<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2024:4577</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-09T09:41:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-07-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10915780 CV EXPL 24-596</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Tilburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:4577">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:4577</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-08T15:41:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:4577 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 03-07-2024 / 10915780 CV EXPL 24-596</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2024:4577:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Tussenvonnis over een beroep op toekomstige termijnen vanwege (vroegtijdige) beëinding van overeenkomst bij ontbinding en ontruiming.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2024:4577:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Tilburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 10915780 CV EXPL 24-596</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 3 juli 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de besloten vennootschap Real Gen B.V.,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd en kantoorhoudende te Pijnacker,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>hierna te noemen: Real Gen,</para>
      <para>gemachtigde: Credifixx Incassoservices B.V. te Leiden,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] , h.o.d.n. [handelsnaam] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te ( [postcode 1] ) [plaats 1] , aan het [adres 1] en zaakdoende te </para>
      <para>( [postcode 2] ) [plaats 2] , aan het [adres 2] ,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde] ,</para>
      <para>gemachtigde: [gemachtigde] , vriend van gedaagde.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Hoe deze procedure is verlopen, blijkt uit het volgende:</para>
      <orderedlist numeration="loweralpha">
        <listitem>
          <para>het tussenvonnis van 21 februari 2024 met de daarin genoemde stukken;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>op 21 mei 2024 is de zaak op een zitting met de rechter besproken. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht.</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Real Gen vordert, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, de veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 4.256,21, te vermeerderen met de contractuele rente van 1% per maand over </para>
        <para>€ 3.193,22 vanaf de dag der dagvaarding, althans de wettelijke rente tot en met de dag der algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.</para>
        <para>De vordering is als volgt opgebouwd:</para>
      </parablock>
      <para>- hoofdsom: € 2.776,71;</para>
      <para>- buitengerechtelijke incassokosten: € 416,51;</para>
      <para>- rente tot en met 10 januari 2024: € 1.062,99.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Real Gen vordert betaling van vier maandelijkse termijnen die [gedaagde] volgens de tussen partijen gesloten overeenkomst verschuldigd is. Omdat [gedaagde] deze termijnen niet heeft betaald, heeft Real Gen [gedaagde] een factuur gestuurd voor een afkoopsom ter hoogte van 60% van de resterende termijnen wegens vroegtijdige beëindiging van de overeenkomst. De factuur vermeldt: <emphasis role="italic">’Afkoopsom vroegtijdig beëindigen overeenkomst” </emphasis>en vertegenwoordigt een bedrag van € 2.055,55 inclusief btw. Real Gen vordert ook betaling van deze afkoopsom.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Bij conclusie van antwoord heeft [gedaagde] de omstandigheden geschetst waaronder de achterstand is ontstaan. Zo is de achterstand ontstaan vanwege het niet afschrijven van de afgesproken automatische incasso. [gedaagde] geeft aan dat het laatste nummer van het bankrekeningnummer onleesbaar is. Ook stelt [gedaagde] nooit betaalherinneringen te hebben gezien. Hoewel er geen rekeningen zijn betaald, geeft [gedaagde] aan te vinden dat dit niet meer hoeft, nu betaling is afgesproken door middel van automatisch incasso. Tot slot geeft [gedaagde] aan vooral moeite te hebben met de opgelopen kosten. Momenteel gaat het niet enkel meer om de onbetaald gelaten maandbedragen maar ook de bijkomende kosten en afkoopsom, aldus [gedaagde] .</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Real Gen vordert betaling van vier maandelijkse termijnen die [gedaagde] volgens de tussen partijen gesloten overeenkomst verschuldigd is. De kantonrechter overweegt dat [gedaagde] niet heeft betwist dat zij desbetreffende overeenkomst heeft gesloten, zodat zij in ieder geval de maandelijkse bedragen die zijn overeengekomen, verschuldigd is. Het enkele feit dat automatisch incasso is afgesproken en het niet is gelukt om de bedragen automatisch af te laten schrijven, betekent niet dat [gedaagde] deze bedragen niet meer hoeft te betalen. Hoewel [gedaagde] zich beroept op de onleesbaarheid van het bankrekeningnummer, had het naar het oordeel van de kantonrechter op de weg van [gedaagde] gelegen om bij onduidelijkheid over de betaling tijdig contact op te nemen met Real Gen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De discussie tussen partijen gaat verder over de afkoopsom, omdat [gedaagde] meent dat zij deze niet verschuldigd is. Real Gen stelt dat zij de overeenkomst heeft opgezegd vanwege het niet betalen van de maandelijkse termijnen en dat [gedaagde] daarom schadevergoeding is verschuldigd. De kantonrechter begrijpt hieruit dat Real Gen stelt de overeenkomst te hebben ontbonden vanwege een tekortkoming aan de zijde van [gedaagde] en dat zij vervolgens een beroep doet op art. 6:277 van het Burgerlijk Wetboek (BW) nu de gesloten overeenkomst als gevolg van wanbetaling (vroegtijdig) is beëindigd<emphasis role="bold">. </emphasis>Op grond van art. 6:277 BW is de partij wiens tekortkoming een reden voor ontbinding heeft opgeleverd, verplicht om haar wederpartij de schade te vergoeden die deze lijdt als gevolg van de ontbinding. Dat houdt in dat Real Gen dient te worden gebracht in de situatie waarin zij zou hebben verkeerd als de tekortkoming was uitgebleven en de overeenkomst (dus) correct was nagekomen. In dit geval zou Real Gen bij een correcte nakoming gedurende de looptijd van de overeenkomst de maandelijkse termijnen hebben ontvangen, maar zou zij ook kosten hebben gemaakt om de overeengekomen diensten te leveren. Om zich een oordeel te kunnen vormen over de omvang van de door Real Gen gevorderde schadevergoeding acht de kantonrechter het dan ook noodzakelijk dat Real Gen ter onderbouwing van de schade een nadere toelichting geeft.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De kantonrechter zal de zaak naar de hierna te vermelden terechtzitting verwijzen voor het nemen van een akte na tussenvonnis door Real Gen zoals bedoeld in overweging 3.2.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verwijst de zaak naar de rolzitting van <emphasis role="bold">woensdag 24 juli 2024 te 09.00 uur</emphasis>, voor het nemen van een akte na tussenvonnis door Real Gen zoals bedoeld in overweging 3.2;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Ebben en in het openbaar uitgesproken op </para>
      <para>3 juli 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>