<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2024:5581</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-04T13:41:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-07-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11191866 OV VERZ 24-3078 (E)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Bergen op Zoom</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JERF Actueel 2024/374</rdf:li>
          <rdf:li>ERF-Updates.nl 2024-0459</rdf:li>
          <rdf:li>VEAN-ERF-Updates.nl 2024-0459</rdf:li>
          <rdf:li>JERF 2024/144</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:5581">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:5581</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-08-15T13:32:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:5581 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 26-07-2024 / 11191866 OV VERZ 24-3078 (E)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2024:5581:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Machtiging verwerping van in Thailand opengevallen nalatenschap  4:193 BW.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2024:5581:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Bergen op Zoom</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer / rekestnummer: 11191866 OV VERZ 24-3078</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van 26 juli 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [verzoeker 1] ,  <?linebreak?>2. [verzoeker 2] , </title>
    <parablock>
      <para>beiden wonende te [plaats 1] ,</para>
      <para>verzoekers,</para>
      <para>procederend in persoon,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in hun hoedanigheid van ouders uitoefenend het gezag over hun minderjarige kinderen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="bold">
            [minderjarige 1]
          </emphasis>, geboren op [geboortedag 1] 2009 te [plaats 1] ,</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="bold">
            [minderjarige 2]
          </emphasis>, geboren op [geboortedag 2] 2010 te [plaats 1] ,</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="bold">
            [minderjarige 3]
          </emphasis>, geboren op [geboortedag 3] 2011 te [plaats 1] ,</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <parablock>
      <para>allen wonende te [plaats 1] ,</para>
      <para>hierna: de minderjarigen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verzoekschrift met bijlagen is ingekomen ter griffie van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, team Civiel, locatie Bergen op Zoom op 2 juli 2024. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Bij brief van 10 juli 2024 met bijlagen, ingekomen op 11 juli 2024 is het verzoek nader toegelicht. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het verzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Het verzoek strekt ertoe de machtiging van de kantonrechter te verkrijgen om namens de minderjarigen de nalatenschap van de heer <emphasis role="bold">[erflater] ,</emphasis> geboren te [plaats 2] op [geboortedag 4] 1946, met laatste feitelijke woonplaats te Thailand, overleden op [datum] 2024 in Thailand (hierna: erflater) te verwerpen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Verzoekers stellen dat verzoekster sub 1 een dochter van erflater is en als erfgenaam tot de nalatenschap van erflater is geroepen. Omdat verzoekster geen band had met erflater, heeft zij geen zicht op diens financiële situatie. Onderzoek hiernaar in een voor verzoekers onbekend land zal de nodige kosten met zich meebrengen omdat zij in dat geval genoodzaakt zullen zijn externe hulp in te schakelen. De broer en de Thaise partner van erflater werken niet mee met het verstrekken van informatie en verschaffen tegenstrijdige informatie over de financiële situatie van erflater. Wegens het ontbreken van een band tussen erflaatster en verzoekster sub 1, alsmede de onduidelijkheid met betrekking tot de omvang van de nalatenschap, wenst verzoekster sub 1 de nalatenschap te verwerpen. Omdat dit er toe zal leiden dat de minderjarigen bij plaatsvervulling in de nalatenschap van erflater zullen opkomen, willen verzoekers de nalatenschap ook namens de minderjarigen verwerpen, waarvoor zij de machtiging van de kantonrechter nodig hebben, aldus verzoekers.  </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Omdat erflater zijn laatste woonplaats in Thailand had en de minderjarigen in Nederland wonen, dient eerst te worden beoordeeld of de kantonrechter rechtsmacht heeft en zo ja, aan de hand van welk recht het verzoek dient te worden beoordeeld. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para> Het verzoek tot machtiging voor het verwerpen van een nalatenschap namens een minderjarige moet niet worden aangemerkt als een maatregel inzake erfopvolging, maar als een maatregel betreffende de uitoefening van de ouderlijke verantwoordelijkheid. Omdat de minderjarigen hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben, is de Nederlandse rechter op grond van artikel 7 van de EU-verordening Brussel II-ter<footnote-ref linkend="_306a8367-4a7e-4b97-b582-3ae6c89c6e8e" /> bevoegd om van het verzoek kennis te nemen en daarop te beslissen. Aangezien de minderjarigen in [plaats 1] wonen, is de kantonrechter te Bergen op Zoom de relatief bevoegde rechter.