<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2024:4641</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-09T13:13:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-07-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02/324469-21</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:4641">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:4641</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-09T10:53:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:4641 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 09-07-2024 / 02/324469-21</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2024:4641:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in verband met overlijden verdachte na de zittingsdatum en voor de uitspraakdatum. Artikel 69 Wetboek van Strafrecht.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2024:4641:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer: 02/324469-21  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer van 9 juli 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1947 te [geboorteplaats]</para>
      <para>wonende te [woonadres]  </para>
      <para>raadsman mr. R.E. Drenth, advocaat te Breda</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 25 juni 2024, waarbij de officier van justitie, mr. A.L. Beugeling-Gaillard, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. </para>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan:</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1</emphasis>: hulp bij zelfdoding van zeven personen door aan hen de voor de zelfdoding benodigde poeder [middel] te verstrekken terwijl die zelfdoding is gevolgd, in de periode van 6 november 2020 tot en met 2 november 2022; </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2</emphasis>: witwassen van ongeveer € 75.000, in de periode 16 januari 2020 tot en met 23 februari 2022;</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 3</emphasis>: het meermalen niet op de voorgeschreven wijze vervoeren van gevaarlijke stoffen, in de periode van 16 januari 2020 tot en met 23 februari 2022. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <para>De dagvaarding is geldig en de rechtbank is bevoegd.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft het onderzoek ter terechtzitting gesloten op 25 juni 2024. Na die datum  en voor de uitspraakdatum van 9 juli 2024, heeft de officier van justitie stukken gestuurd aan de rechtbank op grond waarvan de rechtbank vaststelt dat verdachte is overleden op 29 juni 2024. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 69 van het Wetboek van Strafrecht bepaalt dat het recht tot strafvervolging vervalt door de dood van de verdachte. Juridisch betekent dit dat de rechtbank de niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie moet uitspreken, en niet meer aan een inhoudelijk oordeel van de zaak kan toekomen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is zich er zeer van bewust dat de verdachte verdacht wordt van een feit dat voor alle betrokkenen emotioneel is, en dat een relatief nieuw fenomeen betreft waarover in de samenleving heel verschillend gedacht wordt, zoals alleen al is gebleken uit de slachtofferverklaringen. Daarmee raakt deze zaak ook aan een algemeen maatschappelijk belang.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze omstandigheden zouden tot de wens van sommige procespartijen en/of nabestaanden van slachtoffers kunnen leiden dat de rechtbank (delen van) het oordeel waartoe zij bij de beraadslagingen heeft besloten, publiek maakt. De rechtbank ziet daartoe echter geen mogelijkheid, omdat genoemd artikel 69 Wetboek van Strafrecht daartoe geen ruimte biedt. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De benadeelde partijen </title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vordering tot schadevergoeding [benadeelde 1]</emphasis>
      </para>
      <para>Mevrouw [benadeelde 1] , de moeder en tevens nabestaande van [naam 1] , vordert een schadevergoeding van € 24.258,36. Dit bedrag bestaat uit € 4.258,36 aan materiële schade en € 20.000,00 aan affectieschade. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aangezien verdachte is overleden, zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vordering tot schadevergoeding [benadeelde 2]</emphasis>
      </para>
      <para>De heer [benadeelde 2] , de zoon en tevens nabestaande van [naam 2] , vordert een schadevergoeding van € 16.167,00. Dit bedrag bestaat uit € 1.167,00 aan materiële schade en € 15.000,00 aan affectieschade. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aangezien verdachte is overleden, zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Het beslag</title>
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De teruggave aan de rechthebbende</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank zal de teruggave gelasten aan de erven van verdachte van de hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen computers.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De onttrekking aan het verkeer</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank zal de onttrekking aan het verkeer gelasten van de hierna in de beslissing genoemde voorwerpen, genoemd onder de nummers 1 en 7 tot en met 14 van de aangehechte beslaglijst, nu het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <para>- verklaart <emphasis role="bold">de officier van justitie niet ontvankelijk in de vervolging</emphasis> van verdachte;</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Benadeelde partij [benadeelde 1]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart de benadeelde partij [benadeelde 1] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;</para>
    <para />
    <para>- veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde 1] in de kosten van verdachte, tot nu toe begroot op nihil;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Benadeelde partij [benadeelde 2]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart de benadeelde partij [benadeelde 2] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;</para>
    <para />
    <para>- veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde 2] in de kosten van verdachte, tot nu toe begroot op nihil;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beslag</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- gelast de teruggave aan de erven van verdachte van de voorwerpen die op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst zijn genummerd met 3, 4, 5 en 6;</para>
    <para />
    <para>- verklaart onttrokken aan het verkeer de op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst genoemde inbeslaggenomen voorwerpen, genummerd met 1, 7 tot en met 14.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. C.H.W.M. Sterk, voorzitter, mr. M.M. Veldhuizen en </para>
      <para>mr. F.L. Donders, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.B.H. van Overveld, griffier, <?linebreak?>en is uitgesproken ter openbare zitting op 9 juli 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>