<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2024:4773</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T07:07:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-07-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">BRE 23/3852</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>V-N Vandaag 2024/1585</rdf:li>
          <rdf:li>Sdu Nieuws Belastingzaken 2024/851</rdf:li>
          <rdf:li>NLF 2024/1724</rdf:li>
          <rdf:li>Viditax (FutD) 2024072201</rdf:li>
          <rdf:li>FutD 2024-1660</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:4773">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:4773</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-31T08:59:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:4773 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 11-07-2024 / BRE 23/3852</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2024:4773:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De correctie van goodwill bij belanghebbende is tevens nagevorderd bij twee groepsvennootschappen. Nu de navorderingsaanslagen aan deze groepsvennootschappen terecht zijn opgelegd, dient de dubbele heffing te worden geëlimineerd door de aanslag van belanghebbende te verminderen. Het beroep is daarom gegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2024:4773:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Breda</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Belastingrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: BRE 23/3852 </para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>uitspraak van de meervoudige kamer van 11 juli 2024 in de zaak tussen</title>
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">
          [belanghebbende]
        </emphasis>, uit [plaats] , belanghebbende (ook te noemen: [belanghebbende] )</para>
      <para>(gemachtigde: mr. D. Liem),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.</title>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 16 juni 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De inspecteur heeft aan belanghebbende voor het jaar 2017 een aanslag vennootschapsbelasting (Vpb) opgelegd naar een belastbaar bedrag van € 2.104.161 (de aanslag).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Gelijktijdig met de vaststelling van de aanslag heeft de inspecteur € 105.013 belastingrente in rekening gebracht (de belastingrentebeschikking).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De inspecteur heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>De inspecteur heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>Partijen hebben nadere stukken ingediend. Deze zijn in afschrift verzonden aan de wederpartij. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft het beroep op 30 mei 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van belanghebbende, mr. D. Kamerbeek en mr. F. van Agt en namens de inspecteur, drs. [inspecteur 1] , mr. [inspecteur 2] en drs. [inspecteur 3] . </para>
        <para>Het beroep van belanghebbende is gelijktijdig behandeld met de beroepen van [B.V. 1] ( [B.V. 1] ), [B.V. 2] ( [B.V. 2] ), [B.V. 3] ( [B.V. 3] ) en [B.V. 4] ( [B.V. 4] ).  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>2. De rechtbank beoordeelt of de aanslag en de belastingrentebeschikking tot te hoge bedragen zijn vastgesteld. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van belanghebbende.</para>
    <para />
    <para>3. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de aanslag en de belastingrentebeschikking tot te hoge bedragen vastgesteld en dienen daarom verminderd te worden. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>4. Belanghebbende maakte deel uit de [groep] . De activiteiten van de [groep] bestaan uit dienstverlening op het gebied van SAP-software.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De structuur van de [groep] , voor zover hier van belang, zag er eind 2015 er als volgt uit.</para>
      <para />
      <mediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="eaf5f67c-00d4-4a2d-94c2-3b87f2e82141" depth="124" width="629" format="image/png" />
        </imageobject>
      </mediaobject>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>In 2016 zijn de activiteiten van [B.V. 3] en [B.V. 4] ondergebracht in belanghebbende waarna [B.V. 3] en [B.V. 4] zijn geliquideerd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Op 27 maart 2017 heeft [groep] 49% van de aandelen in belanghebbende en [B.V. 2] gekocht. De koopprijs van de aandelen is berekend aan de hand van de formule omzet 2015 vermenigvuldigd met een factor 1,1 plus het zichtbaar eigen vermogen ‘hoog’. Tevens is rekening gehouden met een correctie van € 90.000. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Op 13 september 2017 hebben [B.V. 3] en [B.V. 4] aangifte Vpb gedaan over het jaar 2016. In de aangiften is een belastbare winst aangegeven van nihil. De aanslagen zijn geautomatiseerd en overeenkomstig de aangiften opgelegd met dagtekening 14 oktober 2017.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>In oktober 2017 zijn [B.V. 1] , [B.V. 2] en belanghebbende geliquideerd. Het personeel van de voornoemde vennootschappen is na de liquidatie overgenomen door [groep]</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Op 14 juni 2018 heeft de voormalige adviseur, [bedrijf] (de voormalige adviseur), de inspecteur benaderd met betrekking tot het door [groep] te claimen liquidatieverlies in 2017. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <parablock>
