<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2024:6121</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-09-02T10:53:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-09-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-08-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/02/419013 / HA ZA 24-83 (E)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verzet">Verzet</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:6121">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:6121</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-09-02T10:53:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-09-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:6121 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 28-08-2024 / C/02/419013 / HA ZA 24-83 (E)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2024:6121:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzetzaak; partijen zijn in geschil over wie contractspartijen zijn bij de exploitatieovereenkomst van de dekhengst, of de verbintenis tot nakoming van die overeenkomst rechtsgeldig is omgezet in een verbintenis tot vervangende schadeveroeding en of recht op redelijk loon bestaat.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2024:6121:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK Zeeland-West-Brabant</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/02/419013 / HA ZA 24-83</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 28 augustus 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam 1]
        </emphasis>, </para>
      <para>wonende te [woonplaats 1] (België),</para>
      <para>(oorspronkelijk) eisende partij in conventie (gedaagde in het verzet),</para>
      <para>verwerende partij in reconventie,</para>
      <para>hierna te noemen: [naam 1] ,</para>
      <para>advocaat: mr. S.A. Wensing,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [B.V.]
        </emphasis>,</para>
      <para>    gevestigd te [vestigingsplaats] ,<?linebreak?>2. <emphasis role="bold">[bestuurder B.V.]</emphasis>, </para>
      <para>    wonende te [woonplaats 2] ,</para>
      <para>(oorspronkelijk) gedaagde partijen in conventie (eisers in het verzet),</para>
      <para>eisende partijen in reconventie,</para>
      <para>hierna te noemen: [B.V.] en [bestuurder B.V.] en gezamenlijk [B.V. en bestuurder B.V.] ,</para>
      <para>advocaat: mr. L.M. Schelstraete.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
        <para> –	het tussenvonnis van 13 maart 2024 en de daarin genoemde stukken,</para>
        <para> –	de conclusie van antwoord in reconventie van [naam 1] ,</para>
        <para> –	de akte houdende overlegging producties 15 tot en met 27 van [B.V. en bestuurder B.V.] ,</para>
        <para> –	de mondelinge behandeling van 13 juni 2024, waarvan door de griffier 	aantekeningen zijn gemaakt,</para>
        <para> –	de spreekaantekeningen van mr. S.A. Wensing en mrs. L.M. Schelstraete en </para>
        <para>	[naam 2] , zoals deze zijn overgelegd en voorgedragen op de mondelinge </para>
        <para>	behandeling,</para>
        <para> –	de ter zitting door [B.V. en bestuurder B.V.] overgelegde productie 27.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [naam 1] is een dressuuramazone, die in 2010 het paard genaamd ‘ [naam paard] ’ 	heeft gekocht. [naam 1] heeft [naam paard] in de internationale dressuursport </para>
        <para>	uitgebracht. [naam paard] is een goedgekeurde dekhengst.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [B.V.] , die handelt onder de naam ‘ [handelsnaam] ’, houdt zich bezig met 	het fokken en de handel in paarden en het exploiteren van dekhengsten. [bestuurder B.V.] is 	enig (indirect) bestuurder van [B.V.] .   </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>In februari 2017 heeft [naam 1] [naam paard] ter exploitatie bij [B.V.] 	gestald. De daaraan ten grondslag liggende overeenkomst luidt als volgt:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Between:</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">A	[naam 1] , (…) (owner [naam paard] )</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	And</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	[bestuurder B.V.] , (…) (owner [handelsnaam] )</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	Concerning the stallion</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	C	[naam paard] (…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	A and B agreed the following:</emphasis>
