<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2024:6349</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-09-18T13:52:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-09-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-09-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02-267728-23</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:6349">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:6349</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-09-13T12:05:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-09-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:6349 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 18-09-2024 / 02-267728-23</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2024:6349:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bewezenverklaring van eendaadse samenloop van mishandeling en openlijk geweld. Het geweld werd gepleegd door twee ouders tegen twee leerlingen op de middelbare school van hun dochter. Oplegging van een deels voorwaardelijke taakstraf.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2024:6349:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer: 02/267728-23  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer van 18 september 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1988 te [geboorteplaats] ( [land] ),</para>
      <para>wonende te [woonadres] ,  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>raadsman mr. H. Mink, advocaat te Oost-Souburg.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 6 september 2024, waarbij de officier van justitie mr. R.M.A. in ‘t Veld en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering. De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. </para>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan:</para>
      <para>1) poging tot zware mishandeling van [slachtoffer 1] door in de richting van dan wel tegen het hoofd te trappen, subsidiair ten laste gelegd als mishandeling en<?linebreak?>2) het plegen van openlijk geweld tegen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig. </para>
      <para>De rechtbank is bevoegd. </para>
      <para>De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. </para>
      <para>Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder feit 1 subsidiair en feit 2 tenlastegelegde en baseert zich daarbij op de bewijsmiddelen in het dossier. Voor feit 1 primair wordt vrijspraak gevorderd. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging is van mening dat de rechtbank voor feit 1 primair en subsidiair niet tot een bewezenverklaring kan komen. Er kan namelijk niet worden vastgesteld dat verdachte met haar trappende beweging het hoofd van aangeefster heeft geraakt. Een bewezenverklaring kan wel volgen voor feit 2.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>4.3.1</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">De bewijsmiddelen</emphasis>
          </para>
          <para>De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.2</nr>
        <para>
          <emphasis role="bold">De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs</emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Feit 1</emphasis>
          </para>
          <para>
            [slachtoffer 1] heeft in haar aangifte verklaard dat zij een harde schop of een klap tegen haar hoofd en hevige pijn voelde. Toen zij vervolgens achter zich keek, zag zij verdachte achter haar staan en wist zij dat verdachte haar had geschopt. De rechtbank ziet ondersteuning voor de verklaring van aangeefster in de camerabeelden, waarop te zien is dat verdachte een trappende beweging maakt naar het hoofd van aangeefster. Gelet hierop stelt de rechtbank vast dat de trap van verdachte naar het hoofd van aangeefster daadwerkelijk raak was.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Om tot een bewezenverklaring te komen van een poging tot zware mishandeling moet onder meer sprake zijn van opzet, al dan niet in voorwaardelijke zin, op het ontstaan van zwaar lichamelijk letsel. Voor het voorwaardelijk opzet geldt dat bewezen zal moeten worden dat verdachte met haar gedragingen willens en wetens de aanmerkelijke kans op het ontstaan van zwaar lichamelijk letsel bij aangeefster heeft aanvaard. Het zal in alle gevallen moeten gaan om een kans op het gevolg die naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk is te achten. De beantwoording van de vraag of een gedraging de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg in het leven roept, is afhankelijk van de omstandigheden waaronder de gedragingen zijn verricht. Bepaalde gedragingen kunnen naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zo zeer gericht op een bepaald gevolg dat het - behoudens contra-indicaties - niet anders kan zijn dan dat de verdachte de aanmerkelijke kans op het desbetreffende gevolg heeft aanvaard.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank is van oordeel dat niet vastgesteld kan worden dat de trap die verdachte tegen het hoofd van aangeefster heeft gegeven een aanmerkelijke kans op het ontstaan van zwaar lichamelijk letsel in het leven heeft geroepen. Onduidelijk is met welke kracht verdachte heeft getrapt en hoe zij vervolgens het hoofd van aangeefster raakte. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank zal verdachte vrijspreken van de onder feit 1 primair ten laste gelegde poging tot zware mishandeling.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Wel acht de rechtbank, gelet op de bewijsmiddelen in de bijlage, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder feit 1 subsidiair ten laste gelegde mishandeling van aangeefster door haar tegen het hoofd te trappen.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Feit 2</emphasis>
          </para>
          <para>Gelet op de bewijsmiddelen in de bijlage, waaronder de bekennende verklaring van verdachte, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder feit 2 ten laste gelegde openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen. Het onderdeel bij de keel of hals pakken en dichtknijpen acht de rechtbank niet bewezen dus daarvan zal verdachte worden vrijgesproken. </para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>1.</para>
