<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2024:5529</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-06T10:02:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-08-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10969355</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:5529">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:5529</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-06T10:01:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:5529 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 07-08-2024 / 10969355</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2024:5529:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Nakoming. Facturen ritten lijndienst zzp. Voorshands bewezen behoudens tegenbewijs.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2024:5529:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 10969355 \ CV EXPL 24-826</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 7 augustus 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de ZZP-er] H.O.D.N. [handelsnaam]</emphasis>, </para>
      <para>te [plaats 1] ,</para>
      <para>eisende partij in conventie,</para>
      <para>verwerende partij in reconventie,</para>
      <para>hierna te noemen: [de ZZP-er] ,</para>
      <para>procederend in persoon,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de B.V.]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [plaats 2] ,</para>
      <para>gedaagde partij in conventie, </para>
      <para>eisende partij in reconventie,</para>
      <para>hierna te noemen: [de B.V.] ,</para>
      <para>procederend in de persoon van mevrouw [naam 1] (algemeen directeur van zowel [de B.V.] als van haar bestuurder en enig aandeelhouder [B.V. 1] ).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Samenvatting</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vraag die in deze zaak centraal staat is of [de ZZP-er] de lijndienstritten in de periode van november 2022 tot en met maart 2023 die hij aan [de B.V.] heeft gefactureerd, daadwerkelijk heeft uitgevoerd. De kantonrechter acht dit voorshands bewezen. [de B.V.] krijgt de gelegenheid om tegenbewijs te leveren. De eindbeslissing zal daarom worden aangehouden. Hetzelfde geldt voor een beslissing op de tegenvordering van [de B.V.] tot opheffing van het conservatoir beslag. Dit vonnis is dus geen eindvonnis, maar een tussenvonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de inleidende dagvaarding van 22 februari 2024 met (8) producties;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de (6) beslagstukken inclusief een overzicht daarvan; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord in conventie, tevens eis in reconventie tot opheffing conservatoir beslag, met (1) productie, </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de e-mail van [de ZZP-er] met een begeleidende brief houdende een vermeerdering van eis van 23 maart 2024 met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het vonnis van 24 april 2024 waarin een mondelinge behandeling is bepaald, </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord in reconventie van [de ZZP-er] met een begeleidende brief en e-mail en (2) bijlagen,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de mondelinge behandeling van 8 juli 2024 waarbij zijn verschenen [de ZZP-er] in persoon en namens [de B.V.] de heer [naam 2] (chauffeursverantwoordelijke; gevolmachtigd door mevrouw [naam 1] ), en waarvan door de griffier zittingsaantekeningen zijn gemaakt.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Vervolgens is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [de ZZP-er] heeft een eenmanszaak en werkt onder andere als (bus)chauffeur. [de ZZP-er] handelt onder de namen [handelsnaam] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [de B.V.] is een uitleenbureau en houdt zich onder andere bezig met het uitlenen van chauffeurs aan vervoerders.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Op 21 april 2022 is tussen partijen een “Overeenkomst Inhuur ZZP Chauffeur(s)” tot stand gekomen. Volgens artikel 1.3 van deze overeenkomst was de aanvangsdatum <?linebreak?>21 april 2022, zonder verder geregistreerde einddatum, met een mogelijkheid tot opzegging. In artikel 5.1.1 is bepaald dat [de ZZP-er] eenmaal per week achteraf een factuur zendt aan [de B.V.] en dat [de B.V.] in beginsel maximaal na 30 dagen betaalt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [de ZZP-er] is door [de B.V.] uitgeleend aan [B.V. 2] (hierna: [B.V. 2] ) en door [B.V. 2] ingezet als chauffeur op lijndiensten van [organisatie] . [de ZZP-er] had een persoonlijk chauffeursnummer, namelijk [nummer 2] , en er bestond een algemeen chauffeursnummer van [B.V. 2] / [organisatie] : [nummer 1] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>In de periode van 21 november 2022 tot en met 25 maart 2023 zijn er door <emphasis role="underline">een</emphasis> chauffeur, afkomstig van [de B.V.] als uitlener, voor [B.V. 2] als inlener lijndiensten voor [organisatie] gereden (hierna: de ritten). De ritten zijn door [de B.V.] aan [B.V. 2] gefactureerd en door [B.V. 2] aan [de B.V.] betaald. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>