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>In artikel 17 van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996<footnote-ref linkend="_6c6e185f-f28d-40e5-8748-22fcd26d68a8" /> is bepaald dat de uitoefening van de ouderlijke verantwoordelijkheid wordt beheerst door het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van het kind. De kantonrechter dient het verzoek dus naar Nederlands recht te beoordelen. Naar Nederlands recht is toestemming van de kantonrechter vereist om namens een minderjarige een nalatenschap te verwerpen,<footnote-ref linkend="_46146232-ead5-4dfb-b6c9-508da2f661ac" /> zodat moet worden beoordeeld of die toestemming in de gegeven omstandigheden kan worden verleend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>De kantonrechter overweegt dat de nalatenschap in Thailand is opengevallen, zodat op de erfopvolging niet de Europese Erfrechtverordening<footnote-ref linkend="_78ce5f3b-f792-4370-8117-fcce47f9f0b6" /> van toepassing is. In dit geval zal aan de hand van het Thaise internationaal privaatrecht moeten worden bepaald welk recht, al dan niet ingevolge een door erflater gedane rechtskeuze, van toepassing is op de erfopvolging en of dit recht de mogelijkheid biedt om door middel van het afleggen van een verklaring de aansprakelijkheid voor schulden van de nalatenschap te beperken. Deze vragen liggen in deze procedure niet ter beantwoording voor. Verzoekers dienen zich daaromtrent en over de wijze waarop, de termijn waarbinnen en de plaats waar de nalatenschap kan worden verworpen voor zover nodig (juridisch) te laten informeren. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Gelet op de door verzoekers gegeven toelichting en onderbouwende stukken ziet de kantonrechter aanleiding de verzochte machtiging voorwaardelijk te verlenen, voor het geval dat verzoekster sub 1 tot de nalatenschap van erflater is geroepen en zij deze verwerpt, en de minderjarigen daardoor in haar plaats als erfgenamen in de nalatenschap van erflater zullen opkomen.</para>
      <para />
      <para>
        <inlinemediaobject>
          <imageobject>
            <imagedata align="center" scale="100" fileref="548e4639-9d82-4fce-af19-f5385145b73c" depth="48" width="96" format="image/png" />
          </imageobject>
        </inlinemediaobject>
        <emphasis role="bold">4.	De beslissing</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De kantonrechter:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>verleent verzoekers <emphasis role="bold">[verzoeker 1]</emphasis> en <emphasis role="bold">[verzoeker 2]</emphasis>, </para>
        <para>in hun hoedanigheid van ouders uitoefenend het gezag over hun minderjarige kinderen:</para>
      </parablock>
      <para />
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="bold">
              [minderjarige 1]
            </emphasis>, geboren op [geboortedag 1] 2009 te [plaats 1] ,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="bold">
              [minderjarige 2]
            </emphasis>, geboren op [geboortedag 2] 2010 te [plaats 1] ,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="bold">
              [minderjarige 3]
            </emphasis>, geboren op [geboortedag 3] 2011 te [plaats 1] ,</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>machtiging om de nalatenschap van<emphasis role="bold"> [erflater] ,</emphasis> geboren te [plaats 2] op [geboortedag 4] 1946, met laatste feitelijke woonplaats te Thailand, en overleden op [datum] 2024 in Thailand namens de minderjarigen te verwerpen, indien en zodra de minderjarigen tot die nalatenschap worden geroepen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mr. Van den Boom, kantonrechter, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 26 juli 2024, in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_306a8367-4a7e-4b97-b582-3ae6c89c6e8e" label="1">
    <para> EU-verordening 2019/1111 van 25 juni 2019 betreffende de bevoegdheid, de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, en betreffende internationale kinderontvoering (herschikking).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6c6e185f-f28d-40e5-8748-22fcd26d68a8" label="2">
    <para> Het op 19 oktober 1996 te ’s-Gravenhage tot stand gekomen verdrag inzake de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen (Trb. 1997, 299).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_46146232-ead5-4dfb-b6c9-508da2f661ac" label="3">
    <para> Op grond van artikel 4:193 lid 1, eerste zin van het Nederlandse Burgerlijk Wetboek (BW).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_78ce5f3b-f792-4370-8117-fcce47f9f0b6" label="4">
    <para> De Verordening (EU) nr. 650/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen en de aanvaarding en de tenuitvoerlegging van authentieke akten op het gebied van erfopvolging, alsmede betreffende de instelling van een Europese erfrechtverklaring.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>