<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2024:6284</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T07:58:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-09-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-09-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB-22_5283</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBZWB:2024:3900" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/Inachtneminghersteluitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Herstelde uitspraak: ECLI:NL:RBZWB:2024:3900</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Belastingblad 2024/370 met annotatie van Redactie</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:6284">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:6284</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-09-26T08:56:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-09-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:6284 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 11-09-2024 / AWB-22_5283</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2024:6284:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>WOZ woning, hersteluitspraak</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2024:6284:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Belastingrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: BRE 22/5283</para>
    <para>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="bold">hersteluitspraak van 11 september 2024 ter verbetering van de uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 juni 2024 in de zaak tussen</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      [belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende,</title>
    <para>(gemachtigde: mr. R. van der Weide, verbonden aan Bezwaarmaker.nl),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de heffingsambtenaar van Samenwerking Belastingen Walcheren en Schouwen-Duiveland </emphasis>(gemeente Schouwen-Duiveland). </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de Staat der Nederlanden (de Minister van Justitie en Veiligheid). </title>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen </title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>1. De rechtbank heeft in deze zaak op 12 juni 2024 uitspraak gedaan. De heffingsambtenaar heeft op 30 juli 2024 een herzieningsverzoek ingediend. Hierin heeft de heffingsambtenaar aangegeven dat in het dictum de heffingsambtenaar wordt veroordeeld tot het betalen van een vergoeding van € 37,50 van immateriële schade aan belanghebbende. Gezien rechtsoverweging 9.3 moet dit de Staat zijn. Verder stelt de heffingsambtenaar, onder verwijzing naar de uitspraak van de Hoge Raad van 10 november 2023 ECLI:NL:HR:2023:1526, dat ten onrechte een proceskostenvergoeding wordt toegekend voor het indienen van het verzoek tot immateriële schadevergoeding</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De rechtbank stelt vast dat de uitspraak van de rechtbank een misslag bevat. Op pagina 1 van de uitspraak staat als naam van de heffingsambtenaar “Sabewa Zeeland”. Dit is een andere heffingsambtenaar dan degene die in de onderhavige zaak betrokken is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ter voorkoming van misverstanden wordt deze misslag hierbij hersteld. Herstel van de misslag brengt mee dat de naam van de heffingsambtenaar komt te luiden: “Samenwerking Belastingen Walcheren en Schouwen-Duiveland”. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft in rechtsoverweging 9.3 van de uitspraak onder meer overwogen: </para>
        <para>‘[…]Dit brengt mee dat 1/4 deel (€ 12,50) voor rekening van de heffingsambtenaar komt en de rest (€ 37,50) voor rekening van de Staat der Nederlanden.’</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <parablock>
        <para>In het dictum van de uitspraak heeft de rechtbank echter, onder meer, beslist: </para>
        <para>De rechtbank: </para>
        <para>[…] </para>
        <para>- veroordeelt de heffingsambtenaar tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende van € 37,50; </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>De rechtbank stelt vast dat de uitspraak een fout bevat. In het dictum van de uitspraak is rechtsoverweging 9.3 namelijk abusievelijk niet juist tot uitdrukking gebracht. In het dictum van de uitspraak had niet de heffingsambtenaar, maar de Staat (de Minister van Justitie en Veiligheid) veroordeeld moeten worden tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende van een bedrag van € 37,50.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6.</nr>
      <para>Herstel van deze fout brengt mee dat in het dictum de passage "veroordeelt de heffingsambtenaar tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende van € 37,50;” wordt vervangen en komt te luiden: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“veroordeelt de Staat (de Minister van Justitie en Veiligheid) tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende tot een bedrag van € 37,50;”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.7.</nr>
      <para>Voorts dient de Staat als procespartij in de uitspraak opgenomen te worden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.8.</nr>
      <para>Hetgeen de heffingsambtenaar voor het overige aanvoert,, betreft geen kennelijke misslag. Om die reden ziet de rechtbank geen aanleiding voor een herstelbeslissing daarin.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verbetert de misslag in de uitspraak op de wijze als hiervoor in 1.2,1.6 en 1.7 beschreven en verstaat dat de uitspaak aldus verbeterd moet worden gelezen.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. M.E. de Boer, in aanwezigheid van W.M.C. Oomen, griffier, op 11 september 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze hersteluitspraak staat geen hoger beroep dan wel een ander rechtsmiddel open (onder meer: arrest van de Hoge Raad van 3 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV2583 en van 6 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:1449).</para>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>