<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2024:7029</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-28T10:23:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-10-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/02/426168 / KG ZA 24-422 (E)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:7029">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:7029</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-24T14:10:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:7029 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 16-10-2024 / C/02/426168 / KG ZA 24-422 (E)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2024:7029:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Na het aanvragen van een datum voor een mondelinge behandeling voor een kort geding onttrekt de advocaat van eiser zich. Een nieuwe advocaat stelt zich niet. Na het uitroepen van de zitting op de desbetreffende dag verschijnt namens eisende partij eveneens niemand. Op grond van artikel 123 Rv wordt gedaagde partij ontslag van instantie verleend.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2024:7029:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK Zeeland-West-Brabant</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/02/426168 / KG ZA 24-422</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 16 oktober 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [plaats 1] (België),</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [eiser] ,</para>
      <para>advocaat: voorheen mr. C.A.M.J.M. Joosten (die zich op 30 september 2024 heeft onttrokken), thans geen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [plaats 2] , [gemeente] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde] ,</para>
      <para>advocaat: mr. C.G.A. Mattheussens.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de conceptdagvaarding ingekomen op 2 september 2024;</para>
      <para>- de onttrekking van mr. Joosten als advocaat aan de zijde van eisende partij;<?linebreak?>- de mondelinge behandeling van 11 oktober 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Partijen hebben op 20 april 2024 een overeenkomst gesloten voor het stallen van twee pony’s van [eiser] op het erf van [gedaagde] . Afgesproken is dat [eiser] stallingskosten betaalt aan [gedaagde] .</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiser] vordert:</para>
        <para>primair</para>
      </parablock>
      <para>a. [gedaagde] te veroordelen tot teruggave van de pony [naam] met [chipnummer]</para>
      <para> aan [eiser] binnen twee dagen na betekening van het te wijzen vonnis, althans binnen een periode door u in goede justitie te bepalen;</para>
      <para>te bepalen dat [gedaagde] bij toewijzing van de vordering zoals geformuleerd</para>
      <parablock>
        <para>onder a. een dwangsom ad. € 500,-- verbeurt voor elke dag, althans elk dagdeel dat [gedaagde] in strijd handelt met de verplichting tot teruggave van de pony [naam] met een maximum van € 50.000,--;</para>
        <para>subsidiair</para>
      </parablock>
      <parablock>
        <para> [gedaagde] te verplichten tot het prijsgeven van de verblijfplaats van pony [naam] met [chipnummer] aan [eiser] binnen twee dagen na betekening van het te wijzen vonnis, althans binnen een periode door u in goede justitie te bepalen;</para>
        <para> te bepalen dat [gedaagde] bij toewijzing van de vordering zoals geformuleerd onder a. een dwangsom ad. € 500,-- verbeurt voor elke dag, althans elk dagdeel dat [gedaagde] in strijd handelt met de verplichting tot teruggave van de pony [naam] met een maximum van € 50.000,--.</para>
      </parablock>
      <para>Daarnaast vordert [eiser] [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [eiser] legt – samengevat – aan haar vorderingen ten grondslag dat [gedaagde] ten onrechte een beroep op het retentierecht doet ten aanzien van een van de pony’ [gedaagde] meent aanspraak te maken op een bedrag, maar [eiser] betwist de hoogte van dit bedrag. Daarnaast heeft [eiser] voldaan aan haar betalingsverplichting ten aanzien van het ingeroepen retentierecht. Ook naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid is het beroep op het retentierecht onaanvaardbaar.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Na het uitroepen van de procedure is namens [gedaagde] haar advocaat verschenen. Namens [eiser] is niemand verschenen. Nadat mr. C.A.M.J.M. Joosten zich op 30 september 2024 als advocaat heeft onttrokken, heeft zich ook geen – nieuwe – advocaat namens [eiser] gesteld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Het hier gaat om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Ingevolge art. 79 lid 2 jo. 255 Rv dient de eisende partij vertegenwoordigd te zijn door een advocaat. Dit vereiste is ook neergelegd in punt 10.2 van het Landelijk Procesreglement Kort Gedingen Rechtbank van 1 juli 2024. Deze verplichting is ingegeven vanwege de goede en snelle rechtsbedeling.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Uit art. 123 Rv volgt dat indien een eisende partij geen advocaat stelt, de gedaagde partij van de instantie wordt ontslagen, met veroordeling van de eiser in de kosten. Daarbij overweegt de voorzieningenrechter dat het karakter van een kort geding procedure zich verzet tegen de mogelijkheid om een eisende partij ingevolge art. 123 lid 1 Rv een termijn te bieden om dit verzuim te herstellen (vgl. HR 3 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1087). De voorgaande feiten maken dat de voorzieningenrechter tot het oordeel komt dat [gedaagde] van de instantie wordt ontslagen en dat [eiser] wordt veroordeeld in de kosten. Aan een inhoudelijke beoordeling van het geschil wordt daardoor niet toegekomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- griffierecht</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>320,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris advocaat</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>715,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- nakosten</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>178,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>1.213,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para>
        <emphasis role="bold">5.	De beslissing</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De voorzieningenrechter</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>ontslaat [gedaagde] van de instantie,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 1.213,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Bosters en in het openbaar uitgesproken op 16 oktober 2024.<?linebreak?></para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>