<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2024:5578</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-08-14T13:12:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-08-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02-119755-23</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:5578">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:5578</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-08-14T12:30:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:5578 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 14-08-2024 / 02-119755-23</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2024:5578:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Openlijke geweldpleging</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2024:5578:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer: 02-119755-23  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer van 14 augustus 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1995 te [geboorteplaats]</para>
      <para>wonende te [woonadres]</para>
      <para>raadsman mr. W.B.M. Bos, advocaat te Oud-Beijerland</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 31 juli 2024, waarbij de officier van justitie mr. J. Castelein en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. </para>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:</para>
      <para>Feit 1: openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon of dat hij met (een) ander(en) die persoon heeft mishandeld;</para>
      <para>Feit 2: met een honkbalknuppel heeft geprobeerd iemand zwaar lichamelijk letsel toe te brengen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig. </para>
      <para>De rechtbank is bevoegd. </para>
      <para>De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. </para>
      <para>Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht de onder feit 1 primair ten laste gelegde openlijke geweldpleging en de onder feit 2 ten laste gelegde poging tot zware mishandeling wettig en overtuigend bewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft zich voor feit 1 primair gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank als het gaat om het geweld bij de voordeur van aangever. Verdachte heeft op zitting verklaard dat hij daar klappen heeft uitgedeeld. Voor feit 2 kan geen bewezenverklaring volgen, nu verdachte ontkent met een honkbalknuppel geslagen te hebben. Indien wel wordt aangenomen dat verdachte met een honkbalknuppel op het lichaam van aangever geslagen heeft, levert dat niet per definitie een aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel op. Ook om die reden moet verdachte van feit 2 vrijgesproken worden.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>4.3.1</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">De bewijsmiddelen</emphasis>
          </para>
          <para>Indien hoger beroep wordt ingesteld zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan het vonnis zal worden gehecht</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.2</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">De bijzondere overwegingen omtrent het bewijs</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Feit 1 primair:</emphasis>
          </para>
          <para>Op basis van de bewijsmiddelen acht de rechtbank de openlijke geweldpleging wettig en overtuigend bewezen, inclusief het meermalen slaan tegen het lichaam van aangever met een honkbalknuppel (door verdachte). Bij de politie heeft verdachte zich op zijn zwijgrecht beroepen. Op zitting heeft verdachte eerst meermalen verklaard dat hij wel een honkbalknuppel uit de kofferbak van zijn auto heeft gepakt, maar die daarna heeft weggelegd. Die verklaring schuift de rechtbank als ongeloofwaardig terzijde gelet op de verklaringen van aangever en getuigen waaruit volgt dat verdachte die knuppel wel degelijk heeft gebruikt. Bovendien heeft verdachte later op zitting verklaard dat hij een honkbalknuppel uit de auto heeft gepakt en toen kapot heeft geslagen. Dat is echter heel wat anders dan wegleggen. Verdachte heeft dat bovendien pas verklaard, en dus zijn eerdere verklaring op zitting aangepast, toen hem werd voorgehouden dat volgens een getuige de knuppel kapot is geslagen nadat verdachte uit de woning van aangever kwam. Ook die aangepaste verklaring schuift de rechtbank daarom als ongeloofwaardig terzijde. Op basis van de bewijsmiddelen is ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte bij het (wat verdachte betreft voortgezette) openlijk geweld tegen aangever op de oprit betrokken was. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Feit 2:</emphasis>
          </para>
