<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2024:4707</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-10T07:27:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-07-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11166469 OV VERZ 24-3162 (E)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JERF Actueel 2024/318</rdf:li>
          <rdf:li>VEAN-ERF-Updates.nl 2024-0378</rdf:li>
          <rdf:li>ERF-Updates.nl 2024-0378</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:4707">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:4707</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-12T11:51:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:4707 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 04-07-2024 / 11166469 OV VERZ 24-3162 (E)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2024:4707:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Opheffing vereffening wegens geringe waarde van de baten. Artikel 4:209 BW.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2024:4707:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para>Cluster I Civiele kantonzaken</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaak/rolnr.: 11166469 OV VERZ 24-3162</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beschikking d.d. 4 juli 2024 op een verzoek tot opheffing ex artikel 4:209 BW </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>ingediend door:</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>
      [verzoeker 1], </title>
    <para>2. <emphasis role="bold">[verzoeker 2]</emphasis>,</para>
    <para>3. <emphasis role="bold">[verzoeker 3]</emphasis>,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de nalatenschap van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [erflater]
        </emphasis>
      </para>
      <para>laatstelijk gewoond hebbend te [woonplaats],</para>
      <para>overleden te [woonplaats] op [datum] 2022,</para>
      <para>nader te noemen erflater.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoekschrift is ingediend door tussenkomst van mevrouw [naam], werkzaam ten kantore van [notariskantoor] te [plaats].</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>1</nr>Het verzoek en de beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Ter griffie werd op 13 maart 2024 een verzoekschrift ontvangen. Verzoekers, erfgenamen van erflater, zijn gezamenlijk vereffenaar van de beneficiair aanvaarde nalatenschap van erflater en verzoeken op grond van het bepaalde in artikel 4:209 BW opheffing van de vereffening, vanwege de geringe waarde van de baten van de nalatenschap. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Ter onderbouwing van het verzoek is een vermogensbeschrijving overgelegd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>De kantonrechter stelt voorop dat de vereffeningsprocedure tot doel heeft de belangen van schuldeisers van de nalatenschap te beschermen. Bij toewijzing van een verzoek tot opheffing van de vereffening dient daarom de nodige terughoudendheid te worden betracht. Een verzoek tot opheffing kan in beginsel enkel worden toegewezen indien de geringe waarde van de baten daartoe aanleiding geven. Uit de boedelbeschrijving is gebleken dat het saldo van de nalatenschap € 12.165,93 bedraagt. De vereffenaar stelt dat dit bedrag volledig opgaat aan de vereffeningskosten en preferente schulden. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de vereffenaar voldoende aannemelijk gemaakt dat niet-opheffing enkel leidt tot oplopende kosten en dat de overige schuldeisers niets zullen ontvangen. De kantonrechter ziet hierin dan ook aanleiding om de opheffing van de vereffening te bevelen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>De opheffing dient op dezelfde wijze bekend te worden gemaakt als de benoeming van de vereffenaar. Nu de erfgenamen de nalatenschap van erflaatster beneficiair hebben aanvaard en hun vereffenaarsschap noch in de Staatscourant noch in enig ander nieuwsblad is gepubliceerd, zal de kantonrechter de vereffenaar ontheffen van de wettelijke publicatieplicht. Volstaan kan worden met de inschrijving van de opheffing van de vereffening door de griffier in het boedelregister.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5</nr>
      <para>De (reeds gemaakte) vereffeningskosten, conform de opgave van vereffenaar, worden vastgesteld op € 10.475,58.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6</nr>
      <para>De griffier zal zorg dragen voor inschrijving van de opheffing van de vereffening in het boedelregister.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>2</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- beveelt de opheffing van de vereffening van de nalatenschap van erflaatster;</para>
    <para />
    <para>- stelt de reeds gemaakte vereffeningkosten vast op € 10.475,58;</para>
    <para />
    <para>- draagt de griffier op om de opheffing van de vereffening in te schrijven in het boedelregister.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. Van den Boom, kantonrechter, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 4 juli 2024, in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
      <para>
        <emphasis role="italic" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld:</para>
      <para>door de verzoek(st)er en door de in de procedure verschenen belanghebbenden: binnen drie maanden te rekenen van de dag van de uitspraak;</para>
      <para>door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beroepschrift moet door tussenkomst van een advocaat worden ingediend bij het gerechtshof te 'sHertogenbosch.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>