        [de ZZP-er] heeft in totaal zestien facturen gedateerd op 17 april 2023. Drie van deze facturen zijn door [de B.V.] betaald. De verschuldigdheid van de overige dertien facturen die zien op de ritten van 21 november 2022 tot en met 25 maart 2023, is door [de B.V.] betwist. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Op 26 juni 2023 heeft [de ZZP-er] de rechtbank Zeeland – West-Brabant verzocht om [de B.V.] in staat van faillissement te verklaren. Bij beschikking van 10 oktober 2023 is dit verzoek afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Op 10 september 2023 heeft de heer [naam 3] , directeur van [B.V. 2] , per <?linebreak?>e-mail aan (de voormalig advocaat van) [de ZZP-er] het volgende meegedeeld: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Op uw verzoek heb ik intern navraag gedaan. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De arbeidsuren van uw cliënt zijn eerder reeds overlegd door mijn collega [naam 4] . Deze uren zijn </emphasis>
          <emphasis role="underline italic">door uw cliënt gewerkt</emphasis>
          <emphasis role="italic"> via [de B.V.] bij [B.V. 2]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De uren die </emphasis>
          <emphasis role="underline italic">uw cliënt</emphasis>
          <emphasis role="italic"> via [de B.V.] in de periode november 2022 t/m april 2023 </emphasis>
          <emphasis role="underline italic">heeft gewerkt</emphasis>
          <emphasis role="italic"> voor [B.V. 2] zijn juist verwerkt in de urenstaten zoals afgetekend en al die uren zijn volgens de afspraken uitbetaald aan [de B.V.] </emphasis>[onderstreping door de kantonrechter]<emphasis role="italic">”</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>Op verzoek van [de ZZP-er] is op 31 januari 2024 door de voorzieningenrechter van de rechtbank Zeeland – West-Brabant verlof verleend voor het leggen van conservatoir beslag ten laste van [de B.V.] . Op 9 februari 2024 is er derdenbeslag gelegd onder de Rabobank. Vervolgens is [de B.V.] op 22 februari 2024 gedagvaard om in deze procedure te verschijnen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De vordering en het verweer </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">in conventie: </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [de ZZP-er] vordert ten eerste dat bij vonnis, voor zover en indien mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [de B.V.] – kort samengevat – wordt veroordeeld tot betaling van € 13.667,54, vermeerderd met rente, buitengerechtelijke kosten, proceskosten en nakosten. [de ZZP-er] vordert daarnaast vergoeding van de beslagkosten. Na vermeerdering van eis vordert [de ZZP-er] tot slot ook een vergoeding van de kosten van de faillissementsprocedure die hij tegenover [de B.V.] heeft gevoerd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [de ZZP-er] legt hieraan ten grondslag dat [de B.V.] zijn facturen die zien op de ritten in de periode van 21 november 2022 tot en met 25 maart 2023 van in totaal <?linebreak?>€ 13.667,54 onbetaald heeft gelaten. [de ZZP-er] stelt dat hij die ritten heeft gereden en vordert daarom nakoming van de gemaakte afspraken in de vorm van betaling van de openstaande facturen door [de B.V.] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [de B.V.] heeft hiertegen – eveneens kort samengevat – het volgende aangevoerd. Het klopt weliswaar dat er tussen partijen een overeenkomst is gesloten en het klopt ook dat de ritten zijn uitgevoerd, maar [de B.V.] betwist dat [de ZZP-er] de chauffeur was. De ritten zijn, om voor [de B.V.] onbekende reden, niet geregistreerd onder het persoonlijke chauffeursnummer van [de ZZP-er] [nummer 2] , maar onder het algemene nummer van [B.V. 2] /<?linebreak?>[organisatie] [nummer 1] . Ook [B.V. 2] en [organisatie] kunnen niet bevestigen dat de ritten daadwerkelijk door [de ZZP-er] uitgevoerd zijn. [de B.V.] concludeert daarom tot afwijzing van de vorderingen van [de ZZP-er] , met veroordeling van [de ZZP-er] in de kosten van deze procedure.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Op de (overige) stellingen van partijen zal hierna, voor zover van belang voor de beoordeling, nader worden ingegaan. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">in reconventie: </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>