        </para>
        <para> <emphasis role="italic">C is belonging to A</emphasis></para>
        <para> <emphasis role="italic">C is going to stand at stud with B in [woonplaats 2] for the year 2017</emphasis></para>
        <para> <emphasis role="italic">B is going to be in charge of the collecting and the selling of the fresh/frozen semen of C</emphasis></para>
        <para> <emphasis role="italic">B will give C the best possible care</emphasis></para>
        <para> <emphasis role="italic">B is taking all costs for keeping C and B is taking all costs related tot put C at stud. (like advertisement, collecting semen, distributing semen etc.)</emphasis></para>
        <para> <emphasis role="italic">B will keep an accurate bookkeeping of all breedings done by C, and all payments that are coming in from selling the fresh/frozen semen of C </emphasis></para>
        <para> <emphasis role="italic">All the netto breeding money (this is the breeding money coming in, minus commission to be paid to (inter)national colleagues, or minus discount given to breeders) will be shared on a fifty/fifty base between A and B</emphasis></para>
        <para> <emphasis role="italic">As long as B is selling at least 75 breedings in breeding season 2017, A en B continue their cooperation concerning C, and C can stay with B for the next breeding season”.</emphasis></para>
        <para>De overeenkomst is op 24 februari 2017 ondertekend door [naam 1] en [bestuurder B.V.] .</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Na het dekseizoen in 2017 is de overeenkomst voortgezet.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Op 30 december 2019 heeft [bestuurder B.V.] via WhatsApp contact gezocht met 	[naam 1] . De volgende berichten zijn tussen [bestuurder B.V.] en [naam 1] uitgewisseld: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Hi [naam 1] . Congrates with your good results yesterday!!! I want to let you know that I 	stop with [naam paard] . Please let me know what to do. Thanks. Rg [bestuurder B.V.] .</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Hi [bestuurder B.V.] , thank you very much. Ok i will let you know today x.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">		Can I know why?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">	Hi [naam 1] . I like [naam paard] , but I am not making money with him, and since you’re already 	contacting other people to find a place for him, we better stop. It is OK with me no problem. 	Rg [bestuurder B.V.] ”.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <parablock>
        <para>Op 4 januari 2020 heeft [naam 1] [naam paard] bij [B.V.] opgehaald en bij </para>
        <para>	een derde ondergebracht.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <parablock>
        <para>Op 5 februari 2021 stuurt [naam 1] via het e-mailadres van [handelsnaam] aan 	[naam 3] , met een kopie aan [bestuurder B.V.] , voor zover van belang, het volgende 	bericht:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	I’m contacting you because I would like to receive all the details of which mares [naam paard] had breed since 01/01.2017 y until February 2020. I know you have all this in excel </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	files. </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	Also I know frozen semen was taken and I would like to know what you have sold from it? 	And what you sold during 2020? I would also like to get all the frozen semen back”.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij e-mail van 10 februari 2021 heeft [naam 1] van [naam 3] een 	excelbestand met de dekkingen van [naam paard] van 2017 tot 2020 ontvangen. 	Hierop heeft [naam 1] dezelfde dag als volgt gereageerd:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Thank you very much. What about the frozen semen?”.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <parablock>
        <para>Op 26 maart 2021 heeft [bestuurder B.V.] [naam 1] te kennen gegeven dat er nog 718 	rietjes met diepvries sperma van [naam paard] in voorraad zijn en doet hij </para>
        <para>	[naam 1] een voorstel om tot afwikkeling van de samenwerking te komen. Kort en 	zakelijk weergegeven houdt het voorstel in dat een deel van de voorraad rietjes in 	opslag blijft en het overige deel tussen partijen wordt verdeeld, dan wel dat de 	voorraad tussen partijen ieder bij helfte wordt verdeeld, dan wel dat [naam 1] de 	gehele voorraad koopt voor een bedrag van € 70.100,-.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <para>Bij e-mail van 8 september 2022 heeft [naam 3] [naam 1] een overzicht 	toegezonden van de verkoopresultaten van de voorraad diepvries sperma van 	[naam paard] in de jaren 2020 tot en met 2022.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.11.</nr>
