<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2024:679</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-03T00:01:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-02-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02/042261-22</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHSHE:2025:3432" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan">Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2025:3432, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:679">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:679</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-21T10:39:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:679 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 21-02-2024 / 02/042261-22</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2024:679:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vrijspraak art 6 WVW, geen schuld, niet uit te sluiten dat verdachte bewustzijn heeft verloren, OVAR art 5 WVW.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2024:679:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer: 02/042261-22</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer van 21 februari 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 2002 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),</para>
      <para>wonende te [woonadres] ,</para>
      <para>raadsman mr. J.J.J. van Rijsbergen, advocaat te Breda.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de zittingen van 27 juli 2022 en 7 februari 2024, waarbij de officier van justitie mr. M. van Leeuwen en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 10 augustus 2022 is in deze zaak bij tussenvonnis het onderzoek ter zitting heropend en geschorst ten behoeve van het laten verrichten van onderzoek naar de medische voorgeschiedenis van verdachte. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.</para>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft veroorzaakt, waardoor [slachtoffer] is overleden, dan wel dat hij gevaar of hinder op de weg heeft veroorzaakt. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig. </para>
      <para>De rechtbank is bevoegd. </para>
      <para>De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. </para>
      <para>Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het aan hem primair ten laste gelegde feit heeft begaan. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging is van mening dat er sprake is van een variant van afwezigheid van alle schuld, te weten de verontschuldigbare onmacht. Gelet op de omstandigheden bij het ongeval, het rijgedrag van verdachte, de consistente verklaringen van verdachte dat hij zich niets meer kan herinneren, de toestand van verdachte na het ongeval en de medische informatie over verdachte, is het aannemelijk dat verdachte onwel is geworden en zijn bewustzijn heeft verloren, waarbij niet valt uit te sluiten dat dit is veroorzaakt door een spontane hersenbloeding voorafgaand aan het ongeval. Verdachte heeft dan ook geen schuld gehad aan het ongeval. Gelet daarop verzoekt zij verdachte vrij te spreken van het primair ten laste gelegde feit en hem ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde feit te ontslaan van alle rechtsvervolging. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>4.3.1</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">De bewijsmiddelen</emphasis>
          </para>
          <para>De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.2</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Vaststelling feiten en omstandigheden</emphasis>
          </para>
          <para>Op basis van de bewijsmiddelen en de overige stukken in het dossier stelt de rechtbank de volgende feiten en omstandigheden vast. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Op 30 juli 2021 heeft er op de Grindweg naar Hontenisse te Ossenisse, gemeente Hulst, een verkeersongeval plaatsgevonden. Verdachte reed als beginnend bestuurder van een personenauto, te weten een Citroën met het [kenteken] , over deze weg. Naast hem in de auto zat [slachtoffer] . Verdachte heeft met een veel hogere snelheid gereden dan de aldaar voor personenauto’s toegestane maximumsnelheid van 60 kilometer per uur. Hij reed 5 seconden vóór de botsing met een indicatieve snelheid van 129,43 kilometer per uur en 1 seconde vóór de botsing met een indicatieve snelheid van 135,78 kilometer per uur. Bij het naderen van een bocht heeft hij onvoldoende zijn snelheid geminderd, waardoor hij met zijn auto van de weg af is geraakt en tegen twee bomen is aangereden.</para>
          <para>Als gevolg van het ongeval is [slachtoffer] overleden. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Het primair ten laste gelegde feit: artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW)</emphasis>
          </para>
          <para>Primair wordt verdachte verweten dat hij heeft gehandeld in strijd met artikel 6 WVW. De rechtbank zal daarom eerst moeten beoordelen of en, zo ja, in welke mate er sprake is van schuld van verdachte aan het verkeersongeval.</para>
          <para>Van schuld in de zin van artikel 6 WVW is pas sprake in geval van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid. Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad is niet in zijn algemeenheid aan te geven of één verkeersovertreding voldoende kan zijn voor bewezenverklaring van schuld in de zin van artikel 6 WVW, maar komt het daarbij aan op het geheel van de gedragingen van verdachte, de aard en de concrete ernst van de verkeersovertreding en de overige omstandigheden van het geval.</para>
