<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2024:7079</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-30T10:57:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-10-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11207359 \ CV EXPL  24-3553 (E)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Tilburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:7079">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:7079</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-25T09:55:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:7079 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 02-10-2024 / 11207359 \ CV EXPL  24-3553 (E)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2024:7079:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Overeenkomstig artikel 20.6 van de consumentenvoorwaarden heeft het bedrijf de consument in een e-mailbericht van 8 februari 2024 meegedeeld dat zij hun wil voorleggen aan de geschillencommissie of de rechter en dat zij de consument op grond van voormeld artikel in de gelegenheid stelt om binnen vijf weken door te geven of hij een voorkeur heeft voor de geschillencommissie of de rechter. Niet betwist is dat op 13 maart 2024 – en daarmee binnen vijf weken na de e-mail van het bedrijf aan de consument en dus tijdig – de consument aan het bedrijf per e-mail heeft laten weten dat hij een voorkeur heeft voor een procedure bij de geschillencommissie. Het voorgaande brengt op grond van artikel 20.6 van de consumentenvoorwaarden mee dat het bedrijf gehouden is om haar geschil met de consument voor te leggen aan de geschillencommissie. Aan die verplichting heeft het bedrijf niet voldaan door het geschil via deze procedure aan de (kanton)rechter voor te leggen. Daarom zal de kantonrechter het bedrijf niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2024:7079:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Tilburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 11207359 \ CV EXPL  24-3553</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 2 oktober 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [V.O.F.] H.O.D.N. [eiser]</emphasis>, </para>
      <para>te [plaats],</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [eiser],</para>
      <para>gemachtigde: R&amp;R Gerechtsdeurwaarders B.V.,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [plaats],</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde],</para>
      <para>gemachtigde: mr. F. Günes.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding met producties,<?linebreak?>- de incidentele vorderingen tot niet-ontvankelijkheid en oproeping in vrijwaring, alsmede de conclusie van antwoord in de hoofdzaak,</para>
      <para>- de conclusie van antwoord in de incidenten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft met [gedaagde] als consument een overeenkomst van opdracht tot bemiddeling bij een woningverkoop gesloten (hierna te noemen: de overeenkomst). Op de overeenkomst zijn de algemene consumentenvoorwaarden en reglementen van de vereniging voor makelaars en taxateurs van toepassing (hierna te noemen: de consumentenvoorwaarden). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>In artikel 20 van de consumentenvoorwaarden (“<emphasis role="bold italic">Wat gebeurt er als u een geschil met uw makelaar heeft?</emphasis>”) is onder meer het volgende opgenomen:</para>
        <para>“(…) <emphasis role="italic">6. Als de makelaar een geschil wil voorleggen, geeft hij u de keuze tussen de geschillencommissie en de rechter. Maakt u binnen vijf weken geen keuze? Dan mag de makelaar het geschil aan de rechter voorleggen.</emphasis>”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Partijen hebben een geschil over betaling van een factuur van € 4.537,00. In een e-mailbericht van de gemachtigde van [eiser] aan de gemachtigde van [gedaagde] van 8 februari 2024 staat hierover het volgende:</para>
        <para>“(…) <emphasis role="italic">Inmiddels heeft client inlichtingen ingewonnen en advies gevraagd bij de brancheorganisatie. Die hebben hem medegedeeld zijn stellingname betreffende de vordering te steunen en hem geadviseerd het geschil aan de geschillencommissie Makelaardij voor te leggen ex artikel 20.6 van de algemene voorwaarden. Er is ook een keuze voor de rechter. Ingevolge het laatstgenoemde artikel wenst client te vernemen of de heer [gedaagde] een voorkeur heeft voor een procedure bij de geschillencommissie danwel bij de burgerlijke rechter. Graag vernemen wij uiterlijk binnen 5 weken na heden van u.</emphasis>”</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In reactie daarop schrijft de gemachtigde van [gedaagde] aan de gemachtigde van [eiser] in een e-mailbericht van 13 maart 2024 het volgende:</para>
