<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2024:743</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-07T16:19:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-02-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02/232195-20 en 02/325775-20</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:743">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:743</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-07T16:17:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:743 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 07-02-2024 / 02/232195-20 en 02/325775-20</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2024:743:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel. Schikking ex artikel 511c Sv. Zaak van rechtswege geëindigd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2024:743:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummers: 02/232195-20 en 02/325775-20</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de rechtbank van 7 februari 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de ontnemingszaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [betrokkene] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1996,</para>
      <para>wonende te [woonadres] ,</para>
      <para>raadsman mr. R.B.M. Poppelaars, advocaat te Breda.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure en de inhoud van de vordering</title>
    <para>Betrokkene is op 31 maart 2021 door de meervoudige kamer van deze rechtbank veroordeeld voor vier Opiumwet-feiten tot de in die uitspraak vermelde straf.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft op 17 februari 2023 schriftelijk de ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel gevorderd. De schriftelijke vordering strekt ertoe dat de rechtbank het door betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel zal schatten en vaststellen op een bedrag van € 20.000,00 en aan betrokkene de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van dat bedrag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 30 maart 2023 heeft de rechtbank een schriftelijke voorbereidingsprocedure bevolen. De behandeling van de vordering van de officier van justitie is op dezelfde datum geschorst. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 18 juli 2023 heeft de officier van justitie mr. G. Oosterveld een aanbod tot een schikking </para>
      <para>ex artikel 511c van het Wetboek van Strafvordering aan betrokkene gedaan en ondertekend teneinde de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel te voorkomen. Daarbij is in aanmerking genomen dat op 17 februari 2023 een vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel is ingediend ter hoogte van</para>
      <para>€ 20.000,00, er conservatoir beslag is gelegd op het saldo van een bankrekening van betrokkene en dat betrokkene en de officier van justitie mondeling zijn overeengekomen dat in het kader van de ontneming een schikking wordt getroffen, doordat betrokkene afstand doet van het banksaldo. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Betrokkene heeft op 25 juli 2023 het schikkingsaanbod en de opdracht tot betaling van een bedrag van € 13.679,34 aan het CJIB ondertekend.</para>
      <para>Uit het afloopbericht van het CJIB van 9 januari 2024 blijkt dat betrokkene dit bedrag volledig heeft voldaan en dat daarmee de schikking volledig is afgedaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Betrokkene en zijn raadsman zijn – met voorafgaande kennisgeving van hun afwezigheid – ter zitting van 24 januari 2024 niet verschenen. De officier van justitie mr. M.C. Fimerius is op die datum gehoord. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het standpunt van de officier van justitie</title>
    <para>De officier van justitie vordert de vaststelling dat de ontnemingsprocedure van rechtswege is geëindigd. Betrokkene heeft namelijk voldaan aan de voorwaarden van de hem aangeboden schikking door betaling van een bedrag van € 13.679,34.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het oordeel van de rechtbank </title>
    <para>De rechtbank constateert dat is voldaan aan de voorwaarden voor vaststelling dat de ontnemingsprocedure van rechtswege is geëindigd, te weten:</para>
    <para>- betrokkene is (onherroepelijk) veroordeeld wegens strafbare feiten;</para>
    <para>- er is sprake van een aanhangige ontnemingsvordering;</para>
    <para>- er is een schikkingsovereenkomst; en</para>
    <para>- betrokkene heeft aan de voorwaarden van de schikkingsovereenkomst voldaan.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal overeenkomstig het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van </para>
      <para>6 september 2019 (ECLI:NL:GHARL:2019:7248) beslissen en verstaan dat de ontnemingszaak van rechtswege is geëindigd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>- verstaat dat de zaak van rechtswege is geëindigd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. N. van der Ploeg-Hogervorst, voorzitter, mr. H. Skalonjic en mr. A.B. Scheltema Beduin, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. H. Holtgrefe en is uitgesproken ter openbare zitting op 7 februari 2024. </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>