<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2024:4517</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-02T13:51:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-07-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02/297916-23</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:4517">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:4517</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-02T09:09:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:4517 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 02-07-2024 / 02/297916-23</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2024:4517:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verdachte wordt vrijgesproken van openlijk geweld en mishandeling.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2024:4517:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer: 02/297916-23  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer van 2 juli 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 2001 te [geboorteplaats]</para>
      <para>wonende aan [woonadres]</para>
      <para>raadsman mr. P.J. Zandt, advocaat te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <parablock>
      <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 18 juni 2024. Verdachte is niet verschenen. Wel is verschenen zijn gemachtigde raadsman. De officier van justitie, </para>
      <para>S.A.A.P. van Hees, en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. </para>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op 12 november 2023 openlijk geweld in vereniging heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] , dan wel dat hij [slachtoffer 2] heeft mishandeld.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig. </para>
      <para>De rechtbank is bevoegd. </para>
      <para>De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. </para>
      <para>Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte openlijk geweld heeft gepleegd. Zij baseert zich hiervoor op de aangiftes van de drie slachtoffers, de camerabeelden en de bekennende verklaring van verdachte. Verdachte heeft verklaard dat een vriend van hem ook een meisje duwde, waardoor er volgens de officier van justitie sprake is van gezamenlijkheid. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van de aan verdachte tenlastegelegde feiten en wijst daarbij op het volgende. </para>
        <para>Ten aanzien van het openlijke geweld dient vast komen te staan dat verdachte <emphasis role="italic">opzet</emphasis> zou hebben gehad op het ‘in vereniging’ plegen van openlijk geweld en daaraan een voldoende significante of wezenlijke bijdrage heeft gehad. Nu dit niet het geval is, dient verdachte hiervan te worden vrijgesproken. Met betrekking tot de mishandeling heeft de verdediging aangevoerd dat, onder de geschetste omstandigheden en gelet op de aard van de gedraging (het geven van een duw), de kans op lichamelijk letsel niet aanmerkelijk is. Verdachte heeft deze kans ook niet bewust aanvaard. Ook blijkt uit de aangifte niet dat aangeefster als gevolg van de duw pijn zou hebben ondervonden. Verdachte dient derhalve ook hiervan vrijgesproken te worden. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>4.3.1</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Vaststelling van de feiten</emphasis>
          </para>
          <para>Gelet op de bewijsmiddelen in het dossier staat vast, dat verdachte en zijn medeverdachte geweldshandelingen hebben gepleegd tegen aangevers. De medeverdachte heeft geweldshandelingen verricht jegens twee van de drie aangevers. Verdachte heeft de derde aangever, [slachtoffer 2] , geduwd, waardoor zij op de grond is gevallen. Die aangifte wordt ondersteund door de bekennende verklaring van verdachte en de camerabeelden. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Openlijk geweld of mishandeling?</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of het gepleegde geweld kan worden gekwalificeerd als openlijk geweld in vereniging gepleegd. Vast staat dat er op 12 november 2023 geweld heeft plaatsgevonden tegen aangevers. Om tot een openlijke geweldpleging zoals bedoeld in artikel 141 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) te komen, dient allereerst te worden vastgesteld dat door de verdachten geweldshandelingen zijn verricht en deze in vereniging hebben plaatsgevonden. Van het “in vereniging” plegen van geweld is sprake indien de verdachte een voldoende significante of wezenlijke bijdrage levert aan het geweld. Deze bijdrage kan onder andere bestaan uit het verrichten van één of meer gewelddadige handelingen. Er moet worden beoordeeld of de door de verdachte geleverde bijdrage aan het delict van voldoende gewicht is.  </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Zoals hierboven is vastgesteld, gaat het om meerdere geweldshandelingen. Verdachte heeft [slachtoffer 2] geduwd. Daarvoor heeft zijn medeverdachte geweld gepleegd tegen [slachtoffer 1] en </para>
          <para>
            [slachtoffer 3] . </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank is van oordeel dat de geweldsmomenten die zijn vastgesteld, de handelingen door medeverdachte en daarna door verdachte, los van elkaar dienen te worden beoordeeld, omdat uit het dossier en de beelden geen sprake blijkt van voldoende samenhang tussen de twee geweldsmomenten. De rechtbank gaat er vanuit dat geen sprake is geweest van één gevecht, maar van twee losstaande gebeurtenissen waarin geweld is gepleegd tegen aangevers en de verdachten los van elkaar hebben gehandeld. Verdachte dient derhalve te worden vrijgesproken van het openlijk geweld in vereniging gepleegd zoals dit primair aan hem ten laste is gelegd. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De vraag waar de rechtbank zich vervolgens voor gesteld ziet is of sprake is van mishandeling zoals dit subsidiair aan verdachte ten laste is gelegd. Uit de aangifte blijkt dat aangeefster als gevolg van de duw van verdachte op de grond is gevallen. Dit gegeven op zich wordt ook niet door verdachte ontkent. Echter blijkt op geen enkele wijze uit het dossier dat sprake is geweest van letsel of pijn. Bovendien kan op grond van het summiere dossier ook niet volgen dat door de wijze van duwen het een feit van algemene bekendheid is dat sprake moet zijn geweest van pijn of letsel. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De benadeelde partij</title>
    <para>De benadeelde partij [slachtoffer 1] vordert een schadevergoeding van € 474,90.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte wordt vrijgesproken van het feit waaruit de schade zou zijn ontstaan.</para>
      <para>De rechtbank zal daarom de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vrijspraak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- <emphasis role="bold">spreekt verdachte vrij</emphasis> van het primair en subsidiair tenlastegelegde feit;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Benadeelde partij</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;</para>
    <para>- veroordeelt de benadeelde partij [slachtoffer 1] in de kosten van verdachte, tot nu toe begroot op nihil.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M. Veldhuizen, voorzitter, mr. M.E.I. Beudeker en mr. </para>
      <para>K. Verschueren, rechters, in tegenwoordigheid van K. de Klerk-Van Rijs, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 2 juli 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. M.E.I. Beudeker, mr. Veldhuizen en K. de Klerk-Van Rijs zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen. <?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Bijlage I</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 12 november 2023 te Breda, openlijk, te weten, aan de<?linebreak?>Havermarkt, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek<?linebreak?>toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een of meerdere<?linebreak?>personen te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] ,<?linebreak?>door die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] :<?linebreak?>- te duwen waardoor die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] op de grond viel en/of<?linebreak?>- te slaan en/of stompen tegen het gezicht en/of het hoofd en/of het lichaam;<?linebreak?>( art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht )</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou<?linebreak?>kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 12 november 2023 te Breda<?linebreak?>tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen [slachtoffer 2] heeft<?linebreak?>mishandeld door die [slachtoffer 2] te slaan en/of te stompen tegen het gezicht en/of het<?linebreak?>hoofd en/of het lichaam en/of te duwen waardoor die [slachtoffer 2] op de grond viel;<?linebreak?>( art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>