      <para>Op 5 oktober 2022 heeft [naam 1] een betaling van € 4.364,42 ontvangen met 	betrekking tot de verkoop van diepvries sperma over de jaren 2020 tot en met 2022. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.12.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij e-mail van 10 november 2022 bericht mr. Wensing mr. W. Reddingius, de 	voormalig advocaat van [B.V.] , voor zover van belang, als volgt:   	</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Bij schrijven van 9 februari 2021 heeft cliënte uw cliënt verzocht om haar een overzicht toe 	te zenden van alle dekkingen en diepvries sperma. Ook heeft cliënte uw cliënt verzocht om de 	diepvries sperma naar haar te zenden. Uw cliënt heeft vervolgens een excel sheet naar 	cliënte verzonden en hieruit zou blijken dat uw cliënt nog een bedrag ad 4.009,85 en 	2.709,85 zou moeten betalen aan cliënte. Hierop heeft cliënte uw cliënt verzocht om 	duidelijkheid te verschaffen over de diepvries sperma. Daarop heeft uw cliënt een aantal 	voorstellen geformuleerd; er zouden nog 718 rietjes bij uw cliënt zijn. </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	Deze voorstellen zijn:</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	Nu uw cliënt heeft geweigerd om de rietjes die in eigendom aan cliënte toebehoren af te 	geven zet cliënte deze vordering om in een schadeloosstelling te weten de verkoopprijs van 	de rietjes. De overeenkomst was immers reeds beëindigd en uw cliënt beschikt niet over een 	rechtsgeldige titel deze rietjes onder zich te houden en op de markt te brengen”. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.13.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij e-mail van 22 november 2022 heeft mr. Reddingius op het bericht van </para>
        <para>	mr. Wensing, voor zover van belang, als volgt gereageerd:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“ [naam paard] is tot 30 december 2019 bij cliënte gestald geweest en verzorgd.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	Cliënte heeft gedurende die tijd sperma bij [naam paard] afgenomen, laten onderzoeken en 	controleren, ingevroren en tot op heden dat sperma bewaard en verhandeld. </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	Ter uitvoering van de overeenkomst heeft cliënte kosten gemaakt, die door de beëindiging 	van de overeenkomst thans nodeloos blijken en niet meer vergoed kunnen worden uit de 	opbrengsten van de verkoop van het diepvries sperma.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	Zoals te doen gebruikelijk heeft cliënte begin oktober 2022 (einde dekzeizoen) een 	jaarafrekening gemaakt en aan uw cliënte verzonden.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	Op 5 oktober 2022 heeft cliënte het aan uw cliënte toekomende bedrag van € 4.364,42 aan </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	uw cliënte betaald.  </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Hierbij gaat een eindafrekening (alle bedragen excl. BTW) nu uw cliënte de overeenkomst 	ook wat betreft de bewaring en het verhandelen van het diepvries sperma klaarblijkelijk als 	beëindigd beschouwd.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	Namens cliënte verzoek en voor zover nodig sommeer ik uw cliënte het aan cliënte 	toekomende bedrag van in totaal € 45.437,15 (incl. BTW) van de eindafrekening binnen 14 	dagen na vandaag aan cliënte te betalen en binnen 14 dagen na betaling het totale restant 	diepvries sperma van [naam paard] bij cliënte op te (laten) halen”.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.14.</nr>
      <parablock>
        <para>Hierop heeft mr. Wensing bij e-mail van 24 november 2022, voor zover van belang, 	als volgt gereageerd:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“In geen geval kan uw cliënte aanspraak maken op vergoeding van kosten nu dit 	contractueel is uitgesloten. Dit is logisch nu aan uw cliënte 50% van de dekopbrengsten 	toekwam en hiermee de kosten zijn gecompenseerd. Cliënte wijst de vermeende vordering 	van uw cliënte dan ook van de hand. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Zonder overeenstemming met cliënte heeft uw cliënte zichzelf 718 rietjes toegeëigend die 	aan cliënte in eigendom toebehoren. De overeenkomst met betrekking tot gezamenlijke 	verdeling van de dekopbrengsten was reeds beëindigd op initiatief van uw cliënte. Uw 	cliënte is dan ook aan cliënte verschuldigd een bedrag van 239 x 1.500,00 euro, in totaal ad 	358.500,00 euro. Voor zoveel nog nodig sommeer ik uw cliënte om dit verschuldigde bedrag 	binnen 5 dagen na heden rechtstreeks aan cliënte te voldoen bij gebreke waarvan ik zonder 	nadere aankondiging uw cliënte in rechte zal betrekken. Ik zeg hierbij de extra rente- en 	incassokosten aan”.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.15.</nr>
