<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2024:7741</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-21T13:44:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-10-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11050106 CV EXPL 24-1892 (E)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verzet">Verzet</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Tilburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:7741">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:7741</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-19T10:42:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:7741 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 16-10-2024 / 11050106 CV EXPL 24-1892 (E)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2024:7741:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eiseres heeft een verzetdagvaarding tegen verweerster ingediend. Eiseres legt in deze verzetdagvaarding uit waarom zij van mening is dat het verstekvonnis vernietigd moet worden. Zij heeft hierin ook een tegenvordering vermeld. Eiseres heeft vervolgens de zaak willen intrekken. Dat is niet gebeurd, omdat verweerster daar niet mee akkoord is gegaan. De kantonrechter doet in deze zaak de volgende uitspraak. Eiseres was te laat met haar verzetdagvaarding, waardoor zij niet ontvankelijk is in het door haar gedane verzet. Ook is zij niet ontvankelijk voor wat betreft haar tegenvordering. Eiseres heeft namelijk niet aangegeven dat zij toch een beoordeling van haar tegenvordering wenst als zij niet ontvankelijk is in het door haar gedane verzet. Zij heeft juist aangegeven dat zij de zaak wilde intrekken. Eiseres zal daarom in deze zaak in de proceskosten worden veroordeeld. Deze proceskosten zien zowel op het door haar gedane verzet als op haar tegenvordering.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2024:7741:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Tilburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 11050106 \ CV EXPL  24-1892</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 16 oktober 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [plaats] ,</para>
      <para>eisende partij in de verzetzaak, met een tegenvordering,</para>
      <para>hierna te noemen: [eiseres] ,</para>
      <para>procederend in persoon,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">INTRUM NEDERLAND B.V.</emphasis>, </para>
      <para>te Amersfoort, kantoorhoudende te Amsterdam,</para>
      <para>gedaagde partij in de verzetzaak en de tegenvordering,</para>
      <para>hierna te noemen: Intrum Nederland B.V.,</para>
      <para>gemachtigde: LAVG Groningen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding van 26 maart 2014 van Intrum Nederland B.V.;</para>
      <para>- het verstekvonnis van de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant op 9 april 2014 met zaaknummer 2956123 CV EXPL 14-3011<footnote-ref linkend="_e9ce4b84-15b4-4869-9159-c74831c0b73b" />;</para>
      <para>- de verzetdagvaarding met een tegenvordering van 8 april 2024 van [eiseres] ,;</para>
      <para>- de e-mail van 17 april 2024 waarin (de toen betrokken gemachtigde van) [eiseres] vraagt om de vordering in de verzetdagvaarding aan te passen; <?linebreak?>- de conclusie van antwoord over het verzet en de tegenvordering van 22 mei 2024 van Intrum Nederland B.V.;</para>
      <para>- de e-mail van 16 mei 2024 waarin [eiseres] vraagt om de verzetzaak in te trekken;</para>
      <para>- de akte van Intrum Nederland B.V. waarin zij bezwaar maakt tegen de door [eiseres] gevraagde intrekking van de verzetzaak;<?linebreak?>- de conclusie van repliek over het verzet en de tegenvordering van 31 juli 2024 van [eiseres] ; <?linebreak?>- de conclusie van dupliek over de tegenvordering van 28 augustus 2024 van Intrum Nederland B.V.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Hierna is bepaald dat er een uitspraak komt.</para>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.	Samenvatting</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiseres] heeft een verzetdagvaarding tegen Intrum ingediend. [eiseres] legt in deze verzetdagvaarding uit waarom zij van mening is dat het verstekvonnis vernietigd moet worden. Zij heeft hierin ook een tegenvordering vermeld. [eiseres] heeft vervolgens de zaak willen intrekken. Dat is niet gebeurd, omdat Intrum daar niet mee akkoord is gegaan. De kantonrechter doet in deze zaak de volgende uitspraak. [eiseres] was te laat met haar verzetdagvaarding, waardoor zij niet ontvankelijk is in het door haar gedane verzet. Ook is zij niet ontvankelijk voor wat betreft haar tegenvordering. [eiseres] heeft namelijk niet aangegeven dat zij toch een beoordeling van haar tegenvordering wenst als zij niet ontvankelijk is in het door haar gedane verzet. Zij heeft juist aangegeven dat zij de zaak wilde intrekken. [eiseres] zal daarom in deze zaak in de proceskosten worden veroordeeld. Deze proceskosten zien zowel op het door haar gedane verzet als op haar tegenvordering.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De kantonrechter zal hieronder een toelichting geven op deze beslissing. De kantonrechter zal hierbij bespreken: wat partijen willen, de beoordeling en de beslissing in deze zaak.