        <para>op 11 april 2023 te Middelburg [slachtoffer 1] heeft mishandeld door tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] te trappen;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>2.</para>
        <para>op 11 april 2023 te Middelburg openlijk, te weten, op de [straat] (schoolplein van [school] ), in vereniging geweld heeft gepleegd tegen personen, te weten [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] , door die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1]</para>
      </parablock>
      <para>- te duwen en te trekken en naar de grond toe te brengen, en</para>
      <para>- aan de haren te trekken, en</para>
      <para>- tegen het hoofd en (boven)lichaam te slaan en te trappen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid</title>
    <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die haar strafbaarheid uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafoplegging</title>
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een taakstraf van 200 uur, waarvan 80 uur voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en daaraan verbonden de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging verzoekt bij de strafoplegging rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en het feit dat zij een nagenoeg blanco strafblad heeft. </para>
        <para>Daarnaast is de grote mate van eigen of medeschuld van aangeefsters een factor waar rekening mee moet worden gehouden. Verzocht wordt een zeer gematigde taakstraf op te leggen.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van mishandeling en openlijk geweld. Zij is, na een telefoontje van haar dochter, naar de middelbare school van haar dochter gegaan. Daar aangekomen heeft zij de confrontatie opgezocht met meerdere leerlingen en uiteindelijk heeft dat geresulteerd in een vechtpartij met de twee aangeefsters. Verdachte heeft daar ook haar toenmalige partner en vader van haar dochter bij betrokken, die vervolgens ook geweld heeft gepleegd tegen beide aangeefsters. Verdachte heeft tijdens het geweld tegen het hoofd van een van de aangeefsters getrapt. Door zo te handelen hebben de verdachten een ontoelaatbare inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van aangeefsters, die als gevolg van het incident lichamelijk letsel hebben opgelopen. De rechtbank acht het extra kwalijk dat de verdachten zich als volwassenen op deze manier hebben gedragen richting minderjarige slachtoffers. Bovendien vond het geweld plaats op het terrein van een middelbare school, waardoor meerdere leerlingen en leraren met het geweld werden geconfronteerd. Het handelen van beide verdachten heeft bij hen geleid tot gevoelens van onveiligheid. Het gedrag van verdachte was volstrekt ontoelaatbaar. Van haar had mogen verwacht dat zij zich bij zorgen over de veiligheid van haar dochter tot de schoolleiding had gewend met het verzoek om maatregelen te treffen. Het blijft voor de rechtbank onduidelijk waarom zij dat niet heeft gedaan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank houdt rekening met het strafblad van verdachte, waaruit blijkt dat zij niet eerder voor soortgelijke feiten met politie en justitie in aanraking is geweest.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verder houdt de rechtbank rekening met de eendaadse samenloop tussen de bewezenverklaarde feiten.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ook houdt de rechtbank rekening met het over verdachte opgemaakte reclasseringsrapport van 16 februari 2024. Hieruit blijkt dat er sprake is geweest van zorgen over de relatie tussen verdachte en haar ex-partner, zijnde de medeverdachte in deze zaak. Er wordt een mogelijke overbelasting dan wel overvraging van verdachte gezien in haar thuissituatie. Verdachte heeft haar praktische leefgebieden op orde. Zij heeft een eigen woning, een inkomen en gebruikt geen middelen. Verdachte heeft op dit moment positief contact met haar ex-partner aangaande de kinderen en zegt een steunend netwerk te hebben waar zij op terug kan vallen in de vorm van haar moeder. Er wordt echter wel een kwetsbaarheid gezien in de mogelijke overbelasting van verdachte door de zorg voor haar kinderen in combinatie met haar zorgelijke psychosociale functioneren. Verdachte is gediagnosticeerd met complexe PTSS, wat maakt dat zij zich overbeschermend opstelt richting haar kinderen en mogelijk kan gaan dissociëren wanneer zij ongewenst wordt aangeraakt. In combinatie met een gebrekkige emotieregulatie en een gebrekkige agressieregulatie heeft dit geresulteerd in de ten laste gelegde feiten. Positief is dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor een geweldsdelict en dat zij probleembesef toont. De reclassering acht behandeling noodzakelijk om toekomstige escalaties en daarmee recidive mogelijk te voorkomen. Het recidiverisico wordt ingeschat als gemiddeld. De reclassering adviseert een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering en een ambulante behandeling.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat een taakstraf van 200 uur, waarvan 80 uur voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, passend en geboden is. Zij zal hier als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering en ambulante behandeling aan verbinden.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De benadeelde partijen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [slachtoffer 1]