      <para>Partijen hebben geprobeerd om hun geschil onderling te regelen, maar zijn daarin 	niet geslaagd.    </para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	in (oorspronkelijk) conventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [naam 1] heeft in de verstekprocedure (zaak- / rolnummer 02/416545 / HA ZA </para>
        <para>	23-629) gevorderd – samengevat – [B.V. en bestuurder B.V.] hoofdelijk te veroordelen tot 	betaling van een schadevergoeding van € 264.000,-, vermeerderd met rente en 	kosten. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [naam 1] heeft aan haar vordering tot schadevergoeding een toerekenbare </para>
        <para>	tekortkoming dan wel onrechtmatige daad ten grondslag gelegd en daartoe het 	volgende aangevoerd. </para>
        <para>	Zij heeft met [B.V. en bestuurder B.V.] een overeenkomst gesloten ter exploitatie van [naam paard] als dekhengst. Deze overeenkomst is in december 2019 geëindigd. [B.V. en bestuurder B.V.] </para>
        <para>	 was daarom verplicht om de nog in haar bezit zijnde voorraad diepvries sperma </para>
        <para>	van [naam paard] aan haar als eigenaresse daarvan af te geven. [B.V. en bestuurder B.V.] heeft </para>
        <para>	afgifte geweigerd en verkeert ter zake in verzuim. [naam 1] heeft de verplichting </para>
        <para>	van [B.V. en bestuurder B.V.] tot nakoming c.q. afgifte van haar eigendom omgezet in een 	verplichting tot betaling van vervangende schadevergoeding. Het betreft een totaal 	van 718 rietjes, waarmee 176 dekkingen kunnen worden uitgevoerd. Het dekgeld 	voor [naam paard] bedroeg € 1.500,-. Haar schade kan daarom worden begroot op </para>
        <para>	een bedrag van in totaal € 264.000,-.    </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard verstekvonnis van 3 januari 2024 heeft deze </para>
        <para>	rechtbank de vorderingen van [naam 1] toegewezen met uitzondering van de </para>
        <para>	vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten en de gevorderde </para>
        <para>	hoofdelijkheid. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [B.V. en bestuurder B.V.] voert in deze verzetprocedure verweer en concludeert tot vernietiging </para>
        <para>	van het verstekvonnis van 3 januari 2024. Voorts dat opnieuw recht wordt gedaan 	door [naam 1] in haar vorderingen niet ontvankelijk te verklaren, althans haar 	vorderingen af te wijzen en [naam 1] te veroordelen tot terugbetaling van al </para>
        <para>	hetgeen [B.V. en bestuurder B.V.] aan haar uit hoofde van het verstekvonnis heeft voldaan, 	vermeerderd met rente en kosten.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [B.V. en bestuurder B.V.] vordert – samengevat – [naam 1] te veroordelen tot betaling van </para>
        <para>	€ 45.437,15, vermeerderd met rente en kosten. Voorts vordert [B.V. en bestuurder B.V.] 	[naam 1] , op straffe van verbeurte van een dwangsom, te gebieden na voornoemde </para>
        <para>	betaling de voorraad diepvriessperma van [naam paard] bij [B.V. en bestuurder B.V.] op te 	halen en weer in bezit te nemen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [B.V. en bestuurder B.V.] legt aan haar vordering het volgende ten grondslag.</para>
        <para>	De overeenkomst tot exploitatie van [naam paard] bestond enerzijds uit de stalling, </para>
        <para>	de verzorging en het winnen, bewaren en verkopen van vers sperma van [naam paard] </para>
        <para>	 (hierna: deel 1) en anderzijds uit het bewaren en verkopen van de aangelegde 	voorraad diepvries sperma van [naam paard] (hierna: deel 2). Op 4 januari 2020 is </para>
        <para>	deel 1 van de overeenkomst geëindigd. Deel 2 van de overeenkomst is in 2022 door </para>