          <para>Bij feit 1 primair is al overwogen waarom de rechtbank wettig en overtuigend bewezen acht dat verdachte meermalen met een honkbalknuppel tegen het lichaam van aangever heeft geslagen. Daarbij heeft hij ook met kracht tegen de onderrug van aangever geslagen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte daarmee bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat zwaar lichamelijk letsel zou ontstaan. In de onderrug bevinden zich namelijk kwetsbare inwendige organen, waaronder de nieren. Het is een feit van algemene bekendheid dat die nieren beschadigd kunnen raken wanneer met een hard voorwerp als een honkbalknuppel met kracht tegen de onderrug wordt geslagen. Dit slaan kan dus zwaar lichamelijk letsel opleveren. Ook de poging zware mishandeling acht de rechtbank daarom wettig en overtuigend bewezen.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>1 primair</para>
        <para>op 3 juni 2022 te [plaats] , gemeente Rucphen , openlijk, te weten aan de [straat] , in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [slachtoffer] , door die [slachtoffer] :</para>
        <para>-meermalen tegen het hoofd en het lichaam te slaan en</para>
        <para>-meermalen met een honkbalknuppel tegen het lichaam te slaan en</para>
        <para>-meermalen tegen het lichaam te schoppen;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>2</para>
        <para>op 3 juni 2022 te [plaats] , gemeente Rucphen , ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, die [slachtoffer] meermalen met een honkbalknuppel tegen het lichaam heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid</title>
    <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafoplegging</title>
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van honderdvijftig uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee maanden met een proeftijd van twee jaren.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>Bij een bewezenverklaring van beide feiten wordt een taakstraf voorgesteld, waarvan een deel voorwaardelijk.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De ernst van de feiten</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte heeft op 3 juni 2022, eerst samen met zijn vader en daarna met zijn oom en zwager, openlijk geweld gepleegd tegen de ex van zijn zus, met wie zij twee kinderen heeft. Verdachte heeft daarbij onder andere met een honkbalknuppel geslagen, wat ook een poging zware mishandeling oplevert. Dit geweld was een reactie op de mishandeling van zijn zus door het slachtoffer kort daarvoor, waarbij zijn zus letsel had opgelopen. Dit verklaart de boosheid van verdachte, maar verontschuldigt het gedrag van hem en zijn mededaders niet. Een dergelijke vorm van eigenrichting kan niet getolereerd worden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het gepleegde geweld heeft bovendien plaatsgevonden bij en naast de woning van het slachtoffer en buurtgenoten zijn daar getuige van geweest. Veel erger nog is dat de jonge kinderen van het slachtoffer en de zus van verdachte in de woning waren. Nadat zij getuigen waren van de mishandeling van hun moeder door het slachtoffer, hebben zij vermoedelijk ook het een en ander meegekregen van de wraakhandelingen van hun oom en zijn mededaders. Zij zullen na het geweld tegen hun vader in ieder geval zijn letsel hebben gezien. Te verwachten is dat dit alles diepe indruk op de kinderen zal hebben gemaakt en verdachte is daar medeverantwoordelijk voor.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>De landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting van de rechtspraak geven als uitgangspunt bij openlijk geweld tegen een persoon met lichamelijk letsel als gevolg een taakstraf van honderdvijftig uur als uitgangspunt. Voor het toebrengen van middelzwaar lichamelijk letsel met een wapen als een honkbalknuppel is het uitgangspunt zeven maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Bij een poging gaat daar één derde vanaf. De rechtbank kijkt ook naar de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte</emphasis>
        </para>
        <para>Gelet op de bewezenverklaring concludeert de rechtbank in het nadeel van verdachte dat hij op zitting tegen beter weten in heeft ontkend een honkbalknuppel te hebben gebruikt tegen het slachtoffer. Van echt verantwoordelijkheid nemen voor zijn gedrag is daarom geen sprake. Bovendien is verdachte eerder - op 2 november 2018 - voor een mishandeling veroordeeld tot twee weken gevangenisstraf voorwaardelijk en op 30 november 2016 voor een poging zware mishandeling tot één dag gevangenisstraf en honderdtwintig uur taakstraf voor een poging zware mishandeling. Die straffen hebben blijkbaar onvoldoende indruk gemaakt en het huidige bewezen verklaarde geweld niet voorkomen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In het voordeel van verdachte houdt de rechtbank er rekening mee dat hij sinds dit incident in juni 2022 niet meer met justitie in aanraking is geweest. In de tussentijd is hij vader geworden en met zijn partner een bedrijf begonnen. Wel is op zitting gebleken dat er nog steeds familierechtelijke spanningen en emoties zijn. Daarom vindt de rechtbank dat een deel van de op te leggen straf voorwaardelijk moet zijn om verdachte te stimuleren in de toekomst voor een andere oplossing dan geweld te kiezen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Straf</emphasis>