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Wat partijen willen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">in de verzetzaak en over de tegenvordering van [eiseres] </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para> vordert (samengevat) om het verstekvonnis te vernietigen en vermeldt als tegenvordering om Intrum te veroordelen in de kosten van zowel de oorspronkelijke zaak als de verzet zaak. De kantonrechter begrijpt dat deze vordering (ook) een bedrag van € 750,- aan (buiten)gerechtelijke kosten inhoudt. [eiseres] heeft daarbij gevorderd om het vonnis meteen te mogen (laten) uitvoeren, ook als er hoger beroep wordt ingesteld door Intrum<footnote-ref linkend="_2b31e6e0-0203-47d4-b00b-a470c391b838" />.   </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Intrum meent dat [eiseres] zowel in de verzetzaak als voor wat betreft de tegenvordering niet-ontvankelijkheid moet worden verklaard in haar vorderingen, dan wel dat de tegenvordering van [eiseres] moet worden afgewezen. Intrum vraagt daarbij om, uitvoerbaar bij voorraad, [eiseres] in de proceskosten van zowel de verzetzaak als de tegenvordering te veroordelen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna nader ingegaan, voor zover dat nodig is.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">In de verzetzaak  </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wel of niet intrekken/doorhalen?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        [eiseres] heeft in haar verzetdagvaarding kort gezegd gevorderd om het verstekvonnis te vernietigen. Intrum heeft in haar reactie hierop aangegeven dat [eiseres] het verzet te laat heeft ingesteld [eiseres] heeft vervolgens gevraagd om de zaak in te mogen trekken. De kantonrechter heeft deze mededeling opgevat als een verzoek tot doorhaling op de rol<footnote-ref linkend="_8853d314-495e-44e6-a4db-152e4d09c5fb" />. Dat kan alleen als beide partijen daarmee instemmen. Intrum heeft in deze zaak bezwaar gemaakt tegen het verzoek en heeft hierbij gewezen op haar belang bij een proceskostenveroordeling. De zaak is daarom niet doorgehaald en moet verder worden beoordeeld.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Verzet wel of niet op tijd?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>In de wet is bepaald binnen welke termijn verzet tegen een verstekvonnis moet worden ingesteld en vanaf welk moment deze termijn gaat lopen<footnote-ref linkend="_41dcaf5b-0050-45ec-bddd-34c486399fc4" />. Er geldt dat het verzet moet worden ingesteld binnen vier weken na:</para>
      <para>- 1) betekening van het verstekvonnis of; </para>
      <para>- 2) betekening van een uit kracht daarvan of ter uitvoering daarvan bedoelde akte of;</para>
      <para>- 3) na een handeling waaruit duidelijk blijkt dat het vonnis of de uitvoering hiervan bij die persoon bekend is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Intrum heeft uitgebreid aangevoerd dat er vijf momenten zijn geweest waarop de verzettermijn is gaan lopen en dat [eiseres] haar verzet hoe dan ook te laat heeft ingesteld. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>
        [eiseres] heeft dit niet weersproken.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>De kantonrechter is met Intrum eens dat [eiseres] het verzet niet op tijd heeft ingesteld. [eiseres] geeft onder andere zelf aan in haar conclusie van repliek dat zij op 1 februari 2024 een betaalregeling heeft getroffen met Intrum. Nog los van de vraag of de verzettermijn niet al op een eerder moment is gaan lopen, is op dat moment de verzettermijn ingegaan. Er was hiermee namelijk sprake van een handeling waaruit duidelijk blijkt dat het vonnis of de uitvoering hiervan bij [eiseres] bekend is. Aangezien [eiseres] vervolgens niet binnen vier weken vanaf dat moment verzet heeft ingesteld, is zij te laat. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Conclusie </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Omdat [eiseres] te laat is met haar verzet, wordt zij niet ontvankelijk verklaard in haar vordering. Dit heeft als gevolg dat haar vordering verder niet inhoudelijk wordt beoordeeld en haar standpunten dan ook niet verder worden besproken. De kantonrechter begrijpt dat het [eiseres] vooral te doen is om de extra kosten die met de tenuitvoerlegging van het vonnis gepaard zijn gegaan. Daarvoor is deze procedure niet bedoeld. Dat geldt ook voor een beroep op verjaring van het vonnis. [eiseres] had daarvoor een andere procedure moeten starten. Overigens klopt het standpunt van Intrum dat een vonnis niet na vijf jaar, maar na twintig jaar verjaart. Volgens [eiseres] heeft haar eerdere gemachtigde hier een fout gemaakt. Mocht dat zo zijn, dan is dat voor [eiseres] vervelend, maar dat maakt de uitkomst van deze procedure niet anders. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Proceskosten </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>Omdat [eiseres] in het ongelijk is gesteld, moet zij de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Intrum Nederland B.V. worden begroot op:</para>
