<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2024:7544</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-06T09:20:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-10-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02-011624-24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:7544">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:7544</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-06T09:19:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:7544 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 30-10-2024 / 02-011624-24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2024:7544:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Uitgaansgeweld</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2024:7544:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer: 02-011624-24  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer van 30 oktober 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 2004 te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>wonende te [woonadres] , </para>
      <para>raadsman mr. Jansen, advocaat te Breda.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 16 oktober 2024, waarbij de officier van justitie mr. D.U. Çolak en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. </para>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte samen met anderen [aangever] op straat heeft mishandeld.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig. </para>
      <para>De rechtbank is bevoegd. </para>
      <para>De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. </para>
      <para>Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met de medeverdachten het slachtoffer heeft mishandeld. Het slachtoffer heeft meerdere klappen en trappen gekregen. Alle verdachten hebben een significante bijdrage aan het geweldsincident geleverd.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging voor wat betreft de bewezenverklaring gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>4.3.1</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">De bewijsmiddelen</emphasis>
          </para>
          <para>De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte: </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>op 13 mei 2023 te Roosendaal openlijk, te weten, op de Markt,  <?linebreak?>in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon te weten [aangever] <?linebreak?>door die [aangever] <?linebreak?>- met kracht rond de keel vast te pakken, en  <?linebreak?>- meermalen tegen het hoofd en overige lichaamsdelen te slaan en/of stompen, en  <?linebreak?>- eenmaal, (met geschoeide voet) tegen het hoofd, en meermalen tegen overige lichaamsdelen te trappen en/of schoppen, en  <?linebreak?>- met een glas op het hoofd te slaan, en  <?linebreak?>- met kracht tegen een muur te duwen, en  <?linebreak?>- zijn shirt, welke die [aangever] aan had, kapot te trekken. <?linebreak?></para>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid</title>
    <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafoplegging</title>
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 90 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en een taakstraf van 200 uur. De omstandigheid dat verdachte aangever tegen het hoofd heeft geschopt weegt mee in deze strafeis.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft verzocht om vanwege de proceshouding van verdachte de gevorderde taakstraf te matigen naar 150 uur.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De aard en de ernst van het feit</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte is samen met vier medeverdachten betrokken geweest bij de mishandeling van aangever op straat. Deze vechtpartij kan worden aangemerkt als uitgaansgeweld.</para>
        <para>Nadat aangever door de beveiliger bij de ingang, één van de medeverdachten, de toegang tot [café] was geweigerd ontstond er onenigheid bij de ingang van het café. Dit vormde de aanleiding voor de vechtpartij. Aangever zag zich al snel geconfronteerd met een grote groep die zich tegen hem richtte. Door vijf ervan – verdachte en de medeverdachten – werd hij geslagen en geschopt. Van alle geweldshandelingen acht de rechtbank het kapotslaan van het glas op het hoofd van aangever, de harde slag tegen het achterhoofd waarna aangever op de grond valt, en de schop met geschoeide voet tegen het hoofd (door verdachte) het meest ernstig. </para>
        <para>De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij zich heeft gemengd in een ruzie waarbij hij helemaal niet betrokken was, en daarmee heeft bijgedragen aan de escalatie van de ruzie. Verder was het verdachte die aangever heeft geschopt tegen het hoofd terwijl die bewegingsloos op de grond lag en zich niet kon verweren.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Door de openlijke geweldpleging heeft aangever verwondingen opgelopen aan de achterkant van zijn hoofd, waar glas uit werd verwijderd. De wonden zijn daarna gehecht. Verder had hij ten tijde van de aangifte pijn aan zijn rug, heup, knie en neus, en had hij verwondingen aan zijn lippen. Verdachte mag van geluk spreken dat het letsel van aangever relatief beperkt is gebleven, gelet op het uitgeoefende geweld op met name zijn hoofd. Er zijn immers ook gevallen bekend waarbij slachtoffers ernstiger letsel oplopen of zelfs het leven laten als gevolg van uit de hand gelopen uitgaansgeweld. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdachte heeft door zijn handelen inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van dergelijk zinloos geweld, als gevolg daarvan lichamelijke en/of psychische gevolgen kunnen ondervinden. Daarbij heeft dit soort uitgaansgeweld grote negatieve invloed op de samenleving. Het gevoel van onveiligheid en intolerantie in de openbare ruimte wordt hierdoor versterkt. De rechtbank rekent het de verdachte aan dat hij met zijn gedrag hieraan heeft bijgedragen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Persoonlijke omstandigheden</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte heeft een zeer beperkt strafblad. Hij heeft ter terechtzitting naar voren gebracht dat hij een paar uur per dag zorgt voor zijn opa, waar hij voor wordt betaald uit het persoonsgebonden budget. Wat hij daarmee verdient gaat grotendeels naar zijn moeder om de huur te betalen. Verder heeft hij geen dagbesteding. Na het feit heeft hij in afwachting van het verloop van deze zaak geen actie ondernomen om een baan te vinden. Verdachte heeft verklaard van plan te zijn een baan te zoeken en daarmee zijn leven verder vorm te geven.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Op te leggen straf</emphasis>
        </para>
        <para>Bij de bepaling van de strafmaat en -modaliteit heeft de rechtbank gelet op de voorgaande feiten en omstandigheden, en op de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. </para>
        <para>Gelet op de ernst van de geweldshandeling van verdachte in het geheel van de vechtpartij zal de rechtbank een hogere taakstraf opleggen dan gevorderd, te weten 200 uur. De rechtbank ziet aanleiding een voorwaardelijk strafdeel op te leggen, omdat onduidelijk is gebleven waarom verdachte zich – schijnbaar vanuit het niets – op deze manier in het gevecht heeft gemengd. Dat roept vragen op over het recidivegevaar. De rechtbank zal daarom de helft van de taakstraf voorwaardelijk opleggen. De rechtbank ziet daarmee geen grond meer voor oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf zoals gevorderd.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De benadeelde partij</title>
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij [aangever] vordert een schadevergoeding van € 5.714,85, waarvan </para>
      <para>€ 714,85 voor materiële schade en € 5.000,- voor immateriële schade.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft de gevorderde materiële schade niet betwist. Ten aanzien van de immateriële schade is naar voren gebracht dat het gevorderde bedrag fors is en dat de ter onderbouwing van de hoogte van het bedrag aangevoerde zaken niet vergelijkbaar zijn. De verdediging heeft daarom verzocht het bedrag te matigen naar eigen inzicht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beoordeling van de gevorderde schade</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte dit feit heeft gepleegd. Dit betekent ook dat verdachte onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de benadeelde partij en dat hij verplicht is de schade van de benadeelde partij te vergoeden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- <emphasis role="italic">Materiële schade</emphasis></para>
    <para>Nu de gevorderde materiële schade niet is betwist, en het naar het oordeel van de rechtbank schade betreft die rechtstreeks voortvloeit uit het bewezenverklaarde feit, zal de rechtbank deze schade toewijzen.</para>
    <para />
    <para>- <emphasis role="italic">Immateriële schade</emphasis></para>
    <parablock>
      <para>Als gevolg van het incident heeft verdachte verwondingen opgelopen aan zijn hoofd, waarvoor medisch ingrijpen, namelijk het hechten van die verwondingen, nodig was. Als gevolg van deze verwondingen heeft de benadeelde partij littekens op zijn hoofd. Verder blijkt uit de aangifte, de foto’s van het letsel en de onderbouwing van de vordering dat hij ook ander – minder ernstig – letsel heeft opgelopen. Ook heeft hij blijkens de onderbouwing van de vordering op dit punt psychische last ondervonden als gevolg van het bewezenverklaarde feit. De rechtbank oordeelt in dit stadium, gelet op de aard en ernst van het letsel en de overige omstandigheden van het geval, een vergoeding voor het immaterieel nadeel van  € 2.500,- billijk en zal dit bedrag toewijzen.</para>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat de behandeling van het overige gedeelte van de vordering nader onderzoek zou vergen, hetgeen tot een schorsing van de behandeling ter terechtzitting zou leiden. De rechtbank is van oordeel dat dit een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in het overige gedeelte van de vordering. Dit deel van de vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Totaal</emphasis>
      </para>