        [de B.V.] vordert dat bij vonnis het conservatoir beslag dat is gelegd ten laste van [de B.V.] , per direct wordt opgeheven. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>
        [de B.V.] legt hieraan ten grondslag dat het haar verbaast dat er verlof is verleend voor het leggen van conservatoir beslag. [de ZZP-er] probeert namelijk door middel van leugenachtige beschrijvingen de gelden van [de B.V.] te laten bevriezen waardoor zij niet meer aan haar toekomstige verplichtingen zou kunnen voldoen. Het beslag is ongegrond, aldus [de B.V.] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>
        [de ZZP-er] heeft hiertegen aangevoerd dat van de in totaal 44 door hem in rekening gebrachte facturen er 13 stuks, zonder geldige reden, onbetaald zijn gelaten door [de B.V.] . Beslaglegging is daarom gerechtvaardigd als zekerheidsstelling voor betaling van de openstaande facturen. [de ZZP-er] concludeert tot afwijzing van de vordering. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <para>Op de (overige) stellingen van partijen zal hierna, voor zover van belang voor de beoordeling, nader worden ingegaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">in conventie:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De kantonrechter overweegt ten eerste dat vaststaat dat [de ZZP-er] een eenmanszaak heeft en handelt onder twee verschillende handelsnamen. De kantonrechter ziet geen reden om de dagvaarding nietig te verklaren. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de heer [naam 2] , chauffeurs verantwoordelijke bij [de B.V.] (hierna: [naam 2] ), verklaard daarvoor evenmin aanleiding te zien. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Voorshands bewezen behoudens tegenbewijs</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Vaststaat tussen partijen dat de ritten in de periode van 21 november 2022 tot en met 25 maart 2023 zijn uitgevoerd. [de B.V.] heeft tijdens de mondelinge behandeling ook nogmaals bevestigd dat deze ritten door haar zijn gefactureerd aan [B.V. 2] en door [B.V. 2] aan [de B.V.] zijn betaald. Centraal staat dus de vraag of de ritten door [de ZZP-er] als chauffeur zijn uitgevoerd. [de ZZP-er] stelt dit, maar [de B.V.] betwist die stelling. Omdat [de ZZP-er] zich beroept op de rechtsgevolgen van de door hem gestelde uitvoering, namelijk betaling van zijn facturen door [de B.V.] , ligt het volgens de hoofdregel van artikel 150 Rv op zijn weg om zijn stellingen te bewijzen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De kantonrechter komt in dit geval echter tot de conclusie dat voorshands bewezen kan worden geacht dat [de ZZP-er] de ritten heeft gereden. [de B.V.] zal in de gelegenheid worden gesteld hiertegen tegenbewijs te leveren. De kantonrechter legt hieronder uit hoe zij tot deze conclusie is gekomen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Urenstaten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Ten eerste acht de kantonrechter de urenstaten van de maanden november 2022 tot en met maart 2023 die [de ZZP-er] heeft overgelegd (productie 7 bij de dagvaarding) van belang. [de ZZP-er] heeft tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat de urenstaten op zijn verzoek, in verband met het onderhavige geschil over de betaling, zijn gestempeld en getekend door [B.V. 2] en [organisatie] . [de ZZP-er] heeft ook gewezen op de afdrukdatum bovenaan de urenstaten en gesteld dat de urenstaten de uren c.q. ritten weergeven die daadwerkelijk zijn gereden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Namens [de B.V.] heeft [naam 2] tijdens de mondelinge behandeling eerst betoogd dat de urenstaten zien op de planning van de lijndiensten vooraf, en vervolgens betoogd dat ze (ook) dienen om (vooraf) inzicht te hebben in de rij- en rusttijden van een chauffeur. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <parablock>
        <para>De kantonrechter stelt vast dat de urenstaten door zowel [B.V. 2] als [organisatie] gestempeld en getekend zijn en dat bovenaan iedere urenstaat een afdrukdatum is vermeld. Die datum ligt telkens een aantal dagen na afloop van de betreffende maand. </para>