        <para>Naar aanleiding van de door de voormalige adviseur verstrekte informatie is de inspecteur, bij het opleggen van de aanslag Vpb 2017 aan belanghebbende, afgeweken van de aangifte. Ten aanzien van de correctie heeft de inspecteur, in zijn brief van 2 juli 2021, de voormalige adviseur als volgt geïnformeerd:  </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Op 27 maart 2017 zijn 49% van de aandelen in belanghebbende verkocht aan [groep] . Koopsom bedroeg in totaal € 778.125. Nadien bezat [groep] alle aandelen in belanghebbende. Uitgaande dat 49% een waarde vertegenwoordigt van € 778.125 leid ik af dat 100% van deze aandelen toen een waarde hadden van € 1.588.010.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het zichtbaar eigen vermogen van belastingplichtige ultimo 2016 bedroeg ingevolgde de ingediende aangifte 2016 € 100,--.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Op 26 oktober 2017 is de vennootschap opgehouden te bestaan. Het zichtbaar eigen vermogen per deze datum bedroeg volgens de ingediende aangifte vennootschapsbelasting 2017, € 29.891.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Uit het verschil tussen het zichtbaar eigen vermogen (€ 100,-- respectievelijk € 29.891) en de aandelenwaarde van € 1.588.010 volgt dat belastingplichtige kennelijk vermogensbestanddelen bezat (bijvoorbeeld goodwill) met aanzienlijke stille reserves. Bij liquidatie zijn deze bestanddelen/rechten overgegaan op [groep] hetgeen leidt tot een eindafrekening voor de heffing van vennootschapsbelasting. In de aangifte vennootschapsbelasting 2017 is deze eindheffing niet verantwoord.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Gelet op de korte tijd tussen de datum van aandelenoverdracht (27 maart 2017) en opheffing vennootschap (26 oktober 2017) mag ik er vanuit gaan dat deze meerwaarde ten tijde van liquidatie nog volledig aanwezig was. Indien een vennootschap in zo'n kort tijdsbestek in waarde zou zijn gedaald, zou ik een discussie verwachten tussen [groep] en de verkopers van de aandelen.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Correctie</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Uitgaande van een 100% aandelenwaarde van € 1.588.010 herleidde ik de meerwaarde van de activa/passiva. Ik bereken deze meerwaarde op € 2.066.923.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Mijn berekening is als bijlage bij deze brief gevoegd. Dit leidt tot de volgende</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">correctie bij aanslagregeling:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Aangegeven belastbare winst	€ 37.238</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Correctie			€ 2.066.923</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Gecorrigeerde belastbare winst 	€ 2.104.161</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het belastbaar bedrag zal hieraan gelijk zijn.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik onderken twee elementen die onderwerp van gesprek/overleg kunnen zijn:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">1) het tarief waartegen de (latente) vennootschapsbelastingschuld is gecrediteerd;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">2) Jaar van navordering / mogelijke navordering bij andere vennootschappen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Ad 1.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vanwege het korte tijdspad tussen de aandelenoverdracht en de liquidatie, heb ik de latente vennootschapsbelastingschuld gesteld op de acute/werkelijke vennootschapsbelastingschuld die zal volgen nadat ik de aanslag heb opgelegd. Mogelijk dat hier nog een beperkte aanpassing op moet plaatsvinden vanwege het contant maken van deze bedragen. Ik verzoek u gemotiveerd een aanzet hiertoe te leveren indien u van mening bent dat een aanpassing nodig is.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Ad 2.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Belastingplichtige heeft activiteiten verkregen van:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">• [B.V. 4] per 1/1/2016; en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">• [B.V. 3] per 1/1/2016.