        <para>	[naam 1] beëindigd. De kosten die [B.V. en bestuurder B.V.] heeft gemaakt voor het aanleggen 	van de voorraad diepvries sperma zijn daardoor in feite nodeloos gemaakt, althans 	deze kunnen niet meer worden vergoed vanuit de te genereren verkoopopbrengsten. 	Op grond van artikel 7:405 BW in samenhang gelezen met artikel 7:411 BW, 	althans op grond van artikel 6:248 lid 1 BW kan zij daarom tegenover [naam 1] 	aanspraak maken op betaling van de door haar gemaakte, maar nog niet vergoede 	kosten. Dit betreft een bedrag van in totaal € 45.437,15 (incl. BTW). [naam 1] 	verkeert met betaling van dit bedrag in verzuim. [naam 1] is daarom over dit 	bedrag de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW verschuldigd.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>
        [naam 1] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen, met 	veroordeling van [bestuurder B.V.] (de rechtbank neemt aan en gaat ervan uit dat dit een 	omissie is en dat [naam 1] [B.V. en bestuurder B.V.] bedoelt) in de kosten.  </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">rechtsmacht en toepasselijk recht</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De Nederlandse rechter is bevoegd van het geschil kennis te nemen. Partijen hebben </para>
        <para>	uitdrukkelijk gekozen voor toepasselijkheid van Nederlands recht, welke keuze de 	rechtbank zal volgen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">ontvankelijkheid</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verzet wordt geacht tijdig en op de juiste wijze te zijn ingesteld, nu het </para>
        <para>	tegendeel niet is gesteld en daarvan ook niet is gebleken. [B.V. en bestuurder B.V.] kan daarom </para>
        <para>	in zoverre in haar verzet worden ontvangen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">	in (oorspronkelijk) conventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">wie is contractspartij bij de overeenkomst tot exploitatie van [naam paard] ?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <parablock>
        <para>De eerste vraag die partijen verdeeld houdt, is wie de contractspartijen waren bij de 	overeenkomst tot exploitatie van [naam paard] . De rechtbank volgt [B.V. en bestuurder B.V.] in 	haar betoog dat [bestuurder B.V.] (in privé) geen partij was bij deze overeenkomst en dat de </para>
        <para>	overeenkomst is gesloten tussen [naam 1] enerzijds en [B.V.] anderzijds. In </para>
        <para>	dat oordeel betrekt de rechtbank dat [B.V.] , handelend onder de naam [handelsnaam] , door [bestuurder B.V.] is opgericht om de activiteiten waarop de overeenkomst </para>
        <para>	ziet te verrichten, dat in de overeenkomst [bestuurder B.V.] specifiek wordt aangeduid als 	eigenaar van [handelsnaam] en dat niet is weersproken dat de communicatie met 	betrekking tot de overeenkomst verliep via [handelsnaam] en dat ook de 	betalingen op grond van de overeenkomst aan [naam 1] vanuit [handelsnaam] 	zijn verricht. Nu [bestuurder B.V.] geen partij was bij de overeenkomst, kan het 	verstekvonnis voor zover dat betrekking heeft op [bestuurder B.V.] niet in stand blijven en </para>
        <para>	zal het in zoverre worden vernietigd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">is [B.V.] tegenover [naam 1] schadeplichtig?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [naam 1] stelt dat de tekortkoming respectievelijk de fout van [B.V.] is 	gelegen in het niet afgeven respectievelijk onder zich houden van de aan haar in </para>
        <para>	eigendom toebehorende voorraad diepvries sperma van [naam paard] na 	beëindiging van de overeenkomst tussen partijen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Uit artikel 6:87 BW volgt dat voor zover nakoming van een verbintenis niet al 	blijvend onmogelijk is, de verbintenis kan worden omgezet in een verbintenis tot 	vervangende schadevergoeding als de schuldenaar in verzuim is en de schuldeiser 	hem schriftelijk mededeelt dat hij schadevergoeding in plaats van nakoming vordert. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <parablock>
        <para>Uit artikel 6:82 BW volgt dat het verzuim intreedt als de schuldenaar in gebreke 	wordt gesteld bij een schriftelijke aanmaning waarbij hem een redelijke termijn voor	de nakoming wordt gesteld en nakoming binnen deze termijn uitblijft. Als de 	schuldenaar tijdelijk niet kan nakomen of uit zijn houding blijkt dat aanmaning 	nutteloos zou zijn, kan de ingebrekestelling plaatsvinden door een schriftelijke 	mededeling waaruit blijkt dat hij voor het uitblijven van de nakoming aansprakelijk 	wordt gesteld. Het verzuim kan op grond van artikel 6:83, aanhef en onder c BW</para>