        </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij [slachtoffer 1] vordert een schadevergoeding van € 500,00 aan immateriële schade voor feiten 1 en 2, vermeerderd met de wettelijke rente en met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte deze feiten heeft gepleegd. Dit betekent ook dat verdachte onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de benadeelde partij en dat zij verplicht is de schade van de benadeelde partij te vergoeden. Gebleken is dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde handelen van verdachte lichamelijk letsel heeft opgelopen. De rechtbank verwerpt het verweer van de verdediging dat de benadeelde partij aan deze schade eigen schuld draagt nu deze immateriële schade het gevolg is van het bewezenverklaarde en niet kan worden toegerekend aan het gedrag van de benadeelde partij, dat voor verdachte kennelijk aanleiding vormde om de fysieke confrontatie met de benadeelde partij op de bewezenverklaarde wijze aan te gaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De door de benadeelde gevorderde vergoeding van immateriële schade acht de rechtbank toewijsbaar tot een bedrag van € 200,00, gelet op de ernst van de aantasting van de persoonlijke integriteit van de benadeelde partij, de aard van het lichamelijke letsel en de hoogte van de schadevergoedingen die in min of meer vergelijkbare gevallen zijn toegekend, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 11 april 2023 tot aan de dag der voldoening. Deze schade staat ook in een voldoende verband met het bewezen verklaarde handelen van verdachte, zodat ook sprake is van schade die rechtstreeks is toegebracht door de bewezen verklaarde feiten.</para>
      <para>De rechtbank zal de benadeelde partij ten aanzien van het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk verklaren. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen tot betaling van het toegekende schadebedrag, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 11 april 2023 tot aan de dag der voldoening. Dit betekent dat het CJIB de inning zal verzorgen en dat bij niet betaling gijzeling kan worden toegepast als dwangmiddel.   </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat verdachte feit 2 samen met een ander heeft gepleegd en dat zij naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de gehele schade. Daarom zal de rechtbank de vordering en de schadevergoedingsmaatregel hoofdelijk toewijzen. Dit betekent dat verdachte niet meer hoeft te betalen voor zover het bedrag door één of meer mededaders is betaald, en andersom.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [slachtoffer 2]
        </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij [slachtoffer 2] vordert een schadevergoeding van € 500,00 aan immateriële schade voor feit 2, vermeerderd met de wettelijke rente en met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte dit feit heeft gepleegd. Dit betekent ook dat verdachte onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de benadeelde partij en dat zij verplicht is de schade van de benadeelde partij te vergoeden. Gebleken is dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde handelen van verdachte lichamelijk letsel heeft opgelopen. De rechtbank verwerpt het verweer van de verdediging dat de benadeelde partij aan deze schade eigen schuld draagt nu deze immateriële schade het gevolg is van het bewezenverklaarde en niet kan worden toegerekend aan het gedrag van de benadeelde partij, dat voor verdachte kennelijk aanleiding vormde om de fysieke confrontatie met de benadeelde partij op de bewezenverklaarde wijze aan te gaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De door de benadeelde gevorderde vergoeding van immateriële schade acht de rechtbank toewijsbaar tot een bedrag van € 200,00, gelet op de ernst van de aantasting van de persoonlijke integriteit van de benadeelde partij, de aard van het lichamelijke letsel en de hoogte van de schadevergoedingen die in min of meer vergelijkbare gevallen zijn toegekend, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 11 april 2023 tot aan de dag der voldoening. Deze schade staat ook in een voldoende verband met het bewezen verklaarde handelen van verdachte, zodat ook sprake is van schade die rechtstreeks is toegebracht door het bewezen verklaarde feit.</para>
      <para>De rechtbank zal de benadeelde partij ten aanzien van het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk verklaren. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen tot betaling van het toegekende schadebedrag, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 11 april 2023 tot aan de dag der voldoening. Dit betekent dat het CJIB de inning zal verzorgen en dat bij niet betaling gijzeling kan worden toegepast als dwangmiddel.   </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat verdachte het strafbare feit samen met een ander heeft gepleegd en dat zij naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de gehele schade. Daarom zal de rechtbank de vordering en de schadevergoedingsmaatregel hoofdelijk toewijzen. Dit betekent dat verdachte niet meer hoeft te betalen voor zover het bedrag door één of meer mededaders is betaald, en andersom.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De wettelijke voorschriften</title>
    <para>De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 55, 141 en 300 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vrijspraak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- <emphasis role="bold">spreekt verdachte vrij</emphasis> van het onder 1 primair ten laste gelegde feit;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;</para>
    <para>- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">eendaadse samenloop van</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1 subsidiair:</emphasis> mishandeling en</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2:</emphasis> openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen;</para>
    </parablock>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafoplegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot <emphasis role="bold">een taakstraf van 200 (tweehonderd) uur, subsidiair 100 (honderd) dagen vervangende hechtenis, waarvan 80 (tachtig) uur, subsidiair 40 (veertig) dagen vervangende hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 (twee) jaar</emphasis>;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van deze taakstraf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd na te melden voorwaarden niet heeft nageleefd;</para>