        </para>
        <para>Alles afwegend is de rechtbank van oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde straf recht doet aan de feiten en omstandigheden. Zij zal aan verdachte dan ook opleggen een taakstraf van honderdvijftig uren en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee maanden. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De benadeelde partij</title>
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij [slachtoffer] vordert voor feit 1 een schadevergoeding van </para>
      <para>€ 3.551,64, bestaande uit € 701,64,- aan materiële schade en € 2.850,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte dit feit heeft gepleegd. Dit betekent ook dat verdachte onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de benadeelde partij en dat hij verplicht is de schade van de benadeelde partij te vergoeden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Materiële schade</emphasis>
      </para>
      <para>De benadeelde partij vordert een schadevergoeding van € 701,64,-, bestaande uit het eigen risico over 2022 en het eigen risico over 2023. De verdediging heeft zich gerefereerd voor wat betreft het vorderen van het bedrag aan eigen risico over 2022, maar heeft de vordering ten aanzien van het eigen risico over 2023 betwist. Volgens de verdediging is er geen objectief verband te leggen tussen de behandeling bij de psycholoog en het ten laste gelegde feit. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat de door de benadeelde gevorderde materiële schade geheel toewijsbaar is tot een bedrag van € 701,64. Anders dan de verdediging is de rechtbank van oordeel dat deze schade, en dus ook het eigen risico over 2023, in een voldoende verband met het bewezenverklaarde handelen van verdachte staat, zodat ook sprake is van schade die een rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde feit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Immateriële schade</emphasis>
      </para>
      <para>De door de benadeelde gevorderde vergoeding van immateriële schade acht de rechtbank toewijsbaar tot een bedrag van € 1.000,-, gelet op de onderbouwing en de hoogte van de schadevergoedingen die in min of meer vergelijkbare gevallen zijn toegekend. Deze schade staat ook in een voldoende verband met het bewezenverklaarde handelen van verdachte, zodat ook sprake is van schade die rechtstreeks is toegebracht door het bewezenverklaarde feit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor het overige deel van  de immateriële schade zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren. Er is civielrechtelijk mogelijk sprake van medeschuld van de benadeelde partij nu hij onherroepelijk is veroordeeld voor de mishandeling van de dochter  van verdachte, waarop het geweld tegen de benadeelde partij een reactie was. Daarnaast roept het verhaal dat de benadeelde partij tegen de huisarts heeft verteld vragen op. Beoordeling van het overige deel van de vordering zou daarom nader onderzoek vragen, wat naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding zou opleveren. Dit deel van de vordering kan desgewenst bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Schadevergoedingsmaatregel en wettelijke rente</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank zal tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen tot betaling van het toegekende schadebedrag, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 3 juni 2022 met betrekking tot de immateriële schade en vanaf datum vonnis (14 augustus 2024) voor de materiële schade. Dit betekent dat het CJIB de inning zal verzorgen en dat bij niet-betaling gijzeling kan worden toegepast als dwangmiddel.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Hoofdelijkheid</emphasis>
      </para>
      <para>Naast verdachte zijn bij afzonderlijke vonnissen van dezelfde datum [medeverdachte 1] (02-119752-23), [medeverdachte 2] (02-119757-23) en [medeverdachte 3] (02-119756-23) hoofdelijk veroordeeld tot vergoeding van deze schade. Daarbij is ook steeds de schadevergoedingsmaatregel opgelegd. Nu naar burgerlijk recht meerdere personen hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de gehele schade, zal de rechtbank de vordering en de schadevergoedingsmaatregel hoofdelijk toewijzen. Dit betekent dat verdachte niet meer hoeft te betalen voor zover het bedrag door één of meer van de hiervoor genoemde andere personen is betaald, en andersom.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De wettelijke voorschriften</title>
    <para>De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 45, 55, 141 en 302 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;</para>
    <para>- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:</para>
    <para>