      <para>De door de benadeelde gevorderde schadevergoeding acht de rechtbank gelet op het voorgaande toewijsbaar tot een bedrag van € 3.214,85, waarvan € 714,85 materiële schade en € 2.500,- immateriële schade. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Hoofdelijkheid en schadevergoedingsmaatregel</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank stelt vast dat verdachte het strafbare feit samen met anderen heeft gepleegd en dat in beginsel geldt dat zij naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de gehele schade. Nu niet alle verdachten maandelijks inkomsten hebben uit werk of uitkering zal zowel met of zonder toepassing van de schadevergoedingsmaatregel, de betaling van de toegewezen vordering in dat geval neerkomen op de verdachten die wel maandelijkse inkomsten hebben. De rechtbank acht het niet onaannemelijk dat onderlinge verrekening tussen alle verdachten een complexe situatie op zal leveren. De rechtbank zal daarom het totale schadebedrag in gelijke delen over de verdachten verdelen. De rechtbank zal verdachte gelet hierop veroordelen tot het betalen aan de benadeelde partij een bedrag van </para>
      <para>€ 3.214,85 : 5 = € 642,97.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen tot betaling van dit schadebedrag. Dit betekent dat het CJIB de inning zal verzorgen en dat bij niet betaling gijzeling kan worden toegepast als dwangmiddel.  </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De wettelijke voorschriften</title>
    <para>De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f en 141 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4. is omschreven;</para>
    <para>- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:</para>
    <parablock>
      <para>         Openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen, terwijl het door hem gepleegde </para>
      <para>         geweld enig lichamelijk letsel ten gevolge heeft;</para>
    </parablock>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafoplegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot <emphasis role="bold">een taakstraf van 200 (tweehonderd) uren, subsidiair 100 (honderd) dagen vervangende hechtenis, waarvan 100 (honderd) uren, subsidiair 50 (vijftig) dagen vervangende hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar</emphasis>;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van deze taakstraf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd na te melden voorwaarde niet heeft nageleefd;</para>
    <para>- stelt als <emphasis role="bold">algemene voorwaarde</emphasis> dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Benadeelde partij</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [aangever] van € 642,97 (zeshonderdtweeënveertig euro en zevenennegentig cent), waarvan € 142,97 (honderdtweeënveertig euro en zevenennegentig cent) aan materiële schade en € 500,- (vijfhonderd euro) aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf </para>
    <para>13 mei 2023 tot aan de dag der voldoening.</para>
    <para />
    <para>- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;</para>
    <para />
    <para>- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat de vordering voor dat gedeelte bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;</para>
    <para />
    <para>- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer </para>
    <para>€ 642,97 (zeshonderdtweeënveertig euro en zevenennegentig cent) te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 13 mei 2023 tot aan de dag der voldoening;</para>
    <para>- bepaalt dat bij niet betaling 12 (twaalf) dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;</para>
    <para>- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.P.E. Mullers, voorzitter, mr. N. van der Ploeg-Hogervorst en mr. A.B. Scheltema Beduin, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.J. Moggré-Hengst, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 30 oktober 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. J.P.E. Mullers en mr. A.J. Moggré-Hengst zijn niet in de gelegenheid om dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>Bijlage I</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 13 mei 2023 te Roosendaal</para>
      <para>openlijk, te weten, op de Markt, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een</para>
      <para>voor het publiek toegankelijke plaats,</para>
      <para>in vereniging</para>
      <para>geweld heeft gepleegd tegen een persoon te weten [aangever]</para>
      <para>door die [aangever]</para>
    </parablock>
    <para>- met kracht bij/rond de keel vast te pakken, en/of</para>
    <para>- meermalen, althans eenmaal, tegen en/of op het hoofd en/of het overig(e)</para>
    <para>lichaam(sdelen) te slaan en/of stompen, en/of</para>
    <para>- meermalen, althans eenmaal, (met geschoeide voet) tegen en/of op het hoofd</para>
    <para>en/of het overig(e) lichaam(sdelen) te trappen en/of schoppen, en/of</para>
    <para>- met een glas, althans een dergelijk scherp voorwerp, tegen/op het hoofd te slaan</para>
    <para>en/of gooien, en/of</para>
    <para>- met kracht tegen een muur te duwen/brengen, en/of</para>
    <para>- zijn shirt, welke die [aangever] aan had, kapot te trekken/scheuren;</para>
    <para>( art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht )</para>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>