    <para>- stelt als <emphasis role="bold">algemene voorwaarde</emphasis> dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;</para>
    <para />
    <para />
    <para>- stelt als <emphasis role="bold">bijzondere voorwaarden</emphasis>: </para>
    <parablock>
      <para>* dat verdachte zich uiterlijk binnen drie dagen na het ingaan van de proeftijd zal melden bij Reclassering Nederland op het adres Vrijlandstraat 33, 4337 EA Middelburg of op telefoonnummer 088 804 15 05 en zich daarna gedurende een door de reclassering te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) zal blijven melden, zo lang en zo frequent als de reclassering noodzakelijk acht;</para>
      <para>* dat verdachte zich gedurende de proeftijd onder behandeling zal stellen van Emergis of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, op de tijden en plaatsen als door of namens die zorgverlener aan te geven. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Betrokkene houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt;</para>
      <para>* dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van haar identiteit, medewerking verleent aan het nemen van vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage biedt;</para>
      <para>* dat verdachte medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Benadeelde partijen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">
          [slachtoffer 1]
        </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van € 200,00 aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 11 april 2023 tot aan de dag der voldoening;</para>
    <para>- bepaalt dat verdachte met de mededader hoofdelijk aansprakelijk is voor het gehele bedrag;</para>
    <para />
    <para>- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk;</para>
    <para />
    <para>- veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;</para>
    <para />
    <para>- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het [slachtoffer 1] </para>
    <parablock>
      <para> (feiten 1 en 2), € 200,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf </para>
      <para>11 april 2023 tot aan de dag der voldoening;</para>
    </parablock>
    <para>- bepaalt dat bij niet betaling 4 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;</para>
    <para>- bepaalt dat verdachte met de mededader hoofdelijk aansprakelijk is voor het gehele bedrag;</para>
    <para>- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">
          [slachtoffer 2]
        </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van € 200,00 aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 11 april 2023 tot aan de dag der voldoening;</para>
    <para>- bepaalt dat verdachte met de mededader hoofdelijk aansprakelijk is voor het gehele bedrag;</para>
    <para />
    <para>- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk;</para>
    <para />
    <para>- veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;</para>
    <para />
    <para>- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het [slachtoffer 2] </para>
    <parablock>
      <para> (feit 2), € 200,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf </para>
      <para>11 april 2023 tot aan de dag der voldoening;</para>
    </parablock>
    <para>- bepaalt dat bij niet betaling 4 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;</para>
    <para>- bepaalt dat verdachte met de mededader hoofdelijk aansprakelijk is voor het gehele bedrag;</para>
    <para>- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. G.H. Nomes, voorzitter, mr. C.E.M. Marsé en </para>
      <para>mr. H. Skalonjic, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.E.A.M. van der Ven-van de Riet, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 18 september 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De oudste rechter en de griffier zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>Bijlage I</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De tenlastelegging</emphasis>
      </para>
      <para>1.</para>
      <para>zij, op of omstreeks 11 april 2023 te Middelburg, althans in Nederland, ter</para>
      <para>uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 1]</para>
      <para>opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen die [slachtoffer 1] in de</para>
      <para>richting van en/of tegen het hoofd heeft geschopt en/of getrapt, terwijl</para>
      <para>de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling</para>
      <para>mocht of zou kunnen leiden:</para>
      <para>zij op of omstreeks 11 april 2023 te Middelburg, althans in Nederland</para>
      <para>
        [slachtoffer 1] heeft mishandeld door tegen/op het hoofd, althans tegen</para>
      <para>het lichaam, van die [slachtoffer 1] te trappen en/of te schoppen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
      <para>zij, op of omstreeks 11 april 2023 te Middelburg, althans in Nederland,</para>
      <para>openlijk, te weten, op de [straat] (schoolplein van</para>
      <para>
        [school] ), in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor</para>
      <para>het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd</para>
      <para>tegen een of meerdere personen, te weten [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] ,</para>
      <para>door die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1]</para>
    </parablock>
    <para>- te duwen en/of te trekken en/of naar de grond toe te brengen, en/of</para>
    <para>- aan de haren te trekken, en/of</para>
    <para>- bij de keel en/of de hals te pakken en/of dicht te knijpen, en/of</para>
    <para>- in de richting van en/of tegen het hoofd en/of (boven)lichaam te</para>
    <para>stompen en/of te slaan en/of te schoppen en/of te trappen.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>