennelijk gegrond is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen.<footnote-ref linkend="_d1c534f7-4fbc-466a-8f14-e42a510ef1ee" /></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Is het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>3. Het beroep is kennelijk gegrond. Soms kan niet worden verwacht dat de betrokkene eerst een ingebrekestelling stuurt. Dat is in dit geval zo, omdat de rechtbank in de uitspraak van 13 februari 2024 al een termijn heeft gesteld waarbinnen verweerder een beslissing moest nemen.<footnote-ref linkend="_4ed345e2-dd25-421b-b1bb-ab375758363e" /></para>
    <para />
    <para>4. Verweerder heeft niet binnen de door de rechtbank gestelde termijn een besluit genomen op de aanvraag van eiseres. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Welke beslistermijn moet aan verweerder worden opgelegd?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>5. Omdat verweerder nog geen (nieuw) besluit heeft genomen, bepaalt de rechtbank dat verweerder dit alsnog moet doen. </para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Op grond van artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb moet verweerder binnen twee weken na het verzenden van deze uitspraak een vooraankondiging verzenden aan eiseres. Tegen de vooraankondiging kan eiseres een zienswijze indienen. Na ontvangst van deze zienswijze of nadat de termijn van zes weken voor het indienen van de zienswijze ongebruikt is verstreken, heeft verweerder nog twee weken om een besluit op de aanvraag bekend te maken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>Verweerder verwijst naar de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 23 augustus 2023.<footnote-ref linkend="_c5bee335-8a3f-40a3-8108-54e9f4893e64" /> De rechtbank ziet in deze situatie echter geen aanleiding om die lijn te volgen, omdat de rechtbank bij haar uitspraak van 13 februari 2024 al een langere termijn heeft gegeven. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Welke dwangsom wordt aan verweerder opgelegd?</emphasis>
        </para>
        <para>6. Volgens het landelijke beleid wordt in gevallen als deze, waarin verweerder na een door de rechter gestelde termijn nog steeds geen besluit op bezwaar heeft genomen, de dwangsom bepaald op € 250,- per dag met een maximum van € 37.500,-. Zoals eerder is overwogen in de uitspraak van 13 februari 2024, geldt dat deze dwangsom doorloopt tot het moment dat de vooraankondiging is verzonden. Indien de tweede termijn voor het nemen van een besluit wordt overschreden, loopt de dwangsom (verder) tot op het moment dat het besluit bekend is gemaakt. Verweerder verzoekt om een lagere dwangsom op te leggen met verwijzing naar de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 1 oktober 2024<footnote-ref linkend="_eab2e69c-92c4-4a29-ad5b-7deac37e4a2b" /> en de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 15 juli 2024<footnote-ref linkend="_21879d1b-b329-4710-a102-6ac10c1f7cf3" />. De rechtbank ziet echter geen aanleiding om, in afwijking van het landelijke beleid, een lagere dwangsom op te leggen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>7. Het beroep is kennelijk gegrond. Dat betekent dat eiseres gelijk krijgt, verweerder de onder 5.1 genoemde termijn krijgt om alsnog een besluit te nemen en aan verweerder de onder 6 genoemde dwangsom wordt opgelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <para>Omdat het beroep gegrond is moet verweerder het griffierecht aan eiseres vergoeden en krijgt eiseres ook een vergoeding voor haar proceskosten. Verweerder moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 437,50 omdat de gemachtigde van eiseres een beroepschrift heeft ingediend en de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. De rechtbank ziet, anders dan de rechtbank Midden-Nederland<footnote-ref linkend="_6418f3d0-f409-4a67-b88a-2b93941800cb" />, geen aanleiding om in afwijking van de hoogste bestuursrechters<footnote-ref linkend="_1ae65763-7dd6-4acc-9f17-eeb85263b936" /> een lagere wegingsfactor (0,25 in plaats van 0,5), zoals verzocht door verweerder, toe te passen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep gegrond;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>draagt verweerder op binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog een vooraankondiging aan eiseres te verzenden;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>draagt verweerder op binnen twee weken na ontvangst van de zienswijze of nadat de termijn van zes weken voor het indienen van de zienswijze ongebruikt is verstreken een besluit op de aanvraag van eiseres bekend te maken;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>- bepaalt dat verweerder aan eiseres een dwangsom van € 250,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 37.500,-;</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>veroordeelt verweerder tot betaling van € 437,50 aan proceskosten aan eiseres;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 51,- aan eiseres moet vergoeden.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van M. Choyoua, griffier, op 26 november 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over verzet</title>
    <para>Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. </para>
  </section>
  <footnote id="_ca2280c7-d5e3-4bf8-8a5b-523cf1ca2798" label="1">
    <para> ECLI:NL:RBZWB:2024:856.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d1c534f7-4fbc-466a-8f14-e42a510ef1ee" label="2">
    <para> Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4ed345e2-dd25-421b-b1bb-ab375758363e" label="3">
    <para> Bijvoorbeeld: ECLI:NL:CRVB:2021:2305, ECLI:NL:RVS:2019:673 en ECLI:NL:RVS:2020:3156.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c5bee335-8a3f-40a3-8108-54e9f4893e64" label="4">
    <para> ECLI:NL:RVS:2023:3208 en ECLI:NL:RVS:2023:3209.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_eab2e69c-92c4-4a29-ad5b-7deac37e4a2b" label="5">
    <para> ECLI:NL:RBGEL:2024:6647.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_21879d1b-b329-4710-a102-6ac10c1f7cf3" label="6">
    <para> ECLI:NL:RBROT:2024:6560.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6418f3d0-f409-4a67-b88a-2b93941800cb" label="7">
    <para>Uitspraak van 4 september 2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:4482.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1ae65763-7dd6-4acc-9f17-eeb85263b936" label="8">
    <para>Uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 26 juli 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:2288 en de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 23 augustus 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3209 waarin uit de toegekende proceskostenvergoeding blijkt dat een wegingsfactor van 0,5 is toegepast.</para>
    <para />
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>