        <para>De kantonrechter overweegt dat door [naam 2] niet is weersproken dat [B.V. 2] en [organisatie] de urenstaten hebben gestempeld en getekend nadat het geschil tussen [de ZZP-er] en [de B.V.] is ontstaan. Hoewel [de B.V.] heeft betoogd dat [B.V. 2] en [organisatie] niet willen en niet kunnen bevestigen dat [de ZZP-er] de ritten heeft gereden, valt dit naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter uit hun stempels en handtekeningen op de urenstaten af te leiden. Verder overweegt de kantonrechter dat het betoog van [naam 2] dat de urenstaten voorafgaand aan de ritten worden gemaakt, niet strookt met de afdrukdatum die er volgens [de ZZP-er] juist op duidt dat de urenstaten achteraf zijn opgemaakt. [naam 2] heeft hiervoor geen verklaring gegeven. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>Kortom, voorlopig oordeelt de kantonrechter dat de urenstaten de juistheid van de stelling van [de ZZP-er] dat hij de betreffende ritten heeft gereden, onderbouwen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Verklaring directeur [B.V. 2]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <parablock>
        <para>Ten tweede neemt de kantonrechter de verklaring van de directeur van [B.V. 2] , de heer [naam 3] (productie 8 bij de dagvaarding), in aanmerking. </para>
        <para>De kantonrechter stelt vast dat hierin is verklaard dat [de ZZP-er] (“uw cliënt”) de uren in de periode november 2022 tot en met maart 2023 heeft gewerkt voor [B.V. 2] en dat die uren juist zijn verwerkt in de urenstaten. Ook dit is een bevestiging vanuit [B.V. 2] dat [de ZZP-er] de ritten heeft gereden. </para>
        <para>Er wordt door de directeur bovendien een verband gelegd met de urenstaten. De kantonrechter overweegt dat dit verband ondersteunt dat de urenstaten de werkelijk gemaakte uren weergeven en niet slechts een planning bevatten. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <parablock>
        <para>Weliswaar heeft [naam 2] tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat hij de heer [naam 5] , voormalig directeur van [B.V. 2] , heeft gevraagd of er sprake kan zijn van een discrepantie, maar een (schriftelijke) verklaring van de heer [naam 5] ontbreekt. Hij zou bovendien hebben verwezen naar de (twee) nieuwe directeuren om het te regelen. </para>
        <para>De kantonrechter overweegt dat de nieuwe directeur ( [naam 3] ) juist ten gunste van [de ZZP-er] een schriftelijke verklaring heeft afgelegd. De vraag is dus of, en in hoeverre een eventuele verklaring van de heer [B.V. 2] gewicht in de schaal kan leggen tegenover die verklaring van de nieuwe directeur van [B.V. 2] . </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10.</nr>
      <para>Kortom, voorlopig oordeelt de kantonrechter dat ook de verklaring van 10 september 2023 onderbouwt dat [de ZZP-er] de door hem gefactureerde ritten heeft uitgevoerd.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Tijdlijn Google Maps </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.11.</nr>
      <para>In aanvulling op de urenstaten en de verklaring van de directeur van [B.V. 2] heeft [de ZZP-er] screenshots van tijdlijnen (“Timeline”) van Google Maps overgelegd (bijlage 2 bij de conclusie van antwoord in reconventie). [de ZZP-er] heeft tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat hij zijn locatie altijd ingeschakeld (“aan”) heeft op zijn smartphone. De tijdlijnen tonen dus op welke locaties hij op een bepaalde datum en tijd was, in dit geval op de betreffende lijndiensten van [organisatie] . De tijdlijnen zijn niet achteraf door hem gereconstrueerd, aldus [de ZZP-er] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.12.</nr>
      <para>
        [naam 2] heeft hiertegen tijdens de mondelinge behandeling enkel aangevoerd dat het “maar Google is”. Zonder nadere motivering die ontbreekt is dat naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter onvoldoende om de tijdlijnen volledig buiten beschouwing te laten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.13.</nr>
      <para>Kortom, de kantonrechter oordeelt voorlopig dat de screenshots, in samenhang bezien met de urenstaten en met de verklaring van de directeur van [B.V. 2] , de uitvoering van de ritten door [de ZZP-er] onderbouwen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Persoonlijk chauffeursnummer versus algemeen inlognummer </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.14.</nr>
      <para>In de kern, zo begrijpt de kantonrechter, heeft [de B.V.] aangevoerd dat er maar één bewijsmiddel bestaat om aan te tonen dat een chauffeur een bepaalde rit heeft gereden, namelijk de registratie van diens persoonlijke chauffeursnummer tijdens de betreffende rit. Als het chauffeursnummer [nummer 2] van [de ZZP-er] niet is geregistreerd bij de ritten, kan [de ZZP-er] hieraan niet gekoppeld worden, aldus [de B.V.] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.15.</nr>
