<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2024:6227</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-09-09T10:39:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-09-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-08-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10815713 CV EXPL 23-3143 (E)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:6227">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:6227</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-09-09T10:38:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-09-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:6227 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 21-08-2024 / 10815713 CV EXPL 23-3143 (E)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2024:6227:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Betaling facturen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2024:6227:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 10815713 CV EXPL 23-3143</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 21 augustus 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">mr. [eiser]</emphasis>, </para>
      <para>handelend onder de naam<emphasis role="bold"> [advocatenkantoor]</emphasis>, </para>
      <para>te [plaats 1] ,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [eiser] ,</para>
      <para>gemachtigde: [gemachtigde] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [plaats 2] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde] ,</para>
      <para>gemachtigde: mr. A.J.K. Fluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het tussenvonnis van 21 februari 2024;</para>
      <para>- de aanvullende producties 8 tot en met 38 van de zijde van [eiser] ;</para>
      <para>- de mondelinge behandeling van 2 juli 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft in opdracht en voor rekening van [gedaagde] werkzaamheden verricht. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>In de periode van 3 februari 2021 tot en met 5 oktober 2021 heeft [eiser] verschillende facturen aan [gedaagde] gestuurd. Het totaalbedrag van deze facturen bedroeg </para>
        <para>€ 14.131,19. [gedaagde] heeft een voorschot betaald van € 2.500,00. Daarnaast heeft [gedaagde] in de periode februari 2021 tot en met augustus 2021 € 2.100,00 (7 x € 300,00) betaald. Het resterende bedrag van € 9.531,19 is onbetaald gebleven.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eiser] vordert – samengevat – bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad om [gedaagde] te veroordelen:</para>
      <orderedlist numeration="arabic">
        <listitem>
          <para>tot betaling van € 9.531,19 vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf 19 oktober 2021;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>tot betaling van € 851,56 aan buitengerechtelijke incassokosten vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>tot betaling van de kosten van de procedure.</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [eiser] legt aan zijn vordering ten grondslag dat [gedaagde] zijn betalingsverplichting uit de tussen partijen gesloten overeenkomst niet is nagekomen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] voert verweer. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Voor zover [gedaagde] in deze procedure aanvoert dat de kwaliteit van de dienstverlening van [eiser] niet afdoende is geweest, gaat dat verweer niet op. [gedaagde] heeft geen rechtsgevolg verbonden aan deze stelling. De kwaliteit van de dienstverlening staat in deze procedure dus niet ter discussie.    	</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiser] stelt dat hij een vordering van € 9.531,19 heeft op [gedaagde] . [eiser] onderbouwt  dit bedrag met meerdere facturen met een totaalbedrag van € 14.131,19. [gedaagde] heeft</para>
        <para>€ 4.600,00 op deze facturen betaald. [gedaagde] betwist dat hij het resterende bedrag moet betalen omdat [eiser] deze gefactureerde werkzaamheden op eigen initiatief en zonder opdracht heeft verricht. [gedaagde] onderbouwt dit standpunt met een e-mail van 7 januari 2021. Hieruit blijkt dat hij [eiser] opdracht heeft gegeven om verweer te voeren tegen zijn faillissementsaanvraag. [gedaagde] voert aan dat uit de tekst van deze e-mail niet kan worden afgeleid dat hij met [eiser] is overeengekomen dat [eiser] ook in andere geschillen werkzaamheden voor hem zou verrichten. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Het verweer van [gedaagde] dat hij geen opdracht heeft gegeven voor de  werkzaamheden die niet zien op de faillissementsaanvraag, wordt gepasseerd. Uit de tekst van de e-mail van 28 januari 2021 volgt dat [eiser] de belangen van [gedaagde] ook heeft behartigd in andere geschillen. Uit niets blijkt dat [gedaagde] aan [eiser] heeft meegedeeld dat dit niet de bedoeling was. Integendeel er is regelmatig overleg geweest tussen [gedaagde] en [eiser] over deze geschillen en [eiser] heeft in dit kader verschillende conceptovereenkomsten opgesteld. Daarnaast volgt uit de uitgebreide e-mailcorrespondentie dat partijen in onderling overleg hebben gezocht naar een oplossing voor alle geschillen waar [gedaagde] bij betrokken was. [gedaagde] heeft dan ook moeten begrijpen dat [eiser] deze werkzaamheden niet kosteloos zou verrichten. Uit het feit dat hier geen schriftelijke overeenkomst aan ten grondslag ligt, kan niet de conclusie worden getrokken dat [gedaagde] hier geen opdracht voor heeft gegeven.  Het sluiten van een overeenkomst van opdracht is immers vormvrij. Tot slot heeft [gedaagde] ook niet geprotesteerd toen hij de facturen voor deze werkzaamheden van [eiser] ontving. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <parablock>
        <para>Verder betwist [gedaagde] dat [eiser] de gefactureerde werkzaamheden heeft verricht. [gedaagde] voert aan dat hij de werkzaamheden niet kan controleren omdat ze niet gespecificeerd zijn. Voorafgaand aan de zitting heeft [eiser] een codelijst overgelegd waaruit blijkt welke werkzaamheden hij heeft verricht. [gedaagde] is zodoende alsnog in de gelegenheid gesteld de werkzaamheden – uitgesplitst per geschil – te controleren. Het had op de weg van [gedaagde] gelegen om concreet aan te geven welke werkzaamheden [eiser] wel en niet heeft verricht. [gedaagde] heeft dit niet gedaan zodat zijn verweer wordt gepasseerd. De hoofdsom van </para>
        <para>€ 9.531,19 is dan ook toewijsbaar.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>De door [eiser] gevorderde wettelijke handelsrente is toewijsbaar over een bedrag van € 9.531,19 vanaf 19 oktober 2021. Vast is komen te staan dat het om twee handelspartijen gaat en dat niet tijdig is betaald. Omdat [gedaagde] niet is aan te merken als consument, komt de kantonrechter niet toe aan ambtshalve toepassing van – kort gezegd – bepalingen van Europese richtlijnen inzake consumentenbescherming en van daarop gebaseerde bepalingen van nationaal recht. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiser] maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. [eiser] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten van € 851,56 komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen. De gevorderde wettelijke rente over dit bedrag is toewijsbaar vanaf </para>
        <para>17 november 2023 (de datum van de dagvaarding).  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>
        [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- kosten van de dagvaarding</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>107,25</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- griffierecht</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>244,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris gemachtigde</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>812,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(2,00 punten × € 406,00)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- nakosten</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>135,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>1.298,25</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 9.531,19, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over dit bedrag vanaf 19 oktober 2021 tot aan de dag der algehele voldoening;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 851,56 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 17 november 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.298,25, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Kool en in het openbaar uitgesproken op 21 augustus 2024.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>