        <para>	ook zonder ingebrekestelling intreden, onder meer, als de schuldeiser uit de </para>
        <para>	mededeling van de schuldenaar moet afleiden dat hij in de nakoming van de </para>
        <para>	verbintenis zal tekortschieten. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <parablock>
        <para>Bezien in het licht van de betwisting door [B.V.] heeft [naam 1] naar het 	oordeel van de rechtbank onvoldoende gemotiveerd gesteld dat [B.V.] ter 	zake de gestelde verbintenis tot afgifte in verzuim verkeert. [B.V.] voert 	terecht aan dat de e-mail van [naam 1] aan [naam 3] van 5 februari 2021, 	waarnaar [naam 1] heeft verwezen ter onderbouwing van haar stelling dat sprake 	is van verzuim, niet kwalificeert als een ingebrekestelling. Dat geldt ook voor de </para>
        <para>	e-mail van mr. Wensing aan mr. Reddingius van 24 november 2022, waarnaar 	[naam 1] heeft verwezen. Ook in die e-mail wordt [B.V.] geen redelijke 	termijn voor nakoming van de verbintenis tot afgifte van de voorraad diepvries 	sperma van [naam paard] gesteld dan wel aan [B.V.] medegedeeld dat zij 	voor het uitblijven van de nakoming van die verbintenis aansprakelijk wordt 	gehouden. Verder heeft 	[naam 1] onvoldoende aanknopingspunten verschaft voor 	het oordeel dat [B.V.] van rechtswege in verzuim is komen te verkeren. Dat 	[naam 1] uit de houding of de mededeling van [B.V.] moest afleiden dat het 	geen zin had om haar een termijn te geven waarbinnen zij de voorraad diepvries 	sperma moest afgeven, vindt geen steun in de feiten. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <parablock>
        <para>Nu het vereiste verzuim ontbreekt, heeft de omzetting van de gestelde verbintenis </para>
        <para>	tot afgifte naar een verbintenis tot vervangende schadevergoeding niet geldig </para>
        <para>	plaatsgevonden. [naam 1] heeft daarom geen recht op schadevergoeding vanwege </para>
        <para>	een tekortkoming aan de zijde van [B.V.] .  	</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <parablock>
        <para>Naar het oordeel van de rechtbank heeft [naam 1] ook geen recht op	schadevergoeding op grond van een onrechtmatige daad aan de zijde van [bestuurder B.V.] </para>
        <para>	BV. Het enkele feit dat [B.V.] de voorraad diepvries sperma (nog) niet aan 	[naam 1] heeft afgegeven, is onvoldoende om dat handelen als onrechtmatig te 	kwalificeren. Onrechtmatig handelen vereist een directe, rechtstreekse en 	opzettelijke inbreuk door [B.V.] op het eigendomsrecht van [naam 1] . Dat </para>
        <para>	daarvan sprake is, is niet gesteld en daarvan is ook niet gebleken.   </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10.</nr>
      <para>Niet is komen vast te staan dat [B.V.] tegenover [naam 1] schadeplichtig is. Het 	verstekvonnis kan daarom ook voor zover dat betrekking heeft op [B.V.] niet 	in stand blijven en zal daarom worden vernietigd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.11.</nr>
      <parablock>
        <para>Niet weersproken is dat [B.V. en bestuurder B.V.] op 11 januari 2024 aan de 	proceskostenveroordeling van het verstekvonnis heeft voldaan door een bedrag van 	€ 5.228,77 aan [naam 1] te betalen. Nu het verstekvonnis geheel wordt vernietigd, 	zal de rechtbank opnieuw recht doen en [naam 1] overeenkomstig het verzoek van 	[B.V. en bestuurder B.V.] veroordelen tot terugbetaling van al hetgeen [B.V. en bestuurder B.V.] op grond 	van het verstekvonnis aan [naam 1] heeft voldaan. Aan [naam 1] is een 	betalingstermijn van veertien dagen gegund. De verzochte wettelijke rente als 	bedoeld in artikel 6:119 BW over het aan [B.V. en bestuurder B.V.] terug te betalen bedrag zal </para>
        <para>	daarom niet eerder ingaan dan op de vijftiende dag.      </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.12.</nr>
      <parablock>
        <para>In deze procedure is komen vast te staan dat de overeenkomst tot exploitatie van </para>
        <para>	[naam paard] is gesloten tussen [naam 1] enerzijds en [B.V.] anderzijds. 	Niet ter discussie staat dat deze overeenkomst kan worden gekwalificeerd als een </para>
        <para>	overeenkomst van opdracht en dat [B.V.] op grond van de overeenkomst 	werkzaamheden heeft verricht. [B.V.] betoogt dat zij tegenover [naam 1] 	aanspraak kan maken op redelijk loon tot een bedrag van in totaal € 45.437,15. Ter </para>
        <para>	onderbouwing van haar vordering verwijst [B.V.] naar het overgelegde 	overzicht kostenberekening.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.13.</nr>
