<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2024:6105</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-09-10T09:13:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-08-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">21/3827</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBZWB:2024:4973" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/Inachtneminghersteluitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Herstelde uitspraak: ECLI:NL:RBZWB:2024:4973</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:6105">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:6105</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-09-09T16:19:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-09-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:6105 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 30-08-2024 / 21/3827</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2024:6105:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>hersteluitspraak</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2024:6105:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Breda</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Belastingrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: BRE 21/3827 </para>
    <para>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="bold">hersteluitspraak ter verbetering van de uitspraak van de rechtbank in de zaak tussen</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur, </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>en </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de Staat (de Minister van Justitie en Veiligheid). </title>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. De inspecteur heeft de rechtbank bij brief van 19 augustus 2024, ontvangen door de rechtbank op 20 augustus 2024 geïnformeerd dat volgens hem in de uitspraak van de rechtbank van 18 juli 2024, gepubliceerd onder het nummer ECLI:NL:RBZWB:2024:4973 (hierna: de uitspraak) een telfout is gemaakt ten aanzien van het in de uitspraak vastgestelde belastbaar inkomen uit werk en woning, in de uitspraak ook wel genoemd “box 1-inkomen”. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De rechtbank heeft in rechtsoverweging 5 van de uitspraak onder meer het volgende overwogen:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“</para>
      </parablock>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para>
                  <emphasis role="italic">Verminderings-beschikking:</emphasis>
                </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>
                  <emphasis role="italic">Correctie:</emphasis>
                </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>
                  <emphasis role="italic">Wordt:</emphasis>
                </para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Box 1-inkomen (verhoging loon)</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 86.860</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>+ € 44.32410</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 133.178</para>
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <parablock>
        <para>	(…)</para>
        <para>”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>In het dictum van de uitspraak heeft de rechtbank conform voornoemde berekening verder, onder meer, beslist:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“De rechtbank:</para>
        <para>[…]</para>
        <para>- vermindert de aanslag IB/PVV 2017 tot een aanslag berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 133.178 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 26.493, waarbij rekening dient te worden gehouden met een aftrek van buitenlandse dividendbelasting van € 400 en verrekening van loonheffing van € 45.886 en binnenlandse dividendbelasting van € 397;” </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De rechtbank stelt vast dat de uitspraak een kennelijke fout bevat. In zowel de voornoemde overweging als in het dictum van de uitspraak is het belastbaar inkomen uit werk en woning door de rechtbank foutief berekend op € 133.178, terwijl uit de door de rechtbank daaraan ten grondslag gelegen rekensom een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 131.184 volgt. € 86.860 + € 44.324 telt op naar € 131.184. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <parablock>
        <para>Herstel van deze fout brengt mee dat in rechtsoverweging 5 en in het dictum van de uitspraak het bedrag van € 133.178 moet worden vervangen door € 131.184. De passage in het dictum zoals onder 1.2 weergegeven komt zodoende te luiden: </para>
        <para>“de rechtbank: </para>
        <para>[…]</para>
        <para>- vermindert de aanslag IB/PVV 2017 tot een aanslag berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 131.184 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 26.493, waarbij rekening dient te worden gehouden met een aftrek van buitenlandse dividendbelasting van € 400 en verrekening van loonheffing van € 45.886 en binnenlandse dividendbelasting van € 397; “</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>Aangezien de fout gelet op het hiervoor overwogene redelijkerwijs kenbaar was voor partijen, zal de rechtbank de onder 1.4 vermelde verbetering doorvoeren. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6.</nr>
      <para>Volledigheidshalve merkt de rechtbank nog op dat de inspecteur in zijn brief van 19 augustus 2024 ook nog andere punten aanvoert die volgens hem zouden moeten leiden tot wijziging van de uitspraak. De rechtbank is van oordeel dat ten aanzien van die punten geen sprake is van een kennelijke misslag, zodat die punten niet in aanmerking komen voor herstel door de rechtbank. Overigens staat het de inspecteur vrij om de door hem geconstateerde punten ambtshalve bij een nadere vaststelling van de aanslag IB/PVV 2017 aan te passen, indien dit in het voordeel van belanghebbende is. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verbetert de fout in de uitspraak op de wijze als onder 1.4 omschreven en stelt vast dat de uitspraak aldus verbeterd moet worden gelezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, voorzitter, en mr. V.A. Burgers en mr. drs. P.E.C. Vossenberg, leden, in aanwezigheid van mr. S.A.C. Deeleman, griffier op 30 augustus 2024 en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier					voorzitter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open. Voorts brengt deze uitspraak geen wijziging in de termijn voor hoger beroep tegen de oorspronkelijke uitspraak.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>