      <para>
        [de ZZP-er] heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat hij vaker niet dan wel zijn persoonlijke nummer heeft gebruikt tijdens de lijndiensten van [organisatie] . Hier waren namelijk aanvankelijk (inlog)problemen mee, zodat hem het algemene inlognummer [nummer 1] is verstrekt. Hij gebruikte dat nummer daarna 95 procent van de tijd. Volgens [de ZZP-er] heeft dat nooit problemen gegeven. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.16.</nr>
      <parablock>
        <para>De kantonrechter stelt voorop dat [de ZZP-er] met het gebruik van het algemene nummer het risico heeft genomen dat ritten niet aan hem gekoppeld kunnen worden. [de ZZP-er] wist dat hij een persoonlijke chauffeursnummer had en dat hij geacht werd dit te gebruiken. Het risico op onduidelijkheid is bovendien vergroot doordat [de ZZP-er] de facturatie van zijn ritten een aantal maanden op zijn beloop heeft gelaten. </para>
        <para>Dit laat echter naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter onverlet dat, zoals hiervoor uiteengezet, voorshands voldoende vast is komen te staan dat er wel degelijk (drie) facturen aan [de ZZP-er] zijn betaald ook al waren de betreffende ritten onder het algemene nummer [nummer 1] geregistreerd. [naam 2] heeft tijdens de mondelinge behandeling aanvankelijk verklaard dat het persoonlijke chauffeursnummer heilig is en dat er nooit enige betaling aan [de ZZP-er] gedaan zou zijn als [de B.V.] niet zijn nummer [nummer 2] had gezien. Later verklaarde [naam 2] dat uiteindelijk drie van de zestien facturen van 17 april 2023 aan [de ZZP-er] betaald zijn. De betreffende ritten, die waren gereden en geregistreerd onder het algemene inlognummer [nummer 1] , konden namelijk niet aan een andere chauffeur worden gekoppeld. [de B.V.] kon daarom vaststellen dat [de ZZP-er] de waarheid sprak, aldus [naam 2] . </para>
        <para>De kantonrechter leidt uit deze verklaringen van [naam 2] af dat het dus niet volledig uitgesloten is dat ritten worden gekoppeld en uitbetaald, ook al zijn ze niet op het persoonlijke nummer van een chauffeur geregistreerd. Dit betekent dat de kantonrechter er voorshands van uitgaat dat het persoonlijke nummer, anders dan [de B.V.] betoogt, niet het enige harde bewijsmiddel is voor een chauffeur. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.17.</nr>
      <para>
        [naam 2] heeft tijdens de mondelinge behandeling nog verklaard dat de ritten door andere chauffeurs, waaronder [naam 6] , zijn gereden. De kantonrechter overweegt dat dit echter vooralsnog in het geheel niet is onderbouwd. Overzichten, registraties, facturen, betaalbewijzen en/of verklaringen ontbreken. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Planning per e-mail </emphasis>
          <?linebreak?>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.18.</nr>
      <para>De uitdraaien van de planning die door [de ZZP-er] in het geding zijn gebracht (bijlage 1 bij de conclusie van antwoord in reconventie) acht de kantonrechter tot slot niet van (doorslaggevend) belang. Die planning wordt immers naar de aard daarvan voorafgaand aan de uitvoering verstuurd. Hieruit kan weliswaar worden afgeleid dat [de ZZP-er] zou zijn benaderd, maar niet dat de ritten daadwerkelijk doorgang hebben gevonden en zo ja, door wie de bus dan feitelijk werd bestuurd. Bovendien heeft [naam 2] tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat niet [B.V. 2] , maar hij als chauffeurs verantwoordelijke van [de B.V.] de planning verzorgde. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Conclusie </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.19.</nr>
      <para>Dit alles maakt dat de kantonrechter de stellingen van [de ZZP-er] voorshands bewezen acht. [de B.V.] zal door de kantonrechter worden toegelaten tot het leveren van tegenbewijs. Dit betekent dat [de B.V.] in de gelegenheid wordt gesteld de stelling van [de ZZP-er] dat hij de ritten heeft uitgevoerd, te ontzenuwen. Het is aan [de B.V.] om te bepalen hoe, met welke bewijsmiddelen, zij tegenbewijs wil leveren. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Vooruitblik </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.20.</nr>
      <parablock>
        <para>Indien [de B.V.] niet slaagt in het tegenbewijs, dan zal de door [de ZZP-er] gevorderde betaling van de openstaande facturen in beginsel worden toegewezen.</para>