        <para>“(…) <emphasis role="italic">De voorkeur van cliënt gaat uit naar een procedure bij de geschillencommissie.</emphasis>”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Vervolgens heeft [eiser] [gedaagde] op 6 juli 2024 gedagvaard om op 17 juli 2024 bij de kantonrechter te verschijnen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">In de hoofdzaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eiser] vordert – samengevat – betaling van haar factuur, vermeerderd met rente en kosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] voert verweer. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">In het incident</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] vordert – samengevat – om [eiser] niet-ontvankelijk te verklaren in haar vordering bij de kantonrechter en (voorwaardelijk) om [gedaagde] toe te laten zijn e-partner in vrijwaring op te roepen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>
        [eiser] voert verweer.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">In het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>In het kader van zijn incidentele vordering tot niet-ontvankelijkheid doet [gedaagde] een beroep op artikel 20.6 van de consumentenvoorwaarden. Daarin is concreet en helder beschreven wanneer [eiser] een geschil met een consument aan de rechter mag voorleggen. Er staat namelijk dat als [eiser] een geschil wil voorleggen, zij de consument de keuze moet geven tussen de geschillencommissie en de rechter. Alleen als de consument ervoor kiest dat [eiser] het geschil voorlegt aan de rechter, of als de consument niet binnen vijf weken een keuze maakt, mag [eiser] het geschil aan de rechter voorleggen. Als de consument kiest voor de geschillencommissie moet [eiser] het geschil (dus) voorleggen aan de geschillencommissie. Als de consument nog geen keuze heeft gemaakt en de termijn van vijf weken is nog niet verstreken, moet [eiser] afwachten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Overeenkomstig voormeld artikel 20.6 van de consumentenvoorwaarden heeft (de gemachtigde van) [eiser] [gedaagde] in een e-mailbericht van 8 februari 2024 meegedeeld dat zij haar geschil met [gedaagde] wil voorleggen aan de geschillencommissie of de rechter en dat zij [gedaagde] op grond van voormeld artikel in de gelegenheid stelt om binnen vijf weken door te geven of hij een voorkeur heeft voor de geschillencommissie of de rechter. Niet betwist is dat op 13 maart 2024 – en daarmee binnen vijf weken na de e-mail van [eiser] aan [gedaagde] van 8 februari 2024 en dus tijdig – (de gemachtigde van) [gedaagde] aan (de gemachtigde van) [eiser] per e-mail heeft laten weten dat [gedaagde] een voorkeur heeft voor een procedure bij de geschillencommissie.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Het voorgaande brengt op grond van artikel 20.6 van de consumentenvoorwaarden mee dat [eiser] gehouden is om haar geschil met [gedaagde] voor te leggen aan de geschillencommissie. Aan die verplichting heeft [eiser] niet voldaan door het geschil via deze procedure aan de (kanton)rechter voor te leggen. Daarom zal de kantonrechter [eiser] niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Gezien het bovenstaande zal op de incidentele vordering tot oproeping in vrijwaring geen beslissing worden genomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>
        [eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris gemachtigde</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>339,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(1 punt × € 339,00)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- nakosten</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>135,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>474,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">In de hoofdzaak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Gelet op de beslissing in de incidentele vordering tot niet-ontvankelijkheid zal de kantonrechter [eiser] niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>
        [eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op € 339,00 (1 punt x € 339,00) aan salaris gemachtigde (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing).</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">In het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>wijst de incidentele vordering tot niet-ontvankelijkheid toe,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 474,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">In de hoofdzaak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart [eiser] niet-ontvankelijk in haar vordering,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 339,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">In het incident en in de hoofdzaak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>veroordeelt [eiser] tot betaling van de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>verklaart de veroordelingen uit dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Zander en in het openbaar uitgesproken op 2 oktober 2024.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>