<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2024:516</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-14T14:41:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-01-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-01-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB- 24_415 VV</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursprocesrecht">Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:516">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:516</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-14T14:36:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:516 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 25-01-2024 / AWB- 24_415 VV</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2024:516:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Niet-Ontvankelijk</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2024:516:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: BRE 24/415 Opiumw VV</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 25 januari 2024 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam verzoeker], uit [woonplaats verzoeker], verzoeker,</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. T. Roggenkamp),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">De burgemeester van de gemeente Roosendaal, burgemeester, </bridgehead>
    <para>(gemachtigde: [naam gemachtigde 1]).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [naam woningbouwstichting] uit [vestigingsplaats woningbouwstichting], verhuurster.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para>1.	Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 4 januari 2024 (bestreden besluit) van de burgemeester. In het bestreden besluit sluit de burgemeester de woning van verzoeker aan [adres verzoeker] te [woonplaats verzoeker], met ingang van 11 januari 2024 om 10:00 uur, voor een periode van drie maanden. De burgemeester heeft hiertoe besloten op grond van artikel 13b, eerste lid, sub a van de Opiumwet. Er zijn in de woning middelen als bedoeld in lijst I en II van de Opiumwet voor verkoop, aflevering of verstrekking aangetroffen. </para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Verzoeker heeft daarnaast de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen die inhoudt dat de sluiting van de woning wordt opgeschort. De burgemeester heeft naar aanleiding van het ingediende verzoekschrift het bestreden besluit opgeschort tot twee dagen na de uitspraak van de voorzieningenrechter. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Het verzoekschrift is ter zitting behandeld in Breda op 25 januari 2024. Verzoeker is niet verschenen, maar werd vertegenwoordigd door [naam gemachtigde 2] als waarnemend gemachtigde. De burgemeester heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde en [naam betrokkene]. Verhuurster heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam vertegenwoordiger].</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para>2.	Voor de behandeling van het verzoekschrift heft de rechtbank griffierecht. Dat griffierecht dient verzoeker te betalen<footnote-ref linkend="_c2ee9f62-e19b-466d-9bb0-f12d733bce99" />. Verzoeker is meerdere malen gewezen op deze verplichting. Verzoeker heeft voorafgaand aan de zitting nog verzocht om vrijgesteld te worden van de plicht om het griffierecht te betalen. De voorzieningenrechter heeft dat verzoek afgewezen, omdat verzoeker de hiervoor noodzakelijke bewijsstukken niet heeft overlegd en de voorzieningenrechter de verzochte vrijstelling van het te betalen griffierecht dus niet inhoudelijk kon beoordelen. Verzoeker is er ook op gewezen dat het verzoekschrift niet-ontvankelijk zal worden verklaard als verzoeker het griffierecht niet betaalt, tenzij redelijkerwijs niet geoordeeld kan worden dat verzoeker in verzuim is geweest<footnote-ref linkend="_142c09c5-129a-488e-ba69-9e7c9c89708e" />.</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Verzoeker heeft het griffierecht niet betaald. Aan het begin van de mondelinge behandeling heeft de voorzieningenrechter dit aan de gemachtigde van verzoeker voorgehouden. Verzoeker heeft geen omstandigheden aangevoerd die het niet betalen van het griffierecht verschoonbaar maken en deze zijn de voorzieningenrechter evenmin gebleken. De voorzieningenrechter heeft besloten het verzoekschrift daarom niet te behandelen en heeft het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening mondeling niet-ontvankelijk verklaard. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.J.E. Loontjens, griffier, op 25 januari 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier	                   voorzieningenrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.</para>
  </section>
  <footnote id="_c2ee9f62-e19b-466d-9bb0-f12d733bce99" label="1">
    <para> Artikel 8:41, eerste lid, van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_142c09c5-129a-488e-ba69-9e7c9c89708e" label="2">
    <para> Artikel 8:41, zesde lid, van de Awb. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>