<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2024:7307</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-07T09:01:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-10-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10399470 \ CV EXPL  23-647 (E)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:7307">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:7307</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-07T09:01:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:7307 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 23-10-2024 / 10399470 \ CV EXPL  23-647 (E)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2024:7307:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Niet nakomen van tijdens procedure gesloten vaststellingsovereenkomst. Toewijzing wettelijke handelsrente over het deel van het overeengekomen te betalen bedrag dat voortvloeit uit de handelsovereenkomst tussen partijen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2024:7307:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 10399470 \ CV EXPL  23-647</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 23 oktober 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser] , H.O.D.N. [bedrijf eiser]</emphasis>, </para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [eiser] ,</para>
      <para>gemachtigde: mr. M. Harte,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [gedaagde 1] ,</title>
    <para>gevestigd te [plaats] ,</para>
    <para>2.<emphasis role="bold"> [gedaagde 2] ,</emphasis></para>
    <parablock>
      <para>vennoot van gedaagde sub 1,</para>
      <para>wonende te [plaats] ,</para>
    </parablock>
    <para>3.<emphasis role="bold"> [gedaagde 3] ,</emphasis></para>
    <parablock>
      <para>vennote van gedaagde sub 1,</para>
      <para>wonende te [plaats] ,</para>
      <para>gedaagde partijen,</para>
      <para>hierna samen te noemen: [gedaagden] ,</para>
      <para>voorheen mr. L.E. van Hevele, nu procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het tussenvonnis van 7 juni 2023 met de daarin genoemde stukken, waarin een mondelinge behandeling is bepaald op 7 december 2023,</para>
      <para>- de brief van mr. Harte van 27 november 2023, met producties 5 t/m 12,</para>
      <para>- de akte vermeerdering van eis (en wijziging grondslag) van [eiser] ,</para>
      <para>- de mondelinge behandeling van 16 september 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. Namens [gedaagden] is niemand verschenen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft met [gedaagden] een overeenkomst gesloten voor het doen van de administratie van [gedaagden] </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [gedaagden] hebben de uit de overeenkomst voortvloeiende facturen van [eiser] onbetaald gelaten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft met de dagvaarding van 8 maart 2023 [gedaagden] gedagvaard ter betaling van € 12.948,47 aan hoofdsom, vermeerderd met buitengerechtelijke incassokosten, rente en proceskosten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Gedurende de gerechtelijke procedure hebben partijen op 2 februari 2024 een vaststellingsovereenkomst gesloten. In deze overeenkomst is, voor zover van belang, het volgende opgenomen:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“[…]</para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">1. [eiser] ontvangt van [gedaagden] vóór 1 april 2024 een bedrag van € 16.000,-</emphasis> […].</para>
      <para>[…]</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">4. Indien [gedaagden] niet voldaan heeft aan hetgeen onder artikel 1 van deze overeenkomst is bepaald dan wordt de Rechtbank Zeeland-West-Brabant verzocht vonnis te wijzen waarin [gedaagden] wordt veroordeeld aan [eiser] een bedrag te betalen van € 17.000,- met veroordeling van [gedaagden] in de kosten van de procedure;</emphasis>
      </para>
      <para>[…]”</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Per e-mail van 2 april 2024 heeft mr. Harte de kantonrechter verzocht om vonnis te wijzen, omdat [eiser] van [gedaagden] geen betaling heeft ontvangen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eiser] vordert – samengevat en na vermeerdering van eis – hoofdelijke veroordeling van [gedaagden] tot betaling van:</para>
      <para>- primair € 17.000,-, vermeerderd met wettelijke (handels)rente vanaf de datum van het vonnis en proceskosten vanaf de mondelinge behandeling,</para>
      <para>- subsidiair € 12.948,47, vermeerderd met wettelijke (handels)rente vanaf de dag van dagvaarding, buitengerechtelijke incassokosten van € 904,48, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding en proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [eiser] legt het volgende aan zijn vordering ten grondslag. Partijen hebben gedurende de gerechtelijke procedure een vaststellingsovereenkomst gesloten ter beëindiging van het geschil. [gedaagden] zijn de hierin opgenomen betalingsverplichting niet nagekomen, waardoor zij op grond van artikel 4 van de overeenkomst € 17.000,- verschuldigd zijn.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 16 september 2024. [gedaagden] zijn, hoewel daartoe opgeroepen, niet verschenen. Dit betekent dat [gedaagden] geen gebruik hebben gemaakt van de gelegenheid om te reageren op de wijziging van grondslag en van eis en evenmin op de inhoud van de vaststellingsovereenkomst (zie onder 2.4.). Tegen dit alles hebben [gedaagden] geen verweer gevoerd. [gedaagden] weerspreken niet dat zij deze vaststellingsovereenkomst met [eiser] hebben gesloten en ook niet dat zij het daarin afgesproken bedrag van € 16.000 niet hebben betaald. De kantonrechter gaat daarom van deze feiten uit en concludeert dat [gedaagden] de afspraken uit de vaststellingsovereenkomst niet zijn nagekomen. Uit de vaststellingsovereenkomst volgt dat in dat geval [gedaagden] € 17.000 moeten betalen. De vordering tot betaling van dat bedrag zal daarom worden toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>De gevorderde wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW, waartegen [gedaagden] geen verweer hebben gevoerd, acht de kantonrechter toewijsbaar over het oorspronkelijk gevorderde bedrag van € 12.948,47. De verschuldigdheid van dit bedrag vloeit immers voort uit een handelsovereenkomst tussen partijen. </para>
        <para>Over het restant van het overeengekomen bedrag, € 4.051,53, zijn [gedaagden] de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW verschuldigd. Dit bedrag heeft volgens [eiser] namelijk betrekking op vergoeding van rente en kosten en vloeien dus niet voort uit een handelsovereenkomst als bedoeld in artikel 6:119a BW.</para>
        <para>De rente zal, zoals primair gevorderd, worden toegewezen vanaf de datum van het vonnis.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>
        [gedaagden] zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Partijen hebben in het overeengekomen te betalen bedrag al een bedrag voor de proceskosten tot het moment van de vaststellingsovereenkomst opgenomen. Daaronder vallen dus bijvoorbeeld ook de kosten voor de dagvaarding en het griffierecht. In de vaststellingsovereenkomst is afgesproken dat [gedaagden] naast € 17.000, ook proceskosten moet betalen. [eiser] heeft ter zitting toegelicht dat de vordering van proceskosten slechts nog ziet op het salaris gemachtigde voor de zitting van 16 september 2024. De proceskosten van [eiser] worden daarom vastgesteld op:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris gemachtigde</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>406,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(1 punt × € 406,00)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- nakosten</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>135,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>541,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>De veroordeling wordt hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 17.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119a BW over € 12.948,47 en met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over € 4.051,53, met ingang van 23 oktober 2024, tot de dag van volledige betaling,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk in de proceskosten van € 541,-, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagden] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Van Dam en in het openbaar uitgesproken op 23 oktober 2024.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>