          <para>Verder kan niet reeds uit de ernst van de gevolgen van verkeersgedrag dat in strijd is met één of meer wettelijke gedragsregels in het verkeer worden afgeleid dat er sprake is van schuld als hiervoor genoemd. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Gelet op de hiervoor vastgestelde feiten en omstandigheden kan het rijgedrag van verdachte naar het oordeel van de rechtbank in beginsel tot de conclusie leiden dat verdachte zich in ieder geval aanmerkelijk onvoorzichtig heeft gedragen en dat het verkeersongeval aan zijn schuld (zoals bedoeld in artikel 6 WVW) te wijten is. Dat kan echter anders zijn als er feiten en omstandigheden zijn aangevoerd en aannemelijk zijn geworden, waaruit volgt dat van zodanige schuld niet kan worden gesproken. </para>
          <para>De rechtbank oordeelt in dat kader als volgt. Uit het dossier blijkt dat verdachte vóór het naderen van de bocht niet zijn snelheid geminderd heeft. Integendeel, hij is steeds harder gaan rijden. Dat terwijl de weg onverlicht was en deze voor verdachte ook bekend was, zodat hij wist dat er bomen stonden en er meerdere bochten aan zouden komen. Verdachte heeft blijkens zijn strafblad niet eerder snelheidsovertredingen begaan en staat niet bekend als 'snelheidsduivel' of 'wegpiraat'. Verdachte heeft zelf geen aanwijsbare reden of oorzaak voor de versnelling kunnen geven en uit het dossier blijkt daar ook niet van. Ten slotte heeft verdachte een medische voorgeschiedenis van onverklaarbare bloedneuzen die gepaard gaan met duizelingen en forse hoofdpijn. Gelet op dit alles is naar het oordeel van de rechtbank niet uit te sluiten dat verdachte onwel is geworden en het bewustzijn heeft verloren.</para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
          </para>
          <para>Nu niet is uit te sluiten dat verdachte onwel is geworden en het bewustzijn heeft verloren, kan de rechtbank niet vaststellen dat verdachte schuld in de zin van artikel 6 WVW heeft gehad aan het verkeersongeval. De rechtbank acht het bestanddeel ‘schuld’ dan ook niet wettig en overtuigend bewezen en zal verdachte daarom vrijspreken van het primair ten laste gelegde feit.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Het subsidiair ten laste gelegde feit: artikel 5 WVW</emphasis>
          </para>
          <para>Gelet op de hiervoor vastgestelde feiten en omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat de gedragingen van verdachte gevaar op de weg hebben veroorzaakt. Nu de delictsomschrijving geen schuldbestanddeel bevat, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 heeft overtreden.. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen ten aanzien van de vrijspraak van het primair ten laste gelegde feit is de rechtbank echter van oordeel dat er sprake is van afwezigheid van alle schuld. Dit betekent dat verdachte geen verwijt kan worden gemaakt van de overtreding van het subsidiair ten laste gelegde feit. De rechtbank zal verdachte daarom ten aanzien van dit feit ontslaan van alle rechtsvervolging. </para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>subsidiair: </para>
        <para>op 30 juli 2021 te Ossenisse, binnen de gemeente Hulst, als verkeersdeelnemer, namelijk als beginnend bestuurder van een<?linebreak?>motorrijtuig (personenauto Citro<emphasis role="italic">ë</emphasis>n, voorzien van het [kenteken] ), daarmede<?linebreak?>rijdende over de weg, <emphasis role="italic">de </emphasis>Grindweg <emphasis role="italic">naar</emphasis> Hontenisse, zich zodanig heeft gedragen dat<?linebreak?>door zijn gedragingen gevaar op die weg werd veroorzaakt, immers heeft hij, verdachte,</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>- met een veel hogere snelheid dan de aldaar voor personenauto’s toegestane<?linebreak?>maximum snelheid van 60 kilometer per uur gereden (te weten rond <?linebreak?>129 km per uur) en<?linebreak?>- onvoldoende zijn snelheid geminderd bij het naderen van een bocht,<?linebreak?>waardoor hij, verdachte, met <emphasis role="italic">het</emphasis> door hem bestuurde motorrijtuig (personenauto)<?linebreak?>van de weg af is geraakt en tegen twee bomen is aangereden, waardoor een ander, te weten [slachtoffer] werd gedood.<?linebreak?></para>
        <para>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid </title>
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De strafbaarheid van het feit</emphasis>
        </para>
        <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De strafbaarheid van verdachte </emphasis>
        </para>
        <para>Gelet op hetgeen de rechtbank hiervoor onder 4.3.2 heeft overwogen, is verdachte niet strafbaar.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De wettelijke voorschriften</title>
    <para>De beslissing berust op de artikelen 5 en 177 van de Wegenverkeerswet 1994 zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vrijspraak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- <emphasis role="bold">spreekt verdachte vrij</emphasis> van het primair ten laste gelegde feit;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;</para>
    <para>- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;</para>
    <para>- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:</para>
    <para>
      <emphasis role="italic">subsidiair: overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994</emphasis>;</para>
    <para />
    <para>- verklaart <emphasis role="bold">verdachte niet strafbaar voor het bewezenverklaarde en ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging</emphasis>.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J. Bergen, voorzitter, mr. N. van der Ploeg-Hogervorst en mr. M.E. de Boer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.A. Huwae, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 21 februari 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr De Boer en de griffier zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>