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris gemachtigde</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>270,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(2 punten × € 135,00)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- nakosten</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>67,50</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>337,50</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Over de tegenvordering van [eiseres] </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Gevolgen voor de tegenvordering</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>De verzetdagvaarding geldt volgens de wet als een conclusie van antwoord<footnote-ref linkend="_55f35037-4492-47af-9dfe-3b880f7e28a6" />. Daarbij kan een tegenvordering worden ingesteld<footnote-ref linkend="_8ea5d88a-cec4-47cc-82b3-743a04c3d1f1" />. Als de verzetdagvaarding niet wordt uitgebracht binnen de verzettermijn en de betrokken partij op die grond in haar verzet niet-ontvankelijk wordt verklaard, brengt dat niet alleen mee dat de oorspronkelijke instantie tussen Intrum en [eiseres] niet wordt heropend. Het betekent ook dat dit stuk in zijn functie van conclusie van antwoord te laat is. Dit betekent echter niet per se dat de in dit stuk vermelde tegeneis niet kan worden beoordeeld. Als de betrokken partij, [eiseres] , heeft laten weten dat zij bij een niet-ontvankelijkheid in het verzet tóch beoordeling van haar tegenvordering wenst, kan het stuk worden beschouwd als een gewone dagvaarding. Dit start dan een nieuwe procedure<footnote-ref linkend="_8b8a2e08-037e-4f94-a87c-22ef61307ff8" />. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>De kantonrechter stelt vast dat [eiseres] niet heeft laten weten dat zij bij een niet ontvankelijkheid in het verzet, toch beoordeling wenst van haar tegenvordering. Sterker nog, zij heeft juist aangegeven de zaak, inclusief haar tegenvordering, te willen intrekken. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit betekent dat [eiseres] ook niet ontvankelijk wordt verklaard in haar tegenvordering. Dit heeft als gevolg dat haar tegenvordering verder niet inhoudelijk wordt beoordeeld en haar standpunten hierover ook niet verder worden besproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Proceskosten </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10.</nr>
      <para>Intrum Nederland B.V. is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. Hierbij geldt dat het processtuk van Intrum van 28 augustus 2024 voor wat betreft het salaris voor de gemachtigde zal worden gewaardeerd op een 0,5 punt, zoals bij een akte. Hierbij is gelet op de inhoud en de omvang van het processtuk. Ook geldt dat [eiseres] niet nog een keer nakosten hoeft te betalen aan Intrum, omdat deze al in de verzetzaak zijn begroot. De proceskosten van [eiseres] worden hier dan ook begroot op:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris gemachtigde</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>202,50</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(1,5 punt × € 135,00)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>202,50</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">in de verzetzaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>verklaart [eiseres] niet ontvankelijk in haar vordering,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van € 337,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiseres] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">over de tegenvordering van [eiseres] </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>verklaart [eiseres] niet ontvankelijk in haar vordering,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van € 202,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiseres]  niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Dijkman en in het openbaar uitgesproken op 16 oktober 2024. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_e9ce4b84-15b4-4869-9159-c74831c0b73b" label="1">
    <para> Dit vonnis wordt verder “het verstekvonnis” genoemd. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_2b31e6e0-0203-47d4-b00b-a470c391b838" label="2">
    <para> Dit wordt ook wel “uitvoerbaar bij voorraad” genoemd.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8853d314-495e-44e6-a4db-152e4d09c5fb" label="3">
    <para> Zoals bedoeld in artikel 246 Rv.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_41dcaf5b-0050-45ec-bddd-34c486399fc4" label="4">
    <para> Zie artikelen 143 Rv en 144 Rv.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_55f35037-4492-47af-9dfe-3b880f7e28a6" label="5">
    <para> Zie artikel 147 lid 1 Rv. De conclusie van antwoord zou het stuk zijn waarin [eiseres] zou hebben gereageerd op de (oorspronkelijke) dagvaarding van Intrum, als [eiseres] toen in de procedure was verschenen. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_8ea5d88a-cec4-47cc-82b3-743a04c3d1f1" label="6">
    <para> Zie artikel 146 lid 2 Rv.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8b8a2e08-037e-4f94-a87c-22ef61307ff8" label="7">
    <para> [eiseres] moet daarvoor dan ook griffierecht betalen.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>