<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2024:4885</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-31T11:50:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-05-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10813548 CV EXPL 23-4851</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Tilburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:4885">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:4885</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-25T10:51:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:4885 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 29-05-2024 / 10813548 CV EXPL 23-4851</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2024:4885:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Na afspraken op zitting voorwaardelijke ontbinding huurovereenkomst en ontruiming gehuurde wegens huurachterstand.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2024:4885:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Tilburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 10813548 \ CV EXPL  23-4851</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 29 mei 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [plaats] ,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [eiser] ,</para>
      <para>gemachtigde: mr. J.J.H. Siebelt,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] , H.O.D.N. [handelsnaam]</emphasis>, </para>
      <para>te [plaats] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde] </para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure </title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het tussenvonnis van 17 januari 2024 met de daarin genoemde stukken,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de brief van 29 maart 2024 aan de zijde van [eiser] , met twee producties,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling op 10 april 2024 (hierna: de zitting) en de op die mondelinge behandeling overgelegde pleitaantekeningen aan de zijde van [eiser] .</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Tijdens de zitting hebben partijen afspraken gemaakt. [eiser] heeft zijn vorderingen tot betaling van de huurachterstand, contractuele boete, buitengerechtelijke incassokosten en rente beperkt, in die zin dat voor deze vorderingen [gedaagde] een totaalbedrag van € 10.000,00 is verschuldigd en dat dit bedrag in twee termijnen betaald zal worden. Een bedrag van € 4.000,00 uiterlijk op 30 april 2024 en een bedrag van € 6.000,00 uiterlijk op 10 juli 2024. [gedaagde] heeft ter zitting hiermee ingestemd. Ook is de afspraak gemaakt dat de proceskosten van partijen voor eigen rekening komen en dat de maandelijkse huur voortaan door [gedaagde] tijdig betaald zal worden. Daarnaast wijzigt [eiser] zijn vordering in die zin dat hij nu nog verzoekt de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde, en de daarmee samenhangende – gewijzigde – nevenvorderingen, voorwaardelijk uit te spreken, onder de voorwaarden zoals besproken tijdens de zitting. [gedaagde] verzet zich niet tegen toewijzing van de gewijzigde vordering. Gehoord de standpunten van partijen, overweegt de kantonrechter dat deze vorderingen, zoals op de zitting gewijzigd, toewijsbaar zijn.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De afspraken luiden als volgt. Partijen verklaren het eens te zijn geworden over een ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de bedrijfsruimte indien en zodra [gedaagde] in strijd met de hierna te noemen voorwaarden handelt:</para>
      <para>a. [gedaagde] betaalt een bedrag van € 10.000,00 aan huurachterstand (tot en met 18 maart 2024), contractuele boete, buitengerechtelijke incassokosten en rente, waarvan</para>
      <parablock>
        <para>- uiterlijk 30 april 2024 een bedrag van € 4.000,00,</para>
        <para>- uiterlijk 10 juli 2024 een bedrag van € 6.000,00,</para>
      </parablock>
      <para>
        [gedaagde] komt zijn betalingsverplichting met betrekking tot de maandhuur stipt na, dat wil zeggen dat huurbetalingen telkens vóór de eerste kalenderdag van de betreffende maand moeten zijn betaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Daarbij geldt dat, als [gedaagde] in strijd handelt met één van de bovenstaande voorwaarden tot ontbinding van de huurovereenkomst, aan [gedaagde] een termijn van veertien dagen na betekening van dit vonnis wordt geboden om het gehuurde te ontruimen. Verder gaat de kantonrechter ervan uit dat [eiser] niet langer dan gedurende een periode van twee jaar gebruik zal maken van deze voorwaardelijke ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Daarnaast zijn partijen ter zitting overeengekomen dat iedere partij de eigen kosten zal te dragen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing </title>
    <para>De kantonrechter</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">indien en zodra [gedaagde] handelt in strijd met één of meerdere van de onder rechtsoverweging 2.2 opgenomen voorwaarden</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om binnen twee weken na betekening van dit vonnis de gehuurde bedrijfsruimte aan de [adres] te [plaats] met al het zijne volledig ontruimd en bezemschoon op te leveren en te verlaten, en indien [gedaagde] het gehuurde niet binnen twee weken na betekening van dit vonnis heeft verlaten [eiser] gerechtigd is om de ontruiming te bewerkstelligen middels een deurwaarder, </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling van € 10.000,00,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de huurpenningen ad € 1.371,60 per maand over de maanden vanaf 1 april 2024 tot aan de ontbinding van de huurovereenkomst,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>bepaalt dat de proceskosten worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten dient te dragen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Dijkman en in het openbaar uitgesproken op 29 mei 2024. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>