        <para>Dat de facturen niet, zoals door partijen overeengekomen was, wekelijks door [de ZZP-er] in rekening zijn gebracht, staat niet aan toewijzing in de weg. [naam 2] heeft tijdens de mondelinge behandeling in dit verband ook verklaard dat [de ZZP-er] direct betaald moet krijgen als blijkt dat hij de chauffeur was. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.21.</nr>
      <para>Ook indien [de B.V.] niet slaagt in het tegenbewijs, zal de door [de ZZP-er] gevorderde vergoeding van de kosten voor de faillissementsprocedure niet worden toegewezen. Zoals ter zitting ook al aan partijen is voorgehouden, is hiervoor namelijk geen deugdelijke grondslag gesteld of gebleken. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">in reconventie: </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.22.</nr>
      <para>
        [de B.V.] vordert in reconventie opheffing van het conservatoir beslag. De kantonrechter overweegt dat in artikel 705 lid 2 Rv is bepaald wanneer opheffing kan worden uitgesproken, namelijk:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>bij verzuim van op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen, </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>indien summierlijk van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht of van het onnodige van het beslag blijkt, of, </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>zo het beslag is gelegd voor een geldvordering, indien voor deze vordering voldoende zekerheid wordt gesteld. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.23.</nr>
      <para>Niet gesteld of gebleken is dat een van deze gronden zich nu voordoet. De kantonrechter overweegt, zoals ook al tijdens de mondelinge behandeling aan [de B.V.] (en [de ZZP-er] ) is voorgehouden, dat de beoordeling in reconventie in dit geval samenhangt met de beoordeling in conventie, in die zin dat: als blijkt dat de vordering van [de ZZP-er] moet worden afgewezen, het beslag moet worden opgeheven, en andersom: als blijkt dat de vordering van [de ZZP-er] wordt toegewezen, ervan uitgegaan kan worden dat het beslag ten laste van [de B.V.] terecht is gelegd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.24.</nr>
      <para>Kortom, de kantonrechter ziet vooralsnog geen reden tot opheffing. Hierbij heeft de kantonrechter in aanmerking genomen dat de hoofdzaak tijdig is ingesteld door betekening van de dagvaarding op 22 februari 2024, namelijk binnen veertien dagen nadat op 9 februari 2024 verlof werd verleend. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">in conventie en in reconventie: </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.25.</nr>
      <para>Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">in conventie: </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>laat [de B.V.] toe om tegenbewijs te leveren van de voorshands bewezen geachte stelling van [de ZZP-er] dat [de ZZP-er] de ritten in de periode van 21 november 2022 tot en met 25 maart 2023 voor [B.V. 2] / [organisatie] heeft uitgevoerd; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van <emphasis role="bold underline">woensdag 4 september 2024</emphasis> voor uitlating door [de B.V.] of zij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>bepaalt dat, als [de B.V.] geen bewijs door het horen van getuigen wil leveren maar wel <emphasis role="bold">bewijsstukken</emphasis> wil overleggen, zij die stukken dan <emphasis role="underline">direct</emphasis> in het geding moet brengen,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>bepaalt dat, als [de B.V.] <emphasis role="bold">getuigen</emphasis> wil laten horen, zij de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun gemachtigden in de maanden <emphasis role="bold">oktober 2024</emphasis> tot en met <emphasis role="bold">maart 2025</emphasis> dan <emphasis role="underline">direct</emphasis> moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>bepaalt dat het getuigenverhoor zal plaatsvinden op de zitting van mr. G.F.A.M. de Graauw, in het gerechtsgebouw te Breda, Stationslaan 10,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>bepaalt dat <emphasis role="bold">alle partijen</emphasis> uiterlijk <emphasis role="underline">twee weken</emphasis> voor het eerste getuigenverhoor <emphasis role="bold">alle beschikbare bewijsstukken</emphasis> aan de kantonrechter en de wederpartij moeten toesturen,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.7.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan,</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">in reconventie: </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.8.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. De Graauw, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 7 augustus 2024.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>