      <emphasis role="italic">feit 1, primair:</emphasis> Openlijk in vereniging geweld plegen tegen een persoon;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>in eendaadse samenloop met </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2:</emphasis> Poging tot zware mishandeling;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- verklaart verdachte strafbaar;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafoplegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot <emphasis role="bold">een taakstraf van 150 uren</emphasis>;</para>
    <para />
    <para>- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, <emphasis role="bold">vervangende hechtenis</emphasis> zal worden toegepast van <emphasis role="bold">75 dagen</emphasis>;</para>
    <para />
    <para>- veroordeelt verdachte tot <emphasis role="bold">een gevangenisstraf van 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar</emphasis>;</para>
    <para>- bepaalt dat deze straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;</para>
    <para />
    <para>- stelt als <emphasis role="bold">algemene voorwaarde</emphasis> dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Benadeelde partij</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] van</para>
    <para>€ 1.701,64, waarvan € 701,64 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 augustus 2024 tot aan de dag der voldoening en € 1.000,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 juni 2022 tot aan de dag der voldoening;</para>
    <para>- bepaalt dat verdachte met de hiervoor onder 7. genoemde drie personen hoofdelijk aansprakelijk is voor het gehele bedrag; </para>
    <para>- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat de vordering voor dat gedeelte bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;</para>
    <para />
    <para>- veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;</para>
    <para />
    <para>- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het [slachtoffer] (feit 1, primair), te betalen <emphasis role="bold">€ 1.701,64</emphasis>, waarvan € 701,64 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 augustus 2024 tot aan de dag der voldoening en € 1.000,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 juni 2022 tot aan de dag der voldoening;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat bij niet-betaling <emphasis role="bold">27 dagen </emphasis>gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;</para>
    <para>- bepaalt dat verdachte met de hiervoor onder 7. genoemde drie personen hoofdelijk aansprakelijk is voor het gehele bedrag;</para>
    <para>- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.H. de Brouwer, voorzitter, mr. J.C.A.M. Los en mr. M.J. Crombach, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.R. Tafazzul, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 14 augustus 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. M.J. Crombach en de griffier zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bijlage I</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1</para>
      <para>hij op of omstreeks 3 juni 2022 te [plaats] , gemeente Rucphen , althans in Nederland openlijk, te weten, aan de [straat] , in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [slachtoffer] , door die [slachtoffer] :</para>
      <para>-meermalen, althans eenmaal in/op/tegen het gezicht en/of het hoofd en/of het lichaam te slaan en/of stompen, en/of</para>
      <para>-meermalen, althans eenmaal met een honkbalknuppel op/tegen het hoofd en/of het lichaam te slaan, en/of</para>
      <para>-meermalen, althans eenmaal in/op/tegen het gezicht en/of het hoofd en/of het lichaam te schoppen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>( art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 141 lid 2 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 3 juni 2022 te [plaats] , gemeente Rucphen , althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen [slachtoffer] heeft mishandeld door die [slachtoffer] </para>
      <para>-meermalen, althans eenmaal in/op/tegen het gezicht en/of het hoofd en/of het lichaam te slaan en/of stompen, en/of</para>
      <para>-meermalen, althans eenmaal met een honkbalknuppel op/tegen het hoofd en/of het lichaam te slaan, en/of</para>
      <para>-meermalen, althans eenmaal in/op/tegen het gezicht en/of het hoofd en/of het lichaam te schoppen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>( art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2</para>
      <para>hij op of omstreeks 3 juni 2022 te St. [plaats] , gemeente Rucphen , althans in Nederland ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf</para>
      <para>om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, met een honkbalknuppel op/tegen het</para>
      <para>hoofd en/of het lichaam heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>( art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht )</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>