<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2024:4400</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-06-28T12:41:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-06-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-01-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10544878 \ CV EXPL 23-1359</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:4400">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:4400</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-06-28T12:39:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-06-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:4400 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 03-01-2024 / 10544878 \ CV EXPL 23-1359</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2024:4400:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vordering gedeeltelijke terugbetaling huur vakantiehuis afgewezen. Overlast en schade als gevolg van bouwlawaai en stank onvoldoende onderbouwd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2024:4400:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 10544878 \ CV EXPL  23-1359</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 3 januari 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [plaats 1] ( [land] ),</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [eiser] ,</para>
      <para>gemachtigde: [gemachtigde] , advocaat te [plaats 2] ( [land] ),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">ROOMPOT SERVICE B.V.</emphasis>, </para>
      <para>te Goes,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: Roompot,</para>
      <para>gemachtigde: mr. S. Wiersma-Helal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
        <para>- de dagvaarding, <?linebreak?>- de conclusie van antwoord met producties, <?linebreak?>- de conclusie van repliek, <?linebreak?>- de conclusie van dupliek, <?linebreak?>- de op 6 december 2023 toegestuurde producties bij dagvaarding.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft op 1 september 2020 bij Roompot een vakantiehuis geboekt op Roompot vakantiepark “ [vakantiepark] ” te [plaats 3] voor de periode 21 juni tot en met 5 juli 2021. [eiser] heeft het daarvoor verschuldigde bedrag van € 1.411,00 betaald aan Roompot. Dit bedrag bevat een toeslag van € 35,00 vanwege de door [eiser] aangegeven voorkeur van ligging van het vakantiehuis en € 65,00 aan borg.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Op 21 juni 2021 heeft [eiser] bij aankomst bij de receptie kenbaar gemaakt niet tevreden te zijn met de accommodatie vanwege bouwlawaai. Hij heeft op 21 juni 2021 een hotel in Zoutelande geboekt en heeft daar tot 27 juni 2021 overnacht. Roompot heeft op 8 juli 2021 de toeslag van € 35,00 en de borg van € 65,00 aan [eiser] terugbetaald. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Per brief van 5 augustus 2021 heeft [eiser] aan Roompot verzocht om een vergoeding vanwege de overlast bij het vakantiehuis door het bouwlawaai. Hij maakt aanspraak op <?linebreak?>€ 1.074,00 aan kosten die hij heeft gemaakt voor de hotelovernachtingen gedurende de eerste vakantieweek en € 325,25 voor de tweede vakantieweek. Roompot heeft deze bedragen niet betaald. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft Roompot op 6 oktober 2021 gedagvaard voor het Duitse Ambtsgericht Bad Dürkheim. De Duitse rechter heeft zich in de uitspraak van 16 februari 2023 onbevoegd verklaard, omdat de Nederlandse rechter op grond van artikel 24 Brussel I bis-Verordening exclusief bevoegd is. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eiser] vordert - samengevat - veroordeling van Roompot tot betaling van € 1.401,75, vermeerderd met rente en veroordeling van Roompot in de proceskosten. Het gevorderde bedrag bestaat uit € 1.074,00 aan kosten voor hotelovernachtingen gedurende de eerste vakantieweek (21 tot en met 27 juni 2021) en € 327,75 aan korting van 50% op de huur van het vakantiehuis voor de tweede vakantieweek (28 tot en met 5 juli 2021) vanwege het bouwlawaai.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Roompot voert verweer. Roompot concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser] , dan wel tot afwijzing van de vordering van [eiser] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure te vermeerderen met de wettelijke rente en de nakosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Het geschil gaat over huur van een vakantiewoning in Nederland. Op grond van artikel 24 of artikel 4 lid 1 Brussel I bis-Verordening heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht. De toepasselijkheid van Nederlands recht volgt uit artikel 4 Rome I-Verordening.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Allereerst voert Roompot aan dat de vordering moet worden afgewezen omdat [eiser] niet stelt op welke rechtsgrond hij zijn vordering baseert. Aan dit verweer wordt voorbijgegaan. Hoewel de dagvaarding summier is, is voldoende duidelijk welke feitelijke en juridische gronden [eiser] aan zijn vordering ten grondslag legt. Gelet op het uitvoerige verweer van Roompot is dit ook voor Roompot voldoende duidelijk. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Het standpunt van [eiser] komt erop neer dat Roompot tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de overeenkomst met [eiser] vanwege de overlast die [eiser] heeft ervaren door het bouwlawaai bij het vakantiehuis. Daarom vordert [eiser] vergoeding van de hotelkosten en compensatie. Zijn vordering wordt afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft de gestelde overlast en schade onvoldoende onderbouwd. Volgens [eiser] zou er van maandag tot en met vrijdag van 7.15 tot 16.00 uur voortdurend lawaai en stank zijn. Onduidelijk is hoe [eiser] deze overlast voor de eerste vakantieweek weet. Hij heeft bij aankomst op het park op 21 juni 2021 het bouwlawaai bij de receptie gemeld en heeft op diezelfde dag een hotel in Zoutelande geboekt voor de periode 21 tot en met 27 juni 2021 om daar te overnachten. Dit hotel ligt op ruime afstand van het vakantiepark. In deze periode van zeven dagen lag ook een weekend waarin geen bouwwerkzaamheden werden uitgevoerd. Zonder onderbouwing valt ook niet in te zien dat er voor de tweede vakantieweek een gestelde korting van 50% gerechtvaardigd zou zijn. De overeenkomst is niet (deels) ontbonden. Bovendien staat vast dat [eiser] het vakantiehuis kon gebruiken en dit de tweede vakantieweek ook heeft gedaan en geeft hij alleen aan dat vanwege de overlast het terras nauwelijks kon worden benut.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Uit het voorgaande volgt dat de vordering van [eiser] niet toewijsbaar is. De overige stellingen van partijen leiden niet tot een ander oordeel.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>
        [eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Roompot worden begroot op:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>salaris gemachtigde 	€ 398,00 (2 punten x tarief € 199,00)</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>nakosten			<emphasis role="underline">€   99,50</emphasis></para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>totaal				€ 497,50</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>wijst de vordering van [eiser] af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 497,50 te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [eiser] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [eiser] ook de kosten van betekening betalen,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>veroordeelt [eiser] in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek over het bedrag van € 398,00, zijnde het salaris gemachtigde, als dit bedrag niet binnen veertien dagen na aanschrijving is voldaan,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Kool en in het openbaar uitgesproken op 3 januari 2024.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>