      <parablock>
        <para>Naar het oordeel van de rechtbank kan het betoog van [B.V.] niet slagen. Het 	overzicht waarnaar [B.V.] verwijst, ziet op kosten voor de stalling, de 	verzorging en het winnen van sperma van [naam paard] en het invriezen en 	bewaren daarvan vanaf het begin van de samenwerking in 2017. Tussen partijen is 	niet in geschil dat [B.V.] op grond van de overeenkomst gehouden was tot het 	(laten) verrichten van deze werkzaamheden. Anders dan [B.V.] betoogt, zijn 	de daaraan verbonden kosten dus niet nodeloos gemaakt. Ze zijn immers gemaakt 	ter uitvoering van de toen nog bestaande overeenkomst tussen partijen. Niet in </para>
        <para>	geschil is dat [B.V.] als financiële tegenprestatie en als vergoeding voor alle </para>
        <para>	aan haar verbintenis verbonden kosten recht had op 50% van de gerealiseerde	 	verkoopopbrengsten van zowel vers als diepvries sperma van [naam paard] . Tot </para>
        <para>	4 januari 2020 heeft [B.V.] dus een redelijke vergoeding voor de door haar 	geleverde prestatie, waaronder het aanleggen van de voorraad diepvries sperma 	ontvangen. Vast staat dat [naam paard] vanaf 4 januari 2020 niet langer ter 	exploitatie aan [bestuurder B.V.] ter beschikking is gesteld en bij een derde is ondergebracht. 	Vanaf die datum – zo stelt [naam 1] terecht – levert [B.V.] geen prestatie </para>
        <para>	meer. Gelet hierop valt zonder nadere toelichting, die ontbreekt, dan ook niet in te 	zien waarom een vergoeding/redelijk loon gerechtvaardigd is. Dit geldt te meer, nu 	[B.V.] – naar eigen zeggen – ook ná 4 januari 2020 nog opbrengsten heeft	gegenereerd met de verkoop van diepvries sperma van [naam paard] , waarvan aan 	haar dus 50% is toegekomen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.14.</nr>
      <para>De stelling van [B.V.] ter zitting dat zij nog steeds kosten maakt voor het 	bewaren van de voorraad diepvries sperma van [naam paard] , omdat [naam 1] 	deze niet bij haar heeft opgehaald, wordt als rechtens niet relevant verworpen. [B.V.] heeft aan deze stelling immers geen vordering verbonden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.15.</nr>
      <para>Geconcludeerd wordt dat de vordering tot betaling van € 45.437,15 niet voor 	toewijzing in aanmerking komt en daarom wordt afgewezen. 	</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.16.</nr>
      <para>Nu de vordering tot het gebieden van [naam 1] tot het ophalen van de rietjes bij 	[B.V.] zo is ingesteld dat die afhankelijk is van de betaling van het afgewezen 	bedrag, wordt ook deze vordering afgewezen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">	proceskosten (inclusief nakosten) in (oorspronkelijk) conventie en in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.17.</nr>
      <parablock>
        <para>Omdat beide partijen (grotendeels) in het ongelijk worden gesteld, zullen de 	proceskosten tussen partijen worden gecompenseerd in die zin, dat ieder van </para>
        <para>	partijen de eigen kosten draagt.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>	De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	in (oorspronkelijk) conventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <parablock>
        <para>vernietigt het door deze rechtbank op 3 januari 2024 onder zaak- / rolnummer </para>
        <para>	C/02/416545 / HA ZA 23-629 gewezen verstekvonnis,</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>	en opnieuw beslissend</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <parablock>
        <para>veroordeelt [naam 1] binnen veertien dagen na het wijzen van dit vonnis aan [B.V. en bestuurder B.V.] terug te betalen al hetgeen [B.V. en bestuurder B.V.] op grond van voornoemd 	verstekvonnis aan [naam 1] heeft voldaan, vermeerderd met de wettelijke rente als 	bedoeld in artikel 6:119 BW over het terug te betalen bedrag vanaf de vijftiende dag </para>
        <para>	tot aan de dag van algehele betaling, </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>wijst de vordering af,</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">	in (oorspronkelijk) conventie en in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>compenseert de proceskosten tussen partijen, zodat iedere partij de eigen 	kosten draagt.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Scheffers en in het openbaar uitgesproken op 28 augustus 2024.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>