<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2024:6421</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-04-20T16:40:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-09-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-09-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23/3345</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>CFN 2024/100 met annotatie van -</rdf:li>
          <rdf:li>Viditax (FutD) 2024093004</rdf:li>
          <rdf:li>FutD 2024-2100</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:6421">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:6421</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-09-27T12:55:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-09-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:6421 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 17-09-2024 / 23/3345</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2024:6421:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>tot en met 23/3347. Beroep ongegrond. Eigenwoningrenteaftrek. De (navorderings)aanslagen zijn tot de juiste bedragen opgelegd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2024:6421:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Breda</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Belastingrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummers: BRE 23/3345 tot en met 23/3347</para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 september 2024 in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [belanghebbende] , uit [plaats 1] , belanghebbende,</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>en </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.</title>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van belanghebbende tegen de uitspraken op bezwaar van de inspecteur van 11 mei 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De inspecteur heeft aan belanghebbende voor de jaren 2016, 2018 en 2020 de volgende (navorderings)aanslagen in de inkomstenbelasting en premiesvolksverzekeringen (IB/PVV) opgelegd en de volgende belastingrentebeschikkingen gegeven:</para>
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para>Belastbaar inkomen uit werk en woning</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Belastingrente</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Navordering IB/PVV 2016</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 64.572</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 1.186</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Aanslag IB/PVV 2018</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 66.688</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 683</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Aanslag IB/PVV 2020</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 73.642</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 334</para>
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De inspecteur heeft de bezwaren van belanghebbende (deels) toegewezen. Daarbij heeft hij de navorderingsaanslag over 2016 verminderd tot een navorderingsaanslag naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 58.952. Het belastbaar inkomen uit werk en woning van de primitieve aanslagen is verminderd naar € 61.010 (2018) en € 67.812 (2020). De belastingrentebeschikkingen zijn dienovereenkomstig verminderd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De rechtbank heeft de beroepen op 7 augustus 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: namens de inspecteur mr. [inspecteur 1] &amp; mr. [inspecteur 2] . De griffier heeft belanghebbende op 2 juli 2024 digitaal uitgenodigd om op de zitting te verschijnen en belanghebbende heeft van de uitnodiging kennis kunnen nemen.<footnote-ref linkend="_9d87f485-c5e9-4075-9288-be32a0299e0e" /> Namens belanghebbende is niemand verschenen. </para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>2. De rechtbank beoordeelt of de navorderingsaanslag, de primitieve aanslagen en de belastingrentebeschikkingen, zoals die luiden na de uitspraken op bezwaar, tot de juiste bedragen zijn vastgesteld. De rechtbank doet dat aan de hand van de beroepsgronden van belanghebbende.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank zijn de navorderingsaanslag, de primitieve aanslagen en de belastingrentebeschikkingen tot juiste bedragen vastgesteld. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot deze oordelen komt en welke gevolgen deze oordelen hebben. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>3. Belanghebbende was in de onderhavige jaren eigenaar en bewoner van de woning aan de [adres] te [plaats 1] (de woning).</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Belanghebbende heeft in zijn aangiften IB/PVV voor de jaren 2016, 2018 en 2020 (de aangiften) ter zake van de woning het volgende aangegeven:</para>
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para>2016</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>2018</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>2020</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Huurwaardeforfait</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 2.865</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 2.807</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 2.844</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Aftrekbare rente	</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>- € 19.632 </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>- € 19.684</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>- € 18.568 </para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Inkomsten eigen woning</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>- € 16.767 </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>- € 16.877 </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>- € 15.724 </para>
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De rentebedragen die belanghebbende in de aangiften heeft vermeld heeft hij betaald op de volgende leningen:</para>
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para>2016</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>2018</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>2020</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>ABN AMRO Flexibel Krediet ( [rekeningnummer 1] )</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 725</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 724</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 17</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>ABN AMRO Privélimiet Plus ( [rekeningnummer 2] )</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 1.937</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 1.990</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Interbank ( [rekeningnummer 3]	</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 1.581</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Hypotheek [N.V.]</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 16.970</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 16.970</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 16.970</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 19.632	</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 19.684	</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 18.568</para>
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <parablock>
        <para>De inspecteur heeft bij het opleggen van de navorderingsaanslag IB/PVV over 2016 en de aanslagen IB/PVV over 2018 en 2020 geen van bovengenoemde bedragen in aftrek geaccepteerd. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De lening bij [N.V.] is aangegaan in 2006. [N.V.] was een op Curaçao gevestigde naamloze vennootschap, maar thans is zij gevestigd in [plaats 2] (Nederland).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Met dagtekening 18 augustus 2022 heeft de inspecteur aan [N.V.] een aankondiging van een derdenonderzoek gestuurd met daarin het verzoek om informatie te verstrekken. In reactie daarop heeft [naam] namens [N.V.] op 23 augustus 2022 per e-mail verklaard dat belanghebbende maandelijks € 707,08 rente – ofwel jaarlijks € 8.484,96 – betaalt aan [N.V.] . Als bewijs daarvoor heeft hij foto’s van rekeningafschriften van de Rabobank bijgevoegd. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>De inspecteur heeft de bezwaren van belanghebbende (deels) toegewezen en voor ieder van de onderhavige jaren alsnog een aftrek van € 8.485 eigenwoningrente geaccepteerd. Het belastbaar inkomen uit werk en woning van de onderhavige jaren is als volgt vastgesteld: </para>
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para>2016</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>2018</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>2020</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Inkomsten uit arbeid</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 64.973	           </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 67.146</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 73.969</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Eigenwoningforfait</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 2.865 </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 2.807  </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 2.844  </para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Rente eigen woning</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>- € 8.485  </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>- € 8.485  </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>- € 8.485  </para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Premie inkomensvoorzieningen</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>- € 401   </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>- € 458  </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>- € 516   </para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Belastbaar inkomen werk en woning</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 58.952  </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 61.010   </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 67.812  </para>
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>Belanghebbende heeft een akte van hypothecaire lening met [N.V.] overgelegd waaruit blijkt dat hij aan [N.V.] een rente van 4% per jaar is verschuldigd. Ook heeft hij jaaroverzichten van de ABN AMRO overgelegd waaruit de betaalde rente op de Privélimiet plus en Flexibel Krediet lening (ABN AMRO leningen) blijkt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>De relevante voorwaarden van een Flexibel Kredietovereenkomst bij de ABN AMRO zijn: </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>“1. Wat is een Flexibel Krediet?</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Een Flexibel Krediet is een doorlopende lening voor particulieren. Doorlopend betekent dat u aan de bank terugbetaalde bedragen weer kunt lenen.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(...)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold italic">3. Rente en terugbetalen van uw Flexibel Krediet</bridgehead>
    <para>
      <emphasis role="italic">a. U betaalt iedere maand een bedrag. Dit maandbedrag bestaat uit een deel rente en een deel terugbetaling.”</emphasis>
    </para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <para>De relevante voorwaarden van een Privélimiet Plus kredietovereenkomst bij de ABN AMRO zijn:</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>“1. Wat is een Privélimiet Plus?</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Een Privélimiet Plus is een vorm van rood staan. Het is een doorlopende lening op een betaalrekening voor particulieren. Doorlopend betekent dat u aan de bank terugbetaalde bedragen weer kunt lenen.	</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(...)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold italic">3. Rente en terugbetalen van uw Privélimiet Plus</bridgehead>
    <para>
      <emphasis role="italic">a. U betaalt iedere maand een bedrag. Dit maandbedrag bestaat uit een deel rente en een deel terugbetaling.”</emphasis>
    </para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Hypotheekrenteaftrek</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4. Tot de aftrekbare kosten met betrekking tot een eigen woning behoren onder meer de renten van schulden die behoren tot de eigenwoningschuld.<footnote-ref linkend="_df91dbc8-382a-4fcb-85a5-0e95a8939e16" /> Onder eigenwoningschuld wordt, voor zover hier van belang, verstaan het gezamenlijke bedrag van de schulden die zijn aangegaan in verband met een eigen woning.<footnote-ref linkend="_97eb6c32-c9f7-4d5e-829b-8cef94bc0f7e" /> Daaronder vallen kosten ter verwerving en kosten voor verbetering en onderhoud van de woning.<footnote-ref linkend="_d00cc162-6afb-468a-8d21-fe1524e9f62a" /> Kosten van verbetering en onderhoud worden slechts als eigenwoningschuld in aanmerking genomen voor zover de verbetering en het onderhoud met schriftelijke stukken worden onderbouwd.<footnote-ref linkend="_0d1d1829-3cca-4f58-bc6d-c7d3423ede57" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Tussen partijen is niet in geschil dat de lening bij [N.V.] kwalificeert als een eigenwoningschuld. Belanghebbende stelt dat hij € 16.970 per jaar aan rente op de geldlening bij [N.V.] heeft betaald. Ook de betaalde rente op zowel de Flexibel Krediet als de Privélimiet Plus lening is volgens hem aftrekbaar, omdat deze leningen in 2002 zijn afgesloten ten behoeve van de bouw of verbouwing van de woning. Daarbij heeft hij verwezen naar een uitspraak van rechtbank Zeeland-West-Brabant<footnote-ref linkend="_a08323f4-453c-490f-b370-a7912fab8c21" />, die ziet op een eerdere procedure van belanghebbende (over het jaar 2017), waarin volgens hem is beslist dat de betaalde rente op de Privélimiet Plus lening in aanmerking komt voor aftrek. Tot slot voert belanghebbende aan dat de nog openstaande schulden op de ABN AMRO leningen in het jaar 2019 zijn omgezet in een annuïteitenlening bij de Interstatebank, waarop € 1.581 rente is betaald in het jaar 2020. Volgens belanghebbende staat de laatstgenoemde lening in direct verband met de aflossing van de ABN AMRO leningen, die volgens hem zijn aan te merken als eigenwoningleningen, en om die reden meent hij dat de betaalde rente in aanmerking komt voor aftrek.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat belanghebbende, op wie de bewijslast rust, niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij jaarlijks meer rente heeft betaald aan [N.V.] dan de door de inspecteur geaccepteerde € 8.485. Hij heeft geen betalingsbewijzen overgelegd waaruit enige betaling aan [N.V.] blijkt. Het enkele feit dat hij volgens de overeenkomst met [N.V.] 4% rente verschuldigd was, is onvoldoende voor aftrek. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Voor wat betreft de ABN AMRO leningen acht de rechtbank belanghebbende evenmin geslaagd in zijn bewijslast. Eigen aan een Flexibel Krediet is dat de kredietgerechtigde naar believen bedragen kan opnemen en storten op de rekening (zie 3.7). Met een Privélimiet Plus lening kan de betaalrekening van de kredietgerechtigde in het rood blijven staan. De kredietgerechtigde betaalt iedere maand een bedrag, bestaande uit rente en terugbetaling (zie 3.8). De rechtbank merkt op dat de verschuldigde rente van een leenproduct in aanmerking komt voor aftrek als de lening gebruikt is voor aanschaf of verbouwing van de eigen woning. Indien zo’n lening (lees: Flexibel Krediet en/of Privélimiet Plus) tussentijds al dan niet gedeeltelijk wordt afgelost, moet voor een later opgenomen bedrag opnieuw worden beoordeeld of dat een eigenwoninglening is. Van belanghebbende mag daarom worden verwacht dat hij het verloop van de leningen inzichtelijk maakt. Nu belanghebbende dat niet heeft gedaan, heeft hij naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk gemaakt dat de op deze leningen betaalde rente is aan te merken als eigenwoningrente. De rechtbank constateert verder – anders dan belanghebbende heeft aangevoerd – dat de aftrek van de betaalde rente op de Privélimiet Plus lening in de voorgaande procedure bij de rechtbank over het jaar 2017, is geaccepteerd door de inspecteur. Dit was geen geschilpunt waarover de rechtbank toentertijd heeft beslist. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Nu het verloop van de ABN AMRO leningen onbekend is, acht de rechtbank – gelet op de in 4.1 bedoelde omzetting – ook niet aannemelijk dat de lening bij de Interstatebank een eigenwoninglening betreft. De daarop betaalde rente is naar het oordeel van de rechtbank evenmin aftrekbaar. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Vertrouwensbeginsel</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Belanghebbende heeft aangevoerd dat de inspecteur een aantal aangiften van voorgaande jaren, waaronder de aangifte over 2011, heeft beoordeeld en de daarin aangegeven rente in aftrek heeft geaccepteerd. Belanghebbende stelt dat de inspecteur het vertrouwensbeginsel heeft geschonden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>De inspecteur voert aan dat het bezwaar tegen de aanslag IB/PVV 2011 kennelijk zonder nader onderzoek is toegewezen en dat belanghebbende het door hem gestelde verder niet aannemelijk heeft gemaakt.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>De rechtbank overweegt dat belanghebbende geen stukken heeft overgelegd, waaruit blijkt dat het door hem gestelde juist is. Naar het oordeel van de rechtbank kan bovendien aan het gegeven dat de rente in aftrek is geaccepteerd voor een voorgaand jaar, niet het vertrouwen worden ontleend dat de aftrek ook voor 2016, 2018 en 2020 wordt aanvaard, omdat de situatie in een bepaald jaar niets zegt over het verloop van de lening na dat jaar.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Belastingrente</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>De beroepen worden geacht mede betrekking te hebben op de belastingrentebeschikkingen. Belanghebbende heeft geen zelfstandige gronden tegen de in rekening gebrachte belastingrente aangevoerd. De rechtbank ziet geen aanleiding af te wijken van de belastingrentebeschikkingen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>5. De beroepen zijn ongegrond. Dat betekent dat de navorderingsaanslag, de primitieve aanslagen en de belastingrentebeschikkingen in stand blijven. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding. Ook krijgt belanghebbende het griffierecht niet vergoed. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. M.M. de Werd, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. D. Damen, griffier, op 17 september 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_9d87f485-c5e9-4075-9288-be32a0299e0e" label="1">
    <para> Artikel 8:36c, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_df91dbc8-382a-4fcb-85a5-0e95a8939e16" label="2">
    <para> Artikel 3.120 van de Wet inkomstenbelasting 2001 (Wet IB 2001).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_97eb6c32-c9f7-4d5e-829b-8cef94bc0f7e" label="3">
    <para> Artikel 3.119a, lid 1, letter a Wet IB 2001.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d00cc162-6afb-468a-8d21-fe1524e9f62a" label="4">
    <para> Artikel 3.119a, lid 2, letter a en b, Wet IB 2001.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0d1d1829-3cca-4f58-bc6d-c7d3423ede57" label="5">
    <para> Artikel 3.123 Wet IB 2001.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a08323f4-453c-490f-b370-a7912fab8c21" label="6">
    <para> Rechtbank Zeeland-West-Brabant 4 april 2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:1692.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>