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Uw kantoor verzorgde eveneens de slotaangiften vennootschapsbelasting van deze twee vennootschappen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Mogelijk dat een gedeelte van de door mij gesignaleerde eindafrekening bij deze twee vennootschappen plaats moet vinden in 2016. Indien en voor zover ik overeenstemming kan bereiken over het opleggen van navorderingsaanslagen vennootschapsbelasting 2016 bij deze rechtsvoorgangers, ben ik bereid om mijn correctie 2017 bij belastingplichtige te zijner tijd (ambtshalve)te verminderen.</emphasis>”</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij brief van 25 maart 2022 heeft de inspecteur aangekondigd dat hij aan [B.V. 3] en [B.V. 4] een navorderingsaanslag op zal leggen over het jaar 2016. Voor zover thans van belang, staat in deze brief het volgende:</para>
        <para>“<emphasis role="italic">Bij de aandelentransacties in 2017 diende binnen het [B.V. 1] het jaar 2015 (omzet en zichtbaar eigen vermogen) als basisjaar voor de prijsbepaling. Dit omdat eigenlijk de aandelentransacties gepland stonden voor 2016. Door uitkoop van een aandeelhouder op topniveau ontstond er vertraging en vonden de aandelentransacties pas in 2017 plaats.</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Voor de verdeling van de eindafrekening hanteer ik daarom ook de omzetten 2015 van [B.V. 4] en [B.V. 3] als verdeelsleutel. Ik kom daarbij op de volgende bedragen:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Omzet [B.V. 4] (2015)		€ 280.498 	  32,97%</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Omzet [B.V. 3] (2015)		€ 570.372 	  67,03%</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Omzet [B.V. 4] + [B.V. 3]		€ 850.870 	100,00%</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Correctie [B.V. 4] (32,97%)		€ 681.382 	  32,97%</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Correctie [B.V. 3] (67,03%)	€ 1.385.540 	  67,03%</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Correctie 100%			€ 2.066.923 	100,00%</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Dit leidt tot de volgende navorderingen:</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">
            [B.V. 3]
          </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Aangegeven belastbare winst 2016		€ 	-</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Bij: correctie eindafrekening 		€ 1.385.540</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Gecorrigeerde belastbare winst 2016 	€ 1.385.540</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Belastbaar bedrag 2016 na correctie: 	€ 1.385.540</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      [B.V. 4]
    </title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Aangegeven belastbare winst 2016		€	-</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Bij: correctie eindafrekening 		€ 681.382</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Gecorrigeerde belastbare winst 2016 	€ 681.382</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Belastbaar bedrag 2016 na correctie: 	€ 681.382</emphasis>”</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Motivering</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Hoogte aanslag</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>5. De correctie van € 2.066.923 is ook nagevorderd bij [B.V. 3] en [B.V. 4] . Niet in geschil is dat, indien de navorderingsaanslagen bij [B.V. 3] en [B.V. 4] in stand blijven, sprake is van een dubbele heffing. De inspecteur heeft aan de rechtbank gevraagd om, indien de navorderingsaanslagen van [B.V. 3] en [B.V. 4] in stand blijven, de dubbele heffing bij belanghebbende te elimineren. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>De rechtbank heeft heden uitspraak gedaan in de beroepen van [B.V. 3] en [B.V. 4] met betrekking tot de navorderingsaanslagen<footnote-ref linkend="_32e83767-978e-42b4-bb93-ce2db5b63d89" /> en geoordeeld dat deze navorderingsaanslagen terecht zijn opgelegd. Alsdan is niet in geschil dat de belastbare winst en het belastbaar bedrag voor het jaar 2017 van belanghebbende verminderd dienen te worden met € 2.066.923 naar € 37.238. De rechtbank acht dit standpunt van partijen juist en zal dienovereenkomstig oordelen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Belastingrente</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>Belanghebbende heeft gesteld dat de inspecteur reeds in 2019 tot de conclusie is gekomen dat hij de niet in de aangifte opgenomen goodwill wilde corrigeren. Desondanks is de aanslag pas later opgelegd met als gevolg dat de belastingrente onnodig is opgelopen. Belanghebbende heeft in dat kader een beroep gedaan op het arrest van de Hoge Raad van 1 oktober 2010<footnote-ref linkend="_1d42aead-2b22-4277-bf40-45aa85f1fe89" /> en gesteld dat de belastingrente dient te worden verminderd omdat de inspecteur in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel heeft gehandeld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>De inspecteur heeft betwist dat het zorgvuldigheidsbeginsel is geschonden. Ter zitting heeft de inspecteur toegelicht dat de voormalige adviseur van belanghebbende aanvullende informatie wilde overleggen en fysiek een gesprek wilde aangaan met de inspecteur om de zaak toe te lichten. Om aan de wens van de voormalige adviseur tegemoet te komen, kon de inspecteur niet eerder een navorderingsaanslag opleggen omdat dan mogelijk sprake zou zijn van handelen ‘tegen beter weten in’.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>Gelet op de toelichting ter zitting van de inspecteur, is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van schending van het zorgvuldigheidsbeginsel. Nu de met de belastingrentebeschikking samenhangende aanslag zal worden verminderd, zal de rechtbank de belastingrente dienovereenkomstig verminderen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>6. Het beroep is gegrond. De rechtbank vernietigt daarom de uitspraak op bezwaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>Omdat het beroep gegrond is moet de inspecteur het griffierecht aan belanghebbende vergoeden en krijgt belanghebbende ook een vergoeding van haar proceskosten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>Belanghebbende heeft verzocht om vergoeding van de werkelijke proceskosten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>Voor toekenning van een (proces)kostenvergoeding in afwijking van de forfaitaire bedragen van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) is slechts grond indien sprake is van ‘bijzondere omstandigheden’.<footnote-ref linkend="_0da642f0-50c7-4447-bfb3-93627866e713" /> Het in vergaande mate onzorgvuldig handelen van de inspecteur kan een bijzondere omstandigheid vormen zoals bedoeld in artikel 2, lid 3, Bpb.<footnote-ref linkend="_e5df621b-c979-4105-a356-c862c28a3c46" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.4.</nr>
      <para>De rechtbank ziet geen redenen die afwijking van de forfaitaire proceskostenvergoeding rechtvaardigen. Dit oordeel behoeft geen nadere motivering.<footnote-ref linkend="_3a76372f-f75d-4a4a-bec4-90c24b3285f4" />De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt belanghebbende een vast bedrag per proceshandeling. In bezwaar heeft elke proceshandeling een waarde van € 310 en in beroep van € 875. De vergoeding bedraagt € 2.370, omdat de gemachtigde van belanghebbende een bezwaarschrift heeft ingediend, deel heeft genomen aan het hoorgesprek, een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het beroep gegrond; </para>
    <para>- vernietigt de uitspraak op bezwaar;</para>
    <para>- vermindert de aanslag tot een aanslag berekend naar een belastbaar bedrag van € 37.238 en wijzigt de belastingrentebeschikking in overeenstemming daarmee;</para>
    <para>- bepaalt dat de inspecteur het griffierecht van € 365 aan belanghebbende moet vergoeden;</para>
    <para>- veroordeelt de inspecteur tot betaling van € 2.370 aan proceskosten aan belanghebbende.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. M.M. de Werd, voorzitter, mr. S.A.J. Bastiaansen en mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, leden, in aanwezigheid van mr. A.S. Wiskerke-Hovanesian, griffier, op 11 juli 2024. De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>voorzitter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan deze uitspraak hoeft pas uitvoering te worden gegeven als de uitspraak onherroepelijk is geworden. De uitspraak is onherroepelijk als niet binnen zes weken na verzending van de uitspraak een rechtsmiddel is aangewend of onherroepelijk op het aangewende rechtsmiddel is beslist.<footnote-ref linkend="_18e73b80-3d24-41bc-a0b0-48cb4a85197d" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_32e83767-978e-42b4-bb93-ce2db5b63d89" label="1">
    <para> ECLI:NL:RBZWB:2024:4725 en ECLI:NL:RBZWB:2024:4726.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1d42aead-2b22-4277-bf40-45aa85f1fe89" label="2">
    <para> ECLI:NL:HR:2010:BN8729, r.o. 3.3. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_0da642f0-50c7-4447-bfb3-93627866e713" label="3">
    <para>Artikel 2, lid 3, Bpb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e5df621b-c979-4105-a356-c862c28a3c46" label="4">
    <para>Hoge Raad 4 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP2975, r.o. 3.5.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3a76372f-f75d-4a4a-bec4-90c24b3285f4" label="5">
    <para>Hoge Raad 30 augustus 1996, ECLI:NL:HR:1996:AA2060; Hoge Raad 4 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP2995 en Hoge Raad 5 januari 2018, ECLI:NL:HR:2018:4.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_18e73b80-3d24-41bc-a0b0-48cb4a85197d" label="6">
    <para> Artikel 27h, derde lid en artikel